Van smart grids en energieopslagsystemen tot duurzame warmte-koudeopslag; technologisch dienstverlener Kuijpers is gespecialiseerd in duurzaamheid. Aukje Kuypers, de vierde generatie, is verantwoordelijk voor die toekomstgerichte blik.
Waarom Kuypers met een y, vraag je? Simpel: op het gemeentehuis werd de achternaam van haar vader per ongeluk fout geregistreerd. Maar ze is toch écht de achterkleindochter van de oprichter van het bedrijf.
Na je studie ging je eerst de financiële wereld in, maar je kwam toch terug naar het familiebedrijf. Waarom?
‘In de financiële sector had ik veel geleerd over hoe je je bedrijfsvoering zo kunt organiseren dat je het beste aan een klantvraag kunt voldoen. Die ervaring was heel welkom in het bedrijf. In eerste instantie heb ik dan ook veel op operationele verbeteringen gefocust.
Gaandeweg gingen we ook over andere dingen nadenken. We kunnen wel simpelweg uitvoeren wat architecten bedenken, maar het is veel interessanter om onze kennis al veel eerder in te zetten door mee te denken over optimale, energiezuinige installaties.’
Onder jouw leiding is het bedrijf vooral op duurzaamheid gaan focussen. Hoe ging dat?
‘Als familiebedrijf zijn we per definitie met de toekomst bezig. In 2012 kozen we er nadrukkelijker voor om dat ook in onze dienstverlening te verweven en alleen nog maar energieneutrale en gezonde installaties te realiseren. Toen ik in 2013 begon als directeur, mocht ik er handen aan voeten aan geven. Makkelijk was het niet; destijds was dit best vooruitstrevend. Het Klimaatakkoord van Parijs was er nog niet.
In het begin leverde de beslissing best wat spanning op. We gingen heel anders werken. We waren niet meer alleen betrokken bij de uitvoering, maar juist al aan het begin van een traject. Dat waren we als bedrijf niet gewend. We hebben er daarom actief aan gewerkt om iedereen van de juiste kennis te voorzien: we boden cursussen aan en organiseerden kennissessies. Dat is essentieel voor een transitie.
Op een gegeven moment kwam de realisatie: misschien moeten we ook geen opdrachten meer aannemen van bedrijven die echt niet willen verduurzamen. Die keuze is er niet altijd, soms hadden we die opdrachten gewoon nodig. Je bent tenslotte ook verantwoordelijk voor de salarissen van heel veel medewerkers. Gelukkig is duurzaamheid inmiddels de standaard.’
Dat vonden de medewerkers vast niet makkelijk.
‘In de bouw is iedereen op een bepaalde manier opgeleid, een manier die niet per se duurzaam is. Voor het ontwerp van ons nieuwe kantoor in Den Bosch hebben we echt tegen de ingenieurs gezegd: vergeet alles wat je hebt geleerd.
Het gebouw is een test- en showcase waar we duurzamere installaties die ook financieel haalbaar zijn kunnen laten zien. Het heeft bijvoorbeeld een warmte-koudeopslag, maar ook een zogenoemd verbindingshart waarin de temperatuur mag meebewegen met de seizoenen. De temperatuur wordt afgesteld op basis van sensoren binnen en buiten het gebouw. En de glazen gevel op het zuiden kan warmte afzuigen en opslaan.’
Hoe krijg je ook klanten mee?
‘Onze salesmedewerkers hebben op een gegeven moment de groene offerte bedacht. Daarmee beantwoordden we niet alleen de vraag van een klant, maar legden we ook ongevraagd een alternatief voor, inclusief kostenberekeningen en terugverdientijden. Dat was een schot in de roos, want zo geef je mensen inzicht in de mogelijkheden.
In het begin kozen veel klanten alsnog voor de goedkoopste optie, die vaak minder duurzaam was. Sommige hebben later gezegd: hadden we nou toch maar meteen het duurzame alternatief gekozen, want nu moet dat door wetgeving alsnog en moet ik voor de tweede keer investeren.
