André Oerlemans
19 december 2025, 16:00

Opmerkelijk: Een eigen huis voor 145 vleermuizen in Brabants dorpje

In het Brabantse dorpje Wagenberg heeft een kolonie van 145 vleermuizen uit het aangrenzende natuurgebied De Biesbosch een eigen huis gekregen. Dat wordt voor hen gehuurd door een natuurorganisatie. Een knap staaltje natuurbescherming.

Vleermuisexpert Alexandra Haan bij het huis in Wagenberg, waar 145 meervleermuizen (links) wonen. Vleermuisexpert Alexandra Haan bij het huis in Wagenberg, waar 145 meervleermuizen (links) wonen. | Credits: Beeldbank Natuur- en Vogelwacht Biesbosch

Vleermuizen zijn beschermde diersoorten die in grotten, bunkers, boomholtes, dakranden, zolders of spouwmuren van woningen wonen. In De Biesbosch zitten onder meer watervleermuizen en meervleermuizen. Die laatste foerageren wel in het natuurgebied, maar verblijven er niet, zo bleek tijdens vleermuisonderzoek in 1993.

Vleermuizen jarenlang gevolgd

De Natuur- en Vogelwacht Biesbosch uit Dordrecht onderzoekt sindsdien waar ze dan wel verblijven. Dat betekent vooral vroeg opstaan om de dieren aan het eind van de nacht te voet met een batdetector te volgen, als ze naar huis terugkeren. ‘Ze vliegen bij zonsondergang uit en keren vlak voor het ochtendgloren terug. Dan sta je ’s ochtends om drie uur te wachten op een kruispunt tot ze terugkomen uit de Biesbosch. Als je dan een paar kruispunten overslaat, ben je ze weer kwijt’, vertelt ecologisch adviseur Alexandra Haan van de natuurorganisatie.

Toch wist ze de beestjes samen met andere onderzoekers tot in het dorpje Wagenberg te volgen. Toen ze de meervleermuizen in 2011 gingen uitrusten met zenders en daarna met antennes konden volgen, ging het werk sneller. Toen bleek dat ze aardig in de buurt zaten. Een groep van 245 vrouwtjes verbleef in vijf huizen in een straat in dit dorp, waarvan 145 in één huis. Ze wonen daar tussen de spouwmuren.

Geschrokken bewoners verhuizen

‘We hebben dat de bewoners niet verteld, want je hebt er verder geen last van. Ze zitten tussen de spouwmuren. Je ziet hooguit wat kleine, zwarte keuteltjes’, zegt Haan. Maar toen ze daarna elk jaar in de straat kwamen tellen, begon dat de huurders van het huis op te vallen. Vijf jaar geleden kwamen die erachter dat er in hun huis vleermuizen zaten en vroegen ze de plaatselijke woningbouwcorporatie of ze zo snel mogelijk mochten verhuizen. Dat mocht. Daarna werd de woning niet meer actief verhuurd.

‘Vorig jaar zagen we dat het huis nog steeds leeg stond en hebben we gevraagd of wij het mochten huren’, zegt Haan. Dat mocht. Sinds september huurt de natuurorganisatie de woning. Ondertussen is ze fondsen aan het werven om het te kopen. ‘Het liefst zouden we het huis kopen. Dat zou fantastisch zijn. Dan blijft het huis voor altijd van de vleermuizen’, zegt ze.

Opmerkelijk

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. In deze rubriek deelt Change Inc. de meest bijzondere vondsten.

Vleermuizensoort is super beschermd

De meervleermuis komt als soort alleen voor op het Europese continent. Hij komt het meest voor in Nederland, waardoor ons land extra verantwoordelijkheid draagt bij de bescherming. ‘Ze zijn super beschermd. Hun foerageergebied, hun vliegroutes en hun verblijfplaats’, zegt Haan. ‘Ze hebben de grootste achterpoten van alle vleermuissoorten. Ze vliegen vlak boven het water en harken daarmee insecten en zelfs kleine waterdieren van het wateroppervlak.’

