Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
28 november 2025, 11:00

Na notitieboekjes wil MOYU ook verpakkingsindustrie boomvrij maken, met verpakkingen van steenpapier

MOYU staat al jaren bekend om de notitieboekjes van steenpapier, met uitwisbare inkt. Nu betreedt het merk ook een ander markt. Het lanceert een herbruikbare verpakking van steenpapier. ‘Over een paar jaar is dit de norm.’

circulaire verpakking moyu steenpapier Verpakkingskarton is goed voor zeker 60 procent van de vraag naar papier en karton in Nederland. | Credits: Getty Images

‘We hebben het vaak over single-use plastics. Waarom praten we niet ook over single-use papier? Juist bij papier wordt het heel normaal gevonden om het eenmalig te gebruiken. We gooien het in de papierbak en denken dat we goed bezig zijn. Maar dat is een valse perceptie’, zegt Roel Schatorjé, oprichter van MOYU.

De realiteit is dat de papierindustrie heel vervuilend is, weet Schatorjé. Om papier te maken van hout zijn grote hoeveelheden water en chemicaliën nodig. De papierindustrie behoort wereldwijd tot de top vijf meest energie-intensieve industrieën.

Bovendien blijven we maar nieuwe bomen nodig hebben. ‘Papiervezels worden snel korter bij recycling’, legt Schatorjé uit. ‘In dat proces wordt dus altijd ongeveer een derde nieuw materiaal toegevoegd. En ook in de recycling worden water en chemicaliën gebruikt. Nederlands beleid is heel erg gericht op het recyclen van die afvalstromen, maar we kunnen het probleem beter bij de bron aanpakken.’

MOYU-oprichter Roel Schatorjé

MOYU-oprichter Roel Schatorjé.

Steenpapier steeds opnieuw te gebruiken

Schatorjé richtte in 2018 MOYU op om een alternatief te bieden voor single-use paper. Zijn baan bij Rabobank liet hij achter zich. ‘Ik was daar om impact te maken, maar het ging me niet snel genoeg. Ik dacht: als het me lukt om 100.000 bomen te planten, heb ik vast een meer fulfilling leven. Dus dat ging ik doen.’ MOYU betrad de markt met notitieboekjes van steenpapier. Daarvoor worden geen bomen gekapt. Het bedrijf plant wél een nieuwe boom voor elk verkocht boekje.

Steenpapier wordt grotendeels gemaakt van kalksteen. Dat is een reststroom uit de mijnindustrie. Om het papier te maken wordt ook een kleine hoeveelheid van de kunststof HDPE toegevoegd. Nieuw of gerecycled, dat hangt van de toepassing af. Het steenpapier is tot 500 keer te gebruiken en kan volledig gerecycled worden.

Jarenlang ging gingen de verkopen door het dak, maar daarna stagneerde de groei. Om nieuwe doelgroepen aan te spreken introduceerde het bedrijf onder meer flipovers, sticky notes en producten voor spellen. Deels uit strategische overwegingen, deels vanuit de wens om meer impact te maken. ‘Met alleen notitieboekjes gaan we de wereld niet redden. We kunnen alleen een circulaire papierindustrie bouwen als we een oplossing hebben voor alles wat nu van papier en karton is.’

Enter: verpakkingskarton. Dat is in kilo’s goed voor zeker 60 procent van de vraag naar papier en karton in Nederland. In die markt ziet MOYU enorme kansen. Schatorjé: ‘Het is een markt met een hoge productie en een hoge vraag.’

Verpakkingen van steenpapier met statiegeld

Wie iets in de webshop van MOYU bestelt, kan vanaf nu kiezen voor een waterproof herbruikbare verpakking van steenpapier. Daar betaal je 3,95 euro statiegeld voor. Lever je de verpakking in bij geselecteerde inzamelpunten, dan krijg je dat bedrag weer terug.

Dat statiegeld is een belangrijk onderdeel van het plan van MOYU. Want hoewel steenpapier goed te recyclen is, zijn de notitieboekjes zo lang te gebruiken dat er nauwelijks afval wordt teruggestuurd. Voor een effectief recyclingsysteem zijn – hoe scheef dat ook klinkt – grotere hoeveelheden te recyclen materiaal nodig. De circulerende verpakkingen van steenpapier moeten zorgen voor een hoeveelheid die het ook voor afvalverwerkers interessant maakt.

MOYU-notitieboekjes

Voor een kleine vier euro krijg je je notitieboekje thuisbezorgd in een herbruikbare verpakking van steenpapier. | Credits: MOYU

Nieuw businessmodel

De verpakking van steenpapier is nu alleen nog een optie op MOYU’s website, maar het bedrijf werkt aan uitbreiding. Het wil de verpakkingen in eerste instantie aanbieden aan andere duurzame webshops. Die winkels betalen een bepaald bedrag per verpakking voor het gebruik.

Het bedrijf zet daarnaast een pilot op met grote leveranciers van verpakkingen in Nederland. Samen willen ze het concept testen bij boekverpakkingen. Vrijwel alle verkopen van boeken in Nederland gaan via het Centraal Boekhuis, wat dit een ideale overzichtelijke testcase zou maken, legt Schatorjé uit.

Uiteindelijk moeten zo veel mogelijk bedrijven overstappen op de verpakkingen van steenpapier. MOYU heeft de wetgeving in elk geval mee. De Europese Regulation on Deforestation-free products (EUDR) zorgt er vanaf 30 december voor dat bedrijven alleen goederen en producten op de markt mogen brengen die niet zorgen voor ontbossing of aantasting van bossen. En de nieuwe Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) wordt de komende jaren stapsgewijs ingevoerd om het gebruik van duurzame verpakkingen te stimuleren. Bedrijven worden financieel gestraft voor het gebruik van moeilijk te recyclen verpakkingen.

Dat zal de vraag naar de herbruikbare verpakkingen van steenpapier enorm stimuleren, verwacht Schatorjé. De grote vraag is: hoe krijg je consumenten zo ver dat ze extra moeite doen voor het inleveren van hun pakketdoos? Schatorjé: ‘Dat heeft vooral met gemak te maken. Hoe meer inzamelpunten, hoe makkelijker het wordt. Ik hoop dat we in de toekomst niet alleen inzamelapparaten voor flesjes en blikjes hebben, maar ook voor verpakkingen.’

Circulaire productie in Nederland

De producten van MOYU worden nu nog in Taiwan gemaakt, waar de enige steenpapierfabriek ter wereld staat. Met een subsidie van Versnellingshuis Nederland Circulair onderzoekt het bedrijf nu of de productie ook in Nederland kan plaatsvinden.

Kalksteen is er genoeg; dat wordt onder meer gebruikt in waterzuiveringsinstallaties. De grote uitdaging is de productie zelf. MOYU test momenteel verschillende bindmiddelen voor zijn producten. Een eigen fabriek hoeft Schatorjé niet per se, benadrukt hij. Hij kijkt liever naar de infrastructuur die er al is. ‘Zoals plasticfabrikanten die deels kalksteen verwerken. We kijken of we dat om kunnen draaien.’

De 100.000 geplante bomen heeft het bedrijf inmiddels ruimschoots bereikt. ‘We zitten nu boven de 375.000’, vertelt Schatorjé trots. ‘Dat is fantastisch om te zien. Maar uiteindelijk moeten we met z’n allen vooral ook minder bomen gaan kappen.’

Leer ook:

Van ronkende motor naar stille en schone toekomst: de bouw maakt zich klaar voor nul uitstoot

