Teun Schröder
05 februari 2024, 10:40

Geen piepschuim, maar paddenstoelen: deze ondernemer maakt verpakkingen van mycelium

Jan Berbee raakte tijdens zijn loopbaan “behept met het verpakkingsvirus”. Als adviseur duurzaam verpakken hielp hij bedrijven bij het verminderen van het gebruik van tape, plastic en dozen. Tot hij op een champignonboer stuitte die zocht naar een alternatief voor de blauwe plastic bakjes. Berbee: “Toen ontdekte ik mushroom packaging.”

Mushroom Packaging Grown bio1 Met behulp van mallen kun je verpakkingen van mycelium maken in alle soorten en maten. | Credits: Grown.bio

Eerst even terug naar de schoolbanken. Onder het kapje van een paddenstoel zitten sporen. Die sporen kunnen losraken en belanden via de wind in de grond. Zo’n spore gaat enzymen uitscheiden in de vorm van draden die de bodem in groeien. Het resultaat is een netwerk van schimmels dat een gebied van meerdere vierkante kilometers kan bestrijken. Dat netwerk van schimmeldraden heet mycelium. Over de wondere wereld van mycelium in de natuur kun je een boek schrijven (of de Netflix documentaire Fantastic Fungi kijken).

Mycelium verpakkingen

Berbee raakte betoverd toen hij hoorde dat twee Amerikaanse studenten mycelium gebruikten voor verpakkingen, als alternatief voor piepschuim. “Zij hadden al patenten, dus we zijn gelijk in licentieonderhandelingen gegaan.” Niet lang daarna richtte Berbee zijn eigen myceliumbedrijf Grown.bio op. “Een paar maanden later konden we beginnen met het kweken van mycelium in de schuur bij mij thuis.”

Mallen en schimmels

Mycelium kweken werkt als volgt: “Je begint met het ontwerpen van een verpakkingsvorm op de computer”, zegt Berbee. “Van die vorm maak je een kunststof mal. Wij doen dat van gerecycled PET. De mal vul je vervolgens met substraat. Dat is een mengsel van mycelium en vezelige landbouwresten, waarmee het mycelium zich voedt. In vijf à zes dagen groeit het substraat onder een temperatuur van 25 graden naar de vorm van de mal. Daarna heb je een levende schimmel in de vorm van de verpakking. Deze schimmel bestaat nog voor 50 procent uit water. In de laatste stap van het proces doen we de mal in de oven onder een temperatuur van 80 graden. Dit doodt de schimmel, stopt de groei en verdampt het water. Het resultaat is een uitgeharde biobased verpakkingsvorm.”

Een groot deel van het werk zit dan ook in het wachten tot de schimmel gegroeid is. “Op vrijdagen vullen we de mallen. Dinsdag doen we een snelle check of er geen vreemde dingen gebeuren en donderdag komen we terug om de mallen in de oven te doen.”

Reststromen uit de landbouw

Volgens Berbee zitten er veel voordelen aan verpakkingen van mycelium, naast dat het als vervanging voor piepschuim een aardolievrij materiaal is. “Het substraat bestaat naast het mycelium uit landbouwreststromen. Zo gebruiken we hennep uit Groningen of stro uit konijnenhokken. In Spanje is het gelukt om kaf van paellarijst in te zetten als voeding voor de schimmel. En we hebben hetzelfde gedaan met het snijafval van een champagnehuis.”

Ook is de schimmel niet brandbaar, zijn de isolatiewaarden goed en is de verpakking tot op zekere hoogte vochtbestendig. “Zo hebben we ook een project waarbij onze verpakkingen gebruikt worden in de visindustrie”, zegt Berbee. “In de verpakking gaat vis, ijs en water. Dat blijft zeker een week goed, lang genoeg voor de duur van het transport.”

Composteerbaar pennenbakje

En na het gebruik composteert de myceliumverpakking gewoon in de natuur. “In de wintermaanden duurt dat zes tot zeven weken, gewoon in mijn eigen tuin. In de zomer als het warmer en vochtiger is, gaat het wat sneller. Ook kan de verpakking mee in de stroom van papierrecycling.” Maar eigenlijk ziet Berbee het liefst hoogwaardigere toepassingen, waarbij de verpakking heel blijft. “Zoals een pennenbakje of als composteerbare bloempot.”

Biobased bouwen

De veelzijdige voordelen van mycelium maken het materiaal ook geschikt voor gebruik in de bouw, zoals voor wandpanelen en isolatie. Toch heeft Grown.bio recent besloten zich alleen te focussen op verpakkingsmateriaal. “In de eerste plaats omdat we een enorme impact kunnen maken als we piepschuim de wereld uit helpen. De bouwsector is natuurlijk gigantisch. Maar het nadeel is dat er in elk land andere certificeringen gelden waaraan bouwmateriaal moet voldoen. En het proces van certificering is tijdrovend en kost veel geld. Maar de bouw blijft, zeker voor de toekomst, een interessante markt.”

Nieuwe fabriek

De komende jaren hoopt Berbee Grown.bio groter te maken. Nu produceert zijn fabriek nog 300.000 verpakkingen per jaar. Maar hij heeft al plannen voor een nieuwe fabriek met een capaciteit van 10 miljoen die in 2025 geopend moet worden. Daarvoor is hij nog op zoek naar investeerders. “Het leukst is het als dit een strategische financier is, iemand die de verpakkingsindustrie goed kent.”

Verpakkingen voor witgoed

“We richten ons nu nog vooral op het luxe segment, zoals parfums en champagne”, gaat Berbee verder. “Ons verpakkingsmateriaal is vier keer duurder dan piepschuim. Dus dat is vooral interessant voor klanten die geloven in ons verhaal, zelf duurzaamheidsambities hebben en budget hebben om extra in verpakkingen te investeren. We kunnen echt grote slagen maken als we grote witgoedfabrikanten kunnen bedienen. Die volumes zijn gigantisch. Inmiddels hebben we één zo’n klant. Maar een dergelijk traject – van testen tot productie – duurt lang.”

Level playing field

Maar de markt voor mycelium komt pas echt van de grond als het de politiek lukt om een level playing field te creëren voor biobased materialen ten opzichte van verpakkingen met een fossiele bron. “Uiteindelijk wordt het bedrijfsleven gedreven door winst, dus moet de politiek ingrijpen. Als de CO2-prijs van plastics wordt meegenomen, kunnen de prijzen gelijk komen. Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen. We krijgen subsidie en betalen nagenoeg geen afvalbeheersbijdrage ten opzichte van plastic. En Frankrijk komt al met een verbod op single-use piepschuim.”

Als Berbee mag dromen? “Dan hebben we in 2030 vijf myceliumfabrieken verspreid staan door heel Europa. Waarbij het mycelium in de substraten wordt gevoed met lokale landbouwreststroom. Het concept leent zich fantastisch voor lokaal ondernemerschap.”

Lees ook:

Supergeconcentreerd zonlicht levert flinke energiebesparing op dankzij innovatie uit Houten

Het zaadje werd bij Henk Arntz, oprichter van Suncom, geplant tijdens een zakenreis voor zijn voormalige werkgever McKinsey. Arntz liep van een zwaar door airco gekoelde luchthaven, naar een zonovergoten Houston (temperatuur 35 graden), terug de kou in van het hotel. “Terwijl ik stond te niezen in de lobby, keek ik buiten naar de glazen blokkendozen waarop de zon aan he bakken was”, zegt Arntz. “Toen dacht ik: wat als we al die warmte nou eens nuttig konden gebruiken.” 550 graden Het was het moment waarop zijn studie werktuigbouwkunde aan de TU Eindhoven weer van stal werd gehaald. Al snel kwam Arntz uit op een constructie van spiegels die met geconcentreerd zonlicht een vloeistof in een leiding moest verwarmen. “Vergelijkbaar met hoe je zonlicht en een vergrootglas gebruikt om vuur te maken. Nadat ik geometrisch alles had doorgerekend ben ik op de zolder aan de slag gegaan met een schaalmodel. Toen lukte het om een systeem te maken waarmee ik een temperatuur van 550 graden bereikte.”Wat is een CSP? Een concentrated solar plant (CSP) is een verzameling van vele spiegels die in cirkels rond een centraal punt zijn opgesteld. De spiegels reflecteren licht naar een centrale toren waar het wordt omgezet in warmte. De warmte wordt vervolgens gebruikt om bijvoorbeeld een stoomturbine aan te draaien die elektriciteit produceert.Vloeistof De CSP van Suncom bestaat niet uit spiegels die gericht zijn op een centrale toren. In plaats daarvan wordt de focus van het zonlicht gericht op een vierkante leiding die vlak voor de spiegels is bevestigd. Door deze leiding stroomt een vloeistof die wordt opgewarmd. Vervolgens stroomt de warme vloeistof naar een centrale thermische opslag. Slimme software zorgt er voor dat de spiegels gedurende de hele dag heel precies het traject van de zon volgen.Warmte leveren In eerste instantie wilde Arntz met zijn systeem elektriciteit leveren. “Maar toen begon de oorlog in Oekraïne. De gasprijs ging door het dak. Dus werd het interessant om niet elektriciteit, maar warmte te leveren. Warmte kun je namelijk heel lang en goedkoop opslaan en vervolgens leveren. Zo is de eerste CSP-installatie in Nederland tot stand gekomen.”Tot 425 graden Het aanbod van Suncom bestaat inmiddels uit twee verschillende producten. De eerste is Sunfleet H100. Dit systeem heeft zonnespiegels (SunArcs) die zijn aangesloten op een thermische energieopslag op basis van water. Hiermee kan een temperatuur bereikt worden tot 100 graden. Daarnaast heeft Suncom de Sunfleet H425. Dit systeem heeft een energieopslag die, in plaats van op water, werkt met een soort olie. Hierdoor kan de temperatuur in de thermische opslag oplopen tot 425 graden. Dat maakt deze variant geschikt voor industriële processen waar hogere temperaturen voor nodig zijn.Oprichter en directeur van Suncom Energy Henk Arntz.Afhankelijk van de zon Maar ongeacht welk systeem je kiest, beide zijn ze afhankelijk van een essentieