Minder dan 5 procent. Zo klein is de kans dat Nederland het klimaatdoel van 2030 – 55 procent minder CO2-uitstoot dan in 1990 – haalt. In plaats daarvan koersen we met het huidige beleid af op een uitstootreductie van 45 tot 53 procent.
Reken je het aanvullend beleid dat in de eerste vier maanden van dit jaar is opgesteld mee, zoals een verhoging van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties, of de niet-concrete beleidsplannen van vóór 1 januari, zoals de beoogde nieuwe uitzondering op de nitraatrichtlijn, dan is een reductie van 47 tot net geen 55 procent mogelijk.
Op papier lijken de ramingen van het PBL niet ver weg te liggen van het wettelijke klimaatdoel. Maar, benadrukken de onderzoekers, wil je een grotere zekerheid hebben dat het doel wordt gehaald, dan heb je ook meer CO2-reductie nodig.
Dat zit zo: om het klimaatdoel van 2030 te halen, moet de jaarlijkse uitstoot van de huidige (2024) 145 megaton CO2-equivalenten zakken tot 102 megaton. Die kans is nu minder dan 5 procent. Als je datzelfde doel met respectievelijk 50 en 95 procent zekerheid wilt halen, dan moet Nederland 13 tot 22 megaton minder uitstoten dan nu wordt geraamd.
Zigzagbeleid en bezuinigingen maken behalen klimaatdoelen lastiger
Waar 2030 eerst nog als stip op de horizon gold, stelt het PBL nu dat ‘van vooruitkijken nauwelijks meer sprake is’. Op de korte termijn wordt het steeds ingewikkelder om beleid te maken dat nog kan helpen om genoeg reductie in 2030 te halen. Naar beneden bijgestelde ambities en bezuinigingen op subsidies hebben er zelfs toe geleid dat Nederland stappen terug heeft gedaan.
Zo stond vorig jaar nog de ambitie van 12 gigawatt geïnstalleerd vermogen offshore wind in 2030. Inmiddels is dat bijgesteld naar 10 gigawatt. Ook schroefde minister Hermans de ambitie voor 2040 omlaag: van 50 gigawatt windvermogen op zee, naar 30 tot 40 gigawatt.
Daarnaast snoeide het kabinet-Schoof in de SDE++-subsidieregeling, die mogelijkheden biedt voor duurzame technieken als groene waterstof en geothermie. Zonder extra middelen kan deze regeling vanaf 2027 niet meer worden opengesteld. Volgens de onderzoekers is de SDE++ juist een belangrijke manier gebleken om technieken die de CO-uitstoot reduceren concurrerend te maken met fossiele alternatieven. Tot slot zijn de maatwerkafspraken met verschillende grote bedrijven om hun emissies te beperken stopgezet.
Minder afhankelijk van import door hernieuwbare energie
Na jaren van daling is het energieverbruik in Nederland in 2024 weer licht gestegen. Naar verwachting komt het energieverbruik in 2030 grofweg op hetzelfde niveau als nu uit. De besparing door elektrificatie in woningen en mobiliteit wordt tenietgedaan door een hogere stroomvraag van datacenters en de productie van kerosine voor de luchtvaart. Of zoals PBL-directeur Marko Hekkert zegt: ‘Je koelkast wordt efficiënter, maar we gaan meer internetten en vliegen.’
In de nieuwe Klimaat- en Energieverkenning hebben onderzoekers van het PBL voor het eerst ook de Nederlandse energie-afhankelijkheid in kaart gebracht. Die is een stuk hoger geworden sinds het dichtdraaien van de Groningse gaskraan en ligt op dit moment op 78 procent. Dat komt doordat we op dit moment meer aardgas importeren uit bijvoorbeeld de VS en het Midden-Oosten. Door de aangekondigde plannen voor hernieuwbare energie daalt dat percentage in 2030 weer tot 68 procent.
Monsterklus lonkt in steeds minder tijd
Hekkert benadrukt dat het PBL alleen ramingen kan doen voor zaken die je kunt doorrekenen. ‘Maar we leven nog steeds in een onzekere wereld die we niet volledig in modellen kunnen stoppen. Als Trump besluit Europa onder druk te zetten met de levering van vloeibaar aardgas of er breekt een nieuwe pandemie uit, dan kan de toekomst er weer heel anders uitzien.’
Feit blijft dat de huidige koers niet voldoende is om doelen op de korte termijn te halen. Daarmee staat ook het streven naar een klimaatneutraal Nederland in 2050 verder onder druk. Hekkert: ‘We hebben sinds 1990 veertig jaar gedaan over de eerste helft van de benodigde emissiereductie en we hebben straks van 2030 tot 2050 de helft van de tijd om de tweede helft te doen. Alles wat we nu niet doen, komt erbij in de periode na 2030. Stabiel langetermijnbeleid is cruciaal om onze klimaatdoelstellingen te halen.’
Lees ook:
- Peptalk voor kwakkelende zonne-energiemarkt: ‘Dit is niet het einde, maar het begin’
- Verkiezingen (deel 2): hoe willen GroenLinks-PvdA, JA21, PvdD en PVV de klimaatcrisis aanpakken?
- Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties




