De emissievrije bouwplaats komt eraan. Waar nu nog dieselwolken hangen, is de lucht straks helder en hoor je het zachte gezoem van elektrische machines. Toch is de weg naar nul uitstoot allesbehalve stil. Deze transitie vraagt om lef, nieuwe rollen en vooral samenwerking tussen aannemers, opdrachtgevers, netbeheerders en leveranciers. ‘We hebben nu de kennis, de koplopers en de wil. Het is tijd om de rest mee te nemen.’
Alles komt samen op bouwplaats
Nederland bouwt als nooit tevoren. Er is woningnood en bedrijven breiden verder uit. Maar intussen zijn er ook nog klimaatdoelen en problemen met stikstof. Al die ambities en uitdagingen komen samen op de bouwplaats, die aan het begin staat van een duurzame transitie. En die komt geen dag te vroeg, benadrukt Arjan Walinga van Bouwend Nederland. ‘Als we als sector niet voldoen aan de stikstofregels, dan kunnen we straks helemaal niet meer bouwen.’
Bovendien – en dat kan volgens hem niet vaak genoeg worden gezegd – levert deze transitie duidelijke voordelen op voor mensen die dagelijks op de bouwplaats actief zijn. Geen gebrul van motoren en ook geen geur van diesel. Alleen het gezoem van machines die hun werk doen. ‘Wij horen kraanmachinisten zeggen dat ze niet meer de hele dag trillend op hun stoel zitten. Ze zijn ook minder moe. Het overgrote deel wil niet meer terug als ze eenmaal met een elektrische machine werken. Dat zegt eigenlijk alles.’
Stikstofslot wakkert ambities aan
Er zijn al gebieden waar nul uitstoot echt de norm is – niet alleen voor CO2, maar vooral voor stikstof. ‘Sinds Johan Vollenbroek met zijn rechtszaken de bouw tijdelijk stillegde, weten we hoe kwetsbaar we als sector zijn’, vertelt Walinga. Toch is uit die noodsituatie iets moois ontstaan. We staan nu in de top drie van landen die het verst zijn met emissieloos bouwen.’
Er zijn zelfs al bouwbedrijven die uit eigen beweging ambitieuze stappen zetten. Zij hebben dieselaggregaten en oude vrachtwagens weggedaan en zijn volop aan het elektrificeren. Maar wie nu denkt dat elektrisch bouwen vooral een kwestie is van ‘de stekker erin en gaan’, vergist zich. ‘Het is een heel nieuw spel’, vertelt collega Ivo van Zon, beleidsadviseur emissieloos bouwen en vervoeren bij Bouwend Nederland.
Een nieuwe rol: het leggen van de energiepuzzel
‘Waar vroeger de brandstoftank het sluitstuk van het project was, begint alles nu met energie. Je moet ergens je elektrische materieel kunnen laden. Je moet van tevoren weten waar de aansluitingen zitten, hoeveel stroom je nodig hebt en of je met accupakketten gaat werken’, zo legt hij uit. ‘Dit vraagt om een compleet andere manier van plannen en samenwerken. De aannemer moet in gesprek met de opdrachtgever en soms zelfs met de netbeheerder. Energievoorziening is geen bijzaak meer, maar een strategische factor.’
En omdat dit nu zo belangrijk is, doen bouwbedrijven er volgens Bouwend Nederland verstandig aan om iemand aan te wijzen die verantwoordelijk is voor het leggen van de energiepuzzel. ‘Het zou ons niet verbazen dat, gezien het belang van energie op de bouwplaats, we op termijn een nieuwe CEO – een Chief Energy Officer – krijgen in het MT van bouwbedrijven,’ voegt Walinga toe. Dat is iemand die de complete energiehuishouding van de bouwplaats plant en monitort.
‘Voorheen zette je een dieseltank neer of reed je langs met tankwagens’, aldus van Zon. ‘Maar voor een duurzame bouwplaats moet je de hele logistiek modelleren. Wanneer laadt welke machine en hoeveel kilowattuur heb je daar bijvoorbeeld voor nodig? Het is echt een andere tak van sport.’
Samenwerking als struikelblok
Grote transities gaan nooit vanzelf, zo’n pad ligt altijd bezaaid met hobbels waar voeten en wielen als vanzelf tegenaan botsen. Om te begrijpen waar het in deze transitie stroef loopt, liet Bouwend Nederland een onderzoek uitvoeren door nlmtd. Leonie Dorresteijn werkt daar als consultant en zij begeleidde het traject. ‘Het onderzoek richtte zich op kortdurende projecten in de grond-, weg- en waterbouw (GWW), omdat daar al veel technologische oplossingen beschikbaar zijn en de uitdagingen vooral in de samenwerking liggen’, vertelt ze.
