Wilke Wittebrood
26 januari 2026, 18:10

PeelPioneers maakt doorstart: circulaire fabriek gered, vezelproductie naar Spanje

Na het faillissement in december is de circulaire scaleup PeelPioneers gered. De activiteiten worden opgesplitst: de sinaasappelschillenfabriek in Den Bosch gaat verder onder leiding van ‘foodveteraan’ Rimmert de Jong, de biochemietak verhuist naar Spanje. ‘Dit mag niet verloren gaan, dacht ik.’

PeelPioneers failliet, doorstart Medeoprichter Bas van Wieringen (foto) blijft bij de doorstart van PeelPioneers betrokken. 'Ik ben blij dat het boek een nieuw hoofdstuk krijgt.’ | Credits: PeelPioneers

Witte rook voor PeelPioneers: de activiteiten van de in december failliet verklaarde sinaasappelschillenverwerker zijn gesplitst en aan twee verschillende partijen verkocht. ‘Een dubbele doorstart’, zegt medeoprichter Bas van Wieringen in een telefonische toelichting.

De fabriek in Den Bosch gaat door als PeelPioneers Ingredients. ‘Foodveteraan’ Rimmert de Jong neemt de activiteiten over, gesteund door een anonieme investeerder. Beiden hebben een belang van 50 procent in het nieuwe bedrijf. Welk bedrag er met de deal gemoeid is, delen de nieuwe eigenaren niet.

De Jong is een goede bekende van de circulaire scaleup. Tot voor kort was hij ceo van Royal Steensma, een leverancier van bakkerijproducten als gekonfijt fruit en amandelspijs en een van de grootste klanten van PeelPioneers.

Sinaasappelschillen verwerken tot ingrediënten voor industrie

Vanaf 1 februari zwaait De Jong de scepter over een circulaire fabriek waar wekelijks zo’n 250 ton sinaasappelschillen worden verwerkt tot sinaasappelblokjes en -olie. Ingrediënten voor de voedsel- en verzorgingsindustrie: de blokjes gaan naar Royal Steensma, de olie wordt onder meer verwerkt in de mayo’s van Mayoneur, het bier van Two Chefs Brewing en de schoonmaakmiddelen van Seepje.

De technologie om grondstoffen uit sinaasappelschillen te halen komt uit de koker van Sytze van Stempvoort. Als student scheikunde in het Engelse York werkt hij mee aan het Orange Peel Exploitation Company-project (OPEC), een internationale samenwerking tussen verschillende universiteiten om zo veel mogelijk uit citrusschillen te halen. Denk aan grondstoffen voor bioplastic en biobrandstof.

Eenmaal terug in Nederland pitcht hij het idee om er een bedrijf van te maken op een ondernemersevent. Van Wieringen en Lindy Hensen, naast co-founders van PeelPioneers ook de mensen achter accelerator Tekkoo, zien er iets in. Met 1 miljoen euro startkapitaal bouwen ze in 2017 de eerste pilotfabriek van het bedrijf, in Son en Breugel.

Die sinaasappelblokjes waren De Jongs eigen idee. ‘In 2017 bezocht ik de oprichters in hun pilotfabriek in Son en Breugel’, vertelt hij. ‘Toen heb ik gezegd: pak de mooiste schillen en maak daar blokjes van, dan ga ik die van jullie kopen. Daarvoor kochten we die volledig in Italië in – nou, ze vielen daar van hun stoel toen ze dit hoorden. In 2023 en 2024 waren de oogsten in Italië heel slecht, toen zijn de volumes van PeelPioneers zelfs onze redding geweest.’

Dit mag niet verloren gaan, dacht De Jong dan ook toen hij hoorde van het faillissement. ‘Qua timing kwam het heel goed uit. Royal Steensma is twee jaar geleden verkocht aan het Amerikaanse Dawn Foods. De afspraak was dat ik tot 1 februari van dit jaar aan zou blijven als bestuurder.’

PeelPioneers: ‘Open en gesloten’ fabriek

De Jong start door met een team van twaalf tot vijftien mensen, die al in de fabriek werkzaam waren. Vanaf 2 februari moet de schillenfabriek, die inmiddels zo’n anderhalve maand stil ligt, weer volledig operationeel zijn.

Bij het faillissement had PeelPioneers 40 mensen in dienst; hoeveel medewerkers in totaal hun baan behouden, is nog niet bekend. Dat heeft te maken met het tweede deel van de ‘dubbele doorstart’.

In Den Bosch draaiden namelijk twee processen naast elkaar: een mechanisch proces waarbij geur- en smaakstoffen uit de schillen werden gehaald (de zogeheten ‘open fabriek’) en een chemisch proces waarbij vezels uit de schillen werden gehaald (de ‘gesloten fabriek’). Die vezels worden gebruikt als natuurlijk bind- of verdikkingsmiddel in bijvoorbeeld vleesvervangers en sauzen.

De open en gesloten fabriek opereerden voor het faillissement al gescheiden van elkaar, in aparte hallen, en zijn gescheiden verkocht. De biochemietak, inclusief IE-rechten, is ingelijfd door het Spaanse foodtechnologiebedrijf CEAMSA – ook een klant. De nieuwe eigenaar wil de vezelproductie naar de regio Murcia verplaatsen.

‘De citrusregio van Spanje’, zegt Van Wieringen. PeelPioneers had zelf plannen om in dit gebied een vezelfabriek te openen. ‘CEAMSA zet die plannen voort met ons technische team. Om hoeveel mensen dat gaat, zijn we nog aan het uitzoeken.’

De founder blijft bij beide doorstarts betrokken. ‘Om de overgang te begeleiden en de business verder te ontwikkelen’, zegt hij. ‘Maar ik kom niet in dienst.’

Opstart fabriek duurde langer dan verwacht

Technisch gezien bestond het bedrijf uit twee totaal verschillende onderdelen, noteert ook curator Dirk School in het eerste faillissementsverslag. Hij besloot beide divisies te splitsen voor een grotere kans op een succesvolle verkoop. Wegens financiële problemen lag de vezelproductie toen al een tijdje stil.

In 2020 scoorde PeelPioneers 10 miljoen euro voor de bouw van de schillenfabriek in Den Bosch. De Europese Investeringsbank legde in via het European Circular Bioeconomy Fund (ECBF) en ook Rabobank, Stichting Doen en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) haakten aan. Maar met een fabriek vol zelfontwikkelde machines, die bovendien allemaal aan elkaar gekoppeld moesten worden, duurde de opstart langer dan verwacht.

Om de kosten te kunnen blijven dekken, moest de scaleup de afgelopen twee jaar extra financiering ophalen – via crowdfunding, maar ook via brugrondes van aandeelhouders. Het duurde tot eind 2024 voor de fabriek volledig operationeel was en tot het derde kwartaal van 2025 voordat de verkoop goed op stoom kwam. ‘In de tweede helft van 2025 is de verkoop exponentieel gestegen’, zegt Van Wieringen. ‘Die cijfers hadden we eigenlijk al drie kwartalen eerder aan onze investeerders willen laten zien.’

Nieuw hoofdstuk voor PeelPioneers

Alleen draaide de fabriek op dat punt nog geen break-even, waarop de bereidheid van aandeelhouders om bij te storten afnam, blijkt uit het verslag van de curator. Op zoek naar nieuwe financiering werd in 2025 al gestart met onderhandelingen voor de verkoop van beide divisies, al dan niet in combinatie met een overbruggingsfinanciering.

‘Dat is toen niet gelukt’, zegt Van Wieringen. ‘De route die we nu bewandelen, komt in de buurt van de uitkomst die we toen voor ogen hadden.’ Waren de nieuwe eigenaren toen al als potentiële kopers in beeld? ‘Daar kan ik niets over zeggen.’ Maar, benadrukt hij desgevraagd, het faillissement was zeker geen vooropgezet een-tweetje. ‘Absoluut niet.’

De fabriek van PeelPioneers is een zogeheten first of a kind-fabriek; de eerste in zijn soort. Van Wieringen: ‘De afgelopen jaren hebben we ervaren hoe uitdagend het is om zo’n fabriek op te zetten. Gemiddeld kost dat twintig jaar en tussen de 20 en 30 miljoen euro aan investeringen, blijkt uit onderzoek. Wij waren nog geen tien jaar bezig en hebben in die tijd 15 miljoen opgehaald – in die zin deden we het nog niet zo slecht.’

De doorstart is voor hem een bevestiging dat PeelPioneers bezig was met ‘dingen die hout snijden’. ‘Het doet me enorm goed dat uitgerekend deze industrieveteranen zijn ingestapt. Sytze, Lyndy en ik zijn PeelPioneers begonnen omdat we willen laten zien dat de circulaire economie op grote schaal kan werken. Ik ben blij dat dat boek nu een nieuw hoofdstuk krijgt.’

Lees ook:

Verbod op fossiele reclame symboolpolitiek? Dat is precies de misvatting

Toen Amsterdam afgelopen week aankondigde fossiele reclame uit de publieke ruimte te weren, klonk vrijwel direct het verwijt: symboolpolitiek. Het zou weinig effect hebben, vooral bedoeld zijn voor de bühne en afleiden van ‘echte’ maatregelen. Maar wie zo redeneert, miskent hoe maatschappelijke transities daadwerkelijk verlopen, en onderschat vooral de rol die symbolen, beelden en associaties daarin spelen.Juist omdat de klimaattransitie zo ingrijpend is, draait zij niet alleen om techniek, prijzen of infrastructuur, maar ook om wat we als samenleving normaal, wenselijk en vanzelfsprekend vinden. En precies daar oefent reclame haar grootste invloed uit.Reclame is namelijk geen neutraal informatiekanaal. Ze vertelt ons niet alleen wat er te koop is, maar vooral wat erbij hoort. Door herhaling, aantrekkelijke beelden en rolmodellen normaliseert reclame bepaald gedrag: verre vliegreizen als vrijheid, grote auto’s als succes, overvloedige consumptie als beloning. Dat gebeurt grotendeels onbewust, maar met grote maatschappelijke impact. Fossiele reclame normaliseert niet-duurzaam gedrag In het advies dat we met een groep wetenschappers in 2023 opstelden voor de Tweede Kamer, laten we zien dat fossiele reclame structureel niet-duurzaam gedrag normaliseert. Ze wekt de indruk dat dit gedrag gangbaar is, breed geaccepteerd en sociaal gewenst. Daardoor ontstaat een vertekend beeld van de werkelijkheid: mensen denken dat ‘iedereen’ vliegt, veel consumeert en weinig geeft om duurzaamheid, terwijl onderzoek laat zien dat veel mensen juist wél duurzame waarden en intenties hebben.Die misperceptie heeft gevolgen. Ze ontmoedigt individuen om duurzaam gedrag te vertonen of uit te dragen (“wat maakt mijn keuze uit?”), maar ook overheden en bedrijven om ambitieus beleid te voeren (“is hier wel draagvlak voor?”). Zo ontstaat wat gedragswetenschappers Thijs Bouman en Linda Steg een spiral of inaction noemen: een zichzelf versterkende dynamiek waarin iedereen afwacht, terwijl veel mensen eigenlijk verandering willen.Vanuit dat perspectief is een reclameverbod allesbehalve triviaal. Door fossiele reclame te weren uit de publieke ruimte, wordt niet-duurzaam gedrag minder zichtbaar, minder aantrekkelijk en vooral minder vanzelfsprekend. Dat is geen detail, maar een fundamentele ingreep in het symbolische landschap waarin keuzes worden gemaakt. Mensen leiden sociale normen af uit omgevingssignalen Symbolen doen namelijk werk. Mensen leiden sociale normen niet af uit beleidsstukken of statistieken, maar uit signalen in hun omgeving: wat zien we op straat, in media, op billboards? Wanneer de overheid expliciet zegt: dit gedrag promoten we hier niet meer, dan is dat een krachtig institutioneel signaal. Het verschuift de morele lat: van “dit hoort erbij” naar “hier moeten we kritisch naar kijken”.Wetenschappelijk onderzoek onderbouwt dat zulke normerende signalen effect hebben. Studies laten zien dat publieke besluiten (zoals wetten of rechterlijke uitspraken) waargenomen sociale normen kunnen verschuiven, zelfs zonder directe gedragsdwang. Mensen voelen zich gesteund om positie te kiezen zodra ze merken dat zij niet alleen staan. Dat kan leiden tot kantelpunten, waarin nieuw gedrag zich sneller verspreidt en beleid en draagvlak elkaar versterken. Reclameverbod alleen niet genoeg Belangrijk daarbij is: een reclameverbod is geen eindpunt. In ons advies benadrukken we expliciet dat zo’n verbod essentieel, maar niet voldoende is. Aanvullend beleid blijft nodig om duurzame keuzes daadwerkelijk goedkoper, makkelijker en comfortabeler te maken. Zolang vliegen structureel goedkoper is dan de trein, blijft duurzaam gedrag voor veel mensen moeilijk, hoe goed hun intenties ook zijn.Maar die constatering pleit niet tegen normering; ze pleit voor volgorde en samenhang. Wie zegt dat we eerst alle randvoorwaarden perfect op orde moeten hebben voordat we normen stellen, zet de transitie op slot. Juist normstellende maatregelen kunnen het gesprek verschuiven van individuele schuld naar systeemverantwoordelijkheid en zo vervolgmaatregelen aanjagen. Het alternatief (wachten, nuanceren, blijven normaliseren wat we eigenlijk willen afbouwen) is geen neutrale keuze. Dat betekent in de praktijk dat fossiele reclame haar werk ongestoord kan blijven doen: consumptie aanjagen, normen vervormen en transitie vertragen.Dus ja, een reclameverbod is symbolisch. Maar in een wereld waarin reclame zélf vooral via symbolen werkt, is dat precies waarom het zo krachtig is. Het verandert niet alles in één keer, maar het zet iets fundamenteels in beweging: wat we normaal vinden. En zonder die verschuiving komt geen enkele transitie van de grond. Reint Jan Renes is gedragswetenschapper en lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan de Hogeschool van Amsterdam.Lees ook:Gedrag met hoge CO2-impact moeilijk te veranderen, maar Milieu Centraal ziet toch veel kansen Polarisatie kan teken van sociaal kantelpunt zijn', zegt hoogleraar duurzaamheid & marketing Jan Willem Bolderdijk Groene voornemens voor 2026: met deze 19 keuzes verklein je je klimaatvoetafdruk