Wat hebben toegang tot onderdak, gezondheidszorg en onderwijs met elkaar gemeen? Ze zijn allemaal vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar ze kosten óók allemaal energie. ‘En toch is energie geen mensenrecht, maar een commercieel product.’
Dat zou Arash Aazami graag anders zien. Hij is energieondernemer en -adviseur. Toen hij twintig jaar geleden bij een energiebedrijf begon, realiseerde hij zich dat het anders moet. ‘Naar buiten toe promootte het bedrijf energiebesparing, maar uiteindelijk werd ik gewoon afgerekend op hoeveel kilowattuur stroom en hoeveel kuub gas ik verkocht. We waarderen alleen het volume van energie. Terwijl de energiebalans veel belangrijker is.’
Verantwoordelijk voor je eigen energie
Het belang van energiebalans is de afgelopen jaren pijnlijk duidelijk geworden. We bewegen steeds meer naar zonne- en windenergie, in feite oneindige bronnen van schone energie. Maar daar is het systeem niet op gebouwd.
Door negatieve stroomprijzen komen energieleveranciers in de problemen. En door netcongestie worden grootschalige energieprojecten soms jaren uitgesteld. Het verbeteren van het stroomnet gaat de komende jaren zo’n 195 miljard euro kosten, maakte het Rijk eerder dit jaar bekend. Dat geld is onder meer nodig om kabels te verzwaren en extra transformatorhuisjes te bouwen.
Een flinke smak geld, zegt Aazami. ‘Dat is tienduizenden euro’s per aansluiting. En die factuur komt uiteindelijk bij huishoudens terecht. Terwijl je voor veel minder geld een paar zonnepanelen en een beetje batterijopslag kunt kopen.’
In zijn ideale toekomst zijn bedrijven en huishoudens primair verantwoordelijk voor hun eigen energie. Produceer en verbruik je je energie lokaal, dan belast je daar het net niet mee. En dan hoeft dat dus ook niet verzwaard te worden, stelt Aazami. ‘Het stroomnet moet niet meer leidend zijn, maar de back-up.’
Ons energiesysteem is ongelijk
‘Waarom moeten we het allemaal superduur centraal regelen, terwijl de oplossingen om het zelf te doen overal te koop zijn?’ vraagt Aazami zich hardop af. Hij geeft zelf het antwoord: een efficiënter energiemodel bijt direct in de verdienmodellen van het huidige systeem. Energieleveranciers gaan minder verdienen, de energiebelastinginkomsten van de overheid komen ook onder druk te staan. ‘Dáárom is het zo moeilijk het systeem te veranderen.’
Kortom: ons energiesysteem is inherent ongelijk. Niet iedereen heeft dezelfde macht over en een vergelijkbaar recht op energie, legt Aazami uit. ‘Alle macht ligt bij de centrale autoriteiten. Zoals netbeheerders, maar ook bijvoorbeeld de overheid met haar energiebelastingstelsel. En grootverbruikers, die door een sterke lobby bijna geen energiebelasting hoeven te betalen. Terwijl jij en ik juist heel veel belasting betalen. Dat kan veel eerlijker.’
Internet of Energy
Met zijn bedrijf unify.energy werkt Aazami aan een Internet of Energy. Dat gaat uit van gedachte dat energie, net als het internet, ‘van niemand’ is. Daarin kan energie vloeien van waar het is, naar waar het nodig is. Dat is nu verre van het geval, weet de energieondernemer. ‘Grote energieleveranciers mogen stroom aan jou en je buurman leveren. Maar als jij bijvoorbeeld zonne-energie over hebt, mag je die niet aan je buurman geven zonder groot bedrijf ertussen. De energie moet dus eerst vanaf jouw voordeur naar het net, dan moet iemand het beoordelen en beprijzen voor het terug je wijk in komt. En als het dan door je buren gebruikt wordt, moeten zij daar eerst nog belasting over betalen.’
Veel maatregelen die de afgelopen jaren zijn getroffen om dit systeem efficiënter te maken, zoals de salderingsregeling voor zonnepanelen, worden nu weer teruggedraaid.
