Jeroen de Boer
02 december 2025, 19:32

Rob Jetten en Henri Bontenbal tonen ambitie met klimaat, energie en stikstof: dit willen ze doen

Rob Jetten en Henri Bontenbal hebben dinsdag namens D66 en het CDA een gedetailleerd ‘tussenverslag’ naar buiten gebracht, waarin ze uiteenzetten waar het met Nederland naartoe moet. Met stevige voorstellen op het gebied van klimaat, energie en stikstof. Een overzicht.

klimaat, energietransitie, netcongestie stikstof Jetten Bontenbal formatie voorstellen Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA). | Credits: Getty Images

Op 9 december brengt informateur Sybrand Buma zijn eindverslag naar buiten over de formatiegesprekken tussen D66 en CDA, maar dinsdag bleek dat partijleiders Rob Jetten en Henri Bontenbal het al grotendeels eens zijn over waar het naartoe moet met Nederland. Dat geldt onder meer voor het klimaatbeleid, de energietransitie en de stikstofcrisis.

In een ‘tussenverslag’ van 17 pagina’s zetten Jetten en Bontenbal uiteen wat voor hen de basis is om in gesprek te gaan met andere partijen voor het vormen van een regeringscoalitie. Bekijk hieronder het overzicht van de belangrijkste voorstellen op het gebied van klimaat, energie en stikstof.

Dit willen D66 en CDA met een nieuw kabinet:

Klimaatdoelen voor 2040 en 2050 halen

Jetten en Bontenbal erkennen dat het halen van het klimaatdoel van 2030 lastig wordt, maar houden wel aan die ambitie vast. ‘Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen
we alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen.’

  • De Nederlandse economie moet volledig circulair zijn in 2050. Dat vraagt om een versnelling van het Nationaal Programma Circulaire Economie. ‘We stellen per sector (nationale of Europese)
    circulaire doelen, zodat ondernemers lange termijn duidelijkheid en investeringszekerheid krijgen.’
  • De laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen wordt uitgebreid en elektrisch rijden blijft fiscaal aantrekkelijk. D66 en CDA willen het gebruik van deelauto’s, fiets en openbaar vervoer stimuleren.
  • Er komt een vorm van rekeningrijden met een hervorming van de autobelastingen, zodat niet voor bezit maar voor gebruik wordt betaald. Regio’s waar weinig OV is en mensen langere afstanden moeten afleggen worden hierbij ontzien.
  • D66 en CDA stimuleren nationale innovaties voor negatieve emissies/koolstofverwijdering. Ze willen internationaal aan de slag met het opzetten van een kenniscluster voor Carbon Management.
  • Voor vergroening van de industrie zetten de twee partijen in op een gelijk speelveld voor investeringen in verduurzaming. De nationale CO2-heffing verdwijnt definitief en bedrijven kunnen rekenen op een substantiële verlaging van de elektriciteitskosten.
  • Er komen wat D66 en CDA betreft harde afspraken met de industrie over het tempo van verduurzaming. Bij nieuw beleid zal er oog zijn voor de effecten op het gelijke speelveld met omringende landen.
  • Bestaande maatwerkafspraken blijven van kracht, nieuwe maatwerkafspraken richten zich op clusters of gebieden, en dus niet meer op individuele bedrijven.
  • Voor de energie-intensieve haven- en industrieclusters komt er een  nationale, ruimtelijk-economische strategie. Dat impliceert een clustering van zware industriële activiteiten.

