Jeroen de Boer
18 augustus 2025, 12:30

5 opvallende valse claims uit het klimaatrapport van de regering-Trump, die emissieregulering wil schrappen

Onlangs publiceerde het Amerikaanse ministerie van Energie een rapport dat voorsorteert op het schrappen van de regulering van emissies van broeikasgassen in de Verenigde Staten. In een uitgebreide factcheck van het rapport heeft Carbon Brief meer dan honderd misleidende en/of onjuiste claims geteld. Change Inc. maakte een selectie van enkele grote missers.

Donald Trump Alles wijst erop dat de regering van president Trump voorsorteert op het herroepen van wetgeving die in 2009 door president Barack Obama is ingevoerd. | Credits: Getty Images

Eind juli publiceerde het Amerikaanse ministerie van Energie een rapport dat veel stof heeft doen opwaaien. Het 140 pagina’s tellende stuk, getiteld A Critical Review of Impacts of Greenhouse Gas Emissions on the U.S. Climate, is geschreven door een vijftal auteurs die de breed gedeelde wetenschappelijke consensus over de rol van de mens in klimaatverandering aanvechten.

Hoewel het rapport niet ontkent dat er sprake is van klimaatverandering – en dat de aarde opwarmt – wordt geprobeerd de rol van de mens af te doen als relatief insignificant. Daarnaast suggereren de auteurs dat de toename van CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer helemaal niet zo’n groot probleem is.

In het voorwoord stelt de Amerikaanse minister van Energie Christopher Wright, voorheen onder meer ceo van schalieoliebedrijf Liberty Energy, het volgende: ‘Klimaatverandering bestaat en verdient aandacht, maar het is niet de grootste bedreiging voor de mens. Dat is energiearmoede. Het verbeteren van het welzijn van de mens hangt af van betrouwbare en betaalbare energie. […] Beleid dat gestoeld is op verkeerde aannames kan een gevaar zijn voor de menselijke welvaart.’

De implicatie hiervan is dat klimaatbeleid voor het reguleren van emissies eigenlijk niet nodig is. Dat lijkt dan ook het achterliggende politieke doel te zijn van het rapport.

Regering-Trump wil af van regulering broeikasgasemissies

Alles wijst erop dat de regering van president Donald Trump voorsorteert op het herroepen van wetgeving die in 2009 door president Barack Obama is ingevoerd. In de zogenoemde ‘endangerment finding‘ erkende de voormalige Democratische president dat een zestal broeikasgassen die de mens uitstoot, een negatieve invloed heeft op het klimaat en een bedreiging vormt voor het welzijn van Amerikanen.

De wetgeving van Obama is een belangrijke pijler in de Amerikaanse regulering van emissies, maar de vraag is voor hoelang nog. Kort na het verschijnen van het klimaatrapport van het ministerie van Energie stelde het Amerikaanse milieuagentschap EPA in een persbericht voor om de onder Obama ingevoerde wetgeving te schrappen. Het gaat dan specifiek om ‘herroeping van alle regulering rond broeikasgassen die betrekking heeft op auto’s en andere voertuigen.’

Misleidende en onjuiste claims over klimaatverandering

Hoewel het klimaatrapport van het ministerie van Energie dus een concreet politiek doel lijkt te dienen, gaat het verslag zelf op een veel algemenere manier in op klimaatverandering. De inhoudelijke beweringen uit het rapport hebben inmiddels gezorgd voor een golf van geschokte reacties van klimaatwetenschappers. Topexpert Micheal Mann stelde tegenover The Guardian dat het rapport het resultaat lijkt van ‘een chatbot die je traint op de top 10 door de fossiele industrie gefinancierde sites van klimaatontkenners’.  

In de meest uitgebreide factcheck tot nog toe legde Carbon Brief het rapport voor aan tal van gerenommeerde klimaatwetenschappers. Dat heeft geleid tot een indrukwekkende opsomming van meer dan honderd misleidende en/of onjuiste claims die in het rapport worden gedaan.

Hieronder behandelen we 5 van de belangrijkste valse claims.

