Palmolie dient als basis voor tal van consumentenproducten, van tandpasta tot margarine en zeep. Het gaat om een wereldmarkt van omgerekend ruim 60 miljard euro per jaar. Scaleup NoPalm Ingredients heeft een fermentatietechnologie ontwikkeld om op basis van agrarische reststromen duurzame alternatieven te bieden voor palmolie.
Een nieuwe, strategische samenwerking met Belgische zuivelcoöperatie Milcobel, die door de fusie met FrieslandCampina een grote internationale speler wordt, maakt het mogelijk om forse hoeveelheden van een restproduct van kaas te verwerken. Ceo Lars Langhout vertelt over de route naar grootschalige productie van duurzame vetten en oliën.
De ambitie van NoPalm is om een leider te worden in circulaire alternatieven voor palmolie. Hoe verhoudt zich dat tot de enorme bestaande palmoliemarkt?
‘Onze ambitie is in eerste instantie om een alternatief te bieden voor de groei van de markt van palmolie, die wordt geschat op zo’n 4 procent per jaar. Als je dat weet te beperken, voorkom je ontbossing als gevolg van de aanleg van nieuwe palmolieplantages. We concurreren in eerste instantie dus niet met de bestaande markt voor palmolie. Als je alleen naar de verwachte groei daarvan kijkt, heb je het bij alternatieven over een potentiële markt van honderden miljoenen euro’s per jaar.’
NoPalm stelt fors lagere emissies van CO2 te kunnen realiseren vergeleken met het gebruik van palmolie. Waar ligt dat aan?
‘De lifecycle assessment die we hebben laten doen, laat een besparing van 99 procent op landgebruik en 90 procent op CO2-emissies zien. Voor de CO2-uitstoot gaat het in gebruik nemen van nieuwe palmolieplantages gepaard met ontbossing en dat zorgt voor nieuwe emissies. Daarnaast wordt palmolie met speciale chemicaliën verder bewerkt tot zogenoemde ‘specialty fats’. Voor de productie daarvan zijn chemicaliën nodig, die zelf ook een flinke CO2-voetafdruk hebben. Wij gebruiken niet-genetisch gemodificeerde gisten als biologische fabriek om reststromen om te zetten in vetten en oliën, wat per saldo een veel lagere CO2-voetafdruk oplevert.’
Hoe belangrijk is de nieuwe samenwerking met een groot zuivelbedrijf als Milcobel?
‘In 2028 willen we samen met Milcobel de eerste commerciële fabriek realiseren. Dat is een enorme stap die laat ziet dat het businessmodel van co-locatie de toekomst is. Dit betekent dat je de oliën en vetten ter plekke produceert bij leveranciers van reststromen. Toen we dat idee eerder voorlegden aan derden, vroeg men zich af of het zou werken. Dit laat zien dat er behoefte is aan zo’n oplossing, omdat het een win-win is voor beide partijen.’
Welke plannen liggen er om de productie op te schalen met nieuwe fabrieken?
‘De commerciële fabriek zal een jaarproductie tussen de 6.000 en 9.000 ton hebben. Met zo’n commerciële fabriek kunnen we echt winstgevend draaien, waarbij we op prijs en kwaliteit concurreren met palmolie.
Belangrijk voor de vergelijking is dat we met het vergistingsproces direct speciaalvetten kunnen produceren. Palmolie is een basisgrondstof die eerst chemisch bewerkt moet worden tot zogenoemde ‘specialty fats’. Waar ruwe palmolie momenteel iets meer dan een euro per kilo kost, zijn speciaalvetten een paar euro per kilo waard. Ons product zit dus iets hoger in de keten.’
Hoe willen jullie dit financieren?
‘We zijn nu bezig met een nieuwe financieringsronde voor een demonstratiefabriek in Ede die we dit jaar verwachten rond te hebben. Daar is Milcobel niet bij betrokken. De financiers bestaan uit durf- en impactinvesteerders.
Voor de commerciële fabriek die we in 2028 in gebruik willen nemen, doen we met Milcobel een haalbaarheidsstudie. Die fabriek gaat waarschijnlijk enkele tientallen miljoenen euro’s kosten. De meeste fabrieken in dit speelveld zijn duurder en kosten tussen de 100 miljoen en 150 miljoen euro. De opzet van ons productiesysteem brengt kostenvoordelen mee, zoals minder dure apparatuur en een relatief laag energieverbruik. Omdat we kiezen voor co-locatie met leveranciers van grondstoffen is het ook makkelijker om te beginnen met kleinere fabrieken en dan verder op te schalen.’
Wat was je de grootste uitdaging tot nog toe met NoPalm?
‘Als je met een nieuw bedrijf begint, zijn er ontzettend veel uitdagingen. In de beginfase hadden we bijvoorbeeld vier aparte locaties voor vier stappen in het productieproces. Dat is suboptimaal en brengt extra logistieke uitdagingen mee. Het is dan vervelend als er een batch mislukt die je een paar honderdduizend euro kost. Inmiddels is aangetoond dat het gehele proces op industriële schaal werkt en met een demonstratiefabriek heb je dit soort coördinatieproblemen niet meer. Je kunt dan aantonen dat de productiviteit verbetert en investeerders laten zien dat je inschattingen realistisch zijn.’
Er waren al samenwerkingen met Unilever en Colgate-Palmolive en nu komt daar een grote, internationale zuivelcoöperatie bij. Wat voor partij ontbreekt nog in het rijtje van partners?
‘We hebben inderdaad klanten bij makers consumentenproducten en met Milcobel nu ook een goede partner voor de levering van grondstoffen. Het belangrijkste om verder te kunnen opschalen is de financiering van kapitaalinvesteringen. We zijn geen corporate met diepe zakken. Je kunt dan kijken naar durfinvesteerders om eigen vermogen te verschaffen, maar voor nieuwe fabrieken heb je ook schuldfinanciering nodig en dat is bij grote kapitaalinvesteringen vaak lastiger met venture capital.
Als een gevestigd bedrijf bijvoorbeeld van een demonstratiefabriek naar een commerciële operatie gaat, stapt men naar de bank. Voor een jonge scaleup zoals wij is dat veel lastiger: de bank ziet me al aankomen. De overheid zou dat eigenlijk makkelijker moeten maken, bijvoorbeeld door garanties te geven op een deel van de leningen. Dat kan echt een katalysator zijn als je duurzame transities wilt versnellen.’
Lees ook:
- Changemaker Siward Zomer (Energie Samen): ‘Als burgers hun energievoorziening lokaal regelen, krijg je de eerlijkste verdeling’
- Changemaker Tom Peeters (Crisp): ‘De klassieke supermarkt is hopeloos inefficiënt’
- Changemaker Stephanie de Heer (WBCSD): ‘Je bereikt alleen systeemverandering als je iedereen aan tafel hebt’




