Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
19 november 2025, 10:00

Changemaker Joost Hoffman (Moos): 'We moeten niet vechten om de punt, maar de duurzame taart groter maken'

Er moeten snel veel woningen bijkomen. Dat kan met fabrieksmatig bouwen, weet changemaker Joost Hoffman. En dat is nog duurzaam ook.

Joost Hoffman, oprichter en directeur van Moos Joost Hoffman (Moos): 'Het eerste project hebben we zonder contracten gedaan. Dat laat het belang van vertrouwen zien.'

Vorige maand won Moos de internationale Built by Nature-prijs voor het project Appelweg in Amsterdam-Noord. Bewoners van 63 appartementen kijken daar uit over het water, vanuit een appartement dat grotendeels uit hout en duurzaam beton bestaat.

Het complex is gebouwd volgens een modulair bouwsysteem, vertelt Moos’ directeur Joost Hoffman. De woningen worden in delen geproduceerd bij Nederlandse productiebedrijven, samengesteld in Moos’ assemblagelijn en op de plaats van bestemming simpelweg opgestapeld en aangesloten. Hoewel de appartementen ruim voldoen aan de eisen voor permanente woningen, zijn ze ook demontabel en verplaatsbaar.

Je noemt Moos ‘een bouwsysteem voor systeemverandering’. Wat moet er zoal veranderen?

‘We hebben een nijpend tekort aan woningen en vakmensen, en beide tekorten lopen alleen maar op. We zeggen hier vaak: als je blijft doen wat je deed, krijg je wat je kreeg. En dus moeten we anders produceren. Tegelijkertijd stoot de traditionele bouw enorme hoeveelheden CO2 en fijnstof uit én ontstaat er veel afval. We blijven maar nieuwe grondstoffen gebruiken en weggooien. Ik erger me aan die waardevernietiging.

Om dat te veranderen moeten we bouw weer gaan zien als waardecreatie. Om kosten te besparen doen we nu vooral mínder. Minder ramen, minder isolatie, dunnere vloeren. Maar als je iets creëert wat over tijd méér waard wordt, is dat voor iedereen beter. Bouwers krijgen hogere marges, de bewoners een beter product.’

Hoe zorgen jullie voor die waardecreatie?

‘Moos is geen bouwer, maar initiatiefnemer. Er zijn kennis en productiecapaciteit genoeg, alleen moeten we die op een efficiëntere manier gebruiken. Grappig genoeg werken er bij ons weinig mensen met een bouwachtergrond. We kijken meer naar slimme ontwerpen, het inzetten van technologie en wat we van andere industrieën kunnen leren.

We bouwen de woningen in een partner-ecosysteem. Dat betekent dat we een netwerk van 17 onafhankelijke specialisten hebben die samen de verantwoordelijkheid nemen voor ontwerp, productie, assemblage en realisatie. Dat gaat veel verder dan de standaard samenwerkingen. Alle prijzen liggen open. En partners krijgen pas betaald als de volledige module af is. Je kunt geen deelfactuur sturen voor een deelgebouw, want in een deelgebouw kun je niet wonen.

Door die afspraken gaan alle partijen samenwerken om te innoveren en optimaliseren. Iedereen wil modules zo snel mogelijk af krijgen, zodat ze die factuur kunnen sturen. Dat stimuleert de snelheid én duurzaamheid enorm.’

Moos Appelweg

Het prijswinnende gebouw Moos Appelweg bestaat grotendeels uit hout en duurzaam beton. | Credits: Moos

Het lijkt lastig om mensen over te halen mee te werken aan iets waarvoor ze niet direct betaald krijgen. Hoe doe je dat?

‘We vragen bedrijven altijd of ze erin geloven dat we op een andere manier moeten samenwerken om de bouw te veranderen. Veel bedrijven zeggen nee. De bedrijven die wel ja zeggen, zijn vooral familiebedrijven die hun bedrijf willen doorgeven aan de volgende generatie. Die zitten vaak al vol innovatieve ideeën.

Het eerste project hebben we zonder contracten gedaan. Gewoon, puur op basis van een handshake. Dat is onvoorstelbaar in de bouw. Het laat het belang van vertrouwen zien. Dat is cruciaal.

Daarbij merken we dat partners positief verrast worden door hoe snel het kan gaan als je goed samenwerkt. Omdat er op meerdere locaties geproduceerd wordt, kunnen we ook op meerdere plekken innoveren en testen. Ons systeem wordt heel veel sneller verbeterd dan de rest. Dat gaat om vraagstukken over de snelheid van het stapelen tot bijvoorbeeld de luchtdichtheid van woningen.’

Waarom focussen jullie op sociale huur?

‘Een te grote groep is ontevreden over de huidige maatschappij. Ik denk dat goede huisvesting het begin van een verandering kan zijn. Als mensen een veilig thuis hebben waar ze trots op zijn, kunnen ze gemakkelijker meedoen in de maatschappij.

