Je stapte in 2022 over van drinkwaterbedrijf Vitens naar Ymere. Hoe maakte je die sprong?
‘In 2018 kregen we te maken met extreme droogte. Men noemde het een gebeurtenis die eens in de honderd jaar voorkomt. Maar in 2020 was het opnieuw raak. Tijdens een diner met iemand van het KNMI kreeg ik verschillende scenario’s voorgeschoteld. Ik was me bewust van klimaatverandering, maar die toekomstscenario’s sloegen in als een bom. Ik heb er letterlijk wakker van gelegen.
In Nederland vinden we drinkwater vanzelfsprekend. Maar we moeten nu ingrijpen om grote problemen over 25 jaar te voorkomen. Dat vraagt tijd, bewustwording en maatschappelijke urgentie. Daarom verbonden we het drinkwaterprobleem aan wonen. Die twee zijn met elkaar verweven, of het nu om drinkwateraansluitingen gaat of de impact van droogte en extreme buien. Toen ben ik met corporaties in gesprek gegaan, waarna ik de overstap naar Ymere heb gemaakt. Eigenlijk was de overstap van water naar wonen heel logisch.’
Hoe ziet de verduurzamingsopgave van Ymere er uit?
‘Ymere heeft 72.000 bestaande woningen met een gemiddelde leeftijd van 68 jaar. De opgave is groot: woningen isoleren, kou buiten houden en daarmee de energievraag terugdringen. Tegelijkertijd moeten we in 2050 CO2-neutraal zijn en woningen van het gas af halen.
Ik geloof sterk in warmtenetten als een betaalbaar alternatief. Maar zo’n transitie kost geld. Toen ik begon, zag ik dat de rekening vooral bij huurders terecht dreigde te komen. Maar je kunt de mensen met de kleinste portemonnee niet laten betalen voor de klimaattransitie. In Haarlem laten we bijvoorbeeld zien dat een warmtenet wél betaalbaar kan, mits er subsidies beschikbaar zijn.’
Welke scheefgroei zie jij op dit moment bij het verduurzamen van woningen?
‘Slecht geïsoleerde huizen leiden tot hogere energierekeningen. Tegelijkertijd kregen mensen met hogere inkomens subsidie voor zonnepanelen of een elektrische auto. De maatschappelijke transitie is lange tijd vooral gefaciliteerd voor mensen met meer middelen. Voor huishoudens die het zwaarst worden getroffen, was te weinig aandacht. Dat is een politieke keuze geweest.
Het is nog niet te laat om het tij te keren. Ik hoop dat het nieuwe kabinet dat perspectief nadrukkelijker meeneemt.’
Hoe heeft klimaatverandering nu al impact op jullie bedrijfsvoering?
‘Klimaatrisico’s zijn bij ons inmiddels opgenomen als strategisch risico. Ons corporatiebezit is gevoelig voor hittestress, hoge grondwaterstanden, overstromingen en waterschade door piekbuien.
Wij vernieuwen onze woningen gemiddeld eens in de vijftig jaar. Maar om leefbaarheid en veiligheid op de lange termijn te garanderen, moeten we nu al investeren. Politiek ligt de nadruk sterk op bouwen, bouwen, bouwen. Maar we hebben ook te maken met 2,4 miljoen bestaande corporatiewoningen. Alle onderzoeken laten zien dat investeringen in klimaatadaptatie vooraf veel effectiever en efficiënter zijn dan achteraf repareren.
Kijk naar Enschede. Een piekbui veroorzaakte grote schade, waardoor huizen onbewoonbaar werden verklaard. Dat moeten we in de toekomst voorkomen, maar maatregelen nemen kost tijd. Een gebied klimaatadaptief maken kost al snel acht jaar. Dat vraagt om vooruitdenken.’
Waarom vinden we het zo lastig om ons voor te bereiden, terwijl we weten dat het mis kan gaan?
‘Onze situatie doet me soms denken aan de watersnoodramp in 1953. Destijds was er een ingenieur (Johan van Veen, red.) die al voorspelde dat de dijken zouden breken. Hij was een roepende in de woestijn.
Soms lijken we in dezelfde psychologische valkuil te stappen: mensen hebben moeite om risico’s op lange termijn te overzien, zelfs als de gevolgen nu al zichtbaar worden. De urgentie is groter dan we vaak willen erkennen.’
Hoe maken jullie corporatiewoningen toekomstbestendig?
‘Een voorbeeld is het waterproject dat we samen met de Nederlandse Waterschapsbank en de gemeente Haarlem zijn gestart. In een gebied waar nieuwbouw komt, creëren we een waterpositieve ontwikkeling: regenwater wordt opgevangen en er komt veel groen. Dat helpt ook tegen hittestress. Die maatregelen kunnen ongeveer 40 procent besparen op het gebruik van drinkwater per persoon per dag.
Dit soort maatregelen moet je aan het begin van een traject meenemen. Dat vraagt investeringen, maar maatschappelijk is het ruimschoots rendabel. Het vereist wel leiderschap, dingen anders durven doen en het lef om het ongemak aan te gaan.’
Hoe nemen jullie bewoners mee in de klimaatadaptatie van hun woningen?
‘Wettelijk moeten we bewoners betrekken, en dat vind ik terecht. Je grijpt in in het privédomein van mensen en dat moet zorgvuldig gebeuren. Los van de wet moet je elke verandering samen doormaken. Bewoners willen niet altijd verandering, zeker niet als ze al onder druk staan door bijvoorbeeld een krappe portemonnee.
Het gesprek aan de voorkant kost tijd, maar levert daarna veel op. Het creëert draagvlak en voorkomt weerstand. Je moet ook durven blijven staan voor wat je doet, maar altijd met oog voor de situatie van bewoners.’
Je won recent de Chief Value Officer Award, een prijs voor cfo’s die brede welvaart meenemen in hun besluitvoering. Hoe zie jij je rol als cfo in deze transitie?
‘Als cfo heb ik gemerkt dat geld ertoe doet, maar pas betekenis krijgt in de manier waarop je het inzet. Dan creëer je waarde. Continuïteit van de organisatie is belangrijk, maar als maatschappelijke organisatie moet elke euro ook optimaal maatschappelijk renderen.
Dat betekent breed kijken naar de impact die je als organisatie maakt en kiezen voor de lange termijn. Uiteindelijk draait het om brede welvaart. Ook voor commerciële bedrijven is dat volgens mij de enige manier om bestaansrecht op lange termijn te behouden. Daarvoor hoef je niet eens een klimaatbeliever te zijn.’
Met wie zou je graag samenwerken en waarom?
‘Ik zie nu vaak dat ketens erg lang worden. Elke schakel voegt kosten toe, wat de betaalbaarheid onder druk zet. Soms zijn lokaal sluitende ketens veel effectiever.
In Brabant is een prachtig initiatief waarbij vlas van lokale boeren wordt gebruikt om woningen te isoleren. Dat ondersteunt de lokale gemeenschap én levert biobased isolatie op die in veel gevallen betere eigenschappen heeft dan chemische alternatieven. Het gaat om groot denken, maar lokaal doen.’
Lees ook:
- Changemaker Joost Hoffman (Moos): ‘We moeten niet vechten om de punt, maar de duurzame taart groter maken’
- Changemaker Corjan van den Berg (Revyve): ‘Als je het voedselsysteem efficiënter wilt maken, moet het dier eruit’
- Changemaker Marieke Doolaard (HEMA): ‘Je moet dingen zo aanpakken dat de klant er blij van wordt’




