Bomen planten is goed om de opwarming van de aarde te beperken, want bomen nemen de CO2 die mensen uitstoten weer op. Toch? Helaas, zo simpel is niet.
Het blijkt namelijk flink uit te maken waar je bomen plant. Naast de opname van CO2 door bomen zijn namelijk ook andere factoren die positief of juist negatief kunnen uitpakken voor het broeikaseffect.
Uit een nieuwe studie van de University of California blijkt dat herbebossing vooral in tropische regio’s een positief klimaateffect heeft. Dat komt door sterke ‘zweeteffecten’.
Opmerkelijk
Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. In deze rubriek deelt Change Inc. de opmerkelijkste vondst van afgelopen week.
Bomen zorgen voor meer warmtestraling
Het broeikaseffect ontstaat doordat de lichtstraling van de zon die de aarde bereikt, deels wordt omgezet in infrarode wamtestraling (op langere golflengten) die vanaf de aarde naar de atmosfeer gaat. Gassen als CO2 en methaan absorberen de warmtestraling en kaatsen die in alle richtingen rond, wat een opwarmend effect heeft.
Als er meer CO2 in de atmosfeer komt, ontstaat er een dichter web van gasdeeltjes waar de warmtestraling tegenaan botst. Dit is ook de reden dat het onttrekken van CO2 aan de atmosfeer helpt bij het tegengaan van opwarming. Daar vervullen onder meer bomen een nuttige rol.
Naast de hoeveelheid CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer is ook van belang hoeveel (infrarode) warmtestraling de aarde uitzendt. Daarbij geldt: hoe minder zonlicht de aarde bereikt, des te minder omzetting in uitgaande warmtestraling.
Het tegenhouden van lichtstraling van de zon kan al in de atmosfeer gebeuren, bijvoorbeeld door kleine stofdeeltjes (aerosolen) die zonlicht weerkaatsen. Op de aarde zelf geldt dat lichte oppervlakken als sneeuw- en ijsvlaktes zonlicht sterk reflecteren, zodat er minder omzetting in warmtestraling plaatsvindt. Donkere oppervlakken, zoals het bladerdak van bossen, absorberen relatief veel zonlicht en zorgen ook voor veel uitgaande warmtestraling van de aarde.
Als donkergekleurde bossen de plaats van lichtgekleurde sneeuw- en ijsvlakten innemen in de poolgebieden, kan uitbreiding van bossen in die regio per saldo dus voor extra opwarming zorgen. Dit wordt de ijs-albedo feedbackloop genoemd.
Om het nog iets ingewikkelder te maken is er ook een rol weggelegd voor de mate waarin bomen waterdamp vrijlaten in de atmosfeer als ze CO2 opnemen. Dit ‘zweeteffect’ treedt sterker op bij bossen in de tropen dan bij bossen in poolgebieden. Het transpireren zorgt voor afkoeling van de bomen zelf en heeft ook een verkoelend effect op de omgeving.
Sterk positief klimaateffect in de tropen
De Amerikaanse onderzoekers hebben verschillende invloeden tegen elkaar afgewogen: de verkoelende effecten van het onttrekken van CO2 aan de atmosfeer, het afgeven van waterdamp door bomen en het verwarmende effect van de donkere kleuring van bosoppervlakken.
De conclusie is dat de uitbreiding van bossen in regio’s rond de evenaar netto het sterkste koelingseffect heeft, mede door het sterkere zweeteffect van bomen in de tropen. In poolgebieden kan extra bos juist zorgen voor een lichte versterking van het broeikaseffect.
Tegenover Science Daily waarschuwt onderzoeker James Gomez van de University of California wel dat je niet de conclusie mag trekken dat we beter af zijn met zo min mogelijk bos in de poolgebieden. ‘Per regio moet je zoeken naar de juiste balans om te zorgen voor het meest positieve klimaateffect.’
Lees ook:
- Deze innovaties kunnen helpen bij het bestrijden en voorkomen van bosbranden
- 5 opvallende valse claims uit het klimaatrapport van de regering-Trump, die emissieregulering wil schrappen
- ‘Water is als elektriciteit: we willen er continu over beschikken, maar zo werkt de cyclus niet’, zegt deze mondiale topexpert




