Een groot deel van de CO2-voetafdruk van Ahrend zit in de toeleveringsketen. Doel is om de zogenoemde scope 3-emissies met 42 procent te reduceren in 2030, vergeleken met 2023. Is dat een grote uitdaging?
‘Het is zeker een ambitieus doel. De scope 3-emissies vormen 92 procent van de totale CO2-voetafdruk van Ahrend. Een flink deel daarvan zit inderdaad bij de inkoop. Het gaat dan niet alleen om materialen voor de eigen productie, maar ook om bijvoorbeeld meubilair dat bij derden wordt ingekocht.
Aangezien we op order van de klant produceren en die altijd zelf kan kiezen, gaat het om een behoorlijk uitdagende klus. Er zit best veel variatie bij het materiaal van specifieke onderdelen van een stoel of bureau. We zijn al een aantal jaar bezig met life cycle assessments en hebben inmiddels een goed beeld van de emissies van gebruikte materialen. Dat is van belang om groenere keuzes te kunnen maken.
Eind vorig jaar hadden we voor 66 procent van ons portfolio evaluaties gedaan. Jaarlijks kun je dat met zo’n tien producten uitbreiden en dit jaar hopen we rond de 75 procent uit te komen. Intussen moet je ook blijven monitoren wat de impact is van veranderingen in de toeleveringsketen voor producten die eerder al in kaart zijn gebracht.’
Voor daadwerkelijke vergroening moet je bij de inkoop gaan selecteren op bijvoorbeeld duurzamer staal, bioplastics of gerecycled plastic. Is daar voldoende aanbod van in Europa?
‘Dat verschilt per soort materiaal. Staal is belangrijk, omdat dat nu eenmaal in veel onderdelen van kantoormeubilair zit. Je kunt dan kijken naar producten die van gerecycled schroot zijn gemaakt, maar dat is soms van lagere kwaliteit of slechts beperkt beschikbaar. De vraag is dan of de kwaliteit staal past bij het onderdeel dat je nodig hebt voor je product. We richten ons daarom op het vinden van een hoger aandeel van gerecycled materiaal in staal en kijken naar energiezuinige productie.
Voor kunststoffen zie je vooral op de markt voor recyclaat dat er steeds meer opties zijn. Zeven jaar geleden begonnen we met gerecycled polypropyleen voor stoelen in één kleur: zwart. Inmiddels kun je hoogwaardig recyclaat krijgen in alle kleuren.’
Ahrend knapt ook gebruikt kantoormeubilair op en verkoopt dat als refurbished. Hoe zie je de verhouding tussen de productievolumes van nieuw versus gebruikt meubilair?
‘Van oorsprong is Ahrend een traditioneel productiebedrijf, maar dat schuift steeds meer op naar de dienstverlenende kant, zodat we minder afhankelijk zijn van het produceren van meubilair. Wel is het zo dat de productieketen van nieuw meubilair veel voorspelbaarder is wat betreft de inkoop van materiaal.
Bij refurbished ben je afhankelijk van wat er aan gebruikt meubilair beschikbaar komt. Daarmee leveren we nu zo’n 70.000 stuks Revived meubilair op jaarbasis, vooral in Nederland.
Idealiter willen we een verdeling van de helft nieuw en de helft refurbished, maar het is best een uitdaging om dat goed te organiseren. Door de schommelingen in het aanbod van gebruikt meubilair is het lastiger om voorspelbare productievolumes te realiseren, zeker als je dat grootschalig wilt aanpakken.
Wat verder speelt, is dat het onderscheid tussen volledig nieuw en hergebruik van bestaand meubilair aan het vervagen is. We hebben inmiddels veel ervaring opgedaan met de circulaire hub in Veghel om gebruikt kantoormeubilair zo op te knappen dat het kwalitatief net zo goed is als nieuw. Daarbij zie je dat gebruikte onderdelen soms ook bruikbaar zijn voor ‘nieuwe’ productie.
De circulaire hub in Veghel is in eerste instantie als een aparte startup binnen het bedrijf opgezet, maar nu zijn we zo ver, dat we de twee lijnen kunnen integreren bij de productielocatie in St.-Oedenrode.’
Hoe aantrekkelijk is refurbished als verdienmodel?
‘Als je gebruikt meubilair handmatig laat opknappen, is de factor arbeid een flinke kostenpost. Op kleine schaal kan dat werken, maar als je zoiets echt grootschalig wilt aanpakken, moet je anders gaan denken.
Je kunt de circulaire economie in een land als Nederland niet op een arbeidsintensieve manier opschalen, omdat je ook wilt dat het een sociaal model is. Daarom kun je beter inzetten op automatisering van het refurbishmentproces om de benodigde schaal te bereiken.’
Je bent afgestudeerd als bedrijfseconoom. Wat was je motivatie om je te specialiseren in duurzaamheid?
‘Veel van mijn studiegenoten gingen na hun afstuderen werken bij een bank of private-equitybedrijf, maar ik had niet zoveel zin om geld te gaan tellen. In eerste instantie ben ik de consultancy ingegaan. In die tijd werd ik gegrepen door het rapport van Ellen McArthur, waarin de circulaire economie werd gepresenteerd als een nieuw businessmodel. Dat sprak me erg aan, want ik beschouw mezelf als een duurzame realist. Ja, ik heb een groen hart, maar zie ook dat de economische kant moet kloppen.
Ik ben ervan overtuigd dat je zaken in stappen moet aanpakken. Het kan niet allemaal gelijk perfect. Een voordeel is dat ik in mijn werk veel ruimte heb gekregen om zelf lijnen uit te zetten en dingen gedaan te krijgen.
Belangrijk is dat je geen concessies doet op kwaliteit bij duurzame alternatieven en dat het ook commercieel uit kan. Onze Revived-producten zien er zo goed als nieuw uit en je wilt eigenlijk niet dat mensen verschil ervaren. Dan hoef je een product ook niet per se als duurzaam te framen. Ik houd er ook niet zo van als bedrijven concurreren onder het motto ‘wie is de duurzaamste’. Dit is iets dat je met elkaar moet willen regelen.’
Zie je nog mogelijkheden tot betere samenwerking met partijen in de keten?
‘Klanten overzien niet altijd wat er bij de transitie naar een circulair model komt kijken. Bij kantoorinrichting heb je bovendien te maken met een aanbestedingsmodel, waarbij er per vier of zes jaar nieuwe inkooprondes zijn. Dat is soms lastig, als je zekerheid nodig hebt voor de langere termijn om de omslag naar een duurzaam model te maken. Het zou helpen als de regelgeving op dit punt meer wordt afgestemd op circulaire transities.
Verder zie je dat het in kaart brengen van de CO2-voetafdruk van materialen een tijdrovende klus is vanwege de vele schakels in toeleveringsketens. Veel bedrijven hebben geen zicht op hoe dat in elkaar zit. Als je op dit gebied meer samenwerking hebt binnen en tussen sectoren, weten bedrijven beter wat er al is uitgezocht, waar je op kunt sturen en hoe je risico’s kunt mitigeren. Daar is iedereen bij geholpen.’
Lees ook:
- Changemaker Steef Fleur (Billie Wonder): ‘Hoop dat we wegwerpluiers over tien jaar net zo zien als sigaretten nu’
- Changemaker Jacob Nawijn (Fruitful Office): ‘Als we niet sociaal zijn, komen we onze verantwoordelijkheden niet na’
- Changemaker Niels van Geenhuizen (CSU): ‘Circulaire handschoen bespaart evenveel CO2 als dertien kantoren samen’




