Je bent begonnen in de consultancy. Hoe ben je bij B Lab Benelux terechtgekomen?
‘Ik vond mijn eerste baan na mijn studie heel leerzaam. Het was hard werken, maar ik leerde snel hoe het er écht aan toe gaat in het bedrijfsleven. Toch begon het te knagen. Ik vroeg me af: wie of wat wordt er nou eigenlijk leuker, beter, mooier, gezonder, groener, socialer van wat wij doen? Je werkt ongeveer 50.000 uur in je leven, dan is het wel belangrijk dat je die doorbrengt met iets wat je zinvol vindt. Dat je mensen gelukkiger maakt, zonder dat dat ten koste gaat van dat wat er voor toekomstige generaties overblijft.
Dat was het moment waarop ik besloot om te stoppen met die baan. Sindsdien ben ik altijd op zoek gegaan naar functies met maatschappelijke impact. Op Schiphol was ik bijvoorbeeld de eerste MVO-manager. Dat was best een pittige taak, want duurzaamheid was toen nog helemaal geen ding in het bedrijfsleven.
Wat me zo aantrekt in duurzaamheid is dat het een verbindend thema is. Verduurzamen is niet makkelijk, maar iedereen kan zich wel een voorstelling maken van waar je het over hebt en waarom het nodig is. Ik solliciteerde bij B Lab omdat die organisatie het bedrijfsleven als bepalende factor ziet. De B Corp-standaard geeft bedrijven handvatten om weg te bewegen van het probleem en onderdeel te worden van de oplossing.’
Over duurzaamheid lijkt nu juist veel onenigheid te zijn. Is het wel waar dat iedereen zich er een voorstelling bij kan maken?
‘Ik denk dat iedereen het kan als mens. Je weet hoe je je voelt als je over het strand of door het bos wandelt, als je kinderen ziet spelen met stokken in plaats van een tablet. Het probleem is vooral dat die verbinding met onze omgeving verdwijnt als we achter onze computer kruipen. Als werknemer worden we nog steeds meer afgerekend op financiële resultaten dan op sociale en maatschappelijke bijdragen.’
B Lab is bekend van de B Corp-certificering. Wat doen jullie nog meer?
‘We zien onszelf als systeemveranderaar. Daarin speelt het bedrijfsleven een centrale rol, maar we kijken bijvoorbeeld ook naar de spelregels die bepaald worden door de politiek. Naar de consument toe willen we vooral het positieve geluid laten horen dat elke andere keuze bijdraagt aan verandering. We kunnen allemaal een rol spelen, elke dag weer opnieuw.
De B Corp-certificering is dus niet het doel, maar een middel om de economie te veranderen. De nieuwe economie gaat niet meer alleen over financiële winst, maar ook over sociale en maatschappelijke waardecreatie. Financiële doelstellingen moeten er zijn om die andere doelstellingen te behalen.’
Hoe ziet die economie eruit?
‘Ik denk dat we dat nog niet volledig weten. Maar het gaat in elk geval meer over beleven en minder over gebruiken. Het is wetenschappelijk aangetoond dat mensen niet gelukkiger worden van meer spullen. En onze lineaire manier van leven past ook niet in deze wereld. In de natuur heeft alles een functie, zijn alle systemen circulair. Onze economie moet ook die kant op. Wat moeten we dan nu gaan doen en welke andere keuzes moeten we maken?
De overgang naar de nieuwe economie vereist investeringen, maar we realiseren ons niet altijd dat juist de oude manier van werken ons ook veel kost. Elke dag dat je dat voortzet, is een verloren dag. Kijk naar mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Als je hen uitsluit, komen ze in een sociaal isolement, leven ze minder gezond en doen ze vaker beroep op psychiatrische zorg. Als ze in dienst komen, dan levert dat maatschappelijk juist iets op. Die waarde wordt veel te weinig erkend.’
Hoe overtuig je bedrijven om zich bij jullie aan te sluiten?
‘Bedrijven kiezen er zelf voor om een B Corp te willen worden, maar ik spreek natuurlijk wel veel mensen bij bedrijven die ik vertel over onze doelen. Dat doe ik vooral vanuit positiviteit. Ja, het is een lastig tijdperk voor duurzaamheid, maar positieve voorbeelden motiveren mensen meer. We kunnen het ons niet veroorloven om negatief of apathisch te worden.