De emissievrije bouwplaats komt eraan. Waar nu nog dieselwolken hangen, is de lucht straks helder en hoor je het zachte gezoem van elektrische machines. Toch is de weg naar nul uitstoot allesbehalve stil. Deze transitie vraagt om lef, nieuwe rollen en vooral samenwerking tussen aannemers, opdrachtgevers, netbeheerders en leveranciers. 'We hebben nu de kennis, de koplopers en de wil. Het is tijd om de rest mee te nemen.' Alles komt samen op bouwplaats Nederland bouwt als nooit tevoren. Er is woningnood en bedrijven breiden verder uit. Maar intussen zijn er ook nog klimaatdoelen en problemen met stikstof. Al die ambities en uitdagingen komen samen op de bouwplaats, die aan het begin staat van een duurzame transitie. En die komt geen dag te vroeg, benadrukt Arjan Walinga van Bouwend Nederland. 'Als we als sector niet voldoen aan de stikstofregels, dan kunnen we straks helemaal niet meer bouwen.'Bovendien – en dat kan volgens hem niet vaak genoeg worden gezegd – levert deze transitie duidelijke voordelen op voor mensen die dagelijks op de bouwplaats actief zijn. Geen gebrul van motoren en ook geen geur van diesel. Alleen het gezoem van machines die hun werk doen. 'Wij horen kraanmachinisten zeggen dat ze niet meer de hele dag trillend op hun stoel zitten. Ze zijn ook minder moe. Het overgrote deel wil niet meer terug als ze eenmaal met een elektrische machine werken. Dat zegt eigenlijk alles.' Stikstofslot wakkert ambities aan Er zijn al gebieden waar nul uitstoot echt de norm is - niet alleen voor CO2, maar vooral voor stikstof. 'Sinds Johan Vollenbroek met zijn rechtszaken de bouw tijdelijk stillegde, weten we hoe kwetsbaar we als sector zijn', vertelt Walinga. Toch is uit die noodsituatie iets moois ontstaan. We staan nu in de top drie van landen die het verst zijn met emissieloos bouwen.'Er zijn zelfs al bouwbedrijven die uit eigen beweging ambitieuze stappen zetten. Zij hebben dieselaggregaten en oude vrachtwagens weggedaan en zijn volop aan het elektrificeren. Maar wie nu denkt dat elektrisch bouwen vooral een kwestie is van 'de stekker erin en gaan', vergist zich. 'Het is een heel nieuw spel', vertelt collega Ivo van Zon, beleidsadviseur emissieloos bouwen en vervoeren bij Bouwend Nederland. Een nieuwe rol: het leggen van de energiepuzzel 'Waar vroeger de brandstoftank het sluitstuk van het project was, begint alles nu met energie. Je moet ergens je elektrische materieel kunnen laden. Je moet van tevoren weten waar de aansluitingen zitten, hoeveel stroom je nodig hebt en of je met accupakketten gaat werken', zo legt hij uit. 'Dit vraagt om een compleet andere manier van plannen en samenwerken. De aannemer moet in gesprek met de opdrachtgever en soms zelfs met de netbeheerder. Energievoorziening is geen bijzaak meer, maar een strategische factor.'En omdat dit nu zo belangrijk is, doen bouwbedrijven er volgens Bouwend Nederland verstandig aan om iemand aan te wijzen die verantwoordelijk is voor het leggen van de energiepuzzel. ‘Het zou ons niet verbazen dat, gezien het belang van energie op de bouwplaats, we op termijn een nieuwe CEO – een Chief Energy Officer – krijgen in het MT van bouwbedrijven,’ voegt Walinga toe. Dat is iemand die de complete energiehuishouding van de bouwplaats plant en monitort.'Voorheen zette je een dieseltank neer of reed je langs met tankwagens', aldus van Zon. 'Maar voor een duurzame bouwplaats moet je de hele logistiek modelleren. Wanneer laadt welke machine en hoeveel kilowattuur heb je daar bijvoorbeeld voor nodig? Het is echt een andere tak van sport.' Samenwerking als struikelblok Grote transities gaan nooit vanzelf, zo'n pad ligt altijd bezaaid met hobbels waar voeten en wielen als vanzelf tegenaan botsen. Om te begrijpen waar het in deze transitie stroef loopt, liet Bouwend Nederland een onderzoek uitvoeren door nlmtd. Leonie Dorresteijn werkt daar als consultant en zij begeleidde het traject. ‘Het onderzoek richtte zich op kortdurende projecten in de grond-, weg- en waterbouw (GWW), omdat daar al veel technologische oplossingen beschikbaar zijn en de uitdagingen vooral in de samenwerking liggen’, vertelt ze.De uitdaging zit dus niet in de techniek, maar in de samenwerking.' Haar conclusie is dan ook glashelder: de bouwplaats wordt pas emissievrij als partijen in de keten elkaar beter gaan vinden. 