Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
10 december 2025, 11:00

Changemaker Thami Schweichler (United Repair Centre): 'Mensen zijn vaak trots op een zichtbare reparatie'

Repair is the new cool: met dat motto wil United Repair Centre de kledingindustrie opschudden. Het bedrijf is op een duurzame én sociale missie. ‘Maken verbindt’, weet ceo Thami Schweichler.

Changemaker Thami Schweichler, ceo van United Repair Centre Thami Schweichler: 'Zie het niet als productreparatie, maar als reputatiereparatie.'

Morgen vertrekt hij naar Parijs, vertelt Thami Schweichler als we hem spreken. Daar opent in februari een nieuwe ‘reparatiehub’ van United Repair Centre (URC). Na Amsterdam en Londen is Parijs de derde stad waar zo’n hub komt.

De uitbreiding wordt mogelijk gemaakt door een nieuwe investering van 3,2 miljoen euro, afkomstig van impactinvesteerders uit Nederland en Frankrijk. Kortom: URC timmert flink aan de weg.

Je hebt een achtergrond in industrieel design. Hoe kwam je uit op kledingreparatie?

‘Ik heb me altijd vooral beziggehouden met social design. Aan het begin van mijn carrière werkte ik bij een sociale onderneming die een motorfietsfabriek bouwde in Kenia. Zo werd ik bekend met sociaal ondernemen. Mensen leren vissen in plaats van vis geven, dat idee.

Mijn eerste bedrijf Makers Unite, waaruit United Repair Centre later is voortgevloeid, ontstond ook uit een sociale missie. In 2016, het hoogtepunt van de toestroom van Syrische vluchtelingen, zette ik een activistische actie op. Voor de ReVest Life-campagne haalden we reddingsvesten die door vluchtelingen waren gebruikt naar Nederland. Die upcycleden we tot producten die we op Koningsdag verkochten.

Tijdens die campagne zag ik hoe maken kan verbinden. Vooral voor nieuwkomers. Zo ontstond het idee om er een bedrijf van te maken. Dat werd Makers Unite, dat zich vooral op upcycling door nieuwkomers focuste. Op een gegeven moment kwam Patagonia naar ons toe met een specifieke vraag over kledingrecycling. Samen met hen hebben we toen URC opgezet, met de steun van het Amsterdam Economic Board.’

Jullie werken inmiddels met 32 bedrijven wereldwijd. Hoe haal je die klanten binnen in een tijd waarin reparatie vaak nog duurder is dan nieuwe kleding?

‘Het ligt er maar net aan hoe je naar de kosten kijkt. Ja, de kapotte jas van een klant repareren kost merken geld. Maar het levert ook veel op. Als diezelfde klant later een nieuwe jas nodig heeft, is de kans groot dat ‘ie weer bij jou terechtkomt. Of hij verwijst anderen naar jou door. Terwijl je zonder reparatie juist klanten verliest. Je moet reparatie niet zien als productreparatie, maar als reputatiereparatie.

We zijn expres begonnen met outdoormerken die duurzaamheid hoog op de agenda hebben staan. Dat is een makkelijke doelgroep. Maar ook andere merken willen én moeten verduurzamen. In Europa kunnen kledingmerken niet zomaar meer kapotte kleding weggooien. Daarvoor moeten ze ook wettelijk hun verantwoordelijkheid nemen.

Het helpt dat er steeds meer vraag is van de consument. Zij zijn vaker trots op een zichtbare reparatie, die hun item uniek maakt.’ Veelbetekenend laat Schweichler zijn jasje zien, waarop twee zichtbare rode patches genaaid zijn.

Kun je zelf eigenlijk een beetje naaien?

Lachend: ‘Ik ben verschrikkelijk achter de naaimachine. Laat mij maar doen waar ik goed in ben: mensen samenbrengen en een bedrijf bouwen. Ik vind het vooral interessant om een sociale missie op een commerciële manier én op schaal uit te voeren. Business en impact kunnen elkaar echt versterken.’

Jullie motto is: here to repair the clothing industry by putting people first. Waarom werken jullie vooral samen met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt?

