Jeroen de Boer
18 juli 2025, 14:00

Catastrofe-obligaties: zo verplaatsen verzekeraars klimaatrisico's naar beleggers

Door klimaatverandering nemen de risico’s van de schade die natuurrampen aanrichten toe voor verzekeraars. Die wenden zich in toenemende mate tot beleggers met de uitgifte van catastrofe-obligaties. De vraag is of dat op de lange termijn voldoende soelaas biedt.

natuurrampen verzekeraars bosbranden overstromingen kosten Blushelikopter bij bosbrand in Duitsland. | Credits: Getty Images.

Begin deze maand werd de Amerikaanse staat Texas geconfronteerd met hevige stortregens en overstromingen, die inmiddels aan meer dan 130 mensen het leven hebben gekost. De economische schade kan naar schatting oplopen tot meer dan 20 miljard dollar. Een flink deel daarvan kan terechtkomen op het bordje van verzekeraars.

In de verzekeringswereld is men al geruime tijd gevoelig voor de relatie tussen klimaatverandering en oplopende financiële risico’s van natuurrampen. Door de opwarming van de aarde is er sprake van een hogere frequentie en een hogere intensiteit van extreem weer. Buitengewone droogte, hitte en regenval komen vaker voor. Ook nemen de risico’s van zware overstromingen en stormen toe.

Verzekeraars kunnen de risico’s van natuurrampen beperken door ze deels onder te brengen bij herverzekeraars, maar wenden zich ook vaker tot beleggers. Vooral in de VS is sprake van een sterke groei van de markt voor zogenoemde catastrofe-obligaties, ook wel cat bonds.

Dit zijn vijf dingen die je moet weten over de impact van natuurrampen op de verzekeringswereld.

#1 Meer economische schade door natuurrampen

Bron: AON

Verzekeraars publiceren jaarlijks cijfers over de mondiale economische schade die wordt veroorzaakt door natuurrampen. Zo ging het afgelopen jaar volgens verzekeringsmakelaar AON om een bedrag van in totaal 368 miljard dollar. Hoewel er op jaarbasis flinke verschillen kunnen zijn, is wel duidelijk dat de gemiddelde economische schade in de afgelopen jaren beduidend hoger ligt dan begin deze eeuw.

Het blijft intussen lastig om het effect klimaatverandering direct uit de financiële cijfers over de kosten van natuurrampen te halen, omdat die door verschillende zaken worden gekleurd.

Op de eerste plaats zijn er inflatoire effecten: als bijvoorbeeld de waarde van vastgoed toeneemt, betekent dit dat economische schadebedragen in de loop van de tijd automatisch meestijgen. Dit effect kun je via inflatiecorrectie nog wel enigszins isoleren.

Daarnaast zijn er ook andere factoren, zoals bevolkingsgroei en een hogere bevolkingsdichtheid in steden. Hierdoor kan de economische schade van natuurrampen hoger kan uitpakken in de loop van de tijd, als gebieden dichter bevolkt raken. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het aanwijzen van de  ‘klimaatfactor’ bij cijfers over de schade van natuurrampen.

#2 Opgaande lijn verzekerde schade van natuurrampen

Bron: Swiss Re

Wat betreft de verzekerde schade van natuurrampen is door de jaren heen onmiskenbaar sprake van een opgaande lijn.

In 2024 moest volgens herverzekeraar Swiss Re maar liefst 137 miljard dollar uitgekeerd worden door verzekeraars. Het gaat dan bijvoorbeeld om verzekerde schade aan woningen vanwege overstromingen of grote stormen.

Verzekeraars dekken de risico’s van natuurrampen deels af door contracten af te sluiten met herverzekeraars, die een deel van het risico overnemen. Hiervoor betalen verzekeraars dan een premie aan herverzekeraars, net zoals polishouders van verzekeraars een premie betalen aan de verzekeraar.

Als de schade van een natuurramp extreem hoog is, kan het zijn dat uitkeringsverplichting van de verzekeraar hoger is, dan het bedrag dat een verzekeraar als risico heeft doorgeplaatst bij een herverzekeraar. Wanneer dat het geval is moet een verzekeraar een beroep doen op zijn eigen vermogen om de volledige vergoeding voor polishouders te kunnen uitbetalen.

#3 Gat tussen verzekerde en onverzekerde schade

Bron: Swiss Re

Uit het verschil tussen de omvang van de jaarlijkse economische schade van natuurrampen en de verzekerde schade blijkt dat een fors deel van de schade onverzekerd is. 