Die manier van jagen wordt trawling genoemd, naar de vissersboten (trawlers) die met behulp van grote sleepnetten de zeebodem afstropen.

Het zenderen van de vleermuizen. | Credits: Beeldbank Natuur- en Vogelwacht Biesbosch

Het zenderen van de vleermuizen. | Credits: Beeldbank Natuur- en Vogelwacht Biesbosch

Corporatie hoeft niet te verduurzamen

Als het de natuurorganisatie lukt om de huurwoning te kopen verlost ze de woningbouwcorporatie van een groot dilemma. Die moet – net als alle corporaties in Nederland – deze huizen namelijk voor 2028 verduurzamen. Lees: de spouwmuren isoleren. Maar dat mag niet zomaar vanwege de beschermde vleermuissoort. Dat gebeurt voorlopig dan ook niet. ‘Voor een particuliere eigenaar geldt deze verplichting niet, maar ja, we hebben niet zomaar ergens drie ton liggen’, zegt Haan.

Binnenkort wordt de woning onderverhuurd aan natuurliefhebbers en medewerkers van de Natuur- en Vogelwacht. Haan: ‘Want de vleermuizen vinden het prettig dat het huis bewoond wordt. Dan blijven de muren lekker warm.’

Lees ook:

Ruud Zanders (Kipster): 'Soms moet je gewoon kiezen en gaan, ook al is dat naïef’