‘Eén van mijn grootste drijfveren is om ongelijkheid tegen te gaan. Maar het heeft ook praktische voordelen. In Nederland missen jonge mensen de vaardigheden van reparatie. In landen waar textiel een belangrijke economische sector was of is, kunnen mensen wel repareren. Bij ons werken mensen van 21 verschillende nationaliteiten. Zonder hun kennis zouden wij niet zo goed zijn als we nu zijn. Die vaardigheden zijn ook cruciaal in de transitie naar een circulaire economie.’

Jullie besteden veel aandacht aan de technologie die klanten inzicht biedt in reparaties die bij jullie lopen. Wat is de rol van die technologie?

‘Kledingreparatie bestaat al sinds kleding bestaat. Het grote verschil tussen URC en de Gouden Schaar om de hoek zit ‘m in de data die wij aan klanten kunnen bieden. Via ons platform kunnen ze bijvoorbeeld live zien welke van hun kledingstukken het vaakst gerepareerd moeten worden.

Ik geloof dat technologie key is voor de circulaire transitie in de kledingindustrie. Om data te verzamelen én omdat het de logistiek makkelijker maakt. Gelukkig heeft Paul (Kerssens, co-founder, red.) daar veel ervaring mee.’

Toch kan ik me voorstellen dat het juist het duurzaamst is om naar de reparateur om de hoek te gaan.

‘Daar heb je gelijk in. Liefst lopend of op de fiets. Wij zijn er ook alleen maar blij mee als mensen dat doen, omdat het past bij onze missie om reparatie logischer te maken dan vervangen.

Wij willen impact maken op grotere schaal. We zijn er om de kledingindustrie te veranderen door merken te helpen die een grootschalige one stop shop zoeken voor al hun reparaties. Natuurlijk heeft het vervoer van kleding bij ons een ecologische voetafdruk, maar die valt in het niet bij de voetafdruk van het produceren van een nieuw kledingstuk.’

De lijst met failliete duurzame modemerken groeit gestaag. Hoe is het om in deze sector te pionieren?

‘Niet makkelijk. We moeten een heel nieuwe markt creëren. 80 procent van onze klanten heeft nooit iets met reparatie gedaan. Daarmee beginnen vergt veel moed, en dat kost tijd.

In de kledingindustrie gaat het bovendien om lage marges en hoge volumes. We zijn steeds aan het kijken hoe we beter, slimmer en simpeler kunnen werken. Tegelijkertijd bieden wij natuurlijk niet alleen kledingreparatie, maar ook een technologisch platform met live inzicht en contact met de klant. Daar betalen merken ook voor.

Disruptie komt tot stand in een driehoek van beleid, consument en producent. De consument vraagt al om betere producten, en producenten innoveren. Maar de overheid maakt innovatie niet lonend genoeg. Een faillissement als dat van New Optimist is zonde. Zij brachten juist zo veel maatschappelijke waarde.’

Toch lijkt het jullie relatief goed af te gaan.

‘We groeien snel, maar als je kijkt naar de hele kledingindustrie is het nog maar een druppel op een gloeiende plaat. De verandering komt pas als ook de echt grote merken mee gaan doen. Als kledingreparatie even toegankelijk en makkelijk is als kleding kopen, zelfs leuker en beter. Dat zie je nu al gebeuren met tweedehands kleding, en dat moet ook met reparatie gebeuren.

Daar hebben we een wereldwijd bereik, ecosysteem én beleid voor nodig. We kunnen in Frankrijk wel een atelier met honderd medewerkers opzetten, maar daar is de markt nog niet klaar voor; eerst moet de vraag worden gestimuleerd. Wat dat betreft, is er nog veel werk te doen. Daarom gaan mijn werkzaamheden binnen URC binnenkort veranderen, zodat ik me meer op het ecosysteem kan richten.’

Met wie zou je graag nog willen samenwerken?

‘Toen ik in 2016 met Makers Unite begon, maakte ik een lijst van merken waarmee ik graag wilde samenwerken. Bovenaan stonden Patagonia, Ben & Jerry’s en Toms. Mijn helden. Hoe tof is dat die eerste twee mij in de jaren daarna gewoon zelf hebben gebeld?

