Naarmate de aarde sterker opwarmt, neemt de kans op drastische veranderingen van regionale klimaat- en ecosystemen toe. Klimaatwetenschappers spreken in dit verband van tipping points, ofwel kantelpunten.
Als een regionaal klimaat- of ecosysteem zo’n kantelpunt passeert, verandert het in relatief korte tijd zodanig dat een snelle terugkeer naar de oude toestand niet meer mogelijk is. Afhankelijk van het soort kantelpunt kan dat tientallen, honderden of zelfs duizenden jaren duren.
Bekende voorbeelden van klimaatkantelpunten zijn het verdwijnen van de ijskap van Groenland, het afsterven van koraalriffen in tropische zones en abrupte dooi van de permafrost in gebieden rond de Noordpool.
Klimaatkantelpunten
In 2022 hebben onderzoekers in een artikel voor het vakblad Science zestien potentiële klimaatkantelpunten vergeleken. In de onderstaande tabel is een selectie gemaakt van zes kantelpunten, waarbij de gemiddelde schatting voor het omslagpunt bij een opwarmingsniveau van de aarde tussen de 1,5 en 1,8 graden Celsius ligt (de donkergroene bolletjes). Per kantelpunt is een bandbreedte gegeven (minimum en maximum temperatuur) waarbinnen de omslag kan optreden.
Te zien is dat bijvoorbeeld een abrupte dooi van de permafrost in gebieden rond de Noordpool volgens de gemiddelde schatting kan optreden als de aarde met 1,5 graden Celsius opwarmt, met een bandbreedte tussen de 1 graad en 2,3 graden opwarming. Bij abrupte dooi van de permafrost komen er grote hoeveelheden CO2 en methaan in de atmosfeer, die zorgen voor een versterkt broeikaseffect.
Voor tipping points is lastig te voorspellen wanneer ze precies optreden, en daarmee ook hoe ze elkaar kunnen beïnvloeden. Duidelijk is wel dat de gevolgen voor ecosystemen én menselijke samenlevingen groot zijn als je een klimaatkantelpunt passeert.
De Italiaanse econoom Andrea Titton heeft de economische gevolgen van klimaatomslagpunten nauwkeuriger in kaart gebracht in een proefschrift voor de Universiteit van Amsterdam, dat hij op donderdag 2 oktober verdedigt.
Change Inc. sprak met Titton over de bevindingen uit zijn proefschrift, waarin hij stelt dat klassieke economische modellen steeds minder geschikt zijn om beleid te voeren dat past bij de huidige realiteit van klimaatverandering. Hoe later we handelen, hoe duurder het wordt, stelt de econoom. Zijn model is onder meer bedoeld als hulpmiddel voor beslissers bij overheden en bedrijven.

Econoom Andrea Titton bestudeert de economische gevolgen van klimaatkantelpunten. Fotocedit: Andrea Titton
Wat voor soort klimaatkantelpunten heb je bestudeerd?
‘Ik heb vooral gekeken naar kantelpunten die optreden bij een mondiale temperatuurstijging waar we niet heel ver meer vanaf zitten, en waarvan duidelijk is dat de economische impact groot zal zijn. In veel gevallen merken zuidelijke regio’s in de wereld daar het meest van.
Er zijn natuurlijk ook tipping points die in eerste instantie vooral invloed hebben op de biodiversiteit, zoals het verdwijnen van koraalriffen. Die heb ik voor deze analyse echter buiten beschouwing gelaten.’
Een abrupte dooi van de permafrost kan volgens het model dat je gebruikt een jaarlijkse economische kostenpost van 2.400 miljard euro opleveren. Hoe is dat berekend?
‘Dat bedrag is een bovengrens in een worst case-scenario. Mijn model maakt gebruik van een economische schadefunctie die bepaalde effecten van de opwarming van de aarde kwantificeert. Daarbij gaat het vooral om productiviteitsverliezen, bijvoorbeeld vanwege negatieve effecten op de landbouw.
Als er extra economische middelen naar de landbouw moeten vanwege klimaatschade, kunnen die middelen niet voor andere economische activiteiten worden ingezet. Er is dus naast directe schade ook sprake van zogenoemde opportunity costs.
Het bedrag van 2.400 miljard euro voor de kosten van extra opwarming bij een abrupte dooi van de permafrost, heeft betrekking op de jaarlijkse schade over een langere periode. Die schade is teruggerekend naar euro’s van vandaag. Je hebt het dan over ongeveer 2 procent van de wereldeconomie. Dat is net iets meer dan de omvang van de economie van Italië.’
Je hebt ook gekeken naar situaties waarin verwoestende orkanen en extreme droogte tegelijkertijd optreden in verschillende delen van de wereld.
‘Ja, het gaat dan om zogenoemde gecorreleerde schokeffecten van extreem weer. Ik vroeg me af hoe dat toeleveringsketens kan raken en welke gevolgen dat heeft voor de mate waarin bedrijven diversificatie aanbrengen bij de selectie van toeleveranciers.
Als er vaker gelijktijdige, extreme weerfenomenen optreden die mondiale toeleveringsketens raken, stijgt de prikkel voor bedrijven om sterker te diversifiëren. Tegelijk zorgt zo’n strategie voor extra kosten bij individuele bedrijven, terwijl ze zelf niet direct profiteren. Daardoor is er ook een stimulans om juist een minder sterke spreiding aan te brengen in toeleveringsketens dan optimaal is vanuit het oogpunt van klimaatrisico’s.’
Op landenniveau speelt onder meer dat opkomende economieën aan de ene kant sterk willen groeien, maar ook druk voelen om te investeren in emissiereductie. Hoe spelen klimaatkantelpunten daarin mee?
‘Voor veel tipping points geldt dat het mondiale zuiden de economische gevolgen sterker zal voelen dan het mondiale noorden. Juist omdat economieën in opkomende landen inzetten op hoge economische groei, kan het effect van klimaatkantelpunten hard aankomen. Puur economisch gezien geven de regionale risico’s van tipping points daarom relatief sterke prikkels in zuidelijke landen om aan emissiereductie te doen.
Een kanttekening die je kunt maken, is dat deze analyse alleen naar lokale economische effecten kijkt. Eventuele overloopeffecten, zoals migratiestromen van zuidelijke landen naar het noorden, zijn daarin niet meegenomen.’
De historische CO2-uitstoot komt voor een flink deel op het conto van rijke landen. Er is dus een moreel argument om westerse landen te laten bijdragen aan de kosten van klimaatbeleid in de meest kwetsbare regio’s.
‘Zeker, vanuit die optiek zijn er goede redenen voor. In mijn proefschrift ligt de focus echter op andere dingen, zoals de risicoafweging tussen investeren in emissiereductie afgezet tegen de economische schade van klimaatkantelpunten.’
Maatregelen voor het beperken van de uitstoot van broeikasgassen vereisen dat je nu geld uitgeeft om te zorgen dat bepaalde dingen in de toekomst niet gebeuren. Politiek blijkt dat nog altijd een lastige boodschap.
‘Het model dat ik heb ontworpen laat zien dat nu investeren in klimaatmaatregelen veel goedkoper is vergeleken met de economische kosten die tipping points meebrengen. Geen enkel model werkt perfect, maar dit is wel nuttig voor het maken van beleidskeuzes. Je kunt bijvoorbeeld laten zien hoe de kosten van tijdig investeren in groene energie zich verhouden tot de risico’s van uitstel. Dan blijkt dat je uit voorzorg beter kunt kiezen voor een preventieve aanpak.’