Zo werd afgelopen jaar ongeveer 40 procent van de mondiale economische schade van stormen, overstromingen en andere rampen gedekt door verzekeringen. Dit betekent dat de zogenoemde ‘protection gap’, ofwel de niet verzekerde schade, goed was voor ongeveer 60 procent van de economische schade.

Dat niet alle schade verzekerd is, heeft deels te maken met verschillen tussen verzekeringssystemen van landen. In rijkere landen is het verzekeringssysteem doorgaans fijnmaziger dan in arme landen. Daarnaast speelt mee dat naarmate de risico’s van bijvoorbeeld bosbranden of overstromingen toenemen, verzekeraars sneller geneigd zijn om bepaalde schade uit te sluiten van de dekking bij polissen.

Het is dus denkbaar dat het probleem van de ‘protection gap’ nijpender wordt door klimaatverandering.

#4 Catastrofe-obligaties: doorplaatsing risico naar beleggers

Bron: Swiss Re

Verzekeraars zijn vooral kwetsbaar als er sprake is van een opeenvolging van grote natuurrampen in een korte periode, zo stelt kredietratingbureau Fitch. Dan kan het zo zijn dat de risico’s die ze hebben doorgeplaatst bij herverzekeraars onvoldoende soelaas bieden en ze een beroep moeten doen op hun eigen vermogen.

Er zijn echter ook andere manieren om het risico van natuurrampen te spreiden voor verzekeraars. Eén daarvan is via de uitgifte van speciale obligatieleningen, zogenoemde catastrofe-obligaties.

Het gaat hierbij om obligatieleningen met een relatief hoog rendement die bij beleggers worden geplaatst. Tegenover de hoge rente staat voor beleggers het risico dat ze het uitgeleende geld niet terugkrijgen, als er een bepaalde ramp plaatsvindt die de verzekeraar raakt binnen de looptijd van de lening. De verzekeraar kan het geld dan namelijk gebruiken voor uitkering aan polishouders.

Volgens zakenkrant FT proberen verzekeraars op deze manier de risico’s van grote onder meer grote stormen en overstromingen te beperken.

Uit een recent rapport van vermogensbeheerder Artemis blijkt dat er in de eerste helft van dit jaar al voor 17 miljard dollar aan catastrofe-obligaties is uitgegeven, bijna evenveel als de totale nieuwe uitgifte van 17,2 miljard dollar in 2024. Daarmee is de kans zeer groot dat 2025 een absoluut recordjaar wordt voor de plaatsing van nieuwe leningen.

#5 Klimaatverandering: blijven natuurrampen verzekerbaar?

Bron: Artemis.bm

De afnemers van catastrofe-obligaties zijn vaak gespecialiseerde, professionele beleggers, zoals hedgefondsen of institutionele beleggers zoals pensioenfondsen.

Het rendement bestaat meestal uit een variabele marktrente, aangevuld met een risicopremie. In de bovenstaande grafiek van vermogensbeheerder Artemis is te zien dat het gemiddelde rendement van catastrofe-obligaties de afgelopen drie jaar is gestegen tot boven de 10 procent op jaarbasis. Als de frequentie en intensiteit van natuurrampen toeneemt, zullen de risico’s op verlies voor beleggers in cat bonds eveneens stijgen.

Voor de langere termijn is de vraag daarom of klimaatrisico’s in voldoende mate opgevangen kunnen worden door private partijen op de verzekeringsmarkt. Dit heeft er al toe geleid dat de Europese verzekerings- en pensioentoezichthouder Eiopa en de Europese Centrale Bank (ECB) een voorzet hebben gegeven om te kijken naar publiek-private regelingen voor het afdekken van de risico’s van natuurrampen.

Lees ook:

Circulair renoveren krijgt vleugels op voormalig vliegkamp Valkenburg

Kantoor vol Afval werd de terechte winnaar van de Change Inc. Transition Award in de categorie bouw, die begin deze maand werd uitgereikt. Het project is een samenwerking van Popma ter Steege Architecten, Vink Bouw en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en toont de potentie van circulair renoveren. Kantoor vol Afval Kantoor vol Afval laat volgens de jury zien dat er een haalbaar en kwalitatief alternatief is voor de standaard manier van renoveren, waar een wegwerpcultuur de overhand heeft en er sterk wordt geleund op CO2-intensieve, nieuwe bouwmaterialen. Slechts een kleine 10 procent van de gebruikte producten bij de renovatie van de defensiekazerne was nieuw. Dit resulteerde in een CO2-uitstoot van 127.000 kilo CO2-equivalent, aanzienlijk lager dan de 208.000 kilo CO2-equivalent die met een conventionele renovatie gepaard zou gaan. Change Inc. bevroeg Lars Capota, senior adviseur van het RVB, naar de ins en outs van dit project.Hoe is het project ‘Kantoor vol afval’ tot stand gekomen?‘Het initiatief kwam vanuit een kleine groep binnen het RVB, die een sprong wilde maken in circulair bouwen en hergebruik van materialen. Binnen het RVB is er een specialistisch programma, Programma Groene Innovaties, dat jaarlijks een budget heeft om inspirerende duurzame projecten te subsidiëren. Zo ontstond de gelegenheid om op een unieke locatie – het voormalige vliegkamp in Valkenburg – te experimenteren. Het terrein, waar vroeger vliegtuigen opstegen voor onderzeebootopsporing op de Noordzee, kwam leeg te staan. De grond wordt nu gefaseerd verkocht ten behoeve van woningbouw, maar bijvoorbeeld nog deels gehuurd door de musical Soldaat van Oranje.’Tot wat hebben jullie deze kazerne uiteindelijk gerenoveerd?‘We hebben kantoorruimtes gecreëerd voor duurzame bedrijven en technologie startups. Zo zitten er nu een aantal bedrijven in die werken met drones. In de toekomst hopen we dat het terrein faciliteiten kan bieden voor een nabijgelegen woonwijk. Denk aan meer kantoorruimte, scholen of winkelpanden.’[caption id="attachment_161007" align="alignnone" width="900"] Josse Popma (Popma ter Steege Architecten, midden-links) en Lars Capota (Rijksvastgoedbedrijf, midden-rechts). Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.[/caption]Kun je voorbeelden noemen van materialen die jullie slim hebben hergebruikt?‘In totaal hebben we vijftien materialen geïdentificeerd die bij hergebruik significant bijdragen aan CO2-reductie. Denk aan dragende constructies van beton en staal, maar ook binnenwanden. Die grondstoffen nieuw maken vraagt veel energie en dus CO2-uitstoot. Op voorhand wisten we dat we deze materialen goed konden hergebruiken. Maar wat er bij dit project echt uitsprong is het hergebruik van luchtbehandelingskasten voor ventilatie en hergebruik van vensters. Dat gebeurde eigenlijk nog nauwelijks. Op die vlakken hebben we de markt echt proberen uit te dagen.’Wat hebben jullie met dit project aangetoond?‘We hebben laten zien dat je met minimale inzet van nieuwe materialen toch een kantoor kunt realiseren dat voldoet aan hoge kwaliteitseisen en een professionele uitstraling heeft. En dat hoeft niet per se duurder te zijn. Wel vraagt het om andere vormen van samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. We hebben contractvormen gekozen die ruimte boden om duurzaamheidskeuzes procesmatig in te bouwen. Zo konden we samen met marktpartijen kiezen voor de meest duurzame optie, zelfs als die iets duurder was. Tot slot was dit project simpelweg ook leuk om te doen. Deze aanpak vraagt om meer creativiteit en vakmanschap van alle betrokkenen – van architect tot aannemer. Het is mooi wat voor kansen zich dan aandienen.’Hoe rijmt dit project met de ambities van het Rijksvastgoedbedrijf?‘Volgens de routekaart van het RVB willen we in 2030 50 procent van de renovaties uitvoeren met hergebruikte en biobased materialen, en in 2050 volledig circulair werken. Dit relatief kleine project is een eerste stap richting die ambitie. De uitdaging zit vooral in grotere projecten en het gebruik van grote materiaalstromen van gevels, binnenwanden, draagconstructies en installaties. Juist op die gebieden hebben we met dit project laten zien wat er mogelijk is. De opgedane kennis en ervaringen kunnen we gebruiken voor onze toekomstige projecten.’Welke adviezen heb je voor partijen die soortgelijke projecten willen opstarten?‘Stel als organisatie een duidelijke ambitie, en begin klein. Door het gewoon te doen, leer je wat mogelijk is en waar de knelpunten liggen. Kantoor vol Afval begon ook als een klein experiment. Je loopt onvermijdelijk tegen ‘groeipijn’ aan, bijvoorbeeld op het gebied van kosteninschatting of de omgang met eisen en garanties. Maar daar moet je doorheen. Belangrijk is om elkaar vertrouwen te geven en niet alles vooraf dicht te willen timmeren.’ Lees ook:Plant Protein Forward versterkt ketens plantaardige eiwitten van eigen bodem: 'Edamame-teelt is vertienvoudigd' Dorpsbewoners in het Drentse Vledder zetten zelf woonzorgcomplex op - en dat is ook nog duurzaam NRG2fly pioniert met laadnetwerk voor de luchtvaart: ‘We gaan belachelijk veel vliegen, maar wel elektrisch’