Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
12 november 2025, 14:00

Changemaker Corjan van den Berg (Revyve): 'Als je het voedselsysteem efficiënter wilt maken, moet het dier eruit'

Na een carrière in de wetenschap maakte biotechnoloog Corjan van den Berg de overstap naar het bedrijfsleven. Met Revyve zet hij zijn onderzoek voort én levert hij ei-vervangers aan klanten. ‘Ik wil het voedselsysteem efficiënter maken. Het besparen van dierenleed is mooi meegenomen.’

Corjan van den Berg van Revyve 'Als je een bedrijf begint als onderzoeker, moet je heel veel dingen doen die buiten je comfortzone liggen.'

Corjan van den Berg zit grijnzend achter zijn scherm in onze Teams-meeting. Vorige maand heeft zijn start-up Revyve, die eiwit-vervangers maakt op basis van gist, 24 miljoen euro opgehaald. Onder meer Invest-NL, ABN Amro en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij staken geld in het bedrijf.

‘Dit is het moment waarop je als start-upfounder voelt: we hebben de wind in de zeilen. We kunnen met volle energie verder bouwen.’

Revyve maakt ingrediënten die eiwitten kunnen vervangen. Wat is jouw drijfveer?

‘Veel mensen in deze sector willen vooral dierenleed verminderen. Ik ben wat dat betreft meer de koude rekenaar. Kijk, dieren zetten voedsel eigenlijk heel inefficiënt om in wat wij consumeren: vlees, melk en eieren. Wil je een efficiënter voedselsysteem, dan moet je het dier uit de vergelijking halen. Je moet iets creëren wat zich gedraagt als een dierlijk product, maar dan zonder het dier.

Zo stoot je veel minder CO2 uit. En dat is dan ook nog eens diervriendelijker.’

Je hebt altijd als onderzoeker in de biotechnologie gewerkt. Waarom werd je ondernemer?

‘Na al die jaren onderzoek doen raakte ik langzaam wat gefrustreerd. Ik bleef maar publiceren, en niemand deed er wat mee. Parels voor de zwijnen! Ik dacht: als ik echt impact wil maken met mijn onderzoek, moet ik het zélf gaan doen.

Ik kreeg op de universiteit vaak te horen dat mijn onderzoek te toegepast was. Maar in wetenschappelijk onderzoek gebeurt juist ook heel veel waarvan ik denk: dat is een goed idee voor een startup. Maar door de onderwijsbezuinigingen wordt er enorm veel gesneden in ondernemerschap op universiteiten. Dat is doodzonde. Als je het nu afbreekt, kost het jaren om het weer op te bouwen.

Ik zag de enorme potentie van micro-organismen als basis voor voedingsingrediënten. Ik deed eigenlijk onderzoek naar micro-algen, maar het gebruik daarvan is niet ideaal. Algen zijn namelijk groen. Als je daar een ingrediënt van maakt, wordt het groen. En als je dat verwerkt – in mayo, een muffin, een vegaburger – kan ik je verklappen: het wordt allemaal groen. Dat is leuk op St. Patrick’s Day, maar de rest van het jaar wil niemand je ingrediënten hebben.

Het trucje bleek ook te werken met gist. Dat heeft een neutralere kleur en smaak. Gist is daarbij goedkoper, wat de ingrediënten aantrekkelijk maakt voor de voedingsindustrie. We wisten dat het daarmee winstgevend kon worden.’

Hoe bevalt het ondernemerschap?

‘Als je een bedrijf begint als onderzoeker, moet je heel veel dingen doen die buiten je comfortzone liggen. Skills die je nooit hebt geleerd. Hoe doe je je administratie? Hoe werkt het als je een pand wilt huren of iemand wilt aannemen? En hoe bouw je een website? In een grote organisatie als een universiteit hoef je daar nooit mee te dealen. Het is leuk om zulke dingen te leren, maar het is ook een bumpy ride. 

