Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
10 december 2025, 07:27

Nieuwsupdate: Prijzen lithium-ionbatterijen blijven dalen en aanleg waterstofnetwerk loopt gevaar

De prijzen van metalen stijgen, maar toch dalen de prijzen van lithium-ionbatterijen. Verder in het nieuws: Investeren in klimaat en milieu levert biljoenen dollars op en 3-jaars gemiddelde van mondiale temperatuur waarschijnlijk boven 1,5 graden Celsius.

GettyImages-2247136057 Lithium-ionbatterijen zijn de populairste soort voor in elektrische auto's. | Credits: Getty Images

Prijzen lithium-ionbatterijen blijven dalen

De prijzen van metalen stijgen, maar de prijzen van lithium-ionbatterijen stijgen niet mee. Sterker nog: de kostprijzen van de meest gebruikte batterijsoort zijn sinds 2024 met 8 procent gedaald, concludeert BloombergNEF op basis van eigen onderzoek. Lithium-ionbatterijen kosten nu zo’n gemiddeld 108 dollar (bijna 93 euro) per kilowattuur aan capaciteit.

De prijsdaling komt onder meer door de hevige concurrentie en overcapaciteit in de productie van batterijcellen. Bovendien wordt er steeds vaker gebruikgemaakt van een bepaald type lithium-ionbatterijen: ijzerfosfaatbatterijen (LFP). Die batterijen, met een kathode van ijzerfosfaat, zijn goedkoper dan batterijen die gebruik maken van nikkel en kobalt. China heeft een dominante positie in de productie van LFP-batterijen.

Lees ook: Zonnepanelen kunnen niet meer zonder batterijen: gaan we die in Europa maken?

Investeren in klimaat en milieu levert biljoenen dollars op

Als we investeren in de gezondheid van klimaat en leefomgeving kan dat biljoenen dollars aan economische waarde opleveren, miljoenen doden voorkomen en honderden miljoenen mensen uit armoede halen. Dat is de conclusie van de Global Environment Outlook van VN-milieuprogramma UNEP. De macro-economische voordelen kunnen in 2070 wel 20.000 miljard dollar per jaar bedragen en later stijgen tot 100.000 miljard dollar per jaar, stelt UNEP. Andersom veroorzaakt de niet-duurzame productie van voedsel en het verbruik van fossiele brandstoffen nu per uur 5 miljard dollar (!) aan schade.

Honderden wetenschappers uit 82 landen werkten ruim zes jaar aan het rapport, onder wie onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving. Zij doen verschillende aanbevelingen om netto nul uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke stoffen te bereiken op vijf gebieden: economie en financiën, materialen en afval, energie, voedselsystemen en milieu. Samen kosten die maatregelen zo’n 8.000 miljard dollar tot 2050, maar niets doen is nog veel duurder, aldus UNEP.

Normaal wordt de Global Environment Outlook afgesloten met een samenvatting, die wordt onderschreven door overheden. Maar omdat onder meer de VS, Saudi-Arabië en Rusland weigerden zich te scharen achter de conclusies over fossiele brandstoffen en plastic, ontbreken de samenvatting en formele steun nu, schrijft NRC.

Lees ook: Klimaatkantelpunten kosten duizenden miljarden euro’s: ‘Nu investeren in groene opties is veel goedkoper’

Aanleg waterstofnetwerk in gevaar door subsidietekort

Groene waterstof wordt gezien als grote belofte voor industrie die afhankelijk is van gas. Maar de aanleg van een waterstofnetwerk dat in 2030 vijf grote Nederlandse industrieclusters met elkaar moet verbinden gaat flink langer duren, meldt de NOS na onderzoek door de Algemene Rekenkamer.

De kosten vormen één van de grootste problemen. Werden die vier jaar geleden nog geschat op 1,5 miljard euro; inmiddels wordt uitgegaan van 3,8 miljard euro. Dat betekent dat de toegezegde subsidie van 750 miljoen euro tekortschiet. Volgens de Rekenkamer komt het netwerk nog zo’n 1,8 miljard euro subsidie tekort. Een ander probleem is dat de industrie minder snel van het gas afgaat dan verwacht, waardoor voor het waterstofnetwerk minder gebruik gemaakt kan worden van bestaande gasleidingen. Er moeten dus meer nieuwe leidingen worden aangelegd.

