Teun Schröder
16 september 2025, 15:35

Kans op halen klimaatdoel 2030 zeer klein: 'Stabiel langetermijnbeleid is cruciaal'

De kans dat Nederland het wettelijk vastgestelde klimaatdoel van 55 procent emissiereductie in 2030 haalt, is minimaal, blijkt uit de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL). Onder meer door schommelend overheidsbeleid en bezuinigingen raken de klimaatdoelen verder uit zicht.

Man met ladder op bergtop. Als de klimaatdoelen van 2030 niet gehaald worden, komt de doelstelling van een klimaatneutraal Nederland in 2050 ook verder onder druk te staan. | Credits: Getty Images

Minder dan 5 procent. Zo klein is de kans dat Nederland het klimaatdoel van 2030 – 55 procent minder CO2-uitstoot dan in 1990 – haalt. In plaats daarvan koersen we met het huidige beleid af op een uitstootreductie van 45 tot 53 procent.

Reken je het aanvullend beleid dat in de eerste vier maanden van dit jaar is opgesteld mee, zoals een verhoging van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties, of de niet-concrete beleidsplannen van vóór 1 januari, zoals de beoogde nieuwe uitzondering op de nitraatrichtlijn, dan is een reductie van 47 tot net geen 55 procent mogelijk.

Op papier lijken de ramingen van het PBL niet ver weg te liggen van het wettelijke klimaatdoel. Maar, benadrukken de onderzoekers, wil je een grotere zekerheid hebben dat het doel wordt gehaald, dan heb je ook meer CO2-reductie nodig.

Dat zit zo: om het klimaatdoel van 2030 te halen, moet de jaarlijkse uitstoot van de huidige (2024) 145 megaton CO2-equivalenten zakken tot 102 megaton. Die kans is nu minder dan 5 procent. Als je datzelfde doel met respectievelijk 50 en 95 procent zekerheid wilt halen, dan moet Nederland 13 tot 22 megaton minder uitstoten dan nu wordt geraamd.

Zigzagbeleid en bezuinigingen maken behalen klimaatdoelen lastiger

Waar 2030 eerst nog als stip op de horizon gold, stelt het PBL nu dat ‘van vooruitkijken nauwelijks meer sprake is’. Op de korte termijn wordt het steeds ingewikkelder om beleid te maken dat nog kan helpen om genoeg reductie in 2030 te halen. Naar beneden bijgestelde ambities en bezuinigingen op subsidies hebben er zelfs toe geleid dat Nederland stappen terug heeft gedaan.

Zo stond vorig jaar nog de ambitie van 12 gigawatt geïnstalleerd vermogen offshore wind in 2030. Inmiddels is dat bijgesteld naar 10 gigawatt. Ook schroefde minister Hermans de ambitie voor 2040 omlaag: van 50 gigawatt windvermogen op zee, naar 30 tot 40 gigawatt.

Daarnaast snoeide het kabinet-Schoof in de SDE++-subsidieregeling, die mogelijkheden biedt voor duurzame technieken als groene waterstof en geothermie. Zonder extra middelen kan deze regeling vanaf 2027 niet meer worden opengesteld. Volgens de onderzoekers is de SDE++ juist een belangrijke manier gebleken om technieken die de CO-uitstoot reduceren concurrerend te maken met fossiele alternatieven. Tot slot zijn de maatwerkafspraken met verschillende grote bedrijven om hun emissies te beperken stopgezet.

Minder afhankelijk van import door hernieuwbare energie

Na jaren van daling is het energieverbruik in Nederland in 2024 weer licht gestegen. Naar verwachting komt het energieverbruik in 2030 grofweg op hetzelfde niveau als nu uit. De besparing door elektrificatie in woningen en mobiliteit wordt tenietgedaan door een hogere stroomvraag van datacenters en de productie van kerosine voor de luchtvaart. Of zoals PBL-directeur Marko Hekkert zegt: ‘Je koelkast wordt efficiënter, maar we gaan meer internetten en vliegen.’