Uitdagend. Dat is hoe Ruud Zanders, oprichter van duurzame kippenboerderij Kipster het jaar 2025 desgevraagd omschrijft. Na de totstandkoming van de eerste boerderij in 2017 opende het pluimveebedrijf in juli vorig jaar zijn derde kippenboerderij in samenwerking met een pluimveehouder.Naast twee andere boerderijen in Nederland verrezen er Kipster-boerderijen in de VS en verkent het bedrijf marktintredes in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Lang niet gek voor een bedrijfsplan dat als een ‘one-off project’ begon.2025 gaat de boeken in als een lastig jaar voor duurzaamheid. Welke uitdagingen zie jij?‘Er zijn toch wat markten geweest die het zwaar te verduren hebben gekregen, zoals de markt voor vleesvervangers en het faillissement van Stichting Heerenboeren – die overigens wel weer doorgaan. Tegelijkertijd moeten we ons als bedrijf niet laten afleiden door dit soort ontwikkelingen.We hebben Kipster het afgelopen jaar anders ingericht, passend bij de groei die we doormaken. Zo hebben we nu een co-ceoschap. Ik kijk nu vooral naar het voedselsysteem: hoe verlagen we onze CO2-uitstoot, hoe worden we diervriendelijker, hoe kan alles beter? Justin Buitenhuis focust meer op de businesskant: welke stappen kunnen we concreet zetten? Die balans is essentieel voor ons voortbestaan.’In onze mailwisseling voorafgaand aan dit interview hekelde je het stikstofbeleid en het ontbreken van een politieke visie. Wat bedoel je hiermee?‘Natuurlijk speelt het stikstofdossier een rol, maar het is slechts één onderdeel van een veel groter probleem. Sinds de jaren '60 en '70 hebben we een landbouwsysteem opgebouwd dat vanaf de basis gericht was op maximale productie, met de beste bedoelingen na de oorlog. Dat systeem is inmiddels onhoudbaar geworden. Maar in plaats van het fundamenteel te veranderen, blijven we pleisters plakken: eerst zure regen, toen mest, nu stikstof. Het is telkens dezelfde onderliggende problematiek: te hoge druk op bodem, natuur en klimaat.’Wat is er volgens jou nodig om dit patroon te doorbreken?‘Volgens mij moeten we eerst bepalen hoe het voedselsysteem er idealiter uitziet. Ik sluit me aan bij de kringlooplandbouw zoals die ooit door minister Schouten is geïntroduceerd. Vruchtbare grond gebruik je voor plantaardige productie. Marginale gronden gebruik je voor koeien, geiten of schapen. Restproducten van menselijke voeding geef je aan varkens en kippen, zoals wij dat bij Kipster doen.Als je dat systeem volledig zou invoeren, wordt de hoeveelheid reststromen de beperkende factor voor hoeveel varkens en kippen je kunt houden, en de hoeveelheid marginale grond voor hoeveel rundvee mogelijk is. De veestapel krimpt dan ruwweg met twee derde. Daarmee los je stikstof, CO2, biodiversiteitsverlies en andere problemen in één keer op. Daarom zeg ik: focus niet op alleen stikstof en individuele vergunningen voor een extra stal. Kijk naar het systeem als geheel.’Heb je vertrouwen in de plannen van het nieuwe kabinet?‘Het lijkt erop dat we ergens in het midden gaan uitkomen. Tegelijkertijd presenteerde de achterban van meerdere partijen (D66, CDA, VVD en GL-PvdA, red.) begin deze maand een gezamenlijke landbouwvisie die behoorlijk ambitieus was. Dat biedt best hoop.’Hoe verlopen de gesprekken die jij voert met collega-boeren die het oude systeem vertegenwoordigen? Probeer je hen te overtuigen?‘Ik ga het gesprek aan. Veel boeren zien ook wel dat het huidige systeem op termijn niet houdbaar is, maar het vraagt veel om fundamenteel anders te gaan werken. Historisch gezien zie je dat ook: mijn vader vertelde dat in de tijd van Mansholt (landbouwminister na de Tweede Wereldoorlog, red.) veel Noord-Limburgse boeren schrokken, omdat alles groter moest terwijl onze regio heel kleinschalig was. Die maatregelen hebben toen pijn gedaan, maar waren noodzakelijk. Nu is er weer behoefte aan sterk leiderschap: iemand die lastige keuzes durft te maken en richting kan geven.’[caption id="attachment_170528" align="aligncenter" width="900"] Ruud Zanders van Kipster. Foto Credits Kipster.[/caption]Naast uitdagingen kende Kipster dit jaar ook mijlpalen: jullie verkochten het half miljoenste Kipster-brood. Waarom was dit een feestelijk moment?‘Voor mij is het een voorbeeld van hoe kringlooplandbouw eruit kan zien. Dit brood is gemaakt van Nederlandse graanvelden, bemest met kippenmest van onze boerderijen. Het brood dat niet wordt verkocht, wordt weer deels als reststroom aan de kippen gevoerd. Het is het bij mijn weten het enige echte kringloopproduct dat je momenteel in de supermarkt kunt kopen. Ik zie het als een belangrijke mijlpaal dat we dit in voldoende volume kunnen leveren.’Wat zijn de volgende stappen? Kunnen jullie opschalen?