André Oerlemans
13 november 2025, 15:00

Zonnepanelen kunnen niet meer zonder batterijen: gaan we die in Europa maken?

Om te overleven gaat de Nederlandse zonne-energiesector zich meer richten op batterijen. Leveranciers en installateurs van zonnepanelen leveren ook thuisbatterijen en laadpalen. Grote zonneparken worden standaard gecombineerd met energieopslag en windturbines. Brancheverenigingen passen hun naam aan en gaan samenwerken met andere sectoren.

Hybride locatie met zonnepanelen en grootschalige batterij-opslag Zonnepanelen en batterijen worden steeds vaker gecombineerd, op grote én kleine schaal. | Credits: Getty Images

‘De zonne-energiesector kan niet meer zelfstandig blijven voortbestaan’, zei directeur Wijnand van Hooff van branchevereniging Holland Solar tijdens het congres Storage & Solar 2025. ‘De volgende stap is met zon, wind, batterijen, warmtepompen en EV-laders. Dat wordt onze business. Het is niet meer alleen zonnepanelen.’

Sectoren gaan samenwerken

Dat betekent concreet dat diverse sectoren bij elkaar gevoegd worden en gaan samenwerken. Holland Solar denkt erover zijn naam te veranderen in Holland Solar en Storage en gaat samenwerken met de branchevereniging van windenergie: NedZero. Daar is Van Hooff inmiddels ook directeur. Ook wordt samengewerkt met de brancheverenigingen voor energieopslag en warmtepompen.

‘Wij zijn achter de schermen druk bezig om die sectoren in elkaar te schuiven, maar ook voor de schermen zijn de bedrijven daar al mee bezig’, zegt Van Hooff. ‘Ik was laatst bij een groothandel. Twee jaar geleden stond het daar tot aan het plafond vol met zonnepanelen en omvormers. Nu staan er ook warmtepompen en EV-laders.’

Zegen werd oorzaak van ingestorte markt

De zonne-energiesector verkeert in zwaar weer, blijkt uit het Nationaal Storage & Solar Trendrapport 2025 van Dutch New Energy Research (DNE) dat tijdens het congres werd gepresenteerd. Dit jaar komt er slechts 2,08 gigawattpiek aan zonne-energiecapaciteit bij in Nederland, de kleinste groei sinds 2018 en minder dan de helft van recordjaar 2023. Het aantal installateurs daalt met 17 procent.

De zonne-energiesector groeide de afgelopen jaren fors vanwege de salderingsregeling, waarbij huishoudens de zonnestroom die ze aan het net leveren van hun energierekening mogen aftrekken. Nu die regeling in 2027 stopt, schaffen steeds minder consumenten zonnepanelen aan.

De situatie wordt nog erger doordat de marktprijs die ze voor hun stroom krijgen ’s middags op zonnige dagen negatief is en energiebedrijven terugleverkosten in rekening brengen. ‘De salderingsregeling is een zegen voor ons geweest, maar ook de reden dat we de afgelopen twee jaar volledig in elkaar zijn gestort’, zegt Van Hooff.

Holland Solar wilde de regeling stapsgewijs afbouwen, maar de politiek besloot het in één keer te doen. Het kortetermijnbeleid gericht op de verkiezingscampagnes won het van het stabiele, langetermijnbeleid dat de energietransitie nodig heeft. ‘Voor langetermijnbeleid moet je in China zijn. In Nederland wordt niet langer dan vier jaar vooruit geleken. Je kunt van alles vinden van een dictatuur, maar ze zijn wel goed in strategische plannen maken voor de lange termijn’, zegt Van Hooff.

De verkiezingsuitslag geeft de sector weer hoop. Van Hooff telt nu 102 zetels in de Tweede Kamer – meer dan twee derde – die voor klimaatbeleid zijn, en een meerderheid van 77 zetels die voor een progressief klimaatbeleid zijn. ‘Dat is goed nieuws’, zegt hij.

Niet dezelfde fouten maken bij batterijen

Tegenover de stagnerende zonne-energiemarkt staat een batterijmarkt die explodeert. Dit jaar komen er volgens het trendrapport 87.600 nieuwe batterijsystemen bij in Nederland en groeit de opslagcapaciteit met 1,55 gigawattuur naar een totaal van 2,9 gigawattuur. Er zit nog wel een groot gat tussen de 29,7 gigawattpiek aan zonnepanelen en die batterijopslag. Dat gat wil de sector de komende jaren gaan verkleinen.

Dat betekent dat installateurs van zonnepanelen zich vol gaan storten op het installeren van batterijen. De Solar Basterds, een groep van elf vakidioten uit de sector, willen voorkomen dat de fouten die in het begin bij zonnepanelen zijn gemaakt, zich herhalen: fabrikanten die niet genoeg kunnen leveren, waardoor prijzen omhooggaan, slechte installaties waar veel klachten over komen of cowboys die de markt verpesten doordat ze nauwelijks marge hanteren en onder de prijs van concurrenten duiken. ‘Laten we met zijn allen voorkomen dat we net als met zon opnieuw de afgrond in gaan’, zegt Daniël Spierenburg van Solar Basterds tijdens het congres.

Dat betekent volgens hem: specialiseren en samenwerken met collega’s in andere sectoren als warmtepompen, batterijen en laadpalen. Zijn collega Maarten Oostrum: ‘We moeten als sectoren meer samenwerken. Het sentiment in de markt is heel slecht. Consumenten hebben geen vertrouwen in installateurs. Ze zijn op zoek naar een goed advies en een veilige en eerlijke oplossing voor hun probleem: te hoge energiekosten.’

De Solarbastards willen voorkomen dat de sector bij batterijen dezelfde fouten gaat maken als bij zonne-energie. | Credits: André Oerlemans

De Solar Basterds willen voorkomen dat de sector bij batterijen dezelfde fouten gaat maken als bij zonne-energie. | Credits: André Oerlemans

Businesscase van batterijen uitgerekend

De twee zien nog steeds offertes voor batterijen die onnodig veel capaciteit hebben en nooit zullen waarmaken wat ze beloven. Bijvoorbeeld qua terugverdientijd. Dan valt dat een paar jaar later weer tegen. Belangrijk is volgens hen dus om een eerlijke businesscase te presenteren.

Maar wat is de businesscase van een batterij? Die rekende energie-expert Jan Willem Zwang van Stratergy tijdens het congres live op het podium uit. Iemand die 4200 kilowattuur per jaar verbruikt en zonnepanelen, een elektrische auto en een laadpaal heeft, kan een thuisbatterij van 5 kilowattuur in minder dan vier jaar terugverdienen, toonde hij aan.

Voor een boer die zijn aardappelen en uien twee maanden per jaar wil koelen in zijn schuur, maar daarvoor geen grotere elektriciteitsaansluiting krijgt, valt de aanschaf van een batterij nog voordeliger uit, berekende Zwang. De boer betaalde 270.000 euro voor de batterij. Die heeft een capaciteit van 400 kilowattuur en slaat ook nog de zonne-energie van het dak op. In de tien maanden dat de boer hem niet nodig heeft, kan hij hem verhuren aan een energiebedrijf om het net in balans te houden en netcongestie te verminderen. Daarmee verdient hij dan ruim 30.000 euro per jaar, wat de boer een rendement van 7,7 procent oplevert.

Zon, wind en batterij worden samen groene energiecentrale

Niet alleen op het niveau van huishoudens en bedrijven gaat de zonnesector samenwerken met batterijen, ook grote zonneparken kunnen niet zonder. Zij krijgen geen of een te kleine aansluiting op het net, maar kunnen door de energieopslag in een batterij langer en constant stroom leveren, ook als de zon niet schijnt.

Door daar ook windturbines aan toe te voegen ontstaat een groene energiecentrale, die altijd stroom levert en kolen- en gascentrales overbodig kan maken. In de Noordoostpolder staat al zo’n combipark, dat een gezamenlijke aansluiting heeft op het hoogspanningsnet van Tennet.