‘Een hogere concentratie van CO2 in de atmosfeer stimuleert de groei van planten en verhoogt de productiviteit van de landbouw’

Dit argument komt een aantal maal terug in het rapport en wordt door diverse experts als overdreven simplistisch en daarmee misleidend bestempeld. Dat CO2 een voedingsstof is voor planten en kan zorgen voor volumegroei, wordt door niemand betwist. In de context van klimaatverandering spelen echter diverse andere zaken een rol.

Een belangrijk punt dat hoogleraren David Lobell van Stanford Univerisity en Joy Ward van Case Western Reserve University maken, is dat je ook moet kijken naar andere effecten van klimaatverandering, zoals het vaker voorkomen van extreme droogte en regenval. Extreem weer vormt een evidente bedreiging voor oogsten en daarmee de productiviteit van de landbouw. In veel gevallen pakt klimaatverandering daardoor netto, afhankelijk van de regionale situatie, negatief uit voor boeren.

Een aantal experts merkt daarbij op dat een groter gewasvolume door extra CO2-toevoer gepaard kan gaan met een lagere dichtheid van essentiële nutriënten en daarmee niet per se positief is. Daarnaast wordt de groei van gewassen volgens natuurkundige David Crisp in de praktijk bepaald door de meest schaarse voedingsstof. Dus als CO2 relatief overvloedig aanwezig is, maar water bijvoorbeeld schaars, dan beperkt dat laatste de feitelijke groeipotentie.

‘Zelfs als de oceanen verzuren, geldt dat het leven in de oceanen is ontstaan toen die relatief zuur waren, met een pH-waarde van 6,5 tot 7’

De onderliggende suggestie van deze claim is dat eventuele verzuring van de oceanen als gevolg van extra CO2-opname geen probleem is. Het leven op aarde is immers in de oceanen ontstaan, toen die zuurder waren dan momenteel het geval is. Dit argument wordt door diverse experts ontmaskerd als een klassieke drogreden: het tweede deel van de verklaring vloeit niet logischerwijs voort uit het eerste deel.

James Rae van de University of St. Andrews merkt op dat het soort leven dat miljarden jaren geleden in de oceanen ontstond floreerde onder condities die niet noodzakelijk geschikt zijn voor de huidige levensvormen op aarde. ‘Zoals de condities op land die voor dinosauriërs geschikt waren, weinig relevant zijn voor de optimale condities voor mensen, is het evenmin zinnig om de habitat van bacteriën uit het vroege leven in de oceanen te vergelijken met condities waaraan het huidige mariene leven zich heeft aangepast.’

Rae stelt ook dat de relatief snelle verzuring van de oceanen in de afgelopen decennia onmiskenbaar een gevaar is voor onder meer schaaldieren.

‘Het IPCC heeft de rol van de zon bij klimaatverandering onderbelicht, maar er zijn aannemelijke reconstructies die erop wijzen dat de zon heeft bijgedragen aan de recente opwarming van de aarde’

Dit argument is een gouwe ouwe van klimaatsceptici om de rol van de mens in klimaatopwarming te bagatelliseren. Inhoudelijk gaat het om een zeer technisch debat dat voor leken eigenlijk niet goed te beoordelen valt.

Topexperts benadrukken in hun kritiek op het rapport van de regering-Trump dat de auteurs teruggrijpen op modellen en datasets waarvan al uitgebreid is aangetoond dat ze onnauwkeurig en verouderd zijn. De gerenommeerde sterrenkundige Theodosios Chatzistergos van het Duitse Max Planck Instituut noemt de suggestie dat de verouderde modellen over de rol van de zon gelijkwaardig zouden zijn aan de nieuwste, empirisch veel beter onderbouwde modellen, ronduit misleidend.

De wetenschappelijke consensus stelt momenteel dat de bijdrage van de zon aan de recente opwarming van de aarde beduidend kleiner is dan die van de mens.

‘De meeste vormen van extreem weer laten geen statistisch significante ontwikkelingen zien die afwijken van historische langetermijntrends’

Hoogleraar Sonia Seneviratne van de universiteit van Zürich stelt dat dit een zeer vage claim is, aangezien die niet wordt gespecificeerd of onderbouwd. Onduidelijk is daarom op welke vormen van extreem weer de auteurs doelen.