In de nieuwe Klimaat- en Energieverkenning hebben onderzoekers van het PBL voor het eerst ook de Nederlandse energie-afhankelijkheid in kaart gebracht. Die is een stuk hoger geworden sinds het dichtdraaien van de Groningse gaskraan en ligt op dit moment op 78 procent. Dat komt doordat we op dit moment meer aardgas importeren uit bijvoorbeeld de VS en het Midden-Oosten. Door de aangekondigde plannen voor hernieuwbare energie daalt dat percentage in 2030 weer tot 68 procent.

Monsterklus lonkt in steeds minder tijd

Hekkert benadrukt dat het PBL alleen ramingen kan doen voor zaken die je kunt doorrekenen. ‘Maar we leven nog steeds in een onzekere wereld die we niet volledig in modellen kunnen stoppen. Als Trump besluit Europa onder druk te zetten met de levering van vloeibaar aardgas of er breekt een nieuwe pandemie uit, dan kan de toekomst er weer heel anders uitzien.’

Feit blijft dat de huidige koers niet voldoende is om doelen op de korte termijn te halen. Daarmee staat ook het streven naar een klimaatneutraal Nederland in 2050 verder onder druk. Hekkert: ‘We hebben sinds 1990 veertig jaar gedaan over de eerste helft van de benodigde emissiereductie en we hebben straks van 2030 tot 2050 de helft van de tijd om de tweede helft te doen. Alles wat we nu niet doen, komt erbij in de periode na 2030. Stabiel langetermijnbeleid is cruciaal om onze klimaatdoelstellingen te halen.’

Lees ook:

Peptalk voor kwakkelende zonne-energiemarkt: ‘Dit is niet het einde, maar het begin’