Lees ook: Groene waterstof voorbij de hype: ‘We zijn inmiddels terug op aarde, maar de belofte is nog steeds groot’

Elektriciteitssector stoot meer broeikasgassen uit, industrie minder

Nederland heeft in het derde kwartaal van 2025 ongeveer net zo veel broeikasgassen uitgestoten als een jaar eerder, meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers. Maar als je per sector kijkt zijn er wel belangrijke verschillen. Zo was de uitstoot van de elektriciteitssector 20 procent hoger dan in het derde kwartaal van 2024, vooral door een hoger verbruik van steenkool.

De Nederlandse industrie stootte vorig kwartaal juist 6 procent minder broeikasgassen uit. Dat komt door een iets lagere productie van de meest vervuilende branches, waaronder de chemische industrie. Ook huishoudens, de dienstensector en het wegverkeer stootten minder uit.

Lees ook: Groen staal: CO2-intensieve sector moet aan verschillende knoppen draaien om sneller te verduurzamen

Nederlandse bedrijven positief over investeringen in duurzaamheid

Bijna alle Nederlandse bedrijven investeren in energie-efficiëntie. Dat blijkt uit een jaarlijkse enquête van de European Investment Bank (EIB). Een belangrijke reden is het aanpakken voor de hoge energiekosten, maar bedrijven zien de duurzame transitie ook steeds meer als een kans voor hun bedrijf. Gaf vorig jaar slechts 28 procent aan de duurzame transitie te steunen, nu is dat 39 procent.

Ironisch genoeg zijn dezelfde hoge energiekosten voor meer dan de helft van de bedrijven ook een belemmering om investeringen te doen. Ook regelgeving, personeelstekorten en onzekerheid over de toekomst houden bedrijven tegen. Toch is het investeringsklimaat in Nederland volgens de EIB relatief positief.

Lees ook: Zo groot is de investeringskloof bij 8 cruciale technologieën voor de energietransitie (en dat biedt ook kansen)

Met warm 2025 komt 3-jaars gemiddelde boven 1,5 graden opwarming

2025 is ‘vrijwel zeker’ het op een of twee na warmste jaar vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw. Dat meldt The Guardian op basis van prognoses van het Europese observatie-instituut Copernicus. In januari tot november lagen de wereldwijde temperaturen gemiddeld 1,48 graad Celsius hoger, vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw. In november was dat zelfs 1,54 graad.

2024 is tot nu toe het warmste jaar van deze eeuw, 2023 het op een na warmste jaar. Volgens Copernicus zijn de temperaturen dit jaar vergelijkbaar met die van twee jaar geleden. De kans is dan ook groot dat het driejarig gemiddelde van de temperatuurstijgingen voor het eerst boven de 1,5 graad Celsius uitkomt. Dat betekent overigens niet dat de doelen in het klimaatakkoord van Parijs automatisch niet zijn gehaald, want daarvoor wordt gekeken naar de gemiddelde temperatuurstijging over een lagere periode.

Lees ook: Hernieuwbare energie groeit keihard, maar de energietransitie moet nog sneller om riskante opwarming te voorkomen

Ook in de media:

  • EU bereikt akkoord om uitstoot broeikasgassen met 90 procent te verlagen (RTL Nieuws)
  • Reclame Code Commissie: ‘Eneco misleidt met CO2-gecompenseerd gas’ (Duurzaam Ondernemen)
  • Netbeheerder Enexis denkt stroomuitval in winter te voorkomen: ‘Dure oplossing’ (Nu.nl)
  • Ford gaat samen met Renault kleine elektrische auto’s bouwen voor Europa (de Volkskrant)
  • Klimaatjurist Hannah Prins: ‘Niemand haat me meer, misschien doe ik iets fout’ (FD)
  • Waarom grote problemen zoals het klimaat alleen met kleine stapjes aan te pakken zijn (Trouw)
  • Amerikaanse rechter veegt Trumps verbod op nieuwe windprojecten van tafel (Nu.nl)