‘De duurzame energieprojecten van de toekomst zijn hybride’, stelt Rens Savenije van wind-adviesbureau Ventolines. ‘Een wind- of zonnepark dat op zichzelf staat is echt iets van vroeger. Waar je ziet dat de sectoren samenkomen, zie je nu ook dat de projecten samenkomen’, zegt hij. Hij voorspelt dat gecombineerde wind- en zonneparken in 2028 al voor 3 gigawattuur aan batterijen hebben staan.

De volgende stap is om die gecombineerde parken te koppelen aan de industrie. Om hoge transportkosten van elektriciteit te omzeilen moeten de wind- en zonneparken met een batterij volgens Savenije bij bedrijfsterreinen gebouwd worden. Andersom kan het ook. Dan zouden bedrijven zich juist bij die parken vestigen. Savenije voorspelt dat bedrijven die geen of geen grotere stroomaansluiting kunnen krijgen gaan verhuizen naar regio’s met dit soort parken, waar ze wel stroom kunnen krijgen.

Het gecombineerde park van wind, zon en een batterij vormt een groene energiecentrale.

Het gecombineerde park van wind, zon en een batterij vormt een groene energiecentrale. | Credits: AMPYR

Welke batterij gaat Nederland gebruiken?

Als er zo veel energieopslag bijkomt, wat voor soort batterijen zetten we dan in in Nederland? Daarover hield hoogleraar Moniek Tromp van de Rijksuniversiteit Groningen tijdens het congres een college. Zij is namens de universiteit betrokken bij het Nationaal Groeifondsprogramma voor batterijen, waarin overheid en bedrijven 800 miljoen euro stoppen.

Volgens Tromp heeft Europa in 2030 bijna 2.000 gigawattuur aan batterijcapaciteit nodig en zullen de productie en installatie explosief toenemen. ‘We hebben nog heel veel batterijen nodig in de huidige energietransitie’, stelt ze.

Lithium-ion batterijen worden nog steeds het meest gebruikt, maar daar zitten materialen in die slecht zijn voor mens en milieu. Lithium-mijnen vervuilen hun omgeving. En bij de winning van het benodigde nikkel, kobalt en mangaan verdwijnen oerwouden, wordt kinderarbeid ingezet en worden mensenrechten geschonden, liet de documentaireserie ‘Ketens’ in 2024 zien. Een duurzamer alternatief is de lithium-ijzerfosfaat-batterij (LFP).

Nederland kan zich volgens Tromp ook richten op andere technologieën. Bijvoorbeeld zoutbatterijen (natrium-ion), waar diverse partijen aan werken. Dat materiaal is makkelijk te winnen en duurzaam. Of de zoutwaterbatterij van Aquabattery, waarin stroom in tanks met zout water wordt opgeslagen. Daarbij is de opslagcapaciteit wel lager dan bij lithium-ion. Voor langdurige opslag van elektriciteit zijn flowbatterijen geschikt, waar stroom in vloeistoffen wordt opgeslagen.

‘Mijn heilige graal is de ijzer-luchtbatterij, al is die heel zwaar’, zegt Tromp. Het bedrijf ORE Energy heeft zo’n soort batterij al aangesloten op het Europese stroomnet.

Gaan we in Europa zelf batterijen maken?

Tromp voorspelt dat veel van die toekomstige batterijen in Europa gefabriceerd zullen worden. Nu komen de meeste batterijen uit China. Dat land heeft onlangs exportbeperkingen afgekondigd voor lithium-ion-batterijen en de materialen en machines om die te maken.

‘We weten nog niet precies wat die exportrestricties gaan inhouden, maar de kans is groot dat wij binnenkort niet meer over Chinese batterijen, materialen of productieapparatuur kunnen beschikken. Of veel minder’, zegt Tromp. Bedrijven als DAF of VDL zouden hierdoor problemen kunnen krijgen, omdat ze batterijen nodig hebben voor hun trucks en andere producten.