Nu heb ik een nieuwe lijst. Daarop staan niet de meest ambitieuze bedrijven, maar juist de meest vervuilende. Want als we de kledingindustrie willen veranderen, moeten we juist samenwerken met de Primarks van deze wereld. Ook voor hen zie ik veel kansen in een circulaire economie. Je kunt hun missie om kleding betaalbaar te houden prima op een andere manier uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan kleding verhuren. Daarbij hoort kwalitatieve kleding die lang meegaat, en ook reparatie.’

Lees ook:

Nieuwsupdate: Prijzen lithium-ionbatterijen blijven dalen en aanleg waterstofnetwerk loopt gevaar

Prijzen lithium-ionbatterijen blijven dalen De prijzen van metalen stijgen, maar de prijzen van lithium-ionbatterijen stijgen niet mee. Sterker nog: de kostprijzen van de meest gebruikte batterijsoort zijn sinds 2024 met 8 procent gedaald, concludeert BloombergNEF op basis van eigen onderzoek. Lithium-ionbatterijen kosten nu zo'n gemiddeld 108 dollar (bijna 93 euro) per kilowattuur aan capaciteit.De prijsdaling komt onder meer door de hevige concurrentie en overcapaciteit in de productie van batterijcellen. Bovendien wordt er steeds vaker gebruikgemaakt van een bepaald type lithium-ionbatterijen: ijzerfosfaatbatterijen (LFP). Die batterijen, met een kathode van ijzerfosfaat, zijn goedkoper dan batterijen die gebruik maken van nikkel en kobalt. China heeft een dominante positie in de productie van LFP-batterijen.Lees ook: Zonnepanelen kunnen niet meer zonder batterijen: gaan we die in Europa maken? Investeren in klimaat en milieu levert biljoenen dollars op Als we investeren in de gezondheid van klimaat en leefomgeving kan dat biljoenen dollars aan economische waarde opleveren, miljoenen doden voorkomen en honderden miljoenen mensen uit armoede halen. Dat is de conclusie van de Global Environment Outlook van VN-milieuprogramma UNEP. De macro-economische voordelen kunnen in 2070 wel 20.000 miljard dollar per jaar bedragen en later stijgen tot 100.000 miljard dollar per jaar, stelt UNEP. Andersom veroorzaakt de niet-duurzame productie van voedsel en het verbruik van fossiele brandstoffen nu per uur 5 miljard dollar (!) aan schade.Honderden wetenschappers uit 82 landen werkten ruim zes jaar aan het rapport, onder wie onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving. Zij doen verschillende aanbevelingen om netto nul uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke stoffen te bereiken op vijf gebieden: economie en financiën, materialen en afval, energie, voedselsystemen en milieu. Samen kosten die maatregelen zo'n 8.000 miljard dollar tot 2050, maar niets doen is nog veel duurder, aldus UNEP.Normaal wordt de Global Environment Outlook afgesloten met een samenvatting, die wordt onderschreven door overheden. Maar omdat onder meer de VS, Saudi-Arabië en Rusland weigerden zich te scharen achter de conclusies over fossiele brandstoffen en plastic, ontbreken de samenvatting en formele steun nu, schrijft NRC.Lees ook: Klimaatkantelpunten kosten duizenden miljarden euro's: 'Nu investeren in groene opties is veel goedkoper' Aanleg waterstofnetwerk in gevaar door subsidietekort Groene waterstof wordt gezien als grote belofte voor industrie die afhankelijk is van gas. Maar de aanleg van een waterstofnetwerk dat in 2030 vijf grote Nederlandse industrieclusters met elkaar moet verbinden gaat flink langer duren, meldt de NOS na onderzoek door de Algemene Rekenkamer.De kosten vormen één van de grootste problemen. Werden die vier jaar geleden nog geschat op 1,5 miljard euro; inmiddels wordt uitgegaan van 3,8 miljard euro. Dat betekent dat de toegezegde subsidie van 750 miljoen euro tekortschiet. Volgens de Rekenkamer komt het netwerk nog zo'n 1,8 miljard euro subsidie tekort. Een ander probleem is dat