Patagonia geeft levenslange garantie op kleding, en dat is slimmer dan je denkt

In een circulaire economie worden spullen zo lang mogelijk gebruikt. Daarbij hoort ook reparatie – van kapotte laptops, mixers, meubels én kleding. Maar als een klant terugkomt met een kapot kledingstuk, is het voor kledingmerken vaak goedkoper om dat om te wisselen voor een nieuw exemplaar.Dat prijsverschil komt net name door het schaalverschil, legt Emma Brouwer van de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie (NVCE) uit. 'Kledingproductie kun je veel gemakkelijker opschalen dan reparatie. Dat is bijna lopendebandwerk, terwijl reparatie toch maatwerk blijft.'Kledingmerken die reparatie in hun verdienmodel willen verweven moeten dan ook op een andere manier naar waarde kijken. Want reparatie levert – direct of indirect – wel degelijk iets op. Kosten kledingreparatie in de prijs besloten Dat weten ook de pioniers die al reparatie aanbieden, zoals Sophie Stone en Patagonia. Patagonia geeft klanten bijvoorbeeld een levenslange garantie en betaalt in Europa de volledige kosten van een reparatie. Dat doen ze met name uit ideologische overwegingen, vertelt Willem Swager, Patagonia’s director of finance & operations voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. 'Reparatie zit echt in het DNA van Patagonia. Yvon (Chouinard, oprichter van Patagonia, red.) verdiende daar zijn eerste inkomen mee.'De afgelopen jaren heeft het merk zijn reparatieproces flink geprofessionaliseerd. Inmiddels heeft het in Europa een netwerk van veertien reparatiecentra, vertelt Swager. In Nederland was hij namens Patagonia nauw betrokken bij de oprichting van het United Repair Centre (URC) in Amsterdam. Doel daarvan is om de reparatiecapaciteit te vergroten, andere merken mee te krijgen – inmiddels zijn ook onder anderen Decathlon, The North Face en Levi's aangesloten – en kleding (her)maken als een vaardigheid in stand te houden. Daarom is er een speciale Repair Academy.De reparatiekosten zitten bij Patagonia al grotendeels in de productprijs besloten, zegt Swager. 'Wij zien het als een soort inbegrepen servicekosten. Er klaagt toch ook niemand dat we een klantenservice hebben? Het is een kwestie van hoe breed je je verantwoordelijkheid naar de klant toe ziet.' Kansen voor marketing en design Swager benadrukt dat kledingreparatie ook enkele 'zachte voordelen' heeft die zich wellicht niet direct in geld uitbetalen, maar op de lange termijn wel. 'Als jij een scheur in je nieuwe jas hebt en wij maken 'm gratis voor je, ben je daar blij mee. Dat creëert mond-tot-mond-reclame en loyaliteit. Als je opnieuw op zoek bent naar iets, denk je misschien eerder aan Patagonia.'Patagonia heeft de effecten van zijn reparatiebeleid op de verkopen nooit onderzocht, zegt Swager. 'Maar de afgelopen jaren zijn we gigantisch gegroeid. Daar heeft het vast een aandeel in gehad.'Ook Rachel Cannegieter, oprichter van fashionconsultancybureau RethinkRebels en circulair collectief The Circle Club, ziet reparatie als marketingkans voor kledingmerken. Niet alleen omdat zo'n dienst loyaal maakt, maar ook omdat het waardevolle contactmomenten met zich meebrengt. 'Iedereen wordt tegenwoordig gek van nieuwsbrieven', stelt ze. Ofwel: wie de kans krijgt een persoonlijke mail te sturen, moet die kans benutten.Het reparatietraject levert dus data over je klanten op. Maar óók over je kleding zelf. Cannegieter: 'Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijk bijhouden welke kledingstukken vaak kapot gaan en op welke plek. Dat kun je weer terugkoppelen aan de designafdeling, waardoor je kwalitatievere kleding kunt maken.' Vanwege die voordelen kunnen de kosten voor reparatie uit verschillende potjes worden geput, stelt ze. Reparatie integreren in het bedrijf Kiezen kledingmerken er eenmaal voor reparatie aan te bieden, dan kunnen kledingmerken dat in de eigen winkel doen of uitbesteden. Livera heeft bijvoorbeeld afspraken met naaiateliers.Uitbesteden kan onder meer aan B2B-platforms URC of Mended. URC heeft eigen kleermakers in dienst, vooral mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. In 2024 heeft het bedrijf ruim 29.000 kledingstukken gerepareerd. Mended heeft geen kledingmakers in dienst, maar fungeert als schakel tussen consumenten en aangesloten kledingmakers.Welke uitvoering het beste is, verschilt per merk, zegt Cannegieter. Als je het in-house doet, heb je het vaak meer onder