Daarom moet Europa een eigen batterijketen ontwikkelen, van grondstof tot de productie van batterijcellen. Tromp: ‘Ik denk dat we geen keuze hebben, anders hebben we straks geen batterijen. We moeten de politiek daarin meekrijgen.’

Lees ook:

Patagonia gaat met de billen bloot over duurzame impact: 'We zijn er nog niet'

182,6 miljoen kilo. Dat is de hoeveelheid broeikasgassen die Patagonia in boekjaar 2025 in de atmosfeer heeft gebracht. Het staat in hoofdletters in het Work in Progress Report. Eronder, in een soort Paint-handschrift: fuuuuck.Het is tekenend voor de humoristische communicatie van Patagonia. In het donderdag uitgebrachte rapport belicht het iconische outdoormerk haar inspanningen op het gebied van onder meer klimaatimpact, circulariteit en arbeidsomstandigheden. Het omschrijft wat er goed is gegaan, maar ook welke doelen voor 2025 niet zijn gehaald.Zo produceert Patagonia sinds dit jaar wel waterafstotende kleding zonder PFAS, maar is slechts 6 procent van zijn synthetische stoffen gemaakt van secundair afval – dat wat er overblijft na afvalscheiding en -verwerking – in plaats van de voorgenomen 50 procent.Het merk gebruikt veel gerecycled materiaal, maar zijn spullen opnieuw recyclen is nog lastig. En ondanks ambitieuze reductiedoelen is de uitstoot van broeikasgassen in boekjaar 2025 juist met 2 procent toegenomen door een verschuiving in het productassortiment. Patagonia's Work in Progress Report Patagonia brengt al jaren cijfers over zijn CO2-uitstoot naar buiten. Niet eerder gaf het merk echter zo'n compleet beeld van waar het precies staat – sinds 2018 is to save our home planet zijn officiële bestaansreden.Het Work in Progress Report telt liefst 130 pagina’s en is deels voortgekomen uit Patagonia's inspanningen om te voldoen aan de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Hoewel het merk met de versoepeling van die richtlijnen niet meer verplicht is om te rapporteren, was het wel al begonnen met informatie verzamelen.Met het verschenen rapport wil het zijn impact, positief én negatief, duidelijker communiceren. 'We hebben allerlei mijlpalen bereikt. Maar we zijn er nog niet', erkent Willem Swager, Patagonia's director of finance & operations voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. 'Daar moeten we realistisch over zijn. Daarom noemen we het ook Work in Progress.'[caption id="attachment_168777" align="alignright" width="400"] Willem Swager is Patagonia's director of finance & operations voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika.[/caption] Recycling blijft een uitdaging Neem recycling, een onderwerp dat Swager nauw aan het hart ligt. 'Op dit moment is het goed scheiden en recyclen van polymeren bijna niet mogelijk op grote schaal', vertelt hij. 'Sommige bedrijven kunnen technisch wel honderd polyester jassen chemisch recyclen tot nieuwe jassen. Maar ze hebben niet de capaciteit om er duizend per uur te doen.'Althans, niet tegen redelijke kosten. Want dat is het andere probleem: nieuwe plastics zijn veel goedkoper dan de gerecyclede variant. Swager: 'Het probleem ligt dus niet alleen bij de techniek, maar ook bij de vraag naar gerecycled materiaal.' Hele sector nodig voor verduurzaming Patagonia weet: het kan weliswaar investeren in oplossingen, maar dit soort grote problemen niet in z'n eentje oplossen. Daarom probeert het merk actief om concurrenten ook mee te krijgen. 'Wij denken dat je pas impact kunt hebben als je je informatie en kennis ook deelt met de rest van de industrie', legt Swager uit. 