de industrie minder snel van het gas afgaat dan verwacht, waardoor voor het waterstofnetwerk minder gebruik gemaakt kan worden van bestaande gasleidingen. Er moeten dus meer nieuwe leidingen worden aangelegd.Lees ook: Groene waterstof voorbij de hype: ‘We zijn inmiddels terug op aarde, maar de belofte is nog steeds groot’ Elektriciteitssector stoot meer broeikasgassen uit, industrie minder Nederland heeft in het derde kwartaal van 2025 ongeveer net zo veel broeikasgassen uitgestoten als een jaar eerder, meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers. Maar als je per sector kijkt zijn er wel belangrijke verschillen. Zo was de uitstoot van de elektriciteitssector 20 procent hoger dan in het derde kwartaal van 2024, vooral door een hoger verbruik van steenkool.De Nederlandse industrie stootte vorig kwartaal juist 6 procent minder broeikasgassen uit. Dat komt door een iets lagere productie van de meest vervuilende branches, waaronder de chemische industrie. Ook huishoudens, de dienstensector en het wegverkeer stootten minder uit.Lees ook: Groen staal: CO2-intensieve sector moet aan verschillende knoppen draaien om sneller te verduurzamen Nederlandse bedrijven positief over investeringen in duurzaamheid Bijna alle Nederlandse bedrijven investeren in energie-efficiëntie. Dat blijkt uit een jaarlijkse enquête van de European Investment Bank (EIB). Een belangrijke reden is het aanpakken voor de hoge energiekosten, maar bedrijven zien de duurzame transitie ook steeds meer als een kans voor hun bedrijf. Gaf vorig jaar slechts 28 procent aan de duurzame transitie te steunen, nu is dat 39 procent.Ironisch genoeg zijn dezelfde hoge energiekosten voor meer dan de helft van de bedrijven ook een belemmering om investeringen te doen. Ook regelgeving, personeelstekorten en onzekerheid over de toekomst houden bedrijven tegen. Toch is het investeringsklimaat in Nederland volgens de EIB relatief positief.Lees ook: Zo groot is de investeringskloof bij 8 cruciale technologieën voor de energietransitie (en dat biedt ook kansen) Met warm 2025 komt 3-jaars gemiddelde boven 1,5 graden opwarming 2025 is 'vrijwel zeker' het op een of twee na warmste jaar vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw. Dat meldt The Guardian op basis van prognoses van het Europese observatie-instituut Copernicus. In januari tot november lagen de wereldwijde temperaturen gemiddeld 1,48 graad Celsius hoger, vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw. In november was dat zelfs 1,54 graad.2024 is tot nu toe het warmste jaar van deze eeuw, 2023 het op een na warmste jaar. Volgens Copernicus zijn de temperaturen dit jaar vergelijkbaar met die van twee jaar geleden. De kans is dan ook groot dat het driejarig gemiddelde van de temperatuurstijgingen voor het eerst boven de 1,5 graad Celsius uitkomt. Dat betekent overigens niet dat de doelen in het klimaatakkoord van Parijs automatisch niet zijn gehaald, want daarvoor wordt gekeken naar de gemiddelde temperatuurstijging over een lagere periode.Lees ook: Hernieuwbare energie groeit keihard, maar de energietransitie moet nog sneller om riskante opwarming te voorkomen Ook in de media:EU bereikt akkoord om uitstoot broeikasgassen met 90 procent te verlagen (RTL Nieuws) Reclame Code Commissie: ‘Eneco misleidt met CO2-gecompenseerd gas’ (Duurzaam Ondernemen) Netbeheerder Enexis denkt stroomuitval in winter te voorkomen: 'Dure oplossing' (Nu.nl) Ford gaat samen met Renault kleine elektrische auto’s bouwen voor Europa (de Volkskrant) Klimaatjurist Hannah Prins: ‘Niemand haat me meer, misschien doe ik iets fout’ (FD) Waarom grote problemen zoals het klimaat alleen met kleine stapjes aan te pakken zijn (Trouw) Amerikaanse rechter veegt Trumps verbod op nieuwe windprojecten van tafel (Nu.nl)