controle. Maar het kost ook veel meer tijd en energie om een goed proces op te zetten.Ook is er een verschil tussen online en fysieke retailers. Online webshops hebben bijvoorbeeld vaak te maken met kleding die bijvoorbeeld met vlekken wordt teruggestuurd. In dat geval gaat het niet terug naar de klant. Wel kan het na herstel worden verkocht als pre-loved item, zoals sommige merken doen. Cannegieter: 'Resale groeit momenteel drie keer zo snel als reguliere verkopen. Al zijn de hoeveelheden natuurlijk nog veel lager.' Overheidsprikkels voor reparatie Toch blijft het een feit dat reparatie niet de standaard is. Liefst 45 procent van de kapotte kleding in Nederland is vorig jaar weggedaan, blijkt uit onderzoek in opdracht van Milieu Centraal. 'Je moet echt waarde hechten aan een kledingstuk om het te laten repareren', weet Brouwer van de NVCE. Dat de schoenmaker grotendeels uit het straatbeeld is verdwenen, helpt ook niet.Daarom ziet Brouwer het liefst overheidsprikkels om reparatie te helpen opschalen. 'Dan pas krijg je de grote massa mee. Het hoeft niet eens gedwongen te zijn. In Frankrijk is reparatie bijvoorbeeld niet verplicht, maar is er wel een repair bonus.' Franse reparatievouchers worden deels betaald van subsidies, wat de rekening niet slechts bij consument of verkoper neerlegt.In 2023 is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) textiel ingegaan. Die maakt producenten en importeurs van kleding verantwoordelijk voor het afvalbeheer. Toch is dat voor de meesten geen prikkel om meer circulair opereren, ziet Brouwer. 'Het idee van de UPV is goed, maar de uitvoering laat te wensen over. Als merk kun je je verantwoordelijkheid met een minimaal bedrag afkopen. Terwijl de UPV juist gaat over verantwoordelijkheid nemen.'Alleen de UPV vindt ze daarom niet genoeg. Een mogelijke aanvullende maatregel is het right to repair, die de fabrikant verplicht tot reparatie binnen een redelijke tijd en met een redelijke prijs. Voor elektronica is dat al ingevoerd op Europees niveau; lidstaten hebben tot najaar 2026 de tijd om dat in de nationale wetgeving te verwerken.Van een reparatierecht op textiel is nog geen sprake. 'Al gonst het wel in de markt', weet Cannegieter. 'En uiteindelijk kijken kledingmerken toch vaak naar concurrenten. The Circle Club heeft recent een pilot gedaan met verdienmodellen rondom upcycling. Daar merkten we heel sterk dat merken gevoelig zijn voor wat de ander doet. Dat zal ook voor reparatie gelden. Bovendien heeft het invloed op wat de consument normaal gaat vinden.'Toch ziet ook Cannegieter overheidsprikkels wel zitten. 'Voor zover ik weet betalen we nog steeds 21 procent btw over reparatie. Dat helpt natuurlijk niet.' Verdienmodellen testen Ondanks de uitdagingen is Brouwer positief over de toekomst. 'Vanuit Europa komt er best wat stimulerende wetgeving aan, zoals een verplicht Digital Product Passport voor textiel. Zelfs als het nog jaren duurt voordat die regels in Nederland in werking treden, beïnvloeden ze nu al de markt. Als je een bedrijf bouwt, moet je namelijk altijd naar de toekomst kijken.'Daarnaast begint diezelfde markt steeds meer tekenen van adoptie te vertonen. Het zijn weliswaar vooral de groene merken die reparatie omarmen, maar: 'Zelfs bij H&M kun je nu al je kleding laten repareren. Dat stemt hoopvol.'Alle experts benadrukken dat reparatie hand in hand gaat met design. Designen we niet for circularity, dan zijn kledingstukken vaak van onvoldoende kwaliteit om überhaupt te kunnen (laten) repareren. 'We kunnen wel duizenden repairshops openen, maar als we lijm in kleding blijven gebruiken, blijft het afval', zegt Brouwer. In verschillende landen is er daarom al een zogenoemde reparatie-index ingevoerd.The Circle Club houdt zich de komende maanden in opdracht van de gemeente Amsterdam bezig met een proof-of-concept om verschillende verdienmodellen rondom kledingreparatie te onderzoeken. Cannegieter: 'We gaan samen met Circular Innovations onderzoeken hoe retailers repairdiensten op een schaalbare, economisch haalbare manier kunnen integreren in hun bedrijfsvoering. Hoe maken we repair makkelijk én commercieel? Daar ben ik zelf ook nog naar op zoek.' Lees ook:Fast fashion lijkt niet te stoppen, maar er is hoop voor duurzame mode: 'Speelveld moet kantelen' Brightfiber Textiles maakt van oude vodden de mode van morgen Patagonia gaat met de billen bloot over duurzame impact: 'We zijn er nog lang niet'