Netcongestie en energietransitie

D66 en CDA willen investeren in energiezekerheid en betaalbare energie van eigen bodem. Daarbij hebben ze de volgende dingen op het oog:

  • Het aanpakken van problemen met netcongestie heeft de hoogste prioriteit. De beschikbare netcapaciteit moet beter worden benut, onder meer door prijsprikkels in de nettarieven, flexcontracten en energiehubs.
  • Er komt een Crisiswet Netcongestie om de procedures voor vergunningen te versnellen en ingrepen mogelijk te maken als de bouw/aanleg van stroominfrastructuur stagneert.
  • D66 en CDA zetten zwaar in op elektrificatie, omdat dit volgens de twee partijen de belangrijkste route is om de industrie te verduurzamen.
  • Het Rijk investeert via haar deelnemingen in de opslag van CO2 (CCS) op de Noordzee.
  • De overheid blijft bijdragen aan de uitbreiding van windparken op zee via zogenoemde contracts for difference. Die bieden exploitanten van windparken meer zekerheid over de stroomprijzen.
  • De SDE++ subsidieregling wordt verlengd na 2030 ten behoeve van de uitrol van duurzame energiebronnen. Die moeten op een ‘netbewuste’ wijze in het energienetwerk worden ingepast.
  • D66 en CDA zetten in op productie van groen gas en groene waterstof. In de transitie kan blauwe waterstof (uit aardgas) onder voorwaarden een rol spelen in het opschalen van de Nederlandse waterstofketen.
  • Het nucleaire cluster in Nederland wordt versterkt, onder meer met een versneld programma voor kleine, modualire kernreactoren (SMR’s). Zeeland geldt als primair voorkeursgebied voor de bouw van nieuwe kerncentrales.
  • Warmtenetten worden mede ingezet om netcongestie te verminderen. Er moet snel duidelijkheid komen op gemeente- en wijkniveau of er een warmtenet komt of een andere verduurzamingsoptie. ‘Om de uitrol van warmtenetten te versnellen en voor huishoudens betaalbaar te houden, is de overheid bereid om via een staatsdeelneming private warmtebedrijven over te nemen’, staat er in het tussenverslag van D66 en CDA.
  • Er komt een een capaciteitsmarkt om de leveringzekerheid van stroom te waarborgen, wat betekent dat er veilingen komen voor het inzetten van flexibele capaciteit (zoals batterij-opslag). Dit moet ervoor zorgen dat er altijd voldoende elektriciteit is voor piekmomenten.
  • De verduurzaming van woningen krijgt prioriteit, waarbij de energierekening betaalbaar moet blijven. Dat kan met een Nationaal Isolatie Offensief.
  • In de jaren tot 2030 krijgen wijken met de grootste energiearmoede blijvend financiële steun. Er komt structureel budget voor het Noodfonds Energie, zodat ‘niemand in de kou hoeft te zitten’,
  • Verhuurders worden verplicht energielabels E, F en G voor huurwoningen per 2028 uit te faseren, en labels C en D per 2040.
  • Het Groningerveld blijft gesloten. Er komen geen nieuwe vergunningen voor gaswinning onder de Waddenzee.

Verbetering natuur

D66 en CDA willen duidelijke keuzes maken bij de inrichting van natuur

  • Verslechterde natuurgebieden worden samen met provincies, waterschappen, boeren en natuurorganisaties hersteld. Dit betekent onder meer dat gewerkt wordt aan stikstofreductie en een gebiedsgerichte inzet tegen verdroging en invasieve exoten herstellen.
  • Natuurgebieden worden beter met elkaar verbonden door uitvoering van het Natuurpact en
    nieuwe afspraken voor de periode na 2027. Doel is dat de natuur zichzelf kan versterken.
  • Boeren kunnen volgens D66 en CDA met slim agrarisch natuurbeheer veel bijdragen aan schoon water en het beschermen van plant- en diersoorten. De partijen zetten in op een eerlijke vergoeding voor agrarisch natuurbeheer met langjarige contracten en uitbreiding van agrarische natuur.
  •  De Natuurherstelverordening wordt uitgevoerd. Hierin zijn afspraken gemaakt om natuur te
    herstellen die nu nog niet in goede staat verkeert. Het gaat daarbij ook om het voorkomen van verdere verslechtering buiten Natura 2000-gebieden. De inzet richt zich onder andere op de vergroening van
    stedelijk gebieden en natuurherstel in de Noordzee en de Waddenzee.

