Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
09 december 2025, 15:00

Patagonia geeft levenslange garantie op kleding, en dat is slimmer dan je denkt

Reparatie is een cruciaal onderdeel van de circulaire economie. Maar iets nieuws bestellen is sneller en vaak zelfs goedkoper. Toch zijn er voor bedrijven genoeg redenen om reparatie aan te bieden, weten experts.

Kledingreparatie Voor elektronica is er al een 'right to repair' ingevoerd op Europees niveau, maar van een recht op kledingreparatie is nog geen sprake. | Credits: Getty Images

In een circulaire economie worden spullen zo lang mogelijk gebruikt. Daarbij hoort ook reparatie – van kapotte laptops, mixers, meubels én kleding. Maar als een klant terugkomt met een kapot kledingstuk, is het voor kledingmerken vaak goedkoper om dat om te wisselen voor een nieuw exemplaar.

Dat prijsverschil komt net name door het schaalverschil, legt Emma Brouwer van de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie (NVCE) uit. ‘Kledingproductie kun je veel gemakkelijker opschalen dan reparatie. Dat is bijna lopendebandwerk, terwijl reparatie toch maatwerk blijft.’

Kledingmerken die reparatie in hun verdienmodel willen verweven moeten dan ook op een andere manier naar waarde kijken. Want reparatie levert – direct of indirect – wel degelijk iets op.

Kosten kledingreparatie in de prijs besloten

Dat weten ook de pioniers die al reparatie aanbieden, zoals Sophie Stone en Patagonia. Patagonia geeft klanten bijvoorbeeld een levenslange garantie en betaalt in Europa de volledige kosten van een reparatie. Dat doen ze met name uit ideologische overwegingen, vertelt Willem Swager, Patagonia’s director of finance & operations voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. ‘Reparatie zit echt in het DNA van Patagonia. Yvon (Chouinard, oprichter van Patagonia, red.) verdiende daar zijn eerste inkomen mee.’

De afgelopen jaren heeft het merk zijn reparatieproces flink geprofessionaliseerd. Inmiddels heeft het in Europa een netwerk van veertien reparatiecentra, vertelt Swager. In Nederland was hij namens Patagonia nauw betrokken bij de oprichting van het United Repair Centre (URC) in Amsterdam. Doel daarvan is om de reparatiecapaciteit te vergroten, andere merken mee te krijgen – inmiddels zijn ook onder anderen Decathlon, The North Face en Levi’s aangesloten – en kleding (her)maken als een vaardigheid in stand te houden. Daarom is er een speciale Repair Academy.

De reparatiekosten zitten bij Patagonia al grotendeels in de productprijs besloten, zegt Swager. ‘Wij zien het als een soort inbegrepen servicekosten. Er klaagt toch ook niemand dat we een klantenservice hebben? Het is een kwestie van hoe breed je je verantwoordelijkheid naar de klant toe ziet.’

Kansen voor marketing en design

Swager benadrukt dat kledingreparatie ook enkele ‘zachte voordelen’ heeft die zich wellicht niet direct in geld uitbetalen, maar op de lange termijn wel. ‘Als jij een scheur in je nieuwe jas hebt en wij maken ‘m gratis voor je, ben je daar blij mee. Dat creëert mond-tot-mond-reclame en loyaliteit. Als je opnieuw op zoek bent naar iets, denk je misschien eerder aan Patagonia.’

Patagonia heeft de effecten van zijn reparatiebeleid op de verkopen nooit onderzocht, zegt Swager. ‘Maar de afgelopen jaren zijn we gigantisch gegroeid. Daar heeft het vast een aandeel in gehad.’

Ook Rachel Cannegieter, oprichter van fashionconsultancybureau RethinkRebels en circulair collectief The Circle Club, ziet reparatie als marketingkans voor kledingmerken. Niet alleen omdat zo’n dienst loyaal maakt, maar ook omdat het waardevolle contactmomenten met zich meebrengt. ‘Iedereen wordt tegenwoordig gek van nieuwsbrieven’, stelt ze. Ofwel: wie de kans krijgt een persoonlijke mail te sturen, moet die kans benutten.