Terwijl de verhalen in de media en het sentiment in de markt steeds negatiever worden als het om zonne-energie gaat, blijft Wim Sinke positief. ‘We zijn heel snel heel ver gekomen. Dat betekent dat we als een van de eerste landen in de wereld tegen de natuurlijke barrières zijn aangelopen waar je overheen moet voor verdere groei’, stelt hij. Snel barrières opruimen Hij ziet de huidige problemen in de markt slechts als een tijdelijke dip. ‘De uitdaging is om die barrières niet te zien als het eind van zonne-energie. De situatie is dramatisch. De sector krimpt, er zijn veel ontslagen, dus de conclusie zou kunnen zijn: we hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Maar je kunt het ook zien als een blessing in disguise. Omdat je heel snel bent gegroeid en heel snel de barrières hebt bereikt, kun je ook heel vroeg beginnen die barrières uit de weg te ruimen. Dat is het goede nieuws. Dat het vervolgens nog tien jaar duurt voordat je het elektriciteitsnet hebt aangepast, dat klopt. Maar je kunt dat ook omdraaien. Het duurt relatief lang, omdat het complex is en grootschalig, maar gelukkig zijn we er snel tegenaan gelopen. We kunnen het dus ruim voor 2050 achter ons laten, zodat we weer hard kunnen doorgroeien naar de hoeveelheden zonne-energie die we nodig hebben op de lange termijn’, redeneert Sinke. Revolutionaire groei Hij was ruim 25 jaar hoogleraar zonne-energie aan de Universiteit van Amsterdam en daarvoor de Universiteit Utrecht, is nu al een paar jaar professor emeritus, en werkte zijn hele leven als wetenschapper bij Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en later TNO. Hij was getuige van en hoofdrolspeler in de enorme revolutie die Nederland op het gebied van zonne-energie in de afgelopen vijftig jaar beleefde en schreef daar samen met Wim Soppe en Ronald van Zolingen het boek ‘Zon in de polder’ over. Momenteel werkt hij als onafhankelijk adviseur, onder meer voor start-ups.Want revolutionair was het zeker, de snelle ontwikkeling van zonne-energie. Nederland werd er zelfs wereldkampioen mee. In 2014 telde ons land nog geen 200.000 daken met zonnepanelen met een gezamenlijk vermogen van 665 megawattpiek. Nu heeft 40 procent van alle woningen panelen op het dak en was eind 2024 het totale vermogen 28,6 gigawattpiek, bijna vier zonnepanelen per inwoner.‘We hadden nooit voorzien dat het zo snel zou gaan. Het is onvoorstelbaar wat we in de afgelopen vijftig jaar hebben gezien aan ontwikkelingen. In kosten, in rendement, in schaal. Het tart elke beschrijving. Zowel mondiaal als in Nederland. Dat heeft vriend en vijand verrast’, zegt Sinke. ‘Zelfs de mensen die altijd in de potentie van zonne-energie hebben geloofd, hebben zich niet kunnen voorstellen hoe snel het zo groot kon worden. Dan nog durf ik de stelling aan dat we pas aan het begin staan.’ Markt krijgt klap op klap In bekende eindplaatjes is voor Nederland in 2050 tot ruwweg 200 gigawattpiek aan zonne-energie getekend. Bijna tien keer zoveel als wat er nu staat. Dat is nog een enorme sprong, zeker nu de groei van de afgelopen jaren lijkt te stokken. De zonne-energiemarkt krijgt momenteel klap op klap. Steeds minder huizenbezitters schaffen vanwege het naderende einde van de salderingsregeling of de terugleverboetes van energiebedrijven zonnepanelen aan. Steeds meer zonnepanelen-installateurs gaan daardoor failliet. Door overaanbod op zonnige dagen daalt de prijs van zonnestroom soms tot onder nul. Op bedrijventerreinen of op afgelegen weilanden verhindert netcongestie dat zonnedaken of - parken aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet. Niet het einde, maar het begin van zonne-energie Ook Sinke krijgt het allemaal mee. ‘Ik kan het niet mooier maken dan het is. Het is ongelooflijk vervelend en frustrerend dat dit nu gebeurt. Toch moeten we elkaar niet gaan wijsmaken dat dit het einde van zonne-energie is. Dit is niet het einde van zonne-energie, dit is feitelijk het begin’, zegt hij. ‘Ook moeten we elkaar niet wijsmaken dat we dit niet hebben zien aankomen. Het is logisch dat als je heel snel groeit, je te maken krijgt met beperkingen in het elektriciteitsnet of het niet goed op elkaar afgestemd zijn van vraag en aanbod. Dat mag niet als een verrassing komen, al maakt het dat niet minder vervelend. Als je maar niet de conclusie trekt: het is allemaal voor niets geweest. Laten we naar de volgende technologie overstappen. Nee, zonne-energie en ook windenergie zijn de twee hoekstenen van het toekomstig energiesysteem. We moeten alleen zo snel mogelijk door die zure appel heen bijten. Liefst ook gezamenlijk, zonder elkaar ergens de schuld van te geven.’