Eind juli publiceerde het Amerikaanse ministerie van Energie een rapport dat veel stof heeft doen opwaaien. Het 140 pagina’s tellende stuk, getiteld A Critical Review of Impacts of Greenhouse Gas Emissions on the U.S. Climate, is geschreven door een vijftal auteurs die de breed gedeelde wetenschappelijke consensus over de rol van de mens in klimaatverandering aanvechten.
Hoewel het rapport niet ontkent dat er sprake is van klimaatverandering – en dat de aarde opwarmt – wordt geprobeerd de rol van de mens af te doen als relatief insignificant. Daarnaast suggereren de auteurs dat de toename van CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer helemaal niet zo’n groot probleem is.
In het voorwoord stelt de Amerikaanse minister van Energie Christopher Wright, voorheen onder meer ceo van schalieoliebedrijf Liberty Energy, het volgende: ‘Klimaatverandering bestaat en verdient aandacht, maar het is niet de grootste bedreiging voor de mens. Dat is energiearmoede. Het verbeteren van het welzijn van de mens hangt af van betrouwbare en betaalbare energie. […] Beleid dat gestoeld is op verkeerde aannames kan een gevaar zijn voor de menselijke welvaart.’
De implicatie hiervan is dat klimaatbeleid voor het reguleren van emissies eigenlijk niet nodig is. Dat lijkt dan ook het achterliggende politieke doel te zijn van het rapport.
Regering-Trump wil af van regulering broeikasgasemissies
Alles wijst erop dat de regering van president Donald Trump voorsorteert op het herroepen van wetgeving die in 2009 door president Barack Obama is ingevoerd. In de zogenoemde ‘endangerment finding‘ erkende de voormalige Democratische president dat een zestal broeikasgassen die de mens uitstoot, een negatieve invloed heeft op het klimaat en een bedreiging vormt voor het welzijn van Amerikanen.
De wetgeving van Obama is een belangrijke pijler in de Amerikaanse regulering van emissies, maar de vraag is voor hoelang nog. Kort na het verschijnen van het klimaatrapport van het ministerie van Energie stelde het Amerikaanse milieuagentschap EPA in een persbericht voor om de onder Obama ingevoerde wetgeving te schrappen. Het gaat dan specifiek om ‘herroeping van alle regulering rond broeikasgassen die betrekking heeft op auto’s en andere voertuigen.’
Misleidende en onjuiste claims over klimaatverandering
Hoewel het klimaatrapport van het ministerie van Energie dus een concreet politiek doel lijkt te dienen, gaat het verslag zelf op een veel algemenere manier in op klimaatverandering. De inhoudelijke beweringen uit het rapport hebben inmiddels gezorgd voor een golf van geschokte reacties van klimaatwetenschappers. Topexpert Micheal Mann stelde tegenover The Guardian dat het rapport het resultaat lijkt van ‘een chatbot die je traint op de top 10 door de fossiele industrie gefinancierde sites van klimaatontkenners’.
In de meest uitgebreide factcheck tot nog toe legde Carbon Brief het rapport voor aan tal van gerenommeerde klimaatwetenschappers. Dat heeft geleid tot een indrukwekkende opsomming van meer dan honderd misleidende en/of onjuiste claims die in het rapport worden gedaan.
Hieronder behandelen we 5 van de belangrijkste valse claims.
‘Een hogere concentratie van CO2 in de atmosfeer stimuleert de groei van planten en verhoogt de productiviteit van de landbouw’
Dit argument komt een aantal maal terug in het rapport en wordt door diverse experts als overdreven simplistisch en daarmee misleidend bestempeld. Dat CO2 een voedingsstof is voor planten en kan zorgen voor volumegroei, wordt door niemand betwist. In de context van klimaatverandering spelen echter diverse andere zaken een rol.
Een belangrijk punt dat hoogleraren David Lobell van Stanford Univerisity en Joy Ward van Case Western Reserve University maken, is dat je ook moet kijken naar andere effecten van klimaatverandering, zoals het vaker voorkomen van extreme droogte en regenval. Extreem weer vormt een evidente bedreiging voor oogsten en daarmee de productiviteit van de landbouw. In veel gevallen pakt klimaatverandering daardoor netto, afhankelijk van de regionale situatie, negatief uit voor boeren.