Het reparatietraject levert dus data over je klanten op. Maar óók over je kleding zelf. Cannegieter: ‘Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijk bijhouden welke kledingstukken vaak kapot gaan en op welke plek. Dat kun je weer terugkoppelen aan de designafdeling, waardoor je kwalitatievere kleding kunt maken.’ Vanwege die voordelen kunnen de kosten voor reparatie uit verschillende potjes worden geput, stelt ze.

Reparatie integreren in het bedrijf

Kiezen kledingmerken er eenmaal voor reparatie aan te bieden, dan kunnen kledingmerken dat in de eigen winkel doen of uitbesteden. Livera heeft bijvoorbeeld afspraken met naaiateliers.

Uitbesteden kan onder meer aan B2B-platforms URC of Mended. URC heeft eigen kleermakers in dienst, vooral mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. In 2024 heeft het bedrijf ruim 29.000 kledingstukken gerepareerd. Mended heeft geen kledingmakers in dienst, maar fungeert als schakel tussen consumenten en aangesloten kledingmakers.

Welke uitvoering het beste is, verschilt per merk, zegt Cannegieter. Als je het in-house doet, heb je het vaak meer onder controle. Maar het kost ook veel meer tijd en energie om een goed proces op te zetten.

Ook is er een verschil tussen online en fysieke retailers. Online webshops hebben bijvoorbeeld vaak te maken met kleding die bijvoorbeeld met vlekken wordt teruggestuurd. In dat geval gaat het niet terug naar de klant. Wel kan het na herstel worden verkocht als pre-loved item, zoals sommige merken doen. Cannegieter: ‘Resale groeit momenteel drie keer zo snel als reguliere verkopen. Al zijn de hoeveelheden natuurlijk nog veel lager.’

Overheidsprikkels voor reparatie

Toch blijft het een feit dat reparatie niet de standaard is. Liefst 45 procent van de kapotte kleding in Nederland is vorig jaar weggedaan, blijkt uit onderzoek in opdracht van Milieu Centraal. ‘Je moet echt waarde hechten aan een kledingstuk om het te laten repareren’, weet Brouwer van de NVCE. Dat de schoenmaker grotendeels uit het straatbeeld is verdwenen, helpt ook niet.

Daarom ziet Brouwer het liefst overheidsprikkels om reparatie te helpen opschalen. ‘Dan pas krijg je de grote massa mee. Het hoeft niet eens gedwongen te zijn. In Frankrijk is reparatie bijvoorbeeld niet verplicht, maar is er wel een repair bonus.‘ Franse reparatievouchers worden deels betaald van subsidies, wat de rekening niet slechts bij consument of verkoper neerlegt.

In 2023 is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) textiel ingegaan. Die maakt producenten en importeurs van kleding verantwoordelijk voor het afvalbeheer. Toch is dat voor de meesten geen prikkel om meer circulair opereren, ziet Brouwer. ‘Het idee van de UPV is goed, maar de uitvoering laat te wensen over. Als merk kun je je verantwoordelijkheid met een minimaal bedrag afkopen. Terwijl de UPV juist gaat over verantwoordelijkheid nemen.’

Alleen de UPV vindt ze daarom niet genoeg. Een mogelijke aanvullende maatregel is het right to repairdie de fabrikant verplicht tot reparatie binnen een redelijke tijd en met een redelijke prijs. Voor elektronica is dat al ingevoerd op Europees niveau; lidstaten hebben tot najaar 2026 de tijd om dat in de nationale wetgeving te verwerken.

Van een reparatierecht op textiel is nog geen sprake. ‘Al gonst het wel in de markt’, weet Cannegieter. ‘En uiteindelijk kijken kledingmerken toch vaak naar concurrenten. The Circle Club heeft recent een pilot gedaan met verdienmodellen rondom upcycling. Daar merkten we heel sterk dat merken gevoelig zijn voor wat de ander doet. Dat zal ook voor reparatie gelden. Bovendien heeft het invloed op wat de consument normaal gaat vinden.’

Toch ziet ook Cannegieter overheidsprikkels wel zitten. ‘Voor zover ik weet betalen we nog steeds 21 procent btw over reparatie. Dat helpt natuurlijk niet.’

