Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
14 juli 2025, 15:35

Plant Protein Forward versterkt ketens plantaardige eiwitten van eigen bodem: 'Edamame-teelt is vertienvoudigd'

Soja, lupine, veldbonen, edamame, quinoa: allemaal gewassen die goed zijn voor de mens én het land. Toch worden ze in Nederland vaak slechts op kleine schaal geteeld. Plant Protein Forward brengt daar verandering in en won daarmee de Transition Award 2025 in de categorie Voedsel.

Wietske Eilander (Rabobank) en Sylvia Raijmakers (Foodvalley) bij de uitreiking van de Transition Awards 2025 Wietske Eilander (Rabobank) en Sylvia Raijmakers (Foodvalley) bij de uitreiking van de Transition Awards 2025. | Credits: Jaap Beyleveld

Peulvruchten als soja en veldbonen zijn vlinderbloemigen: een familie van planten die stikstof uit de lucht bindt in de grond. Dat maakt ze tot ontzettend nuttige gewassen voor de bodemkwaliteit. Ze zijn ook nog eens goed voor de biodiversiteit en onze eigen gezondheid. Het enige probleem: er is nog geen structurele markt voor deze gewassen uit Nederland. En als ze geen geld in het laatje brengen, blijven boeren ze niet telen.

Daar heeft Plant Protein Forward een oplossing voor. Minstens acht maanden lang werken partijen in de hele keten van een gewas – van teelt tot verkoop – samen om een structurele afzetmarkt te creëren, mét een goed verdienmodel voor de boer.

Hoe Plant Protein Forward de verkoop van Nederlandse eiwitten aanjaagt

Plant Protein Forward is een programma van Foodvalley, Rabobank en het Provinciaal Eiwitnetwerk NL. Het programma richt zich op het versterken van ketens van plantaardige eiwitten van Nederlandse bodem. Zo eten we straks geen soja uit Zuid-Amerika meer, maar gewoon uit de polder. Plant Protein Forward draagt bij aan de Nationale Eiwitstrategie en de Bean Deal, beide met als doel minder afhankelijk te worden van de import van plantaardige eiwitten.

Als de partijen een gewas hebben gekozen, zoeken zij daar een zogenoemde ketenversterker voor. Dat zijn onafhankelijke experts die voor langere tijd onderdeel worden van het team. Deze ketenversterker stemt de verschillende belangen in de keten op elkaar af en legt contact tussen boeren, verwerkers en voedselaanbieders. Als gevolg daarvan verkoopt Jumbo nu Nederlandse sojayoghurt en edamamebonen, met een vertienvoudiging van de Nederlandse edamameteelt als gevolg. Ook lupine en de veldboon hebben een boost gekregen van Plant Protein Forward. Lupinemeel wordt nu bijvoorbeeld ingekocht door industriële bakkerijen, veldbonen worden mogelijk verwerkt in hybride vleesproducten.

Hoe ziet het proces eruit?

Projectmanager Sylvia Raijmakers van Foodvalley: ‘We maken eerst een marktscan van interessante eiwitrijke gewassen om de vraag, concurrentie, prijzen en consumentenvoorkeuren te begrijpen. Er moet al een gerealiseerde teelt zijn. Gewassen zijn geschikt voor het programma als ze wel marktpotentie hebben, maar die nu nog niet waarmaken. We focussen nadrukkelijk niet op teeltoptimalisatie, maar op afzetcreatie. Daar lopen boeren vaak op vast. Een gewas telen is één, maar het onder de aandacht brengen bij voedselaanbieders – en daadwerkelijk deals sluiten – is een andere tak van sport.

Een onafhankelijke ketenversterker gaat aan de slag om langdurige afzet te creëren. Die gaat samenwerkingen met belangrijke partijen aan, zoals retailers of verwerkers. Het precieze proces verschilt per gewas; elke keten zit in een andere fase van ontwikkeling. Zo draaide het bij edamamebonen vooral om gesprekken met nieuwe afnemers, terwijl er voor veldbonen in Nederland nog een hele toeleveringsketen gebouwd moest worden.’

Jullie werken volgens het EAT-principe. Wat houdt dat in?

