Teun Schröder
24 september 2025, 11:19

Changemaker Niels van Geenhuizen (CSU): 'Circulaire handschoen bespaart evenveel CO2 als dertien kantoren samen'

Ze zijn overal, ze doen zwaar en ontzettend belangrijk werk, maar niemand ziet ze: schoonmakers. En dat is kwalijk, vindt Changemaker Niels van Geenhuizen. Hij is duurzaamheidsmanager bij CSU, een van de grootste schoonmaakbedrijven van Nederland. ‘Als ik bij organisaties vraag wie de schoonmaker van hun kantoor kent, gaan er maar weinig handen de lucht in.’

Niels van Geenhuizen1

Waar zit de milieu-impact van een schoonmaakbedrijf als CSU?

‘Grofweg kun je die in drie onderdelen verdelen. Eenderde zit in het woon-werkverkeer van onze medewerkers, eenderde bestaat uit middelen en materialen die we gebruiken en de rest bestaat uit onder meer machines en onze eigen auto’s. Ons doel is om in 2040 volledig CO2-neutraal te opereren, met een tussenstap van 50 procent reductie in 2026.’

Waar kun je volgens jou de meeste milieuwinst behalen?

‘Ik denk dat we onze CO2-voetafdruk met 50 tot misschien wel 66 procent kunnen reduceren met de maatregelen die nu al mogelijk zijn. Maar dan moet er wel wat veranderen. Zo is het gebruikelijk we bij klanten twee keer op een dag schoonmaken: van 6 tot 8 uur ’s ochtends en van 6 tot 8 uur ’s avonds. Dat betekent twee keer op en neer rijden voor vier uur schoonmaken. Als het lukt om die twee diensten samen te voegen tot één blok, besparen we ongelofelijk veel op mobiliteit.’

Wat vraagt zo’n oplossing van jullie klanten?

‘Als schoonmakers overdag langskomen scheelt dat reisbewegingen, en daarmee milieu-impact. Die dagschoonmaak gaat hand in hand met de waardering voor schoonmaakwerk. Nu is schoonmaak iets wat wordt weggestopt; voor of na kantooruren. Als ik bij organisaties op bezoek kom, vraag ik de zaal wie de schoonmaker kent. Dan gaan er maar weinig handen de lucht in. Dagschoonmaak helpt enorm.

Een kantoor dat overdag wordt schoongemaakt blijft ook schoner, omdat kantoormedewerkers ervaren dat een schoon kantoor niet vanzelfsprekend is. En schoonmakers worden letterlijk en figuurlijk gezien, wat bijdraagt aan werkgeluk. Onze klanten hebben nu al toegang tot een portaal waarin ze niet alleen de kosten van de schoonmaak zien, maar ook de sociale impact en de ecologische voetafdruk in de keten. Dan ga je veel meer naar het meten van brede welvaart.’

Wat doen jullie om de milieu-impact van gebruikte materialen naar de beneden te krijgen?

‘Vaak wordt gedacht dat schoonmaakmiddelen de grootste milieu-impact hebben. Dat is slechts deels waar. Handschoenen en vuilniszakken maken elk 10 procent van onze milieu-impact uit. Hier kunnen we veel bereiken met duurzame alternatieven, zoals onze circulaire handschoen. Die is alleen al in productie 50 procent duurzamer. Na gebruik kan hij als nieuw materiaal ingezet worden en daarmee nog eens 50 procent CO2 besparen. Daarmee besparen we evenveel CO2 als het energieverbruik van onze dertien kantoren samen.

Ook stappen we over naar vuilniszakken gemaakt van gerecycled materiaal. Die zijn bovendien doorzichtig, wat betekent dat onze collega’s meer betrokken worden bij het goed scheiden van afval. Het komt nog weleens voor dat een vuilnisvracht wordt afgekeurd omdat er bijvoorbeeld ander materiaal in een oranje pmd-zak wordt gegooid. Als we zien wat er in de zak zit, kunnen we beter scheiden.’

En hoe zit het met de ecologische voetafdruk van schoonmaakmiddelen?

‘We kunnen nu al chemie-arm schoonmaken. De meeste mensen maken thuis schoon met een microvezeldoek en een emmer met sop. Terwijl microvezeldoekjes juist zijn ontwikkeld om schoon te maken met alleen water. Door het schoonmaakmiddel werken ze minder goed.

Zelf maken we veel gebruik van ozonwater, lokaal gemaakt van kraanwater in plaats van chemische middelen. Toiletten maken we steeds vaker schoon met de BubbleFlush, een uitvinding uit onze innovatiekoker die reinigt met imploderende microbubbels in plaats van schoonmaakmiddel. Deze innovaties draaien ook om de gezondheid van onze medewerkers, ook ergonomisch. Alles met een geurtje is potentieel ongezond.’

CSU is met 17.000 medewerkers een gigantisch bedrijf. Hoe krijg je die allemaal mee in jullie duurzaamheidsambities?

‘In zekere zin is de vraag in hoeverre je ze móet meenemen. Schoonmaakwerk is taakgericht. Dus als we een taak aanpassen, bijvoorbeeld door ozonwater te gebruiken in plaats van chemische middelen, dan kun je die direct doorvoeren.

Daarnaast betrekken we medewerkers bij innovaties. Neem onze circulaire handschoenen. Op versie 1.0 kregen we veel kritiek. We hebben meerdere versies ontwikkeld en telkens feedback opgehaald. Inmiddels zitten we op versie 4.0. Door medewerkers actief mee te nemen worden nieuwe maatregelen beter geaccepteerd.’

Krijg je dan ook weleens te maken met weerstand? Hoe ga je daarmee om?

‘Zeker, verandering zorgt voor weerstand. Maar die zit niet zozeer bij onze schoonmakers, eerder bij het middenmanagement. Dan hoor je al snel: we hebben het altijd zo gedaan, dus waarom moet het anders?

Duurzaamheid is verweven in onze strategie. Afdelingen hebben niet alleen financiële, maar ook groene en sociale doelstellingen die ze moeten behalen. Trainingen en opleidingen helpen, evenals blijven vertellen waarom duurzaamheid belangrijk is. Het helpt dat de schoonmaaksector erg klantgericht is. Daarmee is duurzaamheid ook onderdeel van het gesprek met onze klant. En ik probeer altijd contact te zoeken met de duurzaamheidsmanagers van onze klanten om te onderzoeken hoe we hun doelstellingen kunnen halen met onze dienstverlening.’

Ik las dat je het belangrijk vindt dat er een duidelijke definitie komt van duurzame schoonmaak. Waarom?

‘Nu is die sectorbrede definitie er niet. Wij doen het op onze manier, concurrenten formuleren het weer anders, bijvoorbeeld specifiek op circulariteit of waterverbruik. Voor de klant is dat appels met peren vergelijken. Ik ga nu samen met de branchevereniging naar één definitie. We zijn als sector ook bezig met het formuleren van een moonshot-doelstelling in 2050, en een tussentijds ‘basecamp’ 2030. Het moet een soort meetbaar actieplan worden. Het gaat mij nog veel te langzaam, maar we zetten stappen vooruit.’

Met wie zou je nog willen samenwerken om jullie duurzaamheidsdoelstellingen te halen?

‘Ik zou duurzaamheid structureel willen verankeren in de arbeidsmarkt, via de cao bijvoorbeeld. Het zou mooi zijn als schoonmakers net als andere werknemers een elektrische fiets of ov-kaart kunnen krijgen. Daarmee maken we duurzaamheid beschikbaar voor mensen die niet zomaar een elektrische auto of zonnepanelen kunnen aanschaffen.

Toen ik begon bij CSU kregen schoonmakers geen kilometervergoeding voor reisafstanden tot 30 kilometer. Dat vind ik niet sociaal. Ritjes van een paar kilometer kosten ook geld. Inmiddels krijgen schoonmakers vanaf 10 kilometer 14 cent per kilometer. Dat is nog steeds niet genoeg voor een ov-kaart, maar het is een stap vooruit. Schoonmaken is zwaar werk en het levert de maatschappij veel op. Die waardering moet verbeteren.’

Lees ook:

Nieuwsupdate: Stroomnet veiliger met meer investeringen in internationale kabels en 10-puntenplan voor duurzaam Nederland

Meer stroomkabels tussen Europese landen, minder stroomuitval Er valt in Europa veel te winnen met uitbreiding van zogenoemde 'interconnectors', ofwel stroomnetverbindingen tussen landen. Uit een analyse van energiedenktank Ember blijkt dat ruim de helft van het Europese stroomnet gehinderd wordt door beperkte importopties. De afgelopen vijf jaar zijn drie grote black-outs voorkomen dankzij interconnectors, waarbij extra import van stroom uit buurlanden grote problemen voorkwam. Door meer in dergelijke capaciteit te investeren kunnen Europese landen hun stroomnetten beter beschermen tegen instabiliteit.Lees ook: Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een Maatschappelijke alliantie lanceert 10-puntenplan voor Nederland Een groep van vijfentwintig organisaties, uiteenlopend van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en vakbonden tot milieuorganisaties, heeft dinsdag een 10-puntenplan gepresenteerd voor een toekomstbestendig Nederland op het gebied van energie en klimaat. Het plan wordt vooralsnog onderschreven door CDA, VVD, D66, PvdA/GroenLinks, Volt, ChristenUnie en NSC. De organisaties zetten onder meer in op een betrouwbaar en stabiel overheidsbeleid, een robuust CO2-vrij energiesysteem dat ook betaalbaar is, prioriteit voor energiebesparing en energie uit de eigen omgeving, en hulp voor werknemers in transitiesectoren.Lees ook: De polder moet redden wat Den Haag laat liggen en zo de energietransitie vlottrekken € 24 miljoen financiering voor maker van duurzame gist-eiwitten Revyve De Wageningse scaleup Revyve heeft in een nieuwe financieringsronde 24 miljoen euro aan groeigeld opgehaald bij Invest-NL, het ABN Amro Sustainable Impact Fund, Oost NL, Royal Cosun Strategic Venturs en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij. Rivyve maakt duurzame gist-eiwitten, onder meer als alternatief voor het gebruik van eieren in bakkerijproducten, sauzen en vleesvervangers. Met de nieuwe financiering wil Revyve de productie van zijn duurzame eiwitten opschalen naar meer dan 1.600 ton per jaar. Het bedrijf heeft al klanten in Europa, de VS, Canada, Mexico en Australië. Eerder deze week maakte eiwitmaker The Protein Brewery bekend eveneens een succesvolle financieringsronde te hebben afgesloten, ter waarde van 30 miljoen euro.Lees ook: Eiwitmaker The Protein Brewery wil met vers groeigeld ook in Europa de markt op: 'We mikken op medio 2026' TNO komt met innovatie: zonnecellen met koper die veel goedkoper zijn Onderzoeksinstituut TNO heeft een nieuw zeefdrukproces ontwikkeld voor zonnecellen, waarbij koper in plaats van zilver kan worden gebruikt. Het rendement van de zonnecellen blijft vrijwel gelijk, terwijl het gebruik van koper veel goedkoper en duurzamer is. De resultaten worden deze week gepresenteerd op een vakconferentie in Spanje. Koper is momenteel honderd keer zo goedkoop als zilver en veel minder schaars. Dit biedt dus grote kansen voor het opschalen van zonnecelproductie, zonder dat zilver daarbij een remmende factor wordt.Lees ook: Is het een zonnepark? Een windpark? Een batterij? Nee, het is een groene energiecentrale Bedrijven moeten pro-actief investeren in opties voor CO2-opslag Veel grote bedrijven in de wereld kunnen doelen om in 2050 CO2-neutraal te zijn niet halen zonder gebruik te maken van mogelijkheden voor de opslag van CO2, stelt adviesbureau Bain in een nieuw rapport. Daarbij kan het gaan om natuurlijke oplossingen zoals bijdragen aan herbebossing, of technieken rond het afvangen en opslaan van CO2. Het grote probleem is dat de vraag naar CO2-opslag veel groter is dan het aanbod. Volgens Bain moeten ceo's van grote bedrijven daarom veel meer een pro-actieve houding aannemen door vroegtijdig mee te investeren in het versnellen van de opschaling van technieken voor het afvangen en opslaan van CO2.Lees ook: Hoopvolle ontwikkeling bij filteren CO2 uit de lucht: startups optimistisch over snelle kostendaling en kansen voor opschalen Ook in de media:Mondiale investeringen in hernieuwbare energie 10% hoger in eerst helft 2025 (Zero Carbon Analytics) Trump valt Europa hard aan op klimaatbeleid in VN-speech (FD) Brazilië wil met EU en China gezamenlijke markt creëren voor CO2-emissiehandel (Bloomberg) Opnieuw een jaar uitstel voor Europese wet die ontbossing moet tegengaan (NRC) Grote modemerken moeten nog flinke stappen zetten met duurzaam katoen, blijkt uit rapport (Duurzaam Ondernemen) Bioplasticbedrijf Avantium gaat strategisch samenwerken met suikerbedrijf Tereos en LVMH Gaia (Avantium) Duitse biotech startup gebruikt schimmels voor omzetting plastic afval in bio-polyester en voedingsingrediënten (Interesting Engineering)