Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
27 januari 2026, 15:00

Zo vergroenen Amsterdamse restaurants hun menukaart: 'Het eten moet vooral vertrouwd zijn'

Van tarte tatin met pastinaak tot boterbonencrème: dat zijn enkele van de plantaardige gerechten die je sinds januari in Amsterdam kunt bestellen. Ondernemers gingen de uitdaging aan hun menukaart te vergroenen. En voor inspiratie hoefden ze niet ver te kijken.

Bar Bouche 'Bourgondisch restaurant' Bar Bouche zette een boterbonencrème met gemarineerde oesterzwam, pompoen en chimichurri op de kaart. | Credits: Maaike Kooijman

‘Ik begin een gerecht eigenlijk altijd met boter.’ Angelo Savoia, eigenaar van Petit Lou aan de Amsterdamse Weesperstraat, lacht. ‘Dus je kunt je voorstellen dat plantaardig koken wel een uitdaging was.’

Toch deed hij het. Sinds deze maand staan er meerdere vegan gerechten op de menukaart van zijn Franse brasserie. Zoals een warme linzensalade met geroosterde biet, wortel, pastinaak en spruitjes. Alle ingrediënten daarvan werden al gebruikt in zijn keuken, zegt Savoia. Alleen de linzen moest hij extra inkopen.

Warme linzensalade met geroosterde biet, wortel, pastinaak en spruitjes

Warme linzensalade met geroosterde biet, wortel, pastinaak en spruitjes. | Credits: Maaike Kooijman

Van tarte tatin tot bonencrème

Savoia was de afgelopen maanden onderdeel van het project Groene Schatten uit Amsterdamse Keukens. ‘Willen we onze impact op het klimaat verkleinen, dan moeten we meer plantaardig gaan eten. Maar we zien nu dat die trend stagneert. Vooral in de horeca wordt nog steeds heel veel vlees geserveerd’, zegt initiatiefnemer Marta Marszal van Eat.Nourish.Change. ‘Terwijl de omgeving heel bepalend is voor de voedselkeuzes die we maken.’

Samen met Oana Puiu van Crave Culture coachte ze daarom vier horecagelegenheden in Amsterdam-Oost in hun zoektocht naar meer plantaardige werkwijzen. Enkele andere volgen nog. Alle ondernemers hadden hun eigen redenen om mee te doen, maar vooral: hun eigen uitdagingen. ‘Sommige restaurants vroegen om heel eenvoudige, direct toepasbare oplossingen vanwege beperkte keukenruimte en capaciteit, terwijl andere juist behoefte hadden aan verdieping in technieken en werken met nieuwe ingrediënten’, legt Marszal uit. Bij het project waren ook de gemeente Amsterdam, Knowledgde Mile en Women on Food betrokken.

Het resultaat staat sinds januari op de menukaarten. Bij de CousCousbar kun je een wrap bestellen met auberginestoof, kikkererwten en komkommersalade. Bar Bouche introduceerde een boterbonencrème met gemarineerde oesterzwam en pompoen, en een hazelnootromesco met geroosterde broccolini. En de Groene Olifant pakt uit met een tarte tatin met wortel en pastinaak, een wittebonencassoulet met geroosterde venkel en een paddenstoelentartaar.

Culinaire tradities vieren

Allemaal normale gerechten met normale ingrediënten. En dat was ook precies de bedoeling, zegt Marszal. ‘Als mensen iets op de menukaart zien staan dat ze herkennen en dat vertrouwd voelt, wordt het gemakkelijker om voor de plantaardige optie te kiezen.’

Geen quinoaburgers of jackfruitbroodjes dus, maar spruitjes en venkel.

Daarvoor hoeven chefs niet ver van huis te kijken. De eigen culinaire tradities bieden vaak voldoende inspiratie. Bijvoorbeeld in het geval van de CousCousbar. ‘De Marrokaanse keuken is in de basis best wel vegan. Dus we hoefden niet op zoek naar vervangers’, zegt mede-eigenaar Samira Dahmani. En hoewel de Franse keuken niet bekendstaat om zijn plantaardige aanpak, zijn witte bonen ook daar traditioneel onderdeel van het menu.

Uitgangspunt is uiteindelijk vooral om een lekker, volledig gerecht aan te bieden aan klanten. Marszal: ‘Een gerecht dat niet alleen herkenbaar is, maar dat mensen ook het vertrouwen geeft dat ze na het eten voldaan zullen zijn.’

Ingrediënten worden daarom niet weggelaten of simpelweg vervangen door een plantaardige variant, maar gerechten worden from scratch opgebouwd met groenten, peulvruchten en granen als uitgangspunt. De vegan pastrami-sandwich van Petit Lou, met pastrami van vleesvervangermerk Planted, is een uitzondering op die regel.

De sandwich met plantaardige pastrami van Petit Lou

De sandwich met plantaardige pastrami van Petit Lou. | Credits: Maaike Kooijman

Een logische keuze

Allemaal leuk en aardig, maar dan moeten klanten de gerechten wel bestellen. Dat pakken de ondernemers allemaal op hun eigen manier aan. De gerechten van de Groene Olifant en de CousCousbar staat duidelijk aangeduid als vegan, die van Bar Bouche juist niet. Uiteindelijk, zegt Marszal, is het vooral belangrijk dat de nieuwe gerechten echt worden geïntegreerd in de menukaart. ‘Zodat het niet als “het alternatief” voelt, maar als een logische keuze.’

Omdat de gerechten pas net op de menukaarten zijn verschenen hebben de ondernemers nog weinig inzicht in de verkoopcijfers. Maar de eerste resultaten lijken veelbelovend. Tim Suijderhoud van Bar Bouche zegt dat plantaardige gerechten weliswaar minder worden verkocht dan vlees- en visgerechten, maar dat het ‘weinig scheelt’. Ook bij Petit Lou lopen de plantaardige gerechten goed. Eigenaar Savoia: ‘Veel klanten vragen waar de pastrami vandaan komt. Als ik zegt dat ‘ie vegan is, geloven sommigen het niet.’

Geïnspireerd

Naast de nieuwe gerechten zijn er in de keukens van de deelnemende horecagelegenheden ook minder zichtbare veranderingen doorgevoerd. Zo vervingen enkele ondernemers roomboter door plantaardige boter, en ook de vegan kookroom doet het goed.

Dat zijn ingrediënten die in dierlijke variant een behoorlijke voetafdruk hebben. Marszal doet een snelle rekensom: ‘Als de bonenstoof van de Groene Olifant veertig keer per week wordt verkocht in plaats van een vegetarisch gerecht met boter en room, bespaart dat per jaar ongeveer 900.000 liter water en zo’n 1,75 ton CO2-equivalent. De impact van het vervangen van zuivel wordt enorm onderschat. Als je puur naar de klimaatimpact kijkt, is zuivel zelfs vervuilender dan kippenvlees.’

Het vlees verdwijnt voorlopig nog niet van de menukaarten. Maar de ondernemers en hun medewerkers zijn wel geïnspireerd. Chef Alex van de Groene Olifant: ‘Niemand van ons had verwacht dat bonen zo lekker konden zijn.’

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

De natrium-ionbatterij kan in 2026 echt doorbreken: 6 dingen die je moet weten

Van belofte naar grootschalige toepassing: in 2026 lijkt de alom aanwezige lithium-ionbatterij voor het eerst serieuze concurrentie te krijgen van de natrium-ionbatterij.In een artikel van de MIT Technology Review over tien doorbraaktechnologieën voor 2026 kreeg de natrium-ion begin deze maand een prominente vermelding. Dat lijkt niet overdreven, want eind vorige week meldde CATL, de grootste batterijfabrikant voor elektrische voertuigen ter wereld, in juli te starten met de massaproductie van een natrium-ionbatterij.Aan natrium-ionbatterijen wordt al jaren hard gewerkt, omdat er veel potentiële voordelen zijn. Change Inc. bespreekt de belangrijkste ontwikkelingen in zes vragen. Wat zijn de sterke punten van de natrium-ionbatterij? Natrium-ionbatterijen werken met dezelfde principes als de lithium-ionbatterij. Tussen twee polen, de anode en de kathode, verplaatsen zich lithium- dan wel natrium-ionen via een chemische stof (de elektrolyt). Daarbij komt elektriciteit vrij als de batterij ontlaadt, en wordt energie opgeslagen als de batterij laadt.Het gebruik van natrium kent drie grote voordelen. Door de overvloedige aanwezigheid van zoutlagen op aarde kan natrium bijvoorbeeld relatief goedkoop worden gewonnen. De kosten worden geschat op ongeveer 5 dollarcent per kilo, tegenover 15 dollar per kilo voor lithium.De ruime aanwezigheid van natrium in verschillende delen van de wereld betekent ook dat er voor de winning geen afhankelijkheid is van een beperkt aantal grondstofleveranciers, zoals bij lithium wel het geval is. Dit is onder meer voor Europa strategisch aantrekkelijk.Op de derde plaats zijn natrium-ionbatterijen inherent veiliger dan de lithium-ionvariant en werken ze bovendien bij lage temperaturen van minus 20 graden Celsius nog steeds goed. Waardoor wordt grootschalige toepassing geremd? De grootste zwakte van natrium-ionbatterijen tot nog toe is de lagere energiedichtheid. De dominantie van lithium-ionbatterijen is gestoeld op het feit dat dit type batterij op een relatief klein oppervlak veel energie kan opslaan, wat voor tal van toepassingen aantrekkelijk is, waaronder elektrisch rijden.De ontwikkeling van natrium-ionbatterijen is echter zo sterk verbeterd dat de energiedichtheid nog maar beperkt achterloopt op die van lithium-ion. Zo hebben veel natrium-ionbatterijen inmiddels een dichtheid tussen de 120 en 160 wattuur per kilogram bereikt. Dat is vergelijkbaar met lithiumbatterijen die een relatief lage energiedichtheid hebben, maar zit nog wel onder het topsegment van de lithium-ionbatterijen, met een energiedichtheid van 250 wattuur per kilogram. Voor welke toepassingen kunnen we natrium-ionbatterijen verwachten? Op korte termijn doen natrium-ionbatterijen hun intrede in twee belangrijke markten: elektrisch vervoer en batterij-opslag ter ondersteuning van de balans van elektriciteitsnetten.De Chinese batterijgigant CATL maakte afgelopen week bekend een natrium-ionbatterij op de markt te brengen voor lichte elektrische voertuigen, waarvoor de massaproductie in juli dit jaar wordt opgestart. Het gaat om een batterij die volgens CATL specifiek goed presteert onder koude condities tot minus 30 graden Celsius. De energiedichtheid is 175 wattuur per kilogram en de batterij heeft een capaciteit van 45 kilowattuur.Op het gebied van energieopslag is onder meer het bedrijf Peak Energy actief met grote installaties met natrium-ionbatterijen. Daar is veel vraag naar vanwege de behoefte om schommelingen in het aanbod van hernieuwbare energie uit zon en wind op te vangen.  Peak Energy sloot afgelopen november een grote overeenkomst met energiebedrijf Jupiter Power voor de levering van bijna 5 gigawattuur aan opslagcapaciteit tussen 2027 en 2030. Hoe groot is de potentiële markt? De markt voor lithium-ionbatterijen blijft de komende tien jaar naar verwachting flink groeien, maar krijgt wel concurrentie van natrium-ion als kleine broer. Volgens onderzoeksbureau Research and Markets kan de markt voor natrium-ionbatterijen de komende tien jaar van vrijwel nul naar een omvang van rum 30 miljard dollar op jaarbasis groeien.Ter vergelijking: afgelopen jaar had de markt voor lithium-ionbatterijen wereldwijd een omvang van 134 miljard dollar. Dat kan volgens analisten doorgroeien naar 865 miljard dollar in 2034.[caption id="attachment_172917" align="aligncenter" width="900"] Fabriek voor natrium-ionbatterijen in China. | Credits: Getty Images[/caption] Hoe ver zijn de Chinezen met natrium-ionbatterijen? Chinese bedrijven domineren de markt voor lithium-ionbatterijen en hebben ook fors ingezet op de ontwikkeling van natriumbatterijen. CATL js hierbij één van de belangrijkste spelers.Ook BYD, de grootste Chinese fabrikant van elektrische auto’s, heeft eigen productiefaciliteiten opgezet voor natrium-ionbatterijen. Opvallend genoeg ligt de focus daarbij in eerste instantie niet op auto’s, maar op grootschalige opslagsystemen voor netwerkinfrastructuur. Wat gebeurt er in Europa en Nederland? Voor Europa bieden natrium-ionbatterijen kansen om de afhankelijkheid van China op de batterijmarkt te verkleinen. De winning van natrium kan in Europa plaatsvinden en diverse Europese partijen hebben zich op de natrium-iontechnologie gestort.In Duitsland speelt het Fraunhofer onderzoeksinstituut een belangrijke rol met onder meer pilotprojecten voor opslagsystemen op basis van natrium-ionbatterijen. Verder maakte de Zweedse ontwikkelaar van natrium-ionbatterijen Altris afgelopen week bekend een strategische samenwerking te hebben gesloten met de Tsjechische batterijfabrikant Draslovka. Samen willen ze een Europese toeleveringsketen voor natrium-ionbatterijen opzetten.Nederland zit ook niet stil. Zo heeft chemiebedrijf Nobian, dat onder meer in Twente en Groningen zout wint, samen met Exergy Storage, de Universiteit Twente en innovatieplatform ISPT het samenwerkingsverband Starbatch opgezet voor de ontwikkeling van natriumbatterijen. Lees ook:Nederlandse zoutbatterij zou ons minder afhankelijk kunnen maken van schaarse metalen uit het buitenland 5 batterij-innovaties waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt Deze batterijen gaan lithium-ion vervangen, maar de vraag is wanneer