[caption id="attachment_164896" align="alignnone" width="900"] Wim Sinke ziet een combinatie van windturbines, zonnepanelen en een batterij als de toekomst van het energiesysteem. | Credits: Getty Images[/caption] Leren van fouten en verder gaan Volgens hem zitten we in een grootschalig leerproces, waar fouten en mislukkingen inherent aan zijn. ‘Het enige verwijt kan straks zijn als je niet leert van je fouten of geen aanpassingen durft te maken. Dan maak je echt een grote fout. Maar iets anders proberen als dingen mislukken is prima. Dat is hoe zonne-energie is gekomen waar we zijn. Dat is een maatschappelijk leerproces naast het technologisch proces, wat een adembenemend en doorslaand succes is geweest in de afgelopen decennia’, zegt hij.‘We wisten dat dit eraan zat te komen. Het is in allerlei rapporten uitgerekend. Maar het is als maatschappij, als economie en als sector heel moeilijk om te reageren op een voorspelling ergens in een rapport. Dat zie je ook met klimaatverandering. Wat we nu meemaken mag niet als een verrassing komen. Maar je merkt dat er pas echt actie wordt ondernomen als het letterlijk en figuurlijk voelbaar wordt en het niet alleen een voorspelling is in een rapport. Als het voelbaar wordt, kun je twee dingen doen. Je kunt je kop in het zand steken en denken: het is zo alles omvattend en moeilijk en kostbaar, we gaan een stapje terugdoen. Zoals nu gebeurt. Je kunt ook zeggen: het is nu zo voelbaar, nu moeten we echt aan de bak.’ Overal oplossingen Sinke ziet overal oplossingen die de grootste problemen nu al deels kunnen oplossen. Bedrijven die elkaars zonnestroom gebruiken in een energy hub. Zonneparken die zelf een eigen stroomnet aanleggen. Slimme apps en energiemanagementsystemen die ervoor zorgen dat zonnestroom wordt gebruikt op de momenten dat het wordt opgewekt en weer wel wat waard wordt. En energiebedrijven die dat stimuleren door in het weekend gratis stroom aan te bieden.Maar ook zonnepanelenbezitters die thuisbatterijen aanschaffen om de zonnestroom op te slaan voor later gebruik. Of die hun energie van het dak opslaan in een warm water boiler of hun eigen huis.Met name energieopslag en -omzetting kunnen volgens Sinke netcongestie verlichten en helpen vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, zodat te grote prijsschommelingen verdwijnen of daarvan juist gebruik gemaakt kan worden. Hij denkt dat ook de energiecentrale van de toekomst een gecombineerd park is met windturbines, zonnepanelen en een batterij. Letterlijk en op systeemniveau voor Nederland als geheel. Ultieme prikkel om stappen te zetten Volgens Sinke dwingen de huidige problemen tot innovatieve oplossingen. ‘Je kunt zeggen: zonnestroom is niets meer waard. Je kunt ook zeggen: dit is de ultieme prikkel om de stappen te gaan zetten die sowieso nodig zijn op de iets langere termijn. Bijvoorbeeld opslag en afstemming van vraag en aanbod’, zegt hij. ‘De zonne-energiesector moet nu een verbond sluiten met de sector voor energieopslag, in de eerste plaats voor batterijen. Je hebt straks niet meer een zonnepaneel dat goedkope stroom levert. Nee, je hebt een hernieuwbaar energiesysteem dat stroom levert op het moment dat je het nodig hebt, of als die stroom veel waard is. Met de flexibiliteit die daar voor nodig is.’ Positieve peptalk voor de toekomst Deze positieve peptalk geeft hij ook op 5 november als spreker op het Sunchain-congres in Den Bosch. ‘Ik wil het drama dat zich afspeelt in de Nederlandse zonne-energiesector niet bagatelliseren, maar tegelijkertijd denk ik dat dit een hobbel is in een sterk stijgende trend op de lange termijn. Een hobbel die niet als een verrassing mag komen, maar wel een heel vervelende’, zegt Sinke.De toekomstige groei van zonne-energie schuilt volgens hem onder meer in nieuwe technologieën, met een nog hoger rendement dan het nu toegepaste silicium, maar ook in nieuwe en betere toepassingen. Bijvoorbeeld geïntegreerd in gebouwen, op auto’s, infrastructuur of in de landbouw. Of het vaker plaatsen van zonnepanelen op het oosten en westen, in plaats van alleen op het zuiden. Dat spreidt de opwekking van stroom en voorkomt pieken rond de middag.Sinke: ‘Het gaat er nu om: hoe vertellen we elkaar het juiste verhaal? Hoe houden we elkaar vast en hoe houden we de moed erin? Want als je deze problemen weet op te lossen, dan kun je verder groeien naar de hoeveelheden zonne-energie die als een stip op de horizon zijn neergezet. Dat is acht tot tien keer meer dan vandaag.’ Lees ook:Zonnestroom niets waard? Wel als je die als ‘prosument’ zelf gebruikt of opslaat Professor Wim Sinke: 'Tien keer zoveel zonne-energie is mogelijk' Zonne-energie is meer dan zonnepanelen op je de dak: 5 kansrijke innovaties De wereld draait straks op zonne-energie, dus waarom zo negatief?