'Want als wij iets doen, maakt dat maar een klein verschil. Maar als Decathlon of H&M het ook gaat doen heeft dat een veel grotere impact.'Datzelfde geldt voor sociale uitdagingen in de sector. Medewerkers in de textielketen behoren tot de slechtst betaalde werknemers ter wereld, stelt Patagonia in zijn rapport. In 2023 bracht Follow the Money aan het licht dat ook Patagonia samenwerkt met een fabriek in Sri Lanka waar medewerkers te veel uren maken en te weinig betaald krijgen.Patagonia zegt desgevraagd daar na eigen onderzoek geen bewijs voor te hebben gevonden. 'Specialistische collega's van Patagonia hebben grondige onderzoeken ter plaatse uitgevoerd en hebben geen bewijs gevonden om de beweringen in het Follow the Money-verhaal te onderbouwen. Specifiek bij Regal Image en Shadowline, de faciliteiten die in het verhaal worden genoemd, was er geen bewijs en geen meldingen van werknemers over overmatige overuren of onbetaalde overuren.'In het Work in Progress Report staat wel dat slechts 39 procent van de fabrieken waar het merk kleding laat produceren, een leefbaar loon betaalt aan alle medewerkers. Dat zou onder meer komen doordat elke productiefaciliteit wordt gedeeld met vijf tot tien andere merken, die niet allemaal met leefbare lonen werken. Lage lonen zijn een structureel probleem in de sector, stelt Patagonia in het rapport. 'Dat kunnen we niet alleen veranderen.' Aarde als aandeelhouder Wat opvalt is dat financiële cijfers grotendeels ontbreken in het rapport. Swager erkent dat die nog niet openbaar zijn. 'Dat is een brug die we nog niet hebben geslagen. Daar is de familie (Chouinard, oprichters van Patagonia, red.) altijd wat voorzichtig mee geweest. Maar ik denk dat dat binnenkort verandert. We hebben een nieuwe cfo en ook een nieuwe ownershipstructuur.'Sinds 2022 is 98 procent van de aandelen van Patagonia in handen van het Holdfast Collective. Alle winst die het merk niet hoeft te herinvesteren, gaat naar het collectief, dat projecten financiert om klimaatverandering tegen te gaan. 'Earth is now our only shareholder', stelde oprichter Yvon Chouinard. Duurzaamheid moet wel winstgevend zijn Swager wil wel iets kwijt over de soms moeilijke relatie tussen duurzaamheid en commercie. Het is juist goed als de twee soms schuren, denkt hij. 'Zonder wrijving geen glans. Eén van de dingen die ik in de afgelopen twaalf jaar bij Patagonia heb geleerd is dat duurzaamheid wel winstgevend moet zijn. Anders wordt het een soort bijproject. We zijn geen ngo. We willen juist bewijzen dat je ook als responsible business winstgevend kunt zijn.'Ja, soms is het moeilijk te verantwoorden dat het merk groeit, erkent Swager. 'Dat betekent dat ook onze impact op de wereld toeneemt. Maar we denken wel na over hóe we willen groeien. Responsible growth, noemen we dat.'Toen de shirts van Patagonia ineens een hype werden onder jongeren, heeft het merk er niet voor gekozen om er meer te verkopen, maar juist minder, noemt Swager als voorbeeld. 'Ons outdoormerk zou er niet beter door worden. We willen dat mensen onze kleding kopen om te sporten, daar heb je niet tien logoshirtjes voor nodig.' Tijd voor transparantie Het opstellen van het alomvattende rapport was een leerzaam proces, aldus Swager, die betrokken was vanuit Europa. 'Dat heeft ons intern scherper gemaakt.' Tegelijkertijd is hij vooral trots op het resultaat. 'Het was tijd voor ons om ons verhaal te vertellen.' Lees ook:Patagonia spreekt liever niet over duurzaamheid: ‘Verantwoordelijkheid maakt veel meer impact’ De lessen van Patagonia: hoe zuiver op de graat kun je zijn? Fast fashion lijkt niet te stoppen, maar er is hoop voor duurzame mode: ‘Speelveld moet kantelen’