Een aantal experts merkt daarbij op dat een groter gewasvolume door extra CO2-toevoer gepaard kan gaan met een lagere dichtheid van essentiële nutriënten en daarmee niet per se positief is. Daarnaast wordt de groei van gewassen volgens natuurkundige David Crisp in de praktijk bepaald door de meest schaarse voedingsstof. Dus als CO2 relatief overvloedig aanwezig is, maar water bijvoorbeeld schaars, dan beperkt dat laatste de feitelijke groeipotentie.
‘Zelfs als de oceanen verzuren, geldt dat het leven in de oceanen is ontstaan toen die relatief zuur waren, met een pH-waarde van 6,5 tot 7’
De onderliggende suggestie van deze claim is dat eventuele verzuring van de oceanen als gevolg van extra CO2-opname geen probleem is. Het leven op aarde is immers in de oceanen ontstaan, toen die zuurder waren dan momenteel het geval is. Dit argument wordt door diverse experts ontmaskerd als een klassieke drogreden: het tweede deel van de verklaring vloeit niet logischerwijs voort uit het eerste deel.
James Rae van de University of St. Andrews merkt op dat het soort leven dat miljarden jaren geleden in de oceanen ontstond floreerde onder condities die niet noodzakelijk geschikt zijn voor de huidige levensvormen op aarde. ‘Zoals de condities op land die voor dinosauriërs geschikt waren, weinig relevant zijn voor de optimale condities voor mensen, is het evenmin zinnig om de habitat van bacteriën uit het vroege leven in de oceanen te vergelijken met condities waaraan het huidige mariene leven zich heeft aangepast.’
Rae stelt ook dat de relatief snelle verzuring van de oceanen in de afgelopen decennia onmiskenbaar een gevaar is voor onder meer schaaldieren.
‘Het IPCC heeft de rol van de zon bij klimaatverandering onderbelicht, maar er zijn aannemelijke reconstructies die erop wijzen dat de zon heeft bijgedragen aan de recente opwarming van de aarde’
Dit argument is een gouwe ouwe van klimaatsceptici om de rol van de mens in klimaatopwarming te bagatelliseren. Inhoudelijk gaat het om een zeer technisch debat dat voor leken eigenlijk niet goed te beoordelen valt.
Topexperts benadrukken in hun kritiek op het rapport van de regering-Trump dat de auteurs teruggrijpen op modellen en datasets waarvan al uitgebreid is aangetoond dat ze onnauwkeurig en verouderd zijn. De gerenommeerde sterrenkundige Theodosios Chatzistergos van het Duitse Max Planck Instituut noemt de suggestie dat de verouderde modellen over de rol van de zon gelijkwaardig zouden zijn aan de nieuwste, empirisch veel beter onderbouwde modellen, ronduit misleidend.
De wetenschappelijke consensus stelt momenteel dat de bijdrage van de zon aan de recente opwarming van de aarde beduidend kleiner is dan die van de mens.
‘De meeste vormen van extreem weer laten geen statistisch significante ontwikkelingen zien die afwijken van historische langetermijntrends’
Hoogleraar Sonia Seneviratne van de universiteit van Zürich stelt dat dit een zeer vage claim is, aangezien die niet wordt gespecificeerd of onderbouwd. Onduidelijk is daarom op welke vormen van extreem weer de auteurs doelen.
In het AR6-rapport van klimaatpanel IPCC wordt in elk geval overtuigend toegelicht dat de door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen zeer waarschijnlijk heeft geleid tot een hogere frequentie en intensiteit van bepaalde weerfenomenen. Het gaat dan om extreme wisselingen van temperaturen in de hele wereld, extreme regelval in Amerika, Europa en Azië en extreme droogte in specifieke regio’s.
‘Onderzoek dat adequaat rekening houdt met modelmatige onzekerheden laat zien dat CO2-emissies per saldo geen negatieve effecten hebben op de (economische) groei, dan wel dat arme landen net zo veel kunnen profiteren als rijke landen’
Econoom Richard Tol van de universiteit van Sussex bestempelt deze bewering als simpelweg onwaar. Een inventarisatie van Tol uit 2024 laat zien dat onderzoeksresultaten een overwegend negatieve invloed van klimaatverandering op de groei van de wereldeconomie laten zien.
De stelling dat arme landen kunnen profiteren van klimaatverandering wordt niet onderbouwd met bronverwijzingen. In de economische literatuur wordt volgens Tol juist de omgekeerde conclusie getrokken: klimaatverandering schaadt de economie van armere landen.




