Waar zit de milieu-impact van een schoonmaakbedrijf als CSU?
‘Grofweg kun je die in drie onderdelen verdelen. Eenderde zit in het woon-werkverkeer van onze medewerkers, eenderde bestaat uit middelen en materialen die we gebruiken en de rest bestaat uit onder meer machines en onze eigen auto’s. Ons doel is om in 2040 volledig CO2-neutraal te opereren, met een tussenstap van 50 procent reductie in 2026.’
Waar kun je volgens jou de meeste milieuwinst behalen?
‘Ik denk dat we onze CO2-voetafdruk met 50 tot misschien wel 66 procent kunnen reduceren met de maatregelen die nu al mogelijk zijn. Maar dan moet er wel wat veranderen. Zo is het gebruikelijk we bij klanten twee keer op een dag schoonmaken: van 6 tot 8 uur ’s ochtends en van 6 tot 8 uur ’s avonds. Dat betekent twee keer op en neer rijden voor vier uur schoonmaken. Als het lukt om die twee diensten samen te voegen tot één blok, besparen we ongelofelijk veel op mobiliteit.’
Wat vraagt zo’n oplossing van jullie klanten?
‘Als schoonmakers overdag langskomen scheelt dat reisbewegingen, en daarmee milieu-impact. Die dagschoonmaak gaat hand in hand met de waardering voor schoonmaakwerk. Nu is schoonmaak iets wat wordt weggestopt; voor of na kantooruren. Als ik bij organisaties op bezoek kom, vraag ik de zaal wie de schoonmaker kent. Dan gaan er maar weinig handen de lucht in. Dagschoonmaak helpt enorm.
Een kantoor dat overdag wordt schoongemaakt blijft ook schoner, omdat kantoormedewerkers ervaren dat een schoon kantoor niet vanzelfsprekend is. En schoonmakers worden letterlijk en figuurlijk gezien, wat bijdraagt aan werkgeluk. Onze klanten hebben nu al toegang tot een portaal waarin ze niet alleen de kosten van de schoonmaak zien, maar ook de sociale impact en de ecologische voetafdruk in de keten. Dan ga je veel meer naar het meten van brede welvaart.’
Wat doen jullie om de milieu-impact van gebruikte materialen naar de beneden te krijgen?
‘Vaak wordt gedacht dat schoonmaakmiddelen de grootste milieu-impact hebben. Dat is slechts deels waar. Handschoenen en vuilniszakken maken elk 10 procent van onze milieu-impact uit. Hier kunnen we veel bereiken met duurzame alternatieven, zoals onze circulaire handschoen. Die is alleen al in productie 50 procent duurzamer. Na gebruik kan hij als nieuw materiaal ingezet worden en daarmee nog eens 50 procent CO2 besparen. Daarmee besparen we evenveel CO2 als het energieverbruik van onze dertien kantoren samen.
Ook stappen we over naar vuilniszakken gemaakt van gerecycled materiaal. Die zijn bovendien doorzichtig, wat betekent dat onze collega’s meer betrokken worden bij het goed scheiden van afval. Het komt nog weleens voor dat een vuilnisvracht wordt afgekeurd omdat er bijvoorbeeld ander materiaal in een oranje pmd-zak wordt gegooid. Als we zien wat er in de zak zit, kunnen we beter scheiden.’
En hoe zit het met de ecologische voetafdruk van schoonmaakmiddelen?
‘We kunnen nu al chemie-arm schoonmaken. De meeste mensen maken thuis schoon met een microvezeldoek en een emmer met sop. Terwijl microvezeldoekjes juist zijn ontwikkeld om schoon te maken met alleen water. Door het schoonmaakmiddel werken ze minder goed.
Zelf maken we veel gebruik van ozonwater, lokaal gemaakt van kraanwater in plaats van chemische middelen. Toiletten maken we steeds vaker schoon met de BubbleFlush, een uitvinding uit onze innovatiekoker die reinigt met imploderende microbubbels in plaats van schoonmaakmiddel. Deze innovaties draaien ook om de gezondheid van onze medewerkers, ook ergonomisch. Alles met een geurtje is potentieel ongezond.’
CSU is met 17.000 medewerkers een gigantisch bedrijf. Hoe krijg je die allemaal mee in jullie duurzaamheidsambities?
‘In zekere zin is de vraag in hoeverre je ze móet meenemen. Schoonmaakwerk is taakgericht. Dus als we een taak aanpassen, bijvoorbeeld door ozonwater te gebruiken in plaats van chemische middelen, dan kun je die direct doorvoeren.
Daarnaast betrekken we medewerkers bij innovaties. Neem onze circulaire handschoenen. Op versie 1.0 kregen we veel kritiek. We hebben meerdere versies ontwikkeld en telkens feedback opgehaald. Inmiddels zitten we op versie 4.0. Door medewerkers actief mee te nemen worden nieuwe maatregelen beter geaccepteerd.’
Krijg je dan ook weleens te maken met weerstand? Hoe ga je daarmee om?
‘Zeker, verandering zorgt voor weerstand. Maar die zit niet zozeer bij onze schoonmakers, eerder bij het middenmanagement. Dan hoor je al snel: we hebben het altijd zo gedaan, dus waarom moet het anders?
Duurzaamheid is verweven in onze strategie. Afdelingen hebben niet alleen financiële, maar ook groene en sociale doelstellingen die ze moeten behalen. Trainingen en opleidingen helpen, evenals blijven vertellen waarom duurzaamheid belangrijk is. Het helpt dat de schoonmaaksector erg klantgericht is. Daarmee is duurzaamheid ook onderdeel van het gesprek met onze klant. En ik probeer altijd contact te zoeken met de duurzaamheidsmanagers van onze klanten om te onderzoeken hoe we hun doelstellingen kunnen halen met onze dienstverlening.’
Ik las dat je het belangrijk vindt dat er een duidelijke definitie komt van duurzame schoonmaak. Waarom?
‘Nu is die sectorbrede definitie er niet. Wij doen het op onze manier, concurrenten formuleren het weer anders, bijvoorbeeld specifiek op circulariteit of waterverbruik. Voor de klant is dat appels met peren vergelijken. Ik ga nu samen met de branchevereniging naar één definitie. We zijn als sector ook bezig met het formuleren van een moonshot-doelstelling in 2050, en een tussentijds ‘basecamp’ 2030. Het moet een soort meetbaar actieplan worden. Het gaat mij nog veel te langzaam, maar we zetten stappen vooruit.’
Met wie zou je nog willen samenwerken om jullie duurzaamheidsdoelstellingen te halen?
‘Ik zou duurzaamheid structureel willen verankeren in de arbeidsmarkt, via de cao bijvoorbeeld. Het zou mooi zijn als schoonmakers net als andere werknemers een elektrische fiets of ov-kaart kunnen krijgen. Daarmee maken we duurzaamheid beschikbaar voor mensen die niet zomaar een elektrische auto of zonnepanelen kunnen aanschaffen.
Toen ik begon bij CSU kregen schoonmakers geen kilometervergoeding voor reisafstanden tot 30 kilometer. Dat vind ik niet sociaal. Ritjes van een paar kilometer kosten ook geld. Inmiddels krijgen schoonmakers vanaf 10 kilometer 14 cent per kilometer. Dat is nog steeds niet genoeg voor een ov-kaart, maar het is een stap vooruit. Schoonmaken is zwaar werk en het levert de maatschappij veel op. Die waardering moet verbeteren.’
Lees ook:
- Changemaker Lars Langhout (NoPalm): ‘Alternatief voor palmolie werkt nu op industriële schaal’
- Changemaker Siward Zomer (Energie Samen): ‘Als burgers hun energievoorziening lokaal regelen, krijg je de eerlijkste verdeling’
- Changemaker Tom Peeters (Crisp): ‘De klassieke supermarkt is hopeloos inefficiënt’