Ook andere aspecten van het internet zijn vergelijkbaar met het concept van een Internet of Energy. Aazami verwijst naar de introductie van ‘flat fee’-abonnementen voor datagebruik begin van deze eeuw. In plaats van dat gebruikers betaalden voor de hoeveel gedownloade en geüploade data, konden ze ineens onbeperkt toegang tot internet krijgen tegen een vaste prijs per maand. ‘Met energie moeten we ook naar zo’n flat fee’, vindt Aazami. ‘Onbeperkt toegang tot energie.’
In theorie is dat goed mogelijk, legt hij uit. Het is voor steeds meer mensen gemakkelijker om deels in hun eigen energiebehoefte te voorzien. En er is genoeg voor iedereen – daar twijfelt Aazami niet aan. ‘Alleen al de straling van de zon die de aarde bereikt, kan veertienhonderd keer zo veel energie produceren als de mensheid nodig heeft. En dan heb ik het nog niet eens over wind en water.’
Ook over de productie van groene stroom maakt hij zich geen zorgen. Nu zijn er voor de productie van zonnepanelen en windturbines nog grote hoeveelheden zeldzame metalen nodig. Maar zonnepanelen en zonne-energie zijn verschillende dingen, benadrukt Aazami. ‘Het is mogelijk om de eeuwige rijkdom van de zon te oogsten zonder inbreuk te maken op natuurlijke hulpbronnen. Daar doen wereldwijd verschillende instituten onderzoek naar.’ Hij is ook blij met de groeiende interesse in recyclebare zonnepanelen.
Andere waardering van energie
Een onbeperkte beschikbaarheid vraagt echter om een andere waardering van energie. ‘Nu wordt het verdienmodel van energieleveranciers vooral bepaald door een verschil tussen vraag en aanbod’, legt Aazami uit. ‘Als ik energie aanbied en jouw behoefte wordt steeds groter, ben je ook bereid steeds meer te betalen voor mijn aanbod. Maar daarmee ontwricht ik het hele systeem. Als we niet het volume, maar de balans van gaan belonen, willen we juist samenwerken om die te bereiken.’
In een systeem waarin energie een mensenrecht is ziet de energieondernemer dan ook geen plek voor traditionele energieleveranciers. Maar dat betekent niet dat er geen geld verdiend kan worden aan energie. ‘Bedrijven die toezicht houden op de balans worden juist onmisbaar. Het faciliteren van de flow tussen miljoenen gebruikers is een heel belangrijke taak. Energieleveranciers kunnen hun aanbod veranderen van een product, namelijk gas en elektriciteit, naar diensten waardoor hun klanten elkaar voorzien van duurzame, lokaal opgewekte energie.’
Crisis biedt kansen
De grote vraag is: als het huidige systeem zo vastgeroest is, hoe komt er dan daadwerkelijk verandering? Volgens Aazami is daar een bepaalde mate van crisis voor nodig. Hij wijst naar Oekraïne, waar de verwoesting van energiecentrales in de oorlog mogelijkheden bood om het energiesysteem decentraal op te bouwen. Maar hij verwijst ook naar projecten in Ecuador. Daar zijn geregeld black-outs. ‘In zulke gevallen gaan veranderingen sneller. Als de wet veranderd moet worden om grote problemen op te lossen, dan moet dat maar. Crisis is kans.’
In Nederland is de crisis nog niet groot genoeg – al schurkten we er een aantal keer dicht tegenaan. Aazami: ‘Toen de gasprijzen de lucht in schoten door de oorlog in Oekraïne, dacht ik even dat dat het moment was. Maar het systeem is nog steeds hetzelfde. Ik hoop, en denk, dat de enorme wachtrij voor stroom die nu ontstaat, wel voor verandering gaat zorgen.’
De ondernemer vindt het niet verwonderlijk dat het energiesysteem is zoals het is. Vroeger hadden we immers de technologieën niet om energie voor iedereen te garanderen. ‘Maar nu wel. Dankzij hernieuwbare energie en digitale technologie hebben voor het eerst de mogelijkheid om iedereen van onuitputtelijke energiebronnen te laten genieten. Als we dat erkennen kunnen we de samenleving wereldwijd laten bloeien. We moeten power to the people letterlijk nemen.’




