Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
10 oktober 2025, 07:00

Changemaker Steef Fleur (Billie Wonder): 'Hoop dat we wegwerpluiers over tien jaar net zo zien als sigaretten nu'

De eerste keer dat Steef Fleur een wasbare luier zag, wist ze meteen: dat wil ik ook voor mijn kind. Inmiddels levert ze met haar bedrijf Billie Wonder luiers van hennep aan kinderdagverblijven. ‘Tegenslagen zijn part of the deal.’

Changemaker Steef Fleur van wasbare luiermerk Billie Wonder Steef Fleur: 'De luier is het zwarte schaap in de kinder- en babybranche.'

Elk kind krijgt in de eerste jaren van zijn leven gemiddeld minstens 5.000 keer een nieuwe luier om. De oude verdwijnt de vuilnisbak in en hup, door naar het volgende flesje.

Die gewoonte zorgt elk jaar voor meer dan honderd miljoen kilo aan luierafval, aldus Milieu Centraal. Wasbare luiers besparen grondstoffen, energie en water. Steef Fleur richtte daarom het merk Billie Wonder op. Eerst een verkooppunt van bestaande merken, nu een producent van eigen wasbare luiers.

Billie Wonder ging van een reseller naar een producent van wasbare luiers. Waarom vond je de bestaande luiers niet goed genoeg?

‘De meeste wasbare luiers werken met twee maten: één voor de allerkleinste baby’s, en daarna moet je kind nog jarenlang met een one-size-fits-all doen. Klinkt leuk, maar in de praktijk absorbeert de luier niet meer voldoende aan het einde van de rit. Dat systeem kon beter.

Bovendien vond ik het een gemiste kans dat de luiers nooit van hennep waren gemaakt. De meeste wasbare luiers zijn van katoen, microvezel of bamboe. Bamboe groeit weliswaar duurzaam, maar als je van zo’n stengel vezels voor een stof wilt maken gaat daar een heftig chemisch proces aan vooraf. Die chemicaliën worden ook niet hergebruikt.’

Waarom hennep? Daarmee lijkt het in Nederland niet zo lekker te gaan.

‘Hennep is de meest regeneratieve grondstof die er is. Een katoenplant put de bodem uit, een hennepplant geeft juist voedingsstoffen terug. Bovendien haalt de plant meer CO2 uit de lucht dan bomen doen, heeft ie weinig water nodig en geen pesticiden. En waar katoen negen maanden nodig heeft om te groeien, is dat bij hennep drie maanden. Omgetoverd tot stof nemen de vezels bovendien goed vloeistof op.

Vroeger werd er heel veel van hennep gemaakt. Maar toen de Opiumwet werd ingevoerd, heeft de katoenlobby het voor elkaar gekregen om hennep en marihuana over één kam te scheren. Ze zijn weliswaar van dezelfde familie, maar het zijn toch heel andere planten. Zie het als trostomaten en romatomaten. Door die lobby is de hennepindustrie volledig ingestort. We groeien het in Nederland weer mondjesmaat, maar alleen voor industrieel gebruik. Katoenmachines zijn er simpelweg niet op ingesteld.

Onze luiers zijn een mix van hennep en biologisch katoen. Ze worden geproduceerd in China. Dat is het enige land dat altijd een onderscheid heeft gekend tussen hennep en marihuana. Daar is het dus blijven groeien als gewas voor textiel.’

Voor de prijs van jullie luiers heb je vijftig tot honderd wegwerpexemplaren. Hoe krijg je mensen zo ver die investering te doen?

‘De luier is nu nog het zwarte schaap in de kinder- en babybranche. Mensen geven met gemak 1.500 euro uit aan een kinderwagen, en 30 euro aan een truitje waar een kind na vier keer dragen uit is gegroeid. Maar aan het einde van het elke maand zijn ze op zoek naar luieraanbiedingen.

Dat is bizar. Want luiers zijn het enige product dat kinderen 24/7 tegen hun huid dragen. En de wegwerpexemplaren zitten vol onnatuurlijke stoffen.

We moeten luiers echt weer als herbruikbaar product gaan zien. Het klinkt gek, maar soms vergelijk ik luiers met roken. We kunnen ons nu toch niet meer voorstellen dat iemand in een restaurant een sigaret opsteekt? Ik hoop dat we wegwerpluiers over tien jaar ook zo zien. Van: jeetje, we stopten onze kinderen in plastic met chemicaliën.”

Twee jaar geleden stelde je je een omzet van 7,5 miljoen euro aan het einde van 2026 ten doel. Hoe staat het daarmee?

