Een maatregel voor een probleem dat niet bestaat. Zo noemt The Vegetarian Butcher Collective, een samenwerking tussen Vivera en De Vegetarische Slager, het aanstaande verbod op vleesgerelateerde namen voor vegetarische alternatieven.
‘Consumenten begrijpen deze namen al decennialang’, stelt Vivera-ceo Willem van Weede in een statement. Deze namen helpen hen juist om snel te begrijpen hoe een product gebruikt kan worden, zegt hij. ‘Dit verbod creëert verwarring, belemmert duurzame keuzes en ondermijnt de positie van Europa als koploper in voedselinnovatie.’
Vlees is ‘eetbare delen van dieren’
Woensdag stemde het Europese Parlement in met het voorstel van de Europese Commissie om ‘vleesgerelateerde termen enkel voor de eetbare delen van dieren’ te gebruiken. 355 Europarlementariërs stemden vóór, 247 stemden tegen. Het gaat om termen als burger, worst en steak.
Het is niet voor het eerst dat de discussie over de namen van vleesvervangers oplaait. In 2020 wees het Europees Parlement een vergelijkbaar voorstel af. Plantaardige zuivel ontsprong de dans destijds niet: dat mag al jaren niet meer verkocht worden onder namen als ‘melk’, ‘kaas’ of ‘yoghurt’. Vandaar de ‘plantaardige plakken’ en ‘haverdrink’ in de supermarkt.
Vleesvervangers minder aantrekkelijker voor flexitariërs
Volgens The Vegetarian Butcher Collective is de wetswijziging niet alleen onnodig, maar ook schadelijk voor producenten. Klopt dat? ‘Ja’, zegt Rob Revet, merkstrateeg bij Mark Stronger. ‘Mensen denken het liefst zo min mogelijk na over keuzes, zeker de keuzes die ze dagelijks moeten maken. Met de verandering van productnamen verbreek je hun kooproutine.’
Vegetariërs zullen niet zo snel verder lopen naar het vleesschap. Maar in het vegaschap wordt de concurrentie wel groter, denkt Revet. ‘Consumenten zijn gewend bepaalde producten te kopen. Herkennen ze die niet meer, dan moeten ze ineens gaan nadenken en een nieuwe keuze maken. Dan kan het zomaar zijn dat ze niet met een vegaschnitzel van merk A, maar merk B naar buiten lopen.’
Het schrappen van vleesnamen maakt vegetarische producten bovendien minder aantrekkelijker voor flexitariërs. Revet: ‘Wat zal het worden? Een sojaschijf? Een sojarondo? Dat klinkt toch veel minder lekker dan een sojaburger. En als je niet per se vega wilt kopen, heb je misschien helemaal geen zin om langer na te denken over je keuze. Dan wordt het overzichtelijkere vleesschap relatief verleidelijker.’ Uiteindelijk wennen consumenten er wel aan, zegt hij, al kan dat een tijd duren.
Revet vindt de keuze ‘jammer’. ‘Alle onderzoeken wijzen erop dat we minder vlees moeten eten. De politiek werkt dat hiermee in feite tegen. Daarmee bewijst ze de maatschappij geen dienst.’
Gezamenlijk namen verzinnen
Het besluit van het Europese Parlement betekent niet dat de gewijzigde wet direct in werking treedt. Daarover wordt de komende tijd nog onderhandeld door de Commissie, het Parlement en de landbouwministers van lidstaten. Daarna moet de richtlijn nog in landelijke wetgeving worden omgezet. Dat kan zo nog één, twee jaar duren.
Revet adviseert producenten dan ook zeker niet op de zaken vooruit te lopen. Maar er moeten natuurlijk wel scenario’s worden ontwikkeld, zegt hij. ‘Hoe gaan ze hierop inspelen als het verbod inderdaad wordt ingevoerd? Producenten kunnen het beste sectorbreed nieuwe productnamen verzinnen. Iets herkenbaars, zodat de kooproutine weer terug kan komen. En uiteindelijk is het toch niet de productnaam waarmee merken zich onderscheiden, maar hun merk zelf.’
Niet onduidelijk voor consumenten
Het officiële argument voor het wetsvoorstel is een ‘risico op verwarring’ bij de consument. Die zou voor vlees naar de supermarkt kunnen gaan en weleens pardoes kunnen thuiskomen met een veggieburger.
De Europese consumentenorganisatie concludeerde eerder echter dat het gros van de consumenten termen als ‘burger’, ‘worstjes’ of ‘nuggets’ niet misleidend vindt als er duidelijk op staat dat het om een vega(n) variant gaat. Die termen maken het zelfs makkelijker voor consumenten om te begrijpen hoe ze zulke producten in een maaltijd moeten verwerken, vindt de organisatie. Slechts één op de vijf Europese consumenten heeft problemen met zulke aanduidingen. Uit panelonderzoek van Radar bleek bovendien dat 96 procent van de Nederlanders prima begrijpt wat een vegetarische worst is.
De angst op omzetverlies van de vleesindustrie, vertegenwoordigd in een stevige lobby in Brussel, lijkt dan ook de échte reden. De Europese Commissie schrijft dat boeren het moeilijk hebben wegens inflatie, hoge energie-prijzen en ‘de globalisering van de voedselketen, met oneerlijke concurrentie als gevolg’.