Reductie van stikstof

Bij het stikstofbeleid mikken D66 en CDA op het behalen van de wettelijk vastgestelde stikstof doelen in 2035, met een tussendoel in 2030.

  • De Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt vervangen door een juridisch houdbaar alternatief dat stuurt op reductie van stikstofemissies en natuurherstel. Er komt een nieuwe  vergunningsverleningssystematiek die zich baseert op doelvoorschriften.
  • De Rijksoverheid stelt algemene reductiedoelen voor stikstof, CO2 en water. In een gebiedsgerichte aanpak worden in overleg met de provincies specifieke doelen per gebied vastgesteld, en zodra dat mogelijk is ook per bedrijf. Hiermee moet elke boer duidelijkheid over hoeveel het bedrijf mag uitstoten.
  • Boeren mogen zelf invullen hoe ze de stikstofreductie voor elkaar krijgen. Als het stikstofdoel van 2035 niet wordt gehaald, kan als laatste middel worden gekort op dier- of fosfaatrechten.

Hervorming landbouw

D66 en CDA zetten in op een structurele hervorming van de landbouw.

  • Er komt op korte termijn beleid dat gericht is op een meer circulaire landbouw. Mede met het oog op de waterkwaliteit en het klimaat komen er gebiedsgerichte maatregelen, waarbij grasland zo veel mogelijk behouden blijft.
  • Als een bedrijf overgaat naar een nieuwe eigenaar buiten de familie worden dier- en
    fosfaatrechten afgeroomd. Dat zorgt voor een lagere uitstoot van ammoniak, terwijl bestaande boerenfamilies worden ontzien.
  • Boeren die willen stoppen, kunnen gebruik maken van vrijwillige beëindigingsregelingen.
  • Het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen wordt teruggedrongen. D66 en CDA willen met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen nationale, bindende convenanten sluiten om
    het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen fors te beperken.
  • In Europees verband zetten D66 en CDA in op het toestaan van veredelingstechnieken CRISPR-Cas en
    cisgenese bij de veredeling van planten.
  • Rondom Natura 2000-gebieden komt een zonering die voldoende is om de doelen voor het betreffende natuurgebied te halen. Dat begint bij de meest kwetsbare gebieden. Binnen dergelijke zones dichtbij de natuur zal een hogere emissiereductie van stikstof nodig zijn en past de provincie een gebiedsgerichte aanpak toe.
  • Er komen duidelijke landelijke kaders voor de gebiedsgerichte aanpak, zodat er niet overal verschillende regels voor boeren ontstaan. Per gebied wordt gewerkt aan stikstofreductie, natuurbehoud en –herstel, waterkwaliteit, het tegengaan van verdroging en het herstel van ecosystemen.
  • Als boeren hun bedrijf moeten aanpassen of als in het gebiedsproces duidelijk wordt dat zij hun bedrijf niet op dezelfde plek kunnen voortzetten, worden boeren gecompenseerd voor extensivering, verplaatsing of in het uiterste geval uitkoop, waardedaling van grond en/of andere schade.
  • Boeren die verduurzamen of omschakelen naar minder intensieve of natuurinclusieve landbouw, krijgen ondersteuning.
  • Op plekken waar het kan, krijgt landbouw de ruimte. Om verplaatsing mogelijk te maken
    voor bedrijven die weg willen uit de omgeving van natuurgebieden komt er een integrale, nationale grondbank, naast de regionale grondbanken.
  • Met langjarig structuurbeleid, regie en stimulerende regelingen willen D66 en CDA ervoor zorgen dat  gronden en bedrijfslocaties van boeren zonder bedrijfsopvolgers worden verschoven naar de (jonge) boeren die door willen.
  • AI, drones, sensortechnologie, robotisering, biotechnologie/genetica dragen allemaal bij aan de
    voedselproductie van de toekomst. Met subsidies en kredieten willen D66 en CDA private
    investeringen ondersteunen.
  • De twee partijen willen afpraken maken met agroketens voor eerlijke prijzen voor duurzame producten, zodat de boer meer overhoudt.

Lees ook:

Kweekvlees-pioneer Mark Post gaat de markt op met kweekleer: 'We maken vlees zonder koe, dus moet ook het leer anders'

Leer kun je maken van kunststof, paddenstoelen en zelfs ananasbladeren. Toch heeft kunstleer de dierlijke variant nooit van de troon gestoten. 'De alternatieven zijn simpelweg niet leerachtig genoeg', aldus Mark Post, chief scientific officer van Qorium. 'Dat heeft met allerlei aspecten te maken. Hoelang het meegaat, hoe het ademt, hoe goed het tegen vocht kan, et cetera.'Daarom maakt biotechstartup Qorium écht leer. Dat is gemaakt van dierlijke cellen, maar zonder dat er een dier voor moet worden geslacht. Het idee komt uit de hoed van medeoprichter Rutger Ploem, die uit een familie van leerlooiers komt en wist dat het duurzamer moest. Toen hij over Posts kweekvlees hoorde, wist hij dat er ook voor leer kansen lagen.Die kansen ziet Post inmiddels ook. Voor hem is het simpel: 'We maken vlees zonder koe, dus moeten we ook het leer anders verkrijgen.' Toch is dat niet het hele verhaal, zegt hij. Leer is weliswaar een bijproduct van vlees, maar maakt ook een significant deel van de waarde van een koe uit. Ofwel: doordat we ook de koeienhuid gebruiken, kan vlees betaalbaar(der) zijn. De leerindustrie houdt daarmee de vleesindustrie in stand.Het leer van Qorium zorgt er bovendien voor dat het meest vervuilende gedeelte van het looiproces kan worden overgeslagen. De haren verwijderen en huiden geschikt maken voor leerproductie kost normaal gezien een heleboel water én de inzet van chemische middelen. Bovendien wordt een groot gedeelte van de dierenhuiden weggegooid. 'Een koe heeft nu eenmaal niet de vorm van een schoen.'[caption id="attachment_169583" align="aligncenter" width="900"] Het team van Qorium bestaat nu uit 18 mensen. Mark Post is de tweede van links op de middelste rij. | Credits: Qorium[/caption] Leer maken zonder dier Het kweekleer van Qorium is wél direct te gebruiken voor producenten van lederwaren. Het bevat geen onregelmatigheden en komt in grote, rechte lappen. Schoenen of autostoelen maakt het bedrijf zelf niet; Qorium gaat een tussenfabrikaat leveren aan looierijen, die het leer verwerken voor specifieke merken en producten. Post: 'Ons product is een alternatief voor geconserveerde huiden. Vanaf die stap divergeert de markt enorm.'De eerste fase van Qoriums proces, de celproductie, is grotendeels hetzelfde als bij kweekvlees. Bij een donorkoe wordt een biopt afgenomen die het dier niet schaadt. In het lab gaan de cellen zich vermenigvuldigen en produceren ze collageen, het eiwit dat de basis van leer vormt.Dat proces is heel geschikt voor leer. 'Fibroblasten, de cellen in de huid die collageen produceren, groeien het makkelijkst van allemaal', legt Post uit. Daardoor is leer kweken zelfs iets makkelijker dan vlees kweken. Het helpt dat de wetenschap al veel kennis heeft over collageenrijke weefsels, onder meer voor hoornvliesoperaties. De grootste uitdaging is nog het vinden van een dragermateriaal waar de cellen op en in kunnen groeien.De tweede en laatste fase is de weefselproductie. Daarin zitten wel grote verschillen tussen kweekvlees en kweekleer. Waar het bij vlees gaat om kleine stukjes, wil Qorium grote lappen 'huid' maken. De eerste lappen van 35 bij 35 centimeter zijn al succesvol geproduceerd; nu wil het team opschalen naar lappen van 1 bij 2 meter. Daar heb je een relatief grote bioreactor voor nodig. 