Je ziet vaak dat echte onderzoekers – en daar reken ik mezelf dan ook toe – niet de beste ondernemers zijn. Als ondernemer moet je risico’s durven nemen, soms ook voordat je het tot in de puntjes hebt uitgezocht. We hebben daarom op een gegeven moment een andere ceo aangesteld. Ik dacht: als ik op deze plek blijf, rem ik het bedrijf af.’

Vorig jaar openden jullie een fabriek in Dinteloord, slechts vijf jaar na de start van het bedrijf. Dat is best snel.

‘Edgar (Suarez Garcia, mede-oprichter, red.) en ik zijn allebei nerds. We houden van dingen doorrekenen. Dus toen we met ons bedrijf begonnen, wisten we al grotendeels hoe de fabriek eruit moest komen te zien. Natuurlijk moet er dan nog steeds veel gebeuren. We begonnen met labtesten op ducttape-niveau. Daarna een pilot en een demo. Daardoor begrepen we steeds beter hoe het productie-apparaat moest werken.

Door in het begin al slimme keuzes te maken en door te pakken, is dit – famous last words – geen heel pijnlijk proces geweest. Startups zijn vaak jaren langer bezig met het opstarten van een fabriek. Vaak ook omdat ze beginnen vanuit een ideologie in plaats van techniek. Wij doen het andersom.’

Financiering vinden is als voedselstartup ook niet makkelijk. Hoe hebben jullie dat gedaan?

‘Dat is heel erg lastig. De marges in de voedingsindustrie zijn klein. Als je kosteneffectief wilt produceren, moet je dus aan grote volumes komen. Dat betekent een grote fabriek, met een hoge kostprijs.

In feite ben je afhankelijk van de wind in durfkapitaalland. Die mensen volgen ook gewoon trends. Iedereen loopt nu als een kip zonder kop achter AI aan, niemand investeert bijvoorbeeld nog in vleesvervangers. Vleesvervangers zijn dan ook geen makkelijke markt voor onze ingrediënten. Daarom zijn we ook gaan verbreden naar sauzen en bakkerijproducten. Die hebben veel baat bij ei vervangen, omdat eieren steeds duurder worden.

Wat ook helpt is – heel cliché – dat we niet ons aanbod, maar de vraag als uitgangspunt nemen. We hebben in de ontwikkeling altijd klanten betrokken en feedback ontvangen. Daardoor weten we dat we ons product kwijt kunnen. Investeerders letten op die businesscase.’

Wat gaan jullie met de 24 miljoen euro doen?

‘Vooral opschalen. De komende drie jaar willen we onze fabriek acht keer groter maken. Dat is nodig om echt efficiënt te produceren en financieel gezond te worden.

Daaromheen moeten we natuurlijk een hele salesorganisatie optuigen. We gaan distributiedeals aan met partijen in andere landen. Ons product gaat de hele wereld over. Dat is toch mooi om te zien? Dat je vanuit zo’n stom kikkerlandje wereldwijd impact kunt gaan maken. Iedereen uit ons team vindt dat gaaf.

Daarbij doe ik ook onderzoek naar de toepassing van andere micro-organismen. Algen hebben bijvoorbeeld een wat vissige smaak; dat zou interessant kunnen zijn als ingrediënt voor visvervangers. En bacteriën en schimmels hebben weer een ander smaak- en kleurprofiel.’

Met wie zou je willen samenwerken?

‘Er is een wereld te behalen als het om het technisch verbeteren van duurzame producten gaat. Neem vegan kazen. Heb je weleens gezien wat daarin zit? Kokosvet en zetmeel. Dat kan lekkerder en een heel stuk gezonder.

Het lijkt me ook heel gaaf om dat stomme ei uit de iconische mayonaise van Hellmann’s te halen. Of om in de bakmixen van Koopmans te zitten. Of in de Impossible Burger. Gewoon, om de producten te verbeteren waarvan ik enthousiast word. Om in de supermarkt te liggen met ons product. Ik vind dat waanzinnig. Dat is wat ik met trots thuis vertel.’

Changemaker van het Jaar 2025

Op 27 november reikt Change Inc. de Changemaker van het Jaar Awards uit aan de duurzaamheidsaanjagers die er dit jaar bovenuit sprongen. Er is ook een publieksprijs! Stem dus hier op jouw favoriete Changemaker.

Lees ook:

Hernieuwbare energie groeit keihard, maar de energietransitie moet nog sneller om riskante opwarming te voorkomen

Op de tiende verjaardag van de Klimaatakkoorden van Parijs verschijnen er veel analyses waarbij wordt gewezen op de veel sterker dan verwachte stijging van het gebruik van hernieuwbare energie uit zon en wind in de afgelopen jaren. Met China als grote aanjager. Dat is onmiskenbaar goed nieuws, maar tegelijk is het slechts een deel van het verhaal als je naar de energietransitie in bredere zin kijkt.Uit de woensdag verschenen World Energy Outlook van de westerse energiedenktank IEA blijkt dat de wereld op basis van het huidige beleid van landen afkoerst op een opwarming van de aarde met bijna 3 graden eind deze eeuw, vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw. Met ambitieuzer beleid kan dat in eerste instantie beperkt worden tot 2,5 graden opwarming.Deze prognose ligt in lijn met het eerder deze maand verschenen Emission Gap Report van de VN en vormt een duidelijke aansporing voor landen om hun klimaatambities op te schroeven.Een opwarming van de aarde tussen de 2,5 en 3 graden deze eeuw klinkt op het oog minder dramatisch dan scenario's die tien jaar geleden rond gingen. Tegelijk zijn de risico's voor ontwrichtende effecten van klimaatverandering hiermee nog steeds zeer groot, onder meer als bepaalde klimaatkantelpunten optreden met enorme sociale, ecologische en economische kosten.In de World Energy Outlook werkt de IEA met twee scenario's die momenteel het meest realistisch worden geacht. In het Current Policies Scenario (CPS) wordt uitgegaan van maatregelen die momenteel zijn verwerkt in beleid en regulering van landen.Daarnaast is er het Stated Policies Scenario (STEPS), dat rekening houdt met beleid dat is voorgesteld, maar nog niet in wetgeving en regels is omgezet. Dit scenario werkt dus met bepaalde verwachtingen over de implementatie van nieuw beleid.Hieronder schetsen we aan de hand van zes grafieken de uitgangspunten en consequenties van beide scenario's. 1# Vraag naar energie en het tijdperk van elektrificatie [caption id="attachment_168641" align="aligncenter" width="900"] Bron: IEA[/caption]Wat betreft de mondiale vraag naar energie is voor de komende tien jaar vooral van belang hoe snel het aandeel van hernieuwbare energie in de mondiale stroomopwekking groeit en hoe de stroomvraag zich ontwikkelt in verhouding tot de totale energievraag.In het Current Policies Scenario (CPS, rode lijn in de grafiek hierboven) gaat de IEA uit van een stijging van de totale energievraag met 14 procent in de periode tot 2035 vanaf het huidige niveau. Het Stated Policies Scenario (STEPS, blauwe lijn in de grafiek) gaat uit van een beperktere vraagstijging van 8 procent.Dit heeft mede te maken met verschillen in de verwachting van de opmars van hernieuwbare energie. In het CPS-scenario zijn zon, wind en waterkracht over tien jaar naar verwachting goed voor meer dan 50 procent van de stroomopwekking, terwijl dat in het STEPS-scenario iets lager is.Hier speelt iets onderliggends: wanneer de adoptie van elektrisch rijden bijvoorbeeld sterk toeneemt én er meer stroom uit zon en wind komt, ontstaat een dubbel voordeel. De CO2-voetafdruk van het transport daalt en door de substitutie van brandstofmotoren (benzine en diesel) door elektromotoren is er sprake van efficiëntiewinst bij het energieverbruik. Dit betekent dat de totale vraag naar energie minder hard stijgt. #2 Aanjagers van de energievraag verschuiven: auto's, luchtvaart, airconditioning [caption id="attachment_168646" align="aligncenter" width="900"] Bron: IEA[/caption]De onderzoekers van het IEA zien in de komende decennia verschuivingen in de aanjagers van de vraag naar energie. In de bovenstaande grafiek blijkt dat de groei van de vraag naar energie minder sterk wordt bepaald door zaken als bevolkingsgroei, de vraag naar cement (bouw) en de vraag naar plastics.Positief hieraan is dat de productie van cement en plastics gepaard gaat met een hoge CO2-uitstoot en dat processen relatief lastig CO2-vrij te maken zijn.Groeiers bij de vraag naar energie zijn auto's, luchtvaart en airconditioning. De boodschap is hier tweeledig. Voor auto's geldt dat elektrificatie kan leiden tot een hogere vraag naar stroom en een lagere vraag naar benzine en diesel. Als hernieuwbare bronnen meer stroom leveren, is dat positief. Tegelijk zit er veel staal in auto's en de productie van staal gaat gepaard met een hoge CO2-uitstoot die niet makkelijk snel te 'decarboniseren' is.Ook de luchtvaart behoort tot de sectoren waar beperking van de CO2-uitstoot traag gaat, gelet op het gebrek aan goede alternatieven voor kerosine, vooral voor langeafstandsvluchten.Bij de stijgende vraag naar airconditioning is net als bij het energieverbruik van auto's de klimaatimpact vooral afhankelijk van de beschikbaarheid van groene stroom. #3 Snelheid van elektrificatie beïnvloedt vraag naar olie en gasWat betreft het gebruik van fossiele brandstoffen is er een duidelijk verschil tussen het CPS-scenario en het STEPS-scenario. In de grafieken hierboven zie je dat het gebruik van kolen in de periode tot 2050 naar verwachting in beide scenario's daalt.Voor olie en gas ligt dat anders: in het CPS-Scenario blijft de vraag naar olie en gas tot 2050 stijgen, terwijl er in het STEPS-scenario een terugval van de vraag optreedt.Bij olie is goed te zien hoe verschillende aannames voor de ontwikkeling van het wegtransport hierbij een rol spelen. Momenteel is wegtransport nog goed voor 45 procent van de vraag naar olieproducten.In het STEPS-scenario komt het aandeel van elektrische auto's bij de jaarlijkse verkopen vanaf 2035 boven de 50 procent uit, terwijl dit in het CPS-scenario lager is. Dit verschil heeft grote gevolgen voor de vraag naar benzine en diesel. Bij STEPS zorgt dit voor een piek van de totale olievraag rond 2030 en bij CPS is er een aanhoudende stijging in de komende decennia. #4 Groei hernieuwbare energie gaat hard, maar moet nog een stuk harder [caption id="attachment_168645" align="aligncenter" width="900"] Bron: IEA[/caption]De duizelingwekkende snelheid waarmee vooral China in de afgelopen jaren nieuwe capaciteit aan zonnepanelen en windmolens heeft bijgeplaatst, vormt een ongekende opsteker voor de groei van hernieuwbare energie. Als je waterkracht ook meerekent, zijn hernieuwbare bronnen inmiddels goed voor zo'n 40 procent van de mondiale stroomopwekking.In 2024 lag de totale opwekcapaciteit van hernieuwbare bronnen (zon, wind, waterkracht) volgens energieagentschap IRENA op zo'n 4.500 gigawatt (4,5 terawatt). Voor de mondiale energievoorziening met CO2-arme bronnen zijn daarnaast ook kernenergie en biobrandstoffen nog relevant.In de bovenstaande grafiek van het IEA is de huidige capaciteit van hernieuwbare energie, kernenergie en biobrandstoffen afgezet tegen wat nodig is in 2035 om de buurt van het Net Zero Emission-scenario van de energiedenktank te komen. Dit is het scenario met 1,5 graden opwarming.Te zien is dat voor hernieuwbare energie uit zon, wind en waterkracht geldt dat je een sprong zou moeten maken van ongeveer 4.500 gigawatt aan capaciteit naar bijna 20.000 gigawatt in tien jaar(!). Dat is zelfs met het huidige exponentiële groeitempo een enorme uitdaging.Ter referentie: in een recent rapport van energiedenktank Ember ligt de schatting voor de mondiale capaciteit voor hernieuwbare energie op basis van nationale doelen van overheden op bijna 8.000 gigawatt in 2030. Daar zou dan binnen vijf jaar nog eens een 150 procent groei bij moeten om het net zero-scenario te halen. #5 Daling CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen [caption id="attachment_168643" align="aligncenter" width="900"] Bron: IEA[/caption]De uitstoot van CO2 als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen piekt volgens de IEA ergens in de komende tien jaar, maar het dalingstraject verschilt wel sterk per scenario. Dit heeft mede te maken met verschillen in de verwachting voor het gebruik van kolencentrales in China om stroom op te wekken.In het CPS-scenario ligt de piek van de mondiale CO2-uitstoot rond 2030, maar bedraagt de fossiele uitstoot op jaarbasis in 2035 nog altijd meer dan 38 miljard ton CO2 per jaar.Het STEPS-scenario laat vanaf 2025 een scherper daling zien, waarbij de jaarlijkse uitstoot in 2035 ruim 2 miljard ton lager ligt en nog zo'n 35 miljard ton per jaar bedraagt. #6 Opwarming aarde deze eeuw tussen de 2,5 en 2,9 graden Celsius [caption id="attachment_168644" align="aligncenter" width="900"] Bron: IEA[/caption]De gevolgen van het CPS-scenario en het STEPS-scenario voor de lange termijn zorgen er in beide gevallen voor dat de opwarming van de aarde deze eeuw duidelijk boven de 2 graden Celsius uitkomt, vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw.In het CPS-scenario is sprake van een opwarming van 2,9 graden Celsius rond het jaar 2100 en in het STEPS-scenario blijft dat beperkt tot 2,5 graden.De IEA heeft ook een scenario voor 1,5 graden opwarming, maar dat vereist dat er een veel radicalere daling van de uitstoot van CO2 plaatsvindt. Tussen 2021 en 2025 had de mondiale CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen dan al met 1,5 miljard tot 2 miljard ton per jaar moeten dalen. Ofwel: we hadden al bijna 10 miljard ton lager moet zitten dan de huidige ruim 38 miljard ton CO2-uitstoot per jaar.Het scenario van 1,5 graden opwarming is volgens de World Energy Outlook momenteel buiten bereik, maar overheden en bedrijven kunnen nog wel veel doen om lager uit te komen dan 2,5 graden opwarming.Belangrijk is hierbij onder meer dat het tempo van elektrificatie van het energiesysteem op basis van hernieuwbare energie wordt opgevoerd. Dit heeft te maken met het eerder genoemde dubbele voordeel: een lagere CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen, als gevolg van het substitutie-effect van vervanging door groene stroom; en de dempende invloed op de totale energievraag door de hogere energie-efficiëntie van elektromotoren.Deze route heeft volgens de IEA op korte termijn meer kans dan bijvoorbeeld de grootschalige afvang van CO2 uit de atmosfeer, omdat de daarvoor gebruikte technologie momenteel nog te duur is om snel op te schalen. Lees ook:Achter de schijnbare stilstand beweegt de duurzame transitie sneller dan ooit Van 3 naar 2 graden opwarming deze eeuw: de race die we nog kunnen winnen Dit zijn 7 lichtpuntjes bij het 10-jarig bestaan van de Klimaatakkoorden van Parijs - met een kanttekening