'Wie berekent de energiebehoefte? Wie zorgt voor de aansluiting? Dat is nu vaak onduidelijk. Verder concluderen we dat kennis te veel blijft hangen bij koplopers, terwijl de rest toekijkt en niet weet waar zij moeten beginnen.'Ook de menselijke kant mag niet worden vergeten, benadrukt Dorresteijn. 'We praten vaak over techniek, maar deze transitie gaat ook over vertrouwen en veiligheid. Over mensen die ineens op een andere manier moeten samenwerken en van elkaar moeten leren. Het gevoel dat hierbij leeft, bepaalt of de transitie slaagt.' Om die samenwerking te verbeteren, formuleerde nlmtd een aantal versnellers: kennisdeling, duidelijke rolverdeling en het eerder meenemen van energievoorziening in het ontwerp- en aanbestedingsproces. 'Als je pas aan het eind over stroom laden nadenkt, ben je te laat. Energievoorziening moet een onderdeel worden van het ontwerp zelf.' De praktijk van emissieloos bouwen Koplopers als Martens en Van Oord laten zien dat het kan. Dat bedrijf vaart inmiddels met een volledig elektrisch baggerschip. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Tussen de twee en vier procent van al het bouwmaterieel in Nederland is nu emissievrij, de rest draait nog steeds op diesel. Schoner weliswaar dan tien jaar geleden, maar het blijft diesel.Daar is een logische verklaring voor, legt Walinga van Bouwend Nederland uit. 'Je kunt dat materieel niet allemaal in één keer afschrijven. Het zijn vaak nog prima machines en we hebben die capaciteit momenteel hard nodig. De overgang moet dus geleidelijk.'Volgens zijn collega Van Zon ligt de sleutel bij opdrachtgevers. 'Zo kan de overheid bijvoorbeeld het verschil maken door langere contracten af te sluiten. Aannemers investeren pas in duur materieel als ze zekerheid hebben dat ze het ook jaren kunnen inzetten.' Dat besef begint langzaam maar zeker te groeien bij waterschappen en bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Dorresteijn vult aan: ‘Als je naar de total cost of ownership kijkt, kan elektrisch goedkoper zijn. En het levert nog meer op: schonere lucht op de bouwplaats, gezondere mensen en een toekomstbestendige sector.Soms komt de innovatie van onderaf. 'Zo sprak ik recent met aannemers die zelf accu’s door het land rijden', vertelt Walinga. 'Ze verhuren hun batterijen aan andere bedrijven. Dat ondernemerschap moeten we alleen maar toejuichen. De bouw zit vol doeners die kansen zien, maar ze hebben wel ruimte nodig om te experimenteren.' Omstandigheden zijn gunstig De transitie vraagt ook om een ander soort leiderschap. Niet de klassieke projectmanager, maar de verbinder die alle partijen bij elkaar kan brengen. Investeer verder in kennis, is de oproep van Bouwend Nederland. Elektrotechniek is cruciaal voor het slagen van deze transitie, want zonder die knowhow kun je het gesprek over batterijpakketten en netaansluitingen niet voeren.Of deze transitie de versnelling krijgt die het nu nodig heeft? Leonie Dorresteijn van nlmtd is in ieder geval optimistisch. 'Ja, er zijn veel uitdagingen en dat maakt de praktijk weerbarstig. Maar we hebben nu de kennis, de koplopers en de wil. Het is nu tijd om de rest mee te nemen. De technologie is er, maar het vraagt leiderschap, samenwerking en lef om het systeem écht open te breken.' Lees ookHoe data en AI de energietransitie versnellen: lessen uit de Rotterdamse haven Van ambitie naar actie: hoe Impact Nation bedrijven echt laat verduurzamen Schiphol werpt zich op als 'groene proeftuin' met waterstofpilot en taxibotsDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner nlmtd. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.