‘We vlogen naar de maan, maar zijn inmiddels weer op aarde’, begint Marjan Oudeman, voorzitter van GroenvermogenNL, het innovatieprogramma van de overheid dat inzet op een versnelling van het gebruik van groene waterstof. Samen met vier andere organisaties – Nationaal Waterstof Programma, NLHydrogen, Topsector Energie en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – is ze verantwoordelijk voor het congres waarop de ontwikkelingen, uitdagingen en kansen van het gebruik van groene waterstof centraal staan.
Alle betrokken partijen zien de toekomst van groene waterstof nog steeds met veel vertrouwen tegemoet. ‘We kunnen een gidsland zijn’, zegt Oudeman. ‘Groene waterstof kan zowel ons verdienvermogen versterken als helpen bij het realiseren van onze klimaatagenda.’
‘We zijn kampioen geworden met de fossiele industrie’, voegt Marcel Galjee van NLHydrogen daaraan toe. ‘Maar met de Noordzee als powerhouse van Nederland, het achterland en een aardgasnetwerk aan de kust kunnen we ook de economie van morgen vormen.’
Waar waterstof gebruiken
Waar groene waterstof eerder als duurzame oplossing voor alle sectoren werd gepresenteerd – van brandstof voor personenauto’s tot verwarming van huizen (Change Inc. schreef zelfs ooit over de waterstoffiets) – is het de industrie steeds meer duidelijk waar de energiedrager daadwerkelijk een verschil kan maken. Bijvoorbeeld als brandstof voor zwaar vervoer over de weg, de scheepvaart of bij zware industriële processen zoals de productie van staal, kunstmest en chemische basiselementen.
Daarnaast kan waterstof een cruciale rol spelen bij het tegengaan van lokale netcongestie, zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). ‘In een nieuw energiesysteem is flexibiliteit belangrijk.’ Nu worden op piekmomenten in de vraag gascentrales aangezet om huishoudens van voldoende elektriciteit te voorzien. Als deze gascentrales straks op groene waterstof draaien, biedt dat een schoon alternatief voor fossiele brandstof.
En is er door veel wind en zon een overschot aan hernieuwbare energie? Dan kan die via elektrolyse worden omgezet in waterstof voor later gebruik.
Groene waterstof: verwachtingen versus realiteit
De voordelen van groene waterstof zijn inmiddels bekend. Toch gaat de opschaling van de techniek langzamer dan een paar jaar geleden werd gedacht. Eerder stelde de overheid het doel van 4 gigawatt elektrolyservermogen in 2030, en 8 gigawatt in 2032. Rond 2022 was er voor meer dan 10 gigawatt aan projecten aangekondigd, blijkt uit onderzoek van TNO. Maar inmiddels zijn er slechts twee grote waterstoffabrieken (200 megawatt) in aanbouw, van Shell en Air Liquide. Andere projecten wachten op finale investeringsbeslissingen.
Europese bedrijven wachten op de benodigde aanpassing van wetten en regels, stimuleringssubsidies van overheden en voldoende beschikbaarheid van goedkope, groene stroom. De huidige kosten van groene waterstof spelen het verdienmodel nog parten. Mede door de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne is de wereld in rap tempo veranderd. Daardoor zijn de investeringskosten een stuk hoger geworden dan vijf jaar geleden werd geraamd. Volgens TNO kost groene waterstof nu zo’n 10 tot 14 euro per kilo – 5 tot 6 keer zo veel als grijze (gemaakt met aardgas) of blauwe (waarbij de CO2 wordt afgevangen en opslagen) waterstof.
Lange adem bij opzetten waterstoffabriek
Dat het opzetten van een waterstoffabriek een langdurig project is, weet Gert Jan ten Cate, VP large industries and hydrogen energy bij Air Liquide ook. Het bedrijf bouwde al kleine waterstoffabrieken van 20 megawatt in Denemarken en Canada. In juli dit jaar nam Air Liquide de definitieve investeringsbeslissing (500 miljoen euro) voor een fabriek van 200 megawatt op de Maasvlakte.
Dat project, genaamd Elygator, begon ruim vijf jaar geleden al, zegt Ten Cate. ‘De realiteit is dat je voor dit type project een heel lange adem nodig hebt.’ Subsidies, contracten voor het binnenhalen van groene stroom en niet onbelangrijk, een klant die de groene waterstof afneemt. Allemaal moeten ze opgelijnd worden. ‘Door de ontwikkelingen in de wereld lopen gedurende de looptijd van het project de kosten almaar op. Terwijl sommige kosten aan het begin van het traject in subsidies zijn vastgezet.’
Door afspraken met de leverancier van groene stroom, kon Air Liquide zich vertraging van de bouw niet veroorloven. Eind 2024 startte het bedrijf al met de bouw, nog voor de finale investeringsbeslissing een half jaar later werd genomen. ‘Dan is de eerste 20 miljoen al uitgegeven’, zegt Ten Cate. Inmiddels is de investering rond en loopt het bouwproces volgens plan. Eind 2027 moet Elygator operationeel zijn.