‘EAT staat voor Entrepreneuring Apart Together. Apart doelt op de specifieke aanpak die elke gewasketen nodig heeft. We hebben ook weleens gedacht: misschien moeten we één foodprofessional met een mandje vol bonen op ‘verkooppad’ laten gaan. Maar omdat elke gewasketen eigen hulpvragen en uitdagingen heeft, krijgen ze een eigen ketenversterker. Juist daardoor kunnen er snel stappen worden gezet.

Daarnaast organiseert Plant Protein Forward workshops en kennissessies waarbij partijen uit de verschillende gewasketens samenkomen – ‘Together’ – om hun ervaringen te delen. Daar bespreken we overkoepelende thema’s die voor elke keten relevant zijn. True value bijvoorbeeld, of het uitrekenen van de carbon footprint. Samenwerking is heel belangrijk.’

Waar lopen de partijen waar jullie mee werken in de ketens tegenaan?

‘Het kost veel inspanning om een keten op te bouwen of te versterken. Omdat veldbonen in Nederland nog niet op grote schaal werden verwerkt, moesten partijen bijvoorbeeld veel inspanning verrichten om de verwerkingsprocessen in te richten en te voldoen aan strenge kwaliteits- en toelatingseisen in de voedingsmiddelenketen.

Ook daarin is kennisdeling van groot belang. Vroeger teelden we veel bonen in Nederland, maar de afgelopen decennia hebben we veel meer ingezet op veeteelt en veevoer. Voor veel boeren is de teelt van peulvruchten niet meer zo vanzelfsprekend. De kennis moet soms weer even worden opgefrist. Plant Protein Forward focust op afzetcreatie, maar er zijn verschillende andere initiatieven die boeren ondersteunen in de teelt.’

Wat zijn jullie plannen voor de toekomst?

‘De volgende keten waar we ons op richten is die van quinoa. Plant Protein Forward loopt nog minstens twee jaar, maar ook daarna willen we impact blijven maken. Een goed verdienmodel voor de boeren creëren blijft centraal staan, zodat we meer zelfvoorzienend worden. Boeren die betrokken zijn bij Plant Protein Forward kunnen vervolgens ook weer anderen inspireren. Het helpt dat peulvruchten uit eigen land aantrekkelijker worden nu grote bedrijven over hun duurzaamheidsprestaties moeten rapporteren.

Aan het einde van het traject willen we een handboek voor boeren en ketenpartijen opleveren met geleerde lessen over afzetkanalen. Zo kunnen we ze helpen bij het vormgeven van duurzame samenwerkingen binnen de keten. Daarmee willen we een nog veel grotere groep bereiken en inspireren.’

Lees ook:

Opmerkelijk: 5 grafieken die laten zien hoe China iedereen voorbij snelt met zonne- en windenergie

