Een automaat vol koek en snoep, maar nergens een appel te bekennen. Dat was jarenlang de standaard op veel werkplekken. Genoeg, vond Jacob Nawijn. Zijn bedrijf Fruitful Office Benelux heeft sinds 2010 als missie de Nederlandse en Belgische werknemer gezond te houden.
Dit jaar bestaat Fruitful Office Benelux vijftien jaar. Waar Nawijn in de eerste maanden nog zelf door het land reed, wordt het fruit inmiddels bezorgd aan ruim vijfduizend klanten. Een deel van de versterking bestaat uit mensen die niet gemakkelijk aan een baan komen. Meer dan dertig gemeentes erkenden het bedrijf vorige maand daarom als sociale firma.
Waarom dacht je: kantoorfruit, dat is mijn roeping?
‘Fruitful Office bestond al in het Verenigd Koninkrijk. Voor een vak over ondernemerschap had ik hen als voorbeeld genomen voor hoe je een bedrijf kunt starten vanuit niets, zonder al te veel externe investeerders. Eén van de oprichters was een studievriend van mijn neef. Ik kwam met hem in contact, en van het één kwam het ander. Ik was net klaar met mijn studie, had geen cent te makken. Ik heb Fruitful Office Benelux toen opgericht met de Britse ondernemers als aandeelhouder.
Drie maanden later gingen we van start. Om vijf uur ‘s ochtends ging ik naar de markt, dat fruit verpakte ik in een oude loods in Sloterdijk. Ik bezorgde de manden met de oude Renault Espace van mijn vader. Via Emma at Work, een organisatie die jongeren met een chronische fysieke aandoening naar leuk en passend werk begeleidt, vond ik een jongen die me hielp. ‘s Middags benaderden we nieuwe klanten. De jongen, Gwensly, werkt nog steeds bij ons.’
Die sociale missie is altijd al onderdeel geweest van Fruitful Office Benelux. Waarom?
‘We leveren fruit aan kantoren met als missie de werknemer gezond te houden. Het idee is dat werkgevers dat fruit gratis aanbieden. Ik vind: als je dat doet, moet je zorgen dat ook de operatie achter de schermen gezond is. We werken samen met Emma at Work, maar ook met bijvoorbeeld gemeenten om mensen met een arbeidsachterstand aan een baan te helpen.
Vanaf het begin is ook de wens er geweest om direct bij de telers in te kopen. In het begin waren we daar nog niet groot genoeg voor. Inmiddels wel. Dat heeft voordelen voor hen én voor ons. Door direct in te kopen is het fruit verser, maar we besparen ook kilometers en kunnen soms tegen lagere prijzen inkopen. We kunnen producten die verpakt moeten worden bovendien meteen in ons eigen papier of karton verpakken.
Ondertussen proberen we telers zo goed mogelijk te ondersteunen in wat goed is voor hun grond en de biodiversiteit. Dat betekent niet alleen seizoensgebonden, maar bijvoorbeeld ook divers. We leveren niet alleen Elstar en Jonagold, maar juist een verscheidenheid aan rassen. Dat is ook lekkerder. Wijnliefhebbers houden ook van verschillende smaken en het vergelijken daarvan. Met fruit kan dat net zo goed.’
Leveren jullie dan helemaal geen fruit dat niet uit Europa komt?
‘Bij bananen en druiven kunnen we er niet omheen, al kunnen klanten ook kiezen voor een pakket waar dat niet in zit. Natuurlijk hebben we weleens klanten die zeggen: geef mij maar gewoon het tropische fruit. Maar dat wordt de afgelopen jaren wel steeds minder.’
Hoe ga je om met zulke sceptische klanten?
‘Ik snap best dat niet iedereen de tijd en ruimte heeft om na te denken over waar zijn voedsel vandaan komt. Het helpt dat we met enthousiasme kunnen vertellen waaróm lokaal en seizoensgebonden inkopen zo belangrijk is. Het heeft niet alleen milieuvoordelen, maar de teler is er ook bij gebaat. Fruittelers in Nederland hebben het niet gemakkelijk, ze moeten keihard werken om hun producten aan de man te brengen en moeten veel vooraf investeren. Als wij niet zo lokaal mogelijk blijven consumeren, kunnen zij ook niet blijven investeren in duurzame teelt. Sommige telers kunnen dan niet eens blijven bestaan.