22 miljoen euro funding De kosten van 's werelds eerste kweekvleesburger waren 250.000 euro. Hoe zit dat met kweekleer? Post lacht. 'Dat is gelukkig minder duur.' Toch is het materiaal per vierkante meter nog 'vrij duur', geeft hij toe. Qoriums productprijs moet de komende jaren dan ook zodanig dalen dat die kan concurreren met echt leer. 'We geloven niet dat mensen bereid zijn om voor ons product méér te betalen dan voor de dierlijke variant.' Desondanks zal het bedrijf in het begin focussen op klanten met een relatief hoog budget.Die prijs moet vooral dalen door op grote schaal te produceren. Hoewel de kostprijs van leer per kilo een stuk hoger mag zijn dan die van vlees, is kosteneffectief produceren cruciaal, stelt Post. Daarvoor wordt de recent opgehaalde 22 miljoen euro gebruikt, afkomstig van Invest-NL, LIOF, Brightlands Venture Partners en Sofinnova Partners. Dat geld maakt de bouw van een grote bioreactor mogelijk. Ook rekent Post op een verdere daling van de kosten van voedingsstoffen voor de cellen.Zowel cel- als weefselproductie moet uiteindelijk onderdeel worden van één productie-eenheid die je zodanig kunt vermenigvuldigen dat je er een fabriek mee kunt vullen.[caption id="attachment_170006" align="alignright" width="300"] Qorium richt zich op het zo goed mogelijk namaken van dierlijk leer. | Credits: Qorium[/caption] Kweekleer makkelijker te verkopen dan kweekvlees Waar de kranten een tijdje bol stonden van kweekvlees, is kweekleer nog een stuk minder bekend. Qorium heeft dan ook nog weinig concurrentie, vertelt Post. 'Er zijn wel 150 bedrijven die zich met kweekvlees bezig houden, maar in de leersector hebben we hooguit drie concurrenten. Ik zou niet weten waarom. Waarschijnlijk toch door een gebrek aan media-aandacht.'Dat terwijl de leermarkt een stuk makkelijker te betreden is. Waar Posts kweekvleesbedrijf Mosa Meat allerlei procedures moet doorlopen om zijn product überhaupt te mogen verkopen, geldt dat voor kweekleer niet. In die markt is vrijwel geen regulering.Naast de gemakkelijkere toegang is er ook nog vraag naar het kweekvlees, aldus Post. 'Veel merken willen van dierlijk leer af omdat ze het verhaal niet meer vinden kloppen.'Om die merken te bedienen richt Qorium zich voorlopig op het zo goed mogelijk namaken van dierlijk leer. Maar kijk je verder, dan biedt kweekleer ook andere kansen. Post: 'Omdat je het materiaal vanaf het begin produceert, is er uiteindelijk ook de mogelijkheid om cellen genetisch te modificeren of het materiaal aan te passen. We kunnen het leer bijvoorbeeld sterker gaan maken, of dikker.' Kennis uitwisselen met Mosa Meat Afgezien van Mark Post als overlappende factor zijn kweekvleesbedrijf Mosa Meat en kweekleerbedrijf Qorium echt twee aparte bedrijven. Maar samenwerking is er natuurlijk wel, zegt Post.'Mosa Meat heeft bijvoorbeeld lang gewerkt aan een medium voor rundercellen waarvoor geen bloed van foetussen nodig is. Het heeft nu een variant die goedkoop is en goed werkt. Daarvan worden ook samples gegeven aan Qorium om mee te testen. En we wisselen ervaringen met kweekmethoden uit. Tja, waarom zou ik een collega met een vraag naar de andere kant van de wereld sturen als-ie net zo goed een paar minuten kan fietsen?' Lees ook:Hoe duurzaam is vegan leer? Van garnaal tot leer: 3 producten met een omweg én hoe het efficiënter kan Kledinggiganten achter Calvin Klein en Tommy Hilfiger werken aan vegan leer