Afgelopen week bleek uit cijfers van databureau Global Energy Monitor dat China wereldwijd goed is voor ongeveer driekwart van de nieuwe capaciteit aan wind- en zonne-energie die momenteel wordt gebouwd. Op een totaal van 689 gigawatt aan nieuwe zonnepanelen en windmolens komt 510 gigawatt voor rekening van China. Dit is verdeeld over 287 gigawatt aan zonne-energie en 223 gigawatt aan windcapaciteit.Het lastig om je iets voor te stellen bij dergelijke grote getallen zonder wat meer context. Zo is de extra capaciteit voor stroom uit wind en zon die China nu realiseert, bijna gelijk aan het totale opgestelde vermogen in de Europese Unie. Dat lag in 2024 op 531 gigawatt.Voor het idee: Nederland had begin 2024 ruim 24 gigawatt aan opgesteld vermogen van zonnestroom en bijna 12 gigawatt aan capaciteit voor windenergie.De capaciteit van wind- en zonne-energie geeft aan hoeveel stroom je per dag, week of jaar in theorie kunt produceren. Daarbij geldt dat 1 gigawatt aan capaciteit van zonnepanelen minder stroom oplevert dan 1 gigawatt aan windcapaciteit, vanwege verschillen in de beschikbaarheid van zon en wind. Een vrij grove vuistregel stelt dat je gemiddeld met 1 gigawatt aan zonne-energie op jaarbasis ongeveer 300.000 huishoudens van stroom kunt voorzien in de Nederlandse context, terwijl je met 1 gigawatt aan windenergie voor ongeveer 1 miljoen huishoudens elektriciteit kunt leveren.Om de extra capaciteit van in totaal 510 gigawatt die China optuigt, in perspectief te plaatsen, kijken we hieronder naar het totale vermogen van wind- en zonne-energie in de wereld en de verdeling over diverse landen. Daarvoor is gebruikt gemaakt van cijfers van de International Renewable Energy Agency (Irena). #1 China goed voor bijna de helft van capaciteit zonne-energie !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();In 2024 bedroeg het mondiale vermogen aan zonne-energie 1.865 gigawatt, waarbij China met 888 gigawatt goed was voor bijna de helft van het wereldtotaal. De uitbreiding van 287 gigawatt die nu wordt gerealiseerd, betekent dat China er ruim 30 procent aan binnenlandse capaciteit bij plaatst en voor het mondiale vermogen gaat het om een plus van 15 procent.Op de interactieve wereldkaart hieronder is het mondiale vermogen aan zonne-energie verdeeld over 38 landen die samen goed zijn voor 95 procent van de wereldcapaciteit. Door op individuele landen te klikken, kun je het opgestelde vermogen per land zien.Na China is de VS de nummer twee met 177 gigawatt aan opgesteld vermogen van zonne-energie in 2024. India, Japan en Duitsland komen respectievelijk op plaats drie, vier en vijf.!function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}(); #2 China dekt ook bijna de helft van mondiaal vermogen aan windenergie !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();Het plaatje bij windenergie is redelijk vergelijkbaar met dat van zonnestroom. Voor wind geldt dat het mondiale opgestelde vermogen in 2024 op 1.133 gigawatt lag. China was met 522 gigawatt goed voor opnieuw bijna de helft van het totaal.Momenteel wordt er voor 223 gigawatt aan windmolens bij gebouwd in China. Dit komt neer op 43 procent van de huidige windcapaciteit van China en staat gelijk aan bijna 20 procent van het wereldvermogen in 2024.In de kaart hieronder is de windcapaciteit van 37 landen weergegeven die samen goed zijn voor 98 procent van de mondiale capaciteit aan windenergie. Opnieuw is de VS nummer twee met 153 gigawatt aan windvermogen, gevolgd door Duitsland, India en Brazilië.!function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();#3 Forse uitbouw van windparken en zonnepanelen Uit de data van de Global Energy Monitor blijkt dat bijna driekwart van de wind- en zonneparken in aanbouw in China komen te staan, voor een totaal van 510 gigawatt. Daarna volgen de VS en India met respectievelijk 41 gigawatt en 35 gigawatt.!function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();Hier blijft het overigens niet bij. Want naast projecten in aanbouw heeft China nog flink wat capaciteit in de pijplijn zitten. Volgens de Global Energy Monitor is er nog eens 531 gigawatt aan windparken en zonnecapaciteit in de pre-constructiefase en zijn er daar bovenop aankondigingen gedaan voor een additionele 260 gigawatt aan extra wind- en zonnestroom.Als dit allemaal gerealiseerd wordt, beschikt China over enkele jaren over meer dan 1.500 gigawatt (1,5 terawatt) aan vermogen voor zonne-energie en meer dan 1.000 gigawatt (1 terawatt) aan capaciteit voor windenergie!In 2024 was de opgestelde capaciteit van zon (888 gigawatt) en wind (522 gigawatt) goed voor 1.410 gigawatt aan hernieuwbare energie, waarmee China het eigen doel van 1.200 gigawatt aan vermogen in 2030 zes jaar eerder al had gehaald.Hoewel China indrukwekkende vorderingen maakt met de uitbreiding van wind- en zonne-energie, ligt er nog wel een flinke uitdaging. Volgens de denktank Carbonbrief moet het land de capaciteit voor wind en zon de komende decennia opschroeven naar in totaal 10.000 gigawatt om in 2060 CO2-neutraal te kunnen opereren. Het tempo waarin China nu werkt, maakt dat niet volstrekt onrealistisch. Lees ook:Record aan groene stroom vorig kwartaal deels weggegooid door negatieve prijzen en gebrek aan opslag Windenergie laten groeien: hoe Frans Timmermans wil bereiken, wat het kabinet-Schoof naliet Stort de olie-industrie straks in dankzij China? Dit kunnen Europa en de VS leren van de opmars van elektrotech