COP30 vindt van 10 tot 21 november plaats in de Braziliaanse stad Belém. De verwachtingen zijn hooggespannen: 2025 markeert tien jaar na het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs. Een logisch moment om te evalueren, zeker nu de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen blijft stijgen. Daardoor liggen we bij lange na niet op koers om de opwarming van de aarde tot de afgesproken 2 graden Celsius te beperken, laat staan tot 1,5 graad.
Nieuwe afspraken zijn dus hard nodig. De COP – Conference of the Parties, verwijzend naar de partijen die zijn toegetreden tot het VN-klimaatverdrag van 1992 – lijkt daar het ideale moment voor.
Toch levert de conferentie vaak weinig concrete resultaten op. COP29 stond vorig jaar bijvoorbeeld in het teken van het mobiliseren van meer geld voor klimaatactie in arme landen. Maar waar de landen in kwestie meenden jaarlijks minimaal 1.300 miljard dollar aan klimaatsteun nodig te hebben, wilden rijke landen slechts 300 miljard dollar toezeggen.
De eindtekst van COP29 bevat weliswaar een oproep aan alle landen om het totaalbedrag op te krikken naar 1.300 miljard, maar omdat de oproep vrijblijvend is, bestempelden velen de ‘finance-COP’ in Bakoe als mislukt. Ook veel andere collectieve afspraken bleven uit.
COP30 in Belém
Ook gastland Brazilië erkent dat het anders moet. Waar eerdere COPs veelal plaatsvonden in rijke steden, worden bezoekers dit jaar geconfronteerd met precies dat waarover ze praten. Belém is een zeer arme stad aan de rand van het Amazonegebied. ‘We kunnen niet verbergen dat we in een wereld leven met veel ongelijkheid, waar duurzaamheid en de strijd tegen klimaatverandering dichter bij de mensen moeten komen’, aldus COP30-voorzitter André Corrêa do Lago. ‘President Lula vindt het erg belangrijk dat we praten over het klimaat met alle bossen, armoede én vooruitgang in het achterhoofd. Hij wil dat iedereen een stad ziet die kan verbeteren dankzij de resultaten van deze debatten.’
Do Lago hoopt ‘dat deze COP herinnerd zal worden als een COP van oplossingen’. En daar moet iedereen bij betrokken zijn. De slogan is niet voor niets ‘Global Mutirão‘, een term afkomstig van de oorspronkelijke bewoners van Brazilië die zoiets betekent als ‘collectieve inzet’.
Die inzet moet onder meer blijken uit geüpdate Nationally Determined Contributions (NDC), ofwel wat landen individueel doen om broeikasgasemissies te verlagen en zich aan te passen aan de impact van klimaatverandering.
De oorspronkelijke deadline om herziene NDC’s in te dienen was februari, maar slechts een klein deel van de landen heeft dat tot nu toe gedaan. Brazilië dringt er bij andere landen sterk op aan om de nieuwe deadline van september wel te halen. Daarnaast zou het land graag een inclusieve Globally Determined Contribution zien.
Andere onderwerpen op de agenda zijn onder meer de energietransitie, het behoud van tropische bossen en biodiversiteit, de voedseltransitie, klimaatadaptatie en wat Brazilië enablers en accelerators noemt. Daaronder vallen onder meer technologie en financiering.
Een beter COP-proces: agendapunten groeperen en langetermijndenken
Kortom: veel om te bespreken, en dus is het zaak dat dat zo effectief mogelijk gebeurt. CarbonBrief vroeg zestien experts naar hun ideeën. Hoewel de meningen verdeeld zijn, zijn de meesten het erover eens dat het proces beter kan. Paul Watkinson, die nauw betrokken was bij de totstandkoming van het klimaatakkoord van Parijs, oppert bijvoorbeeld om agendapunten te groeperen en het werk op meerjarige basis te organiseren, in plaats van altijd alles te willen behandelen. Dat zou voldoende tijd opleveren om aan de centrale agendapunten te besteden en maakt de werklast lager.
Klimaatjurist dr. Monserrat Madariaga Gomez de Cuenca wijst er wel op dat overhaaste onderhandelingen waarbij belangrijke partijen ontbreken, voorkomen moeten worden. Als een ontwerptekst ‘zonder behoorlijke discussie wordt doorgestuurd naar de afsluitende plenaire vergadering’ zorgt dat er vaak voor dat er later discussie ontstaat over de precieze betekenis van formuleringen, merkt zij. ‘Dat stelt partijen in staat om de meest gunstige interpretatie te kiezen.’
Betekent dat dat iedereen het unaniem eens moet zijn over de uitkomsten? Dat niet per se. Claudio Angelo van de Climate Observatory: ‘Een handvol landen houdt de toekomst van de mensheid in gijzeling omdat ze vanwege de consensusregel alles kunnen blokkeren wat ze willen. Zelfs COP-voorzitters durven geen grote stappen te zetten uit angst dat het proces zou mislukken. Maar een proces dat niet geschikt is voor het beoogde doel, kan net zo goed instorten.’ Een meerderheidsstemming zou een alternatief kunnen zijn.
Niet lullen maar poetsen
Vrijwel alle door CarbonBrief ondervraagde experts zijn het er daarnaast over eens dat de focus niet moet liggen op transparantie, maar op verantwoording van landen. Niet over de doelen op papier, maar met name over de daadwerkelijke impact van landelijk beleid.
Todd Stern, voormalig speciaal gezant van de VS voor klimaatverandering: ‘Ja, het akkoord van Parijs is gebaseerd op het principe van nationaal vastgestelde bijdragen. Maar Parijs is ook gebaseerd op de belofte dat men zich zou inspannen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Het feit dat landen zelf hun doelstellingen bepalen, betekent niet dat ze niet in twijfel kunnen worden getrokken, aangespoord of bekritiseerd.’
Die verantwoording kan op verschillende manieren worden ingericht. Zo heeft wetenschapper Jennifer Allan het over een ‘centrale hub’ die beloftes die buiten de reguliere onderhandelingen worden gedaan verzamelt en de voortgang bijhoudt. Satat Sampada Climate Foundation-directeur Harjeet Singh hamert juist op herstelbetalingen van rijke landen. En Sandrine Dixson-Declève, erevoorzitter van de Club van Rome, pleit voor een permanent wetenschappelijk adviesorgaan binnen de COP. Gedegen rapportage met wetenschappelijk toezicht en peerreviews moeten landen en bedrijven verantwoordelijk stellen voor hun impact.