Ondernemen is niet altijd makkelijk, maar ik ben wel gewend om hard te moeten werken voor een goed eindresultaat. Ik ben dyslectisch, heb met pijn en moeite een universitaire studie afgerond. Elke ondernemer weet dat je tegenslagen niet moet zien als een reden om iets niet te doen, maar als een leuke uitdaging.
Tegenwoordig is het voor sommige bedrijven verplicht om deels sociaal in te kopen. Nu wij door verschillende gemeenten erkend zijn als sociale firma, kiezen ze daardoor vaker voor ons. Dat helpt enorm bij het aantrekken van nieuwe klanten. En zo’n erkenning is natuurlijk een leuke beloning voor onze inspanningen. Maar uiteindelijk haal ik er vooral zelf veel voldoening uit. Hoe leuk is het als we iemand die niet zo gemakkelijk aan werk komt aan een baan kunnen helpen, en diegene ook nog eens het hele bedrijf enthousiasmeert?’
Jullie zijn een sociaal bedrijf, maar ook commercieel. Clasht dat weleens?
‘Het sociale aspect kost natuurlijk tijd en geld. Terwijl je als bedrijf ook met je tijd mee moet gaan, steeds efficiënter moet produceren en bezorgen. We zijn constant bezig een balans te behouden. Als we geen geld verdienen, gaat het bedrijf failliet. Maar als we niet sociaal zijn, komen we onze morele verantwoordelijkheden niet na. Zo zie ik dat. Het is echt iets waar je bewust voor moet kiezen. Wij kunnen sociale banen creëren, dus waarom zouden we het niet doen?
De coronaperiode was een moeilijke tijd voor ons. Alle kantoren gingen dicht; het was maar de vraag of een bedrijf zoals het onze nog bestaansrecht had. We moesten enorm in de kosten snijden. Op zulke momenten is het extra lastig om ook bij je waarden te blijven, ik was vooral veel met de cijfers bezig. Er werken nu relatief ook minder mensen met een arbeidsachterstand bij ons dan jaren geleden. Dat willen we wel weer omhoog krikken, naar minstens 30 procent.’
Welke veranderingen staan er verder nog op de planning?
‘We elektrificeren nu onze bezorgvloot. Zo’n 60 procent van de wagens is al elektrisch. Dat kan natuurlijk omhoog. Laadcapaciteit staat daar momenteel nog in de weg. We kijken ook altijd naar meer oplossingen voor voedselverspilling. Doordat we met abonnementen werken, weten we precies hoeveel we nodig hebben. Dat scheelt al enorm veel. Maar in de kwaliteitscontroles wordt er soms toch wat afgekeurd. Rot fruit wordt nu compost of biogas. Misschien zijn daar ook andere oplossingen voor.
Ondertussen zetten we ons keihard in om meer te groeien. Hoe groter wij worden, hoe meer impact we kunnen maken. Elke extra hap fruit helpt ons weer om een extra stap in de goede richting te zetten.’
Met wie zou je nog graag samenwerken?
‘We komen graag in contact met meer gemeenten, om samen kansen te creëren voor mensen die niet makkelijk aan een baan komen. We werken bijvoorbeeld al samen met WerkgeversServicepunt in verschillende steden, en hebben recentelijk een samenwerking opgezet met Rotterdam Inclusief. Ook partnerships met sociale ondernemingen zijn belangrijk. Sinds kort bieden we bijvoorbeeld overgebleven fruit aan via Too Good To Go – een fantastisch bedrijf dat ons kan helpen bij onze duurzame doelstellingen. Zo kun je elkaars missie versterken.’
Lees ook:
- Changemaker Niels van Geenhuizen (CSU): ‘Circulaire handschoen bespaart evenveel CO2 als dertien kantoren samen
- Changemaker Lars Langhout (NoPalm): ‘Alternatief voor palmolie werkt nu op industriële schaal
- Changemaker Siward Zomer (Energie Samen): ‘Als burgers hun energievoorziening lokaal regelen, krijg je de eerlijkste verdeling