In sociale woningbouw is de grootste sprong te maken in kwaliteit én aantallen van woningen. We focussen daarbij ook heel erg op ontmoetingsplaatsen voor bewoners. We blijven betrokken, ook als de sleutel is overgedragen. Met een buurtbarbecue bij opening van het gebouw, en een jaar later met een koffiemoment. De helft van onze medewerkers is bij Moos gekomen omdat ze duurzaamheid belangrijk vinden, de andere helft schuift hier vooral aan om fijnere buurten te maken.’

Die focus betekent ook dat jullie de prijs laag moeten houden.

‘We ontwikkelen een woning die op bijna alle plekken in Nederland kan staan. Als we dat ene systeem jarenlang niet meer hoeven te wijzigen, drukt dat de kosten enorm. Daardoor kunnen we kwalitatieve woningen realiseren die binnen het budget van corporaties vallen.

Het blijft wel een uitdaging om de projectgedreven vastgoedmarkt te verenigen met het industriële proces van woningbouwfabrieken. We ondervangen dat deels met voorraadproductie. We blijven dan modules produceren en passen alleen de assemblagesnelheid aan de projecten aan. Ook die continuïteit houdt de prijs onder controle.’

Hoeveel last hebben jullie van de problemen in de traditionele bouw?

‘Natuurlijk hebben wij ook te maken met lange vergunningsprocessen en wachtrijen voor het stroomnet. Maar over het algemeen gaat het goed. We hebben een volle pijplijn. Het bezettingspercentage van onze assemblagelijn is zo’n 65 procent, dat is relatief hoog.

Het zou wel fijn zijn als er een kabinet komt dat vier jaar blijft zitten. En als er duidelijke beslissingen gemaakt worden, ook als ze moeilijk zijn.

De inspraakprocedures moeten bijvoorbeeld korter. Het recht op klagen is in Nederland groter dan het recht op wonen. Eén bewoner kan honderden woningen blokkeren door naar de rechter te stappen. Dat is een strop voor de industrie. Dat moet de overheid kunnen overrulen, hoe vervelend het voor die ene bewoner ook is.’

Ruim 60 procent van jullie woningen bestaat uit biobased materiaal. Is het de ambitie om naar 100 procent te gaan?

‘We maken inderdaad nog gebruik van staal en duurzaam beton, onder meer voor vloeren, galerijen en de kern van een huis. In theorie zouden de kernen en vloeren ook van hout kunnen zijn. Maar als je met houten vloeren werkt in modules als de onze, is het bijvoorbeeld lastig om het geluid tussen woningen te dempen. Er zijn veel technische uitdagingen.

Voor ons is dit nu de perfecte balans tussen duurzaamheid, kwaliteit, snelheid en betaalbaarheid. Ik denk persoonlijk ook niet dat elk gebouw uit 100 procent biobased materialen moet bestaan. Voor sommige delen is het juist logischer om ze van staal of beton te maken. Daarom probeer ik ook die sectoren mee te nemen in verduurzaming.

Ik loop niet per se mee in de houtpolonaise. Ik geloof meer in de juiste materialen op de juiste plek, gebruikt op een manier die hergebruik mogelijk maakt.’

De woningen van Moos hoeven ter plekke alleen nog te worden gestapeld en aangesloten

De woningen van Moos hoeven ter plekke alleen nog te worden gestapeld en aangesloten. | Credits: Moos

Vind je die balans tussen duurzaamheid en betaalbaarheid lastig?

‘Zeker. In het begin moet je dingen neerzetten waar je zelf heel erg in gelooft, maar nog niks aan verdient. Dat was voor ons de enige manier om ons in te vreten in de markt en te bewijzen dat we een businesscase hadden.

We moesten aan de achterkant soms puzzelen om te kunnen laten zien dat je aan de waardekant geen concessies hoeft te doen. Maar met effect. Ymere komt nu al voor de vierde keer terug voor een project.’

Jullie geloven zelfs zo erg in jullie concept dat jullie een terugnamegarantie geven.

‘Wij nemen onze woningen die op een tijdelijke vergunde locatie staan inderdaad terug tegen een afgesproken restwaarde. Op een andere locatie kunnen we ze opnieuw inzetten. Voor zover ik weet zijn we de enige die dat durven doen. We garanderen ook subsidies als we erin geloven dat we die binnenhalen voor de opdrachtgever.

Duurzame bedrijven moeten veel meer staan voor wat ze maken. Dat helpt opdrachtgevers ook om te veranderen. Die zijn niet onwelwillend, maar zijn simpelweg gewend om al honderd jaar hetzelfde in te kopen. Wij willen de mismatch tussen de snelle veranderaars en de logge ambtelijke systemen overbruggen.

Daarmee maken we ook de taart voor de duurzame bouwwereld groter. We vechten nu allemaal om één klein taartpuntje, om een paar woningen. Met honderdduizend woningen om te bouwen kunnen we allemaal gemakkelijk een enorm goede businesscase neerzetten.’

Met wie wil je nog samenwerken?

‘Ik zou graag grote pensioengelden aanwakkeren om de industrie echt te stimuleren. De inzet voor duurzame houtbouw is nu vaak nog een wassen neus vergeleken met andere investeringen.

Daarbij hebben we ambities om naar het buitenland te gaan. Ik geloof niet dat we modules in Nederland moeten fabriceren om ze in het buitenland te plaatsen, maar de manier van denken is elders natuurlijk wél goed toepasbaar. Heel West-Europa heeft een woningtekort. En als de slepende oorlog in Oekraïne eindelijk over is, kan modulair bouwen ook daar bijvoorbeeld een goede manier zijn om lokaal heel snel veel woningen te bouwen.

Als ik door mag dromen hoop ik dat we deze manier van samenwerken breed kunnen verspreiden. Andere bedrijven opzoeken en elkaars specialisme benutten, elkaar iets gunnen in plaats van elkaar het vel over de oren te halen. Dat is hard nodig om de industrie te veranderen.’

Lees ook:

Duurzaamheid draaide om energie besparen, nu komt de mens terug in beeld

Het kunstmatige licht waaronder we leven is kil en onnatuurlijk. In de meeste kantoren zie je koele LED-panelen: efficiënt, maar zielloos. We brengen negentig procent van onze tijd binnenshuis door, ver weg van het ritme van de zon.‘Ons lichaam is daar niet op gebouwd,’ zegt Anne Berends, oprichter en CEO van SunLED. ‘We zijn biologisch afgestemd op zonlicht, en dat missen we.’Berends’ bedrijf ontwikkelde een technologie die dat gemis wil herstellen: het deel van het zonlicht spectrum dat binnen ontbreekt. Precies het onzichtbare, biologisch actieve deel dat invloed heeft op onze gezondheid. Een doorbraak die TIME Magazine onlangs bekroonde met een speciale vermelding in de lijst van Best Inventions of the Year (2025), naast de 300 meest innovatieve producten.Achter die technologie schuilt een verhaal over wetenschap, ondernemerschap en de lange adem die echte innovatie met zich mee brengt. Van lab naar leven Berends is chemicus van oorsprong. Ze promoveerde op lichtgevende nanodeeltjes en kwam terecht bij Seaborough, een deeptech-venture van investeerder Momentum Global Ventures, dat duurzame verlichtingsoplossingen ontwikkelt. ‘We onderzochten hoe licht niet alleen iets zichtbaar maakt, maar ook het lichaam positief beïnvloedt,’ zegt ze. ‘Tijdens dat onderzoek dachten we: wat als we het zonlicht zelf terug naar binnen konden brengen?’Wat begon als literatuuronderzoek, groeide uit tot een klinische studie met de Rijksuniversiteit Groningen. De vraag was eenvoudig, maar fundamenteel: wat doet het onzichtbare deel van zonlicht met ons lichaam?De resultaten waren verrassend: mensen die dagelijks werden blootgesteld aan nabij-infrarood licht, het onzichtbare deel van natuurlijk zonlicht, bleken zowel fysiek als mentaal beter te functioneren. ‘Het was de eerste studie die aantoont dat dit nabij-infrarood licht niet alleen een visuele, maar ook een biologische werking heeft bij gezonde mensen’, zegt Berends. ‘Je hoeft niet naakt voor een roodlichtpaneel te staan of in een bed te liggen. Tijdens je werkdag de huid die sowieso blootstaat aan licht belichten, is al genoeg.’[caption id="attachment_169130" align="alignleft" width="300"] Sunbooster[/caption]Dat inzicht vormt de basis voor SunLED’s eerste consumentenproduct: de SunBooster. Een klein apparaat dat je boven op een laptopscherm of monitor klikt en gebruikers blootstelt aan gezond licht. Deze maand ligt het in de winkels.Het apparaatje markeert de overgang van wetenschap naar schaalbare toepassing. Waar licht tot nu toe vooral werd gezien als iets functioneels, bedoeld om te kunnen zien, laat SunLED zien dat het ook een rol speelt in onze gezondheid en productiviteit. Daarmee opent zich een compleet nieuw marktsegment: technologie die het binnenleven van mensen actief gezonder maakt. Meer dan verlichting Voor SunLED is licht geen kwestie van lumen, maar van levenskwaliteit. De technologie is bedoeld om in schermen, auto’s en consumentenelektronica geïntegreerd te worden. ‘De meeste mensen zitten uren achter een scherm of in een auto,’ zegt Berends. ‘Dat is de ideale drager. Hoe dichter je bij de lichtbron zit, hoe efficiënter het werkt.’ De effecten reiken verder dan welzijn alleen. Uit het Groningse onderzoek bleek dat deelnemers minder last hadden van middagdipjes en “drowsiness”- slaperigheid overdag, een belangrijke oorzaak van verkeersongelukken. ‘Als ik dat vertel in de automotive-sector, heb ik meteen de aandacht,’ zegt Berends. ‘Want dit gaat niet alleen over comfort, maar over veiligheid.’Waar traditionele verlichting vooral draait om energieverbruik, ziet SunLED licht als bouwsteen voor vitaliteit. Een factor die net zo relevant is voor de ESG-criteria van gebouwen als energie of CO₂. ‘We hebben jarenlang vooral gekeken naar het gebouw zelf,’ zegt Berends. ‘Nu komt de mens weer in beeld.’Tegelijkertijd is de technologie zelf uitzonderlijk energiezuinig door het slimme ontwerp dat ook beschermd is met patenten. De wetenschap van welzijn De wetenschappelijke onderbouwing is SunLED’s sterkste wapen in een markt vol wellnessgadgets en claims zonder bewijs. ‘Wij verkopen geen marketingpraatje, maar biologie,’ zegt Berends. ‘Onze technologie is getest, bewezen, gepubliceerd en herhaald. En dat maakt een enorm verschil.’De timing is gunstig. Sinds de pandemie is vitaliteit op de werkvloer een strategisch thema. Niet alleen in HR, maar ook in de boardroom. Bedrijven die investeren in gezondheid zien lagere verzuimcijfers en hogere productiviteit. ‘Er zijn talloze studies die de ROI van vitaliteitsprogramma’s laten zien,’ zegt Berends. ‘Het besef groeit dat gezond licht geen luxe is, maar een randvoorwaarde.’ Opschaling Toch ligt de uitdaging elders: in de opschaling. Deeptech vergt kapitaal, geduld en geloof in een lange adem, iets waar traditionele investeerders vaak op afhaken. ‘De gemiddelde time-to-market in deeptech is tien jaar,’ zegt Berends. ‘Dan heb je investeerders nodig die verder kijken dan de kwartaalcijfers.’Die investeerder vond ze in Momentum Global Ventures, dat al sinds 2008 investeert in technologieën die gezondheid, duurzaamheid en economie verbinden. 'Momentum had het lef om ons onderzoek bij Seaborough te steunen, nog vóór SunLED bestond,’ zegt Berends. ‘Ze lieten zich overtuigen door data, niet door hype of onderbuikgevoel, en bleven geloven.’ Deeptech als nieuwe gezondheidszorg De markt waarin SunLED opereert, zit op een kruispunt. Gezondheid verschuift van zorgkosten naar preventie, van medicijnen naar leefomgeving. ‘Licht hoort bij dat gesprek,’ zegt Berends. ‘Het is een dagelijkse factor die we kunnen verbeteren, zonder gedrag te hoeven veranderen. Dat is de kracht van technologie: ze werkt op de achtergrond.’Voor investeerders met een langetermijnblik is dat het type innovatie dat verschil maakt. Technologie die de status quo doorbreekt. Die leidt tot structurele verandering, niet tot snelle winst. ‘Deeptech vraagt tijd en doorzettingsvermogen,’ zegt Berends. ‘Maar als het lukt, verandert het hele systeem. En dat is precies wat we willen.’ Een nieuwe standaard voor binnenlicht De ambities van SunLED reiken verder dan één product. Het bedrijf ziet zijn technologie als bouwsteen voor een nieuwe generatie “health-positive” gebouwen en apparaten. De SunBooster is slechts de eerste demonstratie van wat mogelijk is. De volgende stap is integratie in laptops, monitoren, auto’s, en medische apparatuur. De weg ernaartoe is lang, maar Berends blijft nuchter. ‘We hebben wetenschappelijk bewezen dat het werkt. Nu moeten we het maatschappelijk bewijzen door het beschikbaar te maken voor miljoenen mensen. Dat is de echte impact.’‘Uiteindelijk willen we dat mensen zich beter voelen zonder dat ze weten waarom. Dat ze gewoon denken: ik slaap beter, ik voel me scherper. Dan hebben we ons werk goed gedaan.’Dat SunLED vandaag die stap kan zetten, is mede te danken aan investeerders die durven denken in decennia in plaats van kwartalen. ‘Momentum heeft bewezen dat deeptech met impact tijd kost, maar de moeite waard is,’ zegt Berends. ‘Zij versnellen precies dat soort innovaties die de wereld structureel gezonder maken.’ Lees ook:Greenwashing of duurzame belegging: het verschil tussen een groen sausje en impact investeren De stille crisis: waarom water dé investering van de toekomst isDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Momentum Global Ventures. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.