‘Zeker. Maar we moeten dat verantwoord doen. Nu wordt nog maar een klein deel van onze mest gebruikt voor deze graanvelden, ongeveer 10 tot 20 procent. De rest gaat elders terug het land op, in Nederland maar ook in Duitsland en Noord-Frankrijk. Die verspreiding kunnen we nog efficiënter inrichten.’ Andere voedselinnovaties: Pigster en Resty Kipster is onderdeel van moederbedrijf OTA Food dat ook actief is in andere voedselinnovaties. Zo wil het bedrijf met Pigster het Kipster-concept toepassen op varkens. De eerste Pigster-stal, waar varkens vrij kunnen wroeten en in de modder spelen, had in Westerbeek moeten verrijzen, maar het stikstofdossier en trage vergunningsprocedures gooiden zand in de motor. Dochterbedrijf Resty gooit het over een andere boeg en wil restproducten uit de landbouw verwerken tot producten voor menselijke consumptie.En heel recent eiste Respectfarms – voor 25 procent in bezit van OTA Food – een primeur op met de opening van de eerste kweekvleesboerderij van Nederland op het terrein van een Zuid-Hollandse melkveehouderij.Welke potentie voor kweekvlees zie je?‘Die is groot, denk ik. Bij die eerste kweekvleesboerderij zie je dat het een aanvulling kan zijn op de melkveehouderij: de koe blijft leven en je oogst cellen. Je maakt vlees zonder het dier te doden. Dat kan een enorme impact hebben. Regelgeving gaat wel een belangrijke rol spelen: in Europa is kweekvlees nog niet toegestaan. Ik zie potentie in regionaal geproduceerd kweekvlees, net zoals kleine boeren nu regionale eieren verkopen. Waarom zou dat met kweekvlees ook niet kunnen?’Het afgelopen jaar is ook een documentaire over je verschenen – de Vegan Veehouder gemaakt door Kadir van Lohuizen. Hoe komt een pluimveehouder in een documentaire terecht?‘Kadir was bezig met een project en wilde graag bij een veehouderij in de stallen filmen, maar kreeg weinig toegang. Bij mij mocht hij meteen binnenkomen. Hij vroeg hoe dat kon. We raakten in gesprek over wat Kipster doet en over de rol van dieren in het voedselsysteem. Ik eet zelf plantaardig en wilde onderzoeken of een volledig plantaardig landbouwsysteem mogelijk is. Die reis wilde Kadir volgen. Het is uiteindelijk een film geworden die aanzet tot nadenken, zonder belerend te zijn.’In de documentaire ga je ook in gesprek met critici. Hebben die gesprekken jouw blik op je eigen werk veranderd?‘Ja. Ze hebben me nog meer overtuigd van het belang om vanuit binnenuit het systeem te veranderen. NGO’s roepen van buitenaf, maar ik kan vanuit de sector zelf dingen in beweging krijgen. Zeker als je ziet hoe in landen als de VS, China en Thailand met dieren wordt omgegaan. Dan denk ik: het zou goed zijn als we de Kipster-filosofie daar ook kunnen introduceren.’Met de VS en China noem je in ieder geval landen waar jullie respectievelijk actief of in het stadium van verkenning zijn. Werkt het Kipster-concept in elk land hetzelfde, of vraagt het om lokale aanpassing?‘Het verhaal is overal hetzelfde, maar de uitvoering vraagt lokale kennis en lokale partners. We hebben in de VS drie Kipsters gerealiseerd. Eerlijk gezegd was het verstandiger geweest eerst verder uit te breiden in Nederland en omringende landen. Gezien de afstand en het tijdsverschil was de VS business wise niet per se een logische keus.’Waarom hebben jullie dan toch gekozen voor de VS?‘De kans voor de boerderij in de VS kwam simpelweg voorbij. Soms moet je gewoon kiezen en gaan. Ook al is dat naïef.’Wat hoop je dat 2026 brengt, voor jou en voor Kipster?‘Naast extra boerderijen in Nederland en hopelijk de eerste schop in de grond in Frankrijk en het VK, wil ik vooral verdere stappen zetten in CO2-reductie, diervriendelijkheid en voeringrediënten. Zo denk ik dat er nog veel emissiereductie mogelijk is op het gebied van voeding. De basis voor een duurzame kippenboerderij staat, maar ergens hebben we de afgelopen twee, drie jaar ook een beetje stilgestaan qua ontwikkeling. In 2026 hoop ik daarom dat we nog een paar mooie stappen kunnen zetten.’ Lees ook:Changemaker Corjan van den Berg (Revyve): 'Als je het voedselsysteem efficiënter wilt maken, moet het dier eruit' Meerderheid Nederlanders bereid meer te betalen voor vlees, maar we doen het (nog) niet World Food Prize-winnaar Lawrence Haddad: 'Je kunt klimaat en gezondheid niet los van elkaar zien'