Verdienmodellen testen

Ondanks de uitdagingen is Brouwer positief over de toekomst. ‘Vanuit Europa komt er best wat stimulerende wetgeving aan, zoals een verplicht Digital Product Passport voor textiel. Zelfs als het nog jaren duurt voordat die regels in Nederland in werking treden, beïnvloeden ze nu al de markt. Als je een bedrijf bouwt, moet je namelijk altijd naar de toekomst kijken.’

Daarnaast begint diezelfde markt steeds meer tekenen van adoptie te vertonen. Het zijn weliswaar vooral de groene merken die reparatie omarmen, maar: ‘Zelfs bij H&M kun je nu al je kleding laten repareren. Dat stemt hoopvol.’

Alle experts benadrukken dat reparatie hand in hand gaat met design. Designen we niet for circularity, dan zijn kledingstukken vaak van onvoldoende kwaliteit om überhaupt te kunnen (laten) repareren. ‘We kunnen wel duizenden repairshops openen, maar als we lijm in kleding blijven gebruiken, blijft het afval’, zegt Brouwer. In verschillende landen is er daarom al een zogenoemde reparatie-index ingevoerd.

The Circle Club houdt zich de komende maanden in opdracht van de gemeente Amsterdam bezig met een proof-of-concept om verschillende verdienmodellen rondom kledingreparatie te onderzoeken. Cannegieter: ‘We gaan samen met Circular Innovations onderzoeken hoe retailers repairdiensten op een schaalbare, economisch haalbare manier kunnen integreren in hun bedrijfsvoering. Hoe maken we repair makkelijk én commercieel? Daar ben ik zelf ook nog naar op zoek.’

Lees ook:

Bekroonde elektrische bestelbus helpt mkb’ers overstappen naar emissievrij vervoer