Ik vind het wel belangrijk om heilige huisjes af te breken. De status quo is er om te bediscussiëren, als je het mij vraagt. Bij één van mijn eerste werkgevers kregen veel collega’s bijvoorbeeld nog leaseauto’s zonder dat ze die nodig hadden voor het uitoefenen van hun functie. Toen heb ik aan de directie gevraagd: zijn al die auto’s wel nodig? Ik ben geneigd dingen gewoon te benoemen om de conversatie open te breken.
Het is in zo’n geval wel belangrijk dat je perspectief biedt. Daarom is de B Corp-community zo belangrijk. Er zijn veel voorbeelden van ondernemers die een heel mooie en succesvolle omslag hebben gemaakt. Denk aan Bert van Son, die uit de mainstream kledingindustrie kwam en daarna Mud Jeans oprichtte, ‘s werelds eerste circulaire denimmerk. Ik breng bedrijven uit de community én andere bedrijven graag in contact.’
B Lab krijgt regelmatig kritiek omdat grote bedrijven die niet als duurzaam worden gezien, toch een B Corp-certificaat krijgen, zoals Danone, bol.com en Princess Polly. Ben je het daarmee eens?
‘Die bedrijven doorlopen dezelfde procedure als andere bedrijven en moeten aan dezelfde eisen voldoen. Een certificaat krijg je niet zomaar. Hoewel we een grens trekken bij sommige sectoren, willen we in principe juist zo veel mogelijk bedrijven meenemen.
De kritiek voert vaak terug op wantrouwen over de duurzame intenties van grote bedrijven. Daarom is onze voorwaarde aan multinationals dat ze transparant moeten zijn en hun proof points voor certificering ook online zetten.
Mensen kunnen zich dan alsnog afvragen of die bedrijven het goed genoeg doen. Dat is ook goed. We hopen dat bedrijven elkaar inspireren én bevragen. Constructieve onderlinge kritiek is altijd welkom; we pretenderen nooit dat een B Corp-bedrijf al perfect duurzaam is. Bedrijven met een B Corp-certificering committeren zich wel om te blijven verbeteren. Certificering is daarbij het startpunt, niet het eindpunt.’
Wat is het voordeel van grote bedrijven in de community?
‘Je kunt wel proberen verandering aan te jagen met een heel klein groepje koplopers, maar wij denken dat je meer nodig hebt voor een transitie van het systeem. Er zijn theorieën die stellen dat er 20 tot 25 procent van een sector nodig is om verandering in de hele sector te bewerkstelligen. Voor verandering heb je nu eenmaal schaal en marktkracht nodig. Dus als we enkele grote spelers binnen een sector zover krijgen dat ze het raamwerk van B Corp-standaarden gaan toepassen in hun organisatie, ontstaat er beweging. Daar profiteren ook kleinere bedrijven weer van.’
Hoe houd je het certificaat ook toegankelijk voor kleinere bedrijven?
‘Onze tarieven worden berekend op basis van de omzet van een bedrijf. Maar ik kan me wel voorstellen dat de procedure voor heel kleine startups een te grote tijdsinvestering is. Ja, je bent als ondernemer vrij om mee te doen, graag zelfs, maar je kunt je afvragen in welke fase van je bedrijf je wilt instappen.
Dat betekent niet dat je ons framework niet kunt gebruiken als handvatten. Onze standaarden en rekentool zijn openbaar, dus je kunt er op elk moment mee beginnen. Je hoeft geen B Corp te zijn om op een zinvolle manier te ondernemen.’
Met wie zou je graag nog willen samenwerken?
‘Als ik heel opportunistisch antwoord, zou ik graag zien dat B Corps in de maatschappelijke raad van het nieuwe kabinet komen. Ik vind sowieso dat er veel meer contact moet komen tussen beleidsmakers en het bedrijfsleven. En dan bedoel ik de vooruitstrevende groene bedrijven, die niet altijd genoeg geld hebben om lobbyisten in te huren.
Zelf wil ik graag onze samenwerking met andere organisaties verdiepen. Bijvoorbeeld met het WNF, die ons heel veel aanvullende kennis kan bieden over biodiversiteit. En we zijn in contact met de SER en UN Global Compact om samen te werken op het gebied van diversiteit & inclusie. Op die doelstellingen gaan we achteruit, en dat vind ik anno 2025 echt niet kunnen.’