‘In 2023 begonnen we met een pilot bij een grote keten van kinderdagverblijven. In februari van dit jaar werden onze luiers op dertig van hun locaties gebruikt. We bouwden er een speciale wasserij voor in Hilversum, de eerste volledig elektrische wasserij van Europa.

Toen kwam de grote tegenslag. Er bleek wasmiddelresidu achter te blijven op onze producten. Als dat zich ophoopt, neem de luier geen vloeistof meer op. Er kwamen klachten over doorlekkende luiers en kinderen met uitslag. We hebben alle luiers toen terug moeten roepen. Dat dwong ons onze hele operatie opnieuw te doordenken van wasprotocol tot kwaliteitscontrole. Nu hebben we een veel robuuster systeem, maar die investering betekent wel dat we anderhalf jaar achter lopen op die doelstelling.’

Wat doet dat met je als ondernemer?

‘Met Billie Wonder zijn we niet alleen aan het ondernemen, maar ook aan het pionieren. Die combinatie omschrijf ik weleens als manisch. De ene dag denk ik: de wereld ligt aan mijn voeten, en de volgende dag: waar gaat dit heen?

Natuurlijk is zo’n tegenslag heftig. Maar het heeft ons ook scherper gemaakt. En als ik met mensen over Billie Wonder praat, is er altijd energie. Mensen willen helpen, zijn geïnteresseerd. Die energie houdt mij op de been. De tegenslagen zijn part of the deal. De vraag is wat je ermee doet.’

Waarom richt je je kinderdagverblijven?

‘Ze zeggen: it takes a village to raise a child. Het is vaak die village – de kinderdagverblijven, de ziekenhuizen, noem maar op – die veel invloed heeft op het gedrag van ouders. Daar moest ik iets mee, dacht ik.

Nu focus ik me daar volledig op. We willen eerst de village converteren, daarna de ouders. Het gaat dan om dezelfde kinderen die de luiers dragen, maar de groepleider is natuurlijk een heel andere gebruiker dan de ouder.’

Ik kan me voorstellen dat niet alle medewerkers staan te springen om de overstap naar wasbare luiers.

‘Een wasbare luier vervangen is een ander soort handeling die iets meer tijd kan kosten, maar uiteindelijk valt dat wel mee. Je moet het vooral even onder de knie krijgen. Het is vooral de omgeving die belangrijk is. De inrichting van de verschoonruimte draagt bijvoorbeeld enorm bij aan het succes of het uitblijven daarvan.

In het begin zochten wij actief contact met leiders van groepen om hen op weg te helpen. Maar het moet vanuit de organisatie komen, weet ik nu. Zij hebben immers veel baat bij de overstap naar wasbare luiers. Veel kinderdagverblijven zijn private equity owned. Die moeten straks allemaal rapporteren over hun duurzaamheidsdoelen. En als je je voetafdruk wilt verkleinen, valt hier winst te behalen. Luiers maken 50 procent van het afval van kinderdagverblijven uit.’

Met wie wil je nog graag samenwerken?

‘Binnenkort starten we een samenwerking met Noordwest Ziekenhuisgroep. Ik zie hoe graag ziekenhuizen en andere kinderdagverblijven hiermee willen beginnen. En als we die sweet spot van operationele excellentie hebben gevonden, kunnen we gemakkelijk opschalen.’

Lees ook:

Vleeslobby wint van vega in Brussel: 'Politiek bewijst maatschappij geen dienst'

Een maatregel voor een probleem dat niet bestaat. Zo noemt The Vegetarian Butcher Collective, een samenwerking tussen Vivera en De Vegetarische Slager, het aanstaande verbod op vleesgerelateerde namen voor vegetarische alternatieven.'Consumenten begrijpen deze namen al decennialang', stelt Vivera-ceo Willem van Weede in een statement. Deze namen helpen hen juist om snel te begrijpen hoe een product gebruikt kan worden, zegt hij. 'Dit verbod creëert verwarring, belemmert duurzame keuzes en ondermijnt de positie van Europa als koploper in voedselinnovatie.' Vlees is 'eetbare delen van dieren' Woensdag stemde het Europese Parlement in met het voorstel van de Europese Commissie om 'vleesgerelateerde termen enkel voor de eetbare delen van dieren' te gebruiken. 355 Europarlementariërs stemden vóór, 247 stemden tegen. Het gaat om termen als burger, worst en steak.Het is niet voor het eerst dat de discussie over de namen van vleesvervangers oplaait. In 2020 wees het Europees Parlement een vergelijkbaar voorstel af. Plantaardige zuivel ontsprong de dans destijds niet: dat mag al jaren niet meer verkocht worden onder namen als ‘melk’, ‘kaas’ of ‘yoghurt’. Vandaar de ‘plantaardige plakken’ en ‘haverdrink’ in de supermarkt. Vleesvervangers minder aantrekkelijker voor flexitariërs Volgens The Vegetarian Butcher Collective is de wetswijziging niet alleen onnodig, maar ook schadelijk voor producenten. Klopt dat? 'Ja', zegt Rob Revet, merkstrateeg bij Mark Stronger. 'Mensen denken het liefst zo min mogelijk na over keuzes, zeker de keuzes die ze dagelijks moeten maken. Met de verandering van productnamen verbreek je hun kooproutine.'Vegetariërs zullen niet zo snel verder lopen naar het vleesschap. Maar in het vegaschap wordt de concurrentie wel groter, denkt Revet. 'Consumenten zijn gewend bepaalde producten te kopen. Herkennen ze die niet meer, dan moeten ze ineens gaan nadenken en een nieuwe keuze maken. Dan kan het zomaar zijn dat ze niet met een vegaschnitzel van merk A, maar merk B naar buiten lopen.'Het schrappen van vleesnamen maakt vegetarische producten bovendien minder aantrekkelijker voor flexitariërs. Revet: 'Wat zal het worden? Een sojaschijf? Een sojarondo? Dat klinkt toch veel minder lekker dan een sojaburger. En als je niet per se vega wilt kopen, heb je misschien helemaal geen zin om langer na te denken over je keuze. Dan wordt het overzichtelijkere vleesschap relatief verleidelijker.' Uiteindelijk wennen consumenten er wel aan, zegt hij, al kan dat een tijd duren.Revet vindt de keuze 'jammer'. 'Alle onderzoeken wijzen erop dat we minder vlees moeten eten. De politiek werkt dat hiermee in feite tegen. Daarmee bewijst ze de maatschappij geen dienst.' Gezamenlijk namen verzinnen Het besluit van het Europese Parlement betekent niet dat de gewijzigde wet direct in werking treedt. Daarover wordt de komende tijd nog onderhandeld door de Commissie, het Parlement en de landbouwministers van lidstaten. Daarna moet de richtlijn nog in landelijke wetgeving worden omgezet. Dat kan zo nog één, twee jaar duren.Revet adviseert producenten dan ook zeker niet op de zaken vooruit te lopen. Maar er moeten natuurlijk wel scenario's worden ontwikkeld, zegt hij. 'Hoe gaan ze hierop inspelen als het verbod inderdaad wordt ingevoerd? Producenten kunnen het beste sectorbreed nieuwe productnamen verzinnen. Iets herkenbaars, zodat de kooproutine weer terug kan komen. En uiteindelijk is het toch niet de productnaam waarmee merken zich onderscheiden, maar hun merk zelf.' Niet onduidelijk voor consumenten Het officiële argument voor het wetsvoorstel is een 'risico op verwarring' bij de consument. Die zou voor vlees naar de supermarkt kunnen gaan en weleens pardoes kunnen thuiskomen met een veggieburger.De Europese consumentenorganisatie concludeerde eerder echter dat het gros van de consumenten termen als ‘burger’, ‘worstjes’ of ‘nuggets’ niet misleidend vindt als er duidelijk op staat dat het om een vega(n) variant gaat. Die termen maken het zelfs makkelijker voor consumenten om te begrijpen hoe ze zulke producten in een maaltijd moeten verwerken, vindt de organisatie. Slechts één op de vijf Europese consumenten heeft problemen met zulke aanduidingen. Uit panelonderzoek van Radar bleek bovendien dat 96 procent van de Nederlanders prima begrijpt wat een vegetarische worst is.De angst op omzetverlies van de vleesindustrie, vertegenwoordigd in een stevige lobby in Brussel, lijkt dan ook de échte reden. De Europese Commissie schrijft dat boeren het moeilijk hebben wegens inflatie, hoge energie-prijzen en 'de globalisering van de voedselketen, met oneerlijke concurrentie als gevolg'. Lees ook:Plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel kwakkelen, maar er zijn kansen: 'We kunnen leren van de proteïne-hype'  Architect van antiwegkijkwet: 'Lobby heeft grip gekregen op duurzaamheidswetten' Changemaker Birgit Dekkers (Rival Foods): 'Retailers pakken relatief hoge marge op vleesvervangers'