De uitdaging zit dus niet in de techniek, maar in de samenwerking.’ Haar conclusie is dan ook glashelder: de bouwplaats wordt pas emissievrij als partijen in de keten elkaar beter gaan vinden. ‘Wie berekent de energiebehoefte? Wie zorgt voor de aansluiting? Dat is nu vaak onduidelijk. Verder concluderen we dat kennis te veel blijft hangen bij koplopers, terwijl de rest toekijkt en niet weet waar zij moeten beginnen.’
Ook de menselijke kant mag niet worden vergeten, benadrukt Dorresteijn. ‘We praten vaak over techniek, maar deze transitie gaat ook over vertrouwen en veiligheid. Over mensen die ineens op een andere manier moeten samenwerken en van elkaar moeten leren. Het gevoel dat hierbij leeft, bepaalt of de transitie slaagt.’ Om die samenwerking te verbeteren, formuleerde nlmtd een aantal versnellers: kennisdeling, duidelijke rolverdeling en het eerder meenemen van energievoorziening in het ontwerp- en aanbestedingsproces. ‘Als je pas aan het eind over stroom laden nadenkt, ben je te laat. Energievoorziening moet een onderdeel worden van het ontwerp zelf.’
De praktijk van emissieloos bouwen
Koplopers als Martens en Van Oord laten zien dat het kan. Dat bedrijf vaart inmiddels met een volledig elektrisch baggerschip. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Tussen de twee en vier procent van al het bouwmaterieel in Nederland is nu emissievrij, de rest draait nog steeds op diesel. Schoner weliswaar dan tien jaar geleden, maar het blijft diesel.
Daar is een logische verklaring voor, legt Walinga van Bouwend Nederland uit. ‘Je kunt dat materieel niet allemaal in één keer afschrijven. Het zijn vaak nog prima machines en we hebben die capaciteit momenteel hard nodig. De overgang moet dus geleidelijk.’
Volgens zijn collega Van Zon ligt de sleutel bij opdrachtgevers. ‘Zo kan de overheid bijvoorbeeld het verschil maken door langere contracten af te sluiten. Aannemers investeren pas in duur materieel als ze zekerheid hebben dat ze het ook jaren kunnen inzetten.’ Dat besef begint langzaam maar zeker te groeien bij waterschappen en bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Dorresteijn vult aan: ‘Als je naar de total cost of ownership kijkt, kan elektrisch goedkoper zijn. En het levert nog meer op: schonere lucht op de bouwplaats, gezondere mensen en een toekomstbestendige sector.
Soms komt de innovatie van onderaf. ‘Zo sprak ik recent met aannemers die zelf accu’s door het land rijden’, vertelt Walinga. ‘Ze verhuren hun batterijen aan andere bedrijven. Dat ondernemerschap moeten we alleen maar toejuichen. De bouw zit vol doeners die kansen zien, maar ze hebben wel ruimte nodig om te experimenteren.’
Omstandigheden zijn gunstig
De transitie vraagt ook om een ander soort leiderschap. Niet de klassieke projectmanager, maar de verbinder die alle partijen bij elkaar kan brengen. Investeer verder in kennis, is de oproep van Bouwend Nederland. Elektrotechniek is cruciaal voor het slagen van deze transitie, want zonder die knowhow kun je het gesprek over batterijpakketten en netaansluitingen niet voeren.
Of deze transitie de versnelling krijgt die het nu nodig heeft? Leonie Dorresteijn van nlmtd is in ieder geval optimistisch. ‘Ja, er zijn veel uitdagingen en dat maakt de praktijk weerbarstig. Maar we hebben nu de kennis, de koplopers en de wil. Het is nu tijd om de rest mee te nemen. De technologie is er, maar het vraagt leiderschap, samenwerking en lef om het systeem écht open te breken.’
Lees ook
- Hoe data en AI de energietransitie versnellen: lessen uit de Rotterdamse haven
- Van ambitie naar actie: hoe Impact Nation bedrijven echt laat verduurzamen
- Schiphol werpt zich op als ‘groene proeftuin’ met waterstofpilot en taxibots