In het AR6-rapport van klimaatpanel IPCC wordt in elk geval overtuigend toegelicht dat de door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen zeer waarschijnlijk heeft geleid tot een hogere frequentie en intensiteit van bepaalde weerfenomenen. Het gaat dan om extreme wisselingen van temperaturen in de hele wereld, extreme regelval in Amerika, Europa en Azië en extreme droogte in specifieke regio’s.

‘Onderzoek dat adequaat rekening houdt met modelmatige onzekerheden laat zien dat CO2-emissies per saldo geen negatieve effecten hebben op de (economische) groei, dan wel dat arme landen net zo veel kunnen profiteren als rijke landen’

Econoom Richard Tol van de universiteit van Sussex bestempelt deze bewering als simpelweg onwaar. Een inventarisatie van Tol uit 2024 laat zien dat onderzoeksresultaten een overwegend negatieve invloed van klimaatverandering op de groei van de wereldeconomie laten zien.

De stelling dat arme landen kunnen profiteren van klimaatverandering wordt niet onderbouwd met bronverwijzingen. In de economische literatuur wordt volgens Tol juist de omgekeerde conclusie getrokken: klimaatverandering schaadt de economie van armere landen.

Lees ook:

Hoe kan COP30 effectiever worden dan zijn voorgangers? Dit moet er veranderen volgens experts

COP30 vindt van 10 tot 21 november plaats in de Braziliaanse stad Belém. De verwachtingen zijn hooggespannen: 2025 markeert tien jaar na het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs. Een logisch moment om te evalueren, zeker nu de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen blijft stijgen. Daardoor liggen we bij lange na niet op koers om de opwarming van de aarde tot de afgesproken 2 graden Celsius te beperken, laat staan tot 1,5 graad.Nieuwe afspraken zijn dus hard nodig. De COP – Conference of the Parties, verwijzend naar de partijen die zijn toegetreden tot het VN-klimaatverdrag van 1992 – lijkt daar het ideale moment voor.Toch levert de conferentie vaak weinig concrete resultaten op. COP29 stond vorig jaar bijvoorbeeld in het teken van het mobiliseren van meer geld voor klimaatactie in arme landen. Maar waar de landen in kwestie meenden jaarlijks minimaal 1.300 miljard dollar aan klimaatsteun nodig te hebben, wilden rijke landen slechts 300 miljard dollar toezeggen.De eindtekst van COP29 bevat weliswaar een oproep aan alle landen om het totaalbedrag op te krikken naar 1.300 miljard, maar omdat de oproep vrijblijvend is, bestempelden velen de ‘finance-COP’ in Bakoe als mislukt. Ook veel andere collectieve afspraken bleven uit. COP30 in Belém Ook gastland Brazilië erkent dat het anders moet. Waar eerdere COPs veelal plaatsvonden in rijke steden, worden bezoekers dit jaar geconfronteerd met precies dat waarover ze praten. Belém is een zeer arme stad aan de rand van het Amazonegebied. 'We kunnen niet verbergen dat we in een wereld leven met veel ongelijkheid, waar duurzaamheid en de strijd tegen klimaatverandering dichter bij de mensen moeten komen', aldus COP30-voorzitter André Corrêa do Lago. 'President Lula vindt het erg belangrijk dat we praten over het klimaat met alle bossen, armoede én vooruitgang in het achterhoofd. Hij wil dat iedereen een stad ziet die kan verbeteren dankzij de resultaten van deze debatten.'Do Lago hoopt 'dat deze COP herinnerd zal worden als een COP van oplossingen'. En daar moet iedereen bij betrokken zijn. De slogan is niet voor niets 'Global Mutirão', een term afkomstig van de oorspronkelijke bewoners van Brazilië die zoiets betekent als 'collectieve inzet'.Die inzet moet onder meer blijken uit geüpdate Nationally Determined Contributions (NDC), ofwel wat landen individueel doen om broeikasgasemissies te verlagen en zich aan te passen aan de impact van klimaatverandering.De oorspronkelijke deadline om herziene NDC's in te dienen was februari, maar slechts een klein deel van de landen heeft dat tot nu toe gedaan. Brazilië dringt er bij andere landen sterk op aan om de nieuwe deadline van september wel te halen. Daarnaast zou het land graag een inclusieve Globally Determined Contribution zien.Andere onderwerpen op de agenda zijn onder meer de energietransitie, het behoud van tropische bossen en biodiversiteit, de voedseltransitie, klimaatadaptatie en wat Brazilië enablers en accelerators noemt. Daaronder vallen onder meer technologie en financiering. Een beter COP-proces: agendapunten groeperen en langetermijndenken Kortom: veel om te bespreken, en dus is het zaak dat dat zo effectief mogelijk gebeurt. CarbonBrief vroeg zestien experts naar hun ideeën. Hoewel de meningen verdeeld zijn, zijn de meesten het erover eens dat het proces beter kan. Paul Watkinson, die nauw betrokken was bij de totstandkoming van het klimaatakkoord van Parijs, oppert bijvoorbeeld om agendapunten te groeperen en het werk op meerjarige basis te organiseren, in plaats van altijd alles te willen behandelen. Dat zou voldoende tijd opleveren om aan de centrale agendapunten te besteden en maakt de werklast lager.Klimaatjurist dr. Monserrat Madariaga Gomez de Cuenca wijst er wel op dat overhaaste onderhandelingen waarbij belangrijke partijen ontbreken, voorkomen moeten worden. Als een ontwerptekst 'zonder behoorlijke discussie wordt doorgestuurd naar de afsluitende plenaire vergadering' zorgt dat er vaak voor dat er later discussie ontstaat over de precieze betekenis van formuleringen, merkt zij. 'Dat stelt partijen in staat om de meest gunstige interpretatie te kiezen.'Betekent dat dat iedereen het unaniem eens moet zijn over de uitkomsten? Dat niet per se. Claudio Angelo van de Climate Observatory: 'Een handvol landen houdt de toekomst van de mensheid in gijzeling omdat ze vanwege de consensusregel alles kunnen blokkeren wat ze willen. Zelfs COP-voorzitters durven geen grote stappen te zetten uit angst dat het proces zou mislukken. Maar een proces dat niet geschikt is voor het beoogde doel, kan net zo goed instorten.' Een meerderheidsstemming zou een alternatief kunnen zijn. Niet lullen maar poetsen Vrijwel alle door CarbonBrief ondervraagde experts zijn het er daarnaast over eens dat de focus niet moet liggen op transparantie, maar op verantwoording van landen. Niet over de doelen op papier, maar met name over de daadwerkelijke impact van landelijk beleid.Todd Stern, voormalig speciaal gezant van de VS voor klimaatverandering: 'Ja, het akkoord van Parijs is gebaseerd op het principe van nationaal vastgestelde bijdragen. Maar Parijs is ook gebaseerd op de belofte dat men zich zou inspannen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Het feit dat landen zelf hun doelstellingen bepalen, betekent niet dat ze niet in twijfel kunnen worden getrokken, aangespoord of bekritiseerd.'Die verantwoording kan op verschillende manieren worden ingericht. Zo heeft wetenschapper Jennifer Allan het over een 'centrale hub' die beloftes die buiten de reguliere onderhandelingen worden gedaan verzamelt en de voortgang bijhoudt. Satat Sampada Climate Foundation-directeur Harjeet Singh hamert juist op herstelbetalingen van rijke landen. En Sandrine Dixson-Declève, erevoorzitter van de Club van Rome, pleit voor een permanent wetenschappelijk adviesorgaan binnen de COP. Gedegen rapportage met wetenschappelijk toezicht en peerreviews moeten landen en bedrijven verantwoordelijk stellen voor hun impact. Lees ook:Kan opwarming van de aarde onder de 2 graden blijven? COP30 wordt cruciaal Het Parijs-akkoord kan de EU duizenden miljarden euro’s besparen Nederlandse woningmarkt kan duurzame doelen in 2030 halen, ondanks tegenwerking van kabinet-Schoof