‘Met de Kia PV5 kunnen we qua prijs direct concurreren met bestelbusjes met verbrandingsmotoren. Dat maakt dat een ondernemer de duurzame keuze makkelijker kan maken. Daarom spreken wij van een gamechanger’, zegt PR-manager Laurens van Bergeijk van Kia. ‘Het wordt pas interessant voor ondernemers als je iets aanbiedt tegen een vergelijkbare prijs.’Volgens business development manager Lex Rutten van Kia spelen meer zaken dan prijs een rol bij de keuze voor een duurzame bedrijfswagen. ‘Wat wij proberen te doen is een aanbod creëren voor een ondernemer, zodat hij zo weinig mogelijk drempels heeft om naar elektrisch rijden over te stappen.’‘Ze hebben altijd een reden om het niet te doen. Dat kan zijn dat de actieradius niet goed is, dat het laadvermogen te slecht is, dat hij niet snel genoeg oplaadt of dat ze geen parkeerplaatsen hebben. Ik heb ze allemaal gehoord. Ze zullen hun werkzaamheden altijd een beetje moeten aanpassen, maar wij willen die drempels zo plat mogelijk maken’, zegt Rutten. Vervoer wordt emissievrij In het Klimaatakkoord is afgesproken dat al het vervoer vanaf 2030 stap voor stap emissievrij wordt en in 2050 helemaal geen CO2 meer uitstoot. In de meeste gevallen betekent dat overstappen van een verbrandingsmotor op diesel of benzine naar elektrisch rijden.Ook zijn dit jaar de eerste zero-emissiezones ingevoerd in achttien grote Nederlandse steden. Dieselbusjes mogen daar niet meer naar binnen. Kleine ondernemers als pakketbezorgers, leveranciers, marktkooplieden en aannemers moeten daardoor hun oude bus inruilen voor een elektrische om te kunnen blijven werken. Velen vinden dat te duur en te omslachtig. Ze vragen een ontheffing aan of maken bezwaar. Goede momentum op Nederlandse markt Voor die ondernemers kan de PV5 een oplossing bieden. ‘Wat dat betreft was het momentum op de Nederlandse markt heel goed voor de PV5’, zegt Rutten. ‘De eerste zero-emissiezones zijn net van kracht geworden, en sinds 1 januari wordt er ook bpm geheven op bedrijfswagens met een verbrandingsmotor. Dat heeft meteen verandering gebracht in het gedachtenproces van een mkb’er.’‘Financieel en rationeel gezien is het nu gewoon goedkoper om een elektrische bedrijfswagen aan te schaffen in plaats van eentje met een verbrandingsmotor. Net op dat moment introduceerden wij de prijzen voor een model dat verschillende oplossingen biedt. Deze wagen zorgt ervoor dat je zaken kunt blijven doen in de binnenstad. Daarnaast heeft hij veel financiële en milieuvoordelen.’ Verschillende vraagstukken oplossen met één platform Rutten is business development manager PBV, dat staat voor ‘Platform Beyond Vehicle’. Het is een zogeheten skateboard-platform, puur ontworpen voor elektrische voertuigen, genaamd E-GMP.S. Waar andere automerken vaak een bestaande bestelbus met een diesel- of verbrandingsmotor ombouwen naar elektrisch, kan Kia via dit platform allerlei elektrische modellen vanaf het chassis – zeg maar vanaf nul – modulair ontwerpen en bouwen in verschillende maten, hoogtes, lengtes en gewichten.‘Dat maakt het platform efficiënt. Je kunt met één platform veel verschillende mobiliteitsvraagstukken beantwoorden omdat je de auto kunt samenstellen voor verschillende doeleinden’, zegt Rutten. ‘Vraagstukken als elektrisch rolstoelvervoer, vervoer van grote gezinnen of personenvervoer via een taxi. Daarnaast is de batterij zo gepositioneerd dat de rijeigenschappen zijn verbeterd.’De PV5 is het eerste product van dat platform. De afgelopen weken gingen de eerste bestelbussen naar de dealers. Door die modulaire aanpak kunnen die geleverd worden als bedrijfswagen, personenbus, voor rolstoelvervoer of als een chassis-cabine waar achterop een opbouw op maat op geplaatst kan worden. Wereldrecord verbroken Door die efficiënte aandrijflijn haalt de PV5 meer kilometers uit hetzelfde batterijpakket. Daardoor kon de wagen eind oktober het wereldrecord voor elektrische bestelbussen breken. Met een volledige beladen voertuig werd op één acculading maar liefst 693,38 kilometer gereden. De PV5 reed twaalf keer een route van 58 kilometer en deed daar 22 uur en 30 minuten over.Het was een rit over gewone wegen, met verkeerslichten en rotondes: omstandigheden die vergelijkbaar zijn met het dagelijks werk in de bezorging en logistiek. ‘Dit komt helemaal overeen met stadsgebruik’, zegt Rutten. Nu al drie prijzen gewonnen Voor Kia is de PV5 de eerste volledig elektrische bestelwagen. Dus was het verrassend dat het model meteen drie prijzen won. Begin oktober werd de PV5 tijdens de jaarlijkse Bestelauto van het Jaar-verkiezing van Automotive Magazine uitgeroepen tot ‘Belofte van het Jaar 2026’. Op 20 november volgde in Lyon de prestigieuze award voor ‘International Van of the Year 2026’. Die prijs werd toegekend door een vakjury van bedrijfswagenjournalisten uit 26 landen.Juryvoorzitter Jarlath Sweeney van de International Van of the Year-verkiezing was net als zijn mede-juryleden vol lof over het nieuwe model. ‘De volledig elektrische Kia PV5 zet in het segment van lichte bedrijfswagens een nieuwe standaard op het gebied van innovatie, efficiency en allround capaciteiten. Hij combineert emissievrije mobiliteit met veelzijdigheid en praktische bruikbaarheid en herdefinieert wat bedrijven van een moderne bestelwagen kunnen verwachten’, zei Sweeney bij de prijsuitreiking.Een week later werd won de Kia PV5 prijs nummer drie: de wagen werd bij de TopGear Awards uitgeroepen tot ‘Family Car of the Year 2026’. Lees ook:Bijtelling leaseauto's omhoog: toch blijft elektrisch vaak voordeliger dan benzine Definitief, in aangepaste vorm of voorlopig niet: zo gaan gemeenten om met zero-emissiezones Steeds slimmer laden: hoe de bidirectionele auto een succes kan worden Je elektrische auto goedkoper opladen als de zon schijnt en de stroomprijs laag isDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren, in samenwerking met onze partner Kia. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.