Duurzaamheid in de bouw is niet zozeer een technisch vraagstuk. De duurzame installaties bestaan al. Het is vooral een mindsetontwikkeling. Neem bijvoorbeeld ziekenhuizen met zogenoemde cleanrooms, gecontroleerde ruimtes waar geen luchtdeeltjes naar binnen of buiten mogen. Die sector is lang niet geïnteresseerd geweest is in energiebesparing, omdat ze ervan uitging dat luchtzuiveringsinstallaties van cleanrooms altijd aan moesten staan om effectief te zijn. Wij hebben aangetoond dat dat helemaal niet nodig is. Door de installaties bijvoorbeeld ‘s nachts uit te zetten, bespaar je gigantisch veel energie. En dan hebben we technisch nog niet eens iets gedaan.’
Gaan de zaken slechter in een wereld waarin klimaat minder centraal staat?
‘We hebben de wetgeving mee. Grote gebouwen hebben nu de plicht om hun energieverbruik te monitoren en te verlagen. Bovendien geloof ik dat de huidige tendensen vooral een reactie zijn op de enorme duurzame onderstroom die gaande is. De Verenigde Staten en enkele andere landen gooien hun kont tegen de krib omdat ze zelf ook wel merken dat verandering onvermijdelijk is.
Het is belangrijk dat we ons niet laten afleiden door zulke stuiptrekkingen naar de oude wereld. Ja, de economie moet draaien. Maar dat kan ook op een gezonde manier.’
Jullie doen veel met energiebesparing. Maar hoe zit het met de materialen waarvan de installaties zijn gemaakt?
‘We gebruiken vooral veel staal. Energieneutraal geproduceerd staal wordt maar weinig aangeboden en is bovendien erg duur. Daarom focussen we vooral op mínder materialen gebruiken. Dat kan vaak door simpelweg anders te kijken. Voorheen was de standaard bij het vervangen van luchtbehandelingskasten bijvoorbeeld: de hele kast eruit, naar de schroot en een nieuwe erin. Nu vervangen we eerder losse onderdelen. Dat bespaart veel materiaal en nog meer geld.
Ik denk dat we ook veel inspiratie uit de natuur kunnen halen. Dat is per definitie een circulair systeem, met allerlei slimmigheden. Termieten bouwen bijvoorbeeld heuvels met speciale luchtstromingen die warme en koude lucht in verbinding brengen. Ze hebben zelfs een kleppensysteem waarmee ze bepaalde gangen open of dicht kunnen zetten. Allemaal zonder techniek.
Er is in de toekomst minder hardware nodig, maar meer software om van alles te monitoren. Dat heeft ook gevolgen voor onze rol als installateurs. We houden ons steeds meer bezig met softwareontwikkeling en monitoring.
De transitie richting circulair is nog groter dan de energietransitie. Maar ik put hoop uit dat wat we in tien jaar bereikt hebben. Met die ervaring kan de circulaire transitie nog veel sneller. Over twee, drie jaar is circulair werken de standaard.’
Wat is dan jullie toegevoegde waarde nog?
‘De komende jaren focussen we niet alleen op energieneutraliteit en circulariteit, maar ook op een gezondere omgeving. Ik vind het belangrijk dat we in een gezonde wereld leven, met schone lucht. Dat is heel bepalend voor je welzijn. De bouw kan daaraan bijdragen, bijvoorbeeld met klimatisering (het regelen van temperatuur en luchtcirculatie in een ruimte, red.)’
Met wie wil je graag nog samenwerken?
‘Samenwerken in de bouw is een uitdaging, maar er zijn ook lichtpuntjes. Zoals het Brancheplan Verpakkingen van de installatiebranche. Of toen Mona Keijzer de plicht tot nestvoorzieningen in nieuwbouwhuizen wilde schrappen, maar de bouw er vol voor ging staan. Daar put ik hoop uit.
‘Ik wil graag meer optrekken met architecten die natuur, comfort en circulariteit omarmen, om samen actief een fijne omgeving te stimuleren. Maar ook circulariteit kunnen we niet alleen. Van grondstof naar recyclingbedrijf is zo’n lange keten. We moeten samen met leveranciers gaan kijken naar wat er anders kan.’