Waterstof van zee naar land
Mintens zo belangrijk als de productie van groene waterstof is de ontwikkeling van de infrastructuur om waterstof daar te krijgen waar het nodig is. De haven van Amsterdam ziet zichzelf als een cruciale speler in dit netwerk. ‘De ambitie is om van Amsterdam een groene waterstofhub te maken’, zegt Gert-Jan Nieuwenhuizen, executive director new business bij Port of Amsterdam. ‘Daarvoor kan het bestaande aardgasnetwerk gebruikt worden. Maar het vraagt ook om nieuwe waterstofleidingen voor de onderlinge verbinding van industrieclusters in Nederland en om de connectie met bijvoorbeeld het Ruhrgebied in Duitsland maken.’
Om aan de vraag naar groene waterstof te voldoen, moet de energiedrager niet alleen lokaal met windenergie van de Noordzee worden opgewekt. De haven wil ook groene waterstof importeren uit landen waar door de aanwezigheid van veel hernieuwbare energie goedkoop waterstof gemaakt kan worden. Zo hoopt het havenbedrijf volgend jaar een definitieve investeringsbeslissing te nemen over een strategisch partnerschap met Oman. Dit land heeft enorm veel ruimte om zonne-energie op te wekken. Die kan gebruikt worden om via ontzouting van zeewater en elektrolysers grote hoeveelheden waterstof te produceren.
Groei vergelijkbaar met zonnepanelen
Zo maken landen in samenwerking met andere naties nog op veel meer plekken in de wereld waterstofcorridors. Het is tekenend voor de fase waarin de technologie op dit moment zit. Ondanks de vertragingen en afgeketste plannen die de media halen, wordt er achter de schermen volop gebouwd aan de opschaling van groene waterstof. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) verwacht dat er in 2030 vijf keer meer lage-emissiewaterstof wordt geproduceerd dan in 2024. Dat is minder dan de ambities van tien jaar geleden. Maar nog steeds is de groei vergelijkbaar met de uitbreiding van andere hernieuwbare energietechnologieën zoals zonnepanelen.
Verder verwacht het IEA dat het prijsgat tussen fossiele brandstoffen en groene waterstof richting 2030 kleiner zal worden. In China zou de energiedrager al aan het eind van dit decennium op gelijke voet kunnen komen doordat elektrolysertechnologie steeds goedkoper wordt. Maar ook in Europa, waar de CO2-prijs verder klimt en prijzen van fossiele brandstof stijgen, zal groene waterstof steeds aantrekkelijker worden.
En net als met zonnepanelen is opnieuw China de drijvende kracht achter de capaciteitsuitbreiding van elektrolysers. Op dit moment bevindt 65 procent van de geïnstalleerde elektrolysecapaciteit zich in China. Ook ontwikkelt het land zich snel als massaproducent van elektrolysers. En ook India, waar premier Modi de waterstofeconomie tot nationale prioriteit heeft gemaakt, heeft grootste plannen voor de uitbouw van groene waterstoffabrieken.
In Europa ontbreekt het aan urgentie en richting, zei waterstofgezant Noé van Hulst eerder deze week in De Telegraaf. ‘Wij blijven steken in commissies, subsidies en pilots. Het risico is dat we straks niet alleen zonnepanelen en batterijen importeren, maar ook onze waterstoftechnologie. Waterstof is niet langer slechts een milieukwestie, het wordt een strategisch instrument.’
Stimuleer vraag en zet in op innovatie
De aanwezigen van GroeneWaterstofHuisNL delen deze zorg. ‘Maar het is onvermijdelijk dat we onderdelen van buiten Europa moeten halen’, zegt Karlo van Dam, directeur verduurzaming industrie van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Volgens Van Dam moet Europa zich daarom specialiseren in technologieën die de efficiëntie van elektrolysers verder kunnen verhogen, zoals de ontwikkeling van membranen.
Verder werken Europese landen op dit moment aan beleidsmaatregelen die de vraag naar groene waterstof moet stimuleren. Zo openen Nederland en Duitsland een veiling ter waarde van 3 miljard euro waar groene waterstof verhandeld kan worden. En Europa loopt voorop met het invoeren van waterstofquota voor de transport en industrie. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat in 2030 42 procent van de grijze waterstof die de industrie gebruikt wordt vervangen door hernieuwbare brandstoffen, zoals groene waterstof.
Dat beleid heeft versnelling nodig, zeggen experts van het IEA. Vraagstimulering begint bij de bedrijven die nu al met waterstof werken, maar ook bij nieuwe toepassingen in bijvoorbeeld de industrie en mobiliteit. Door de vraag te bundelen in industriële gebieden kunnen kosten omlaag en risico’s worden gedeeld. Op die manier wordt groene waterstof een vanzelfsprekend onderdeel van de energietransitie.
Lees ook:
- Is het een probleem als Nederlandse groene waterstof naar het buitenland verdwijnt? ‘Het gaat juist om Europese samenwerking’
- Met deze 4 versnellers kan Nederland de energietransitie alsnog laten slagen (ook goed voor de economie)
- Opmars groene waterstof is niet te stoppen, ondanks doemverhalen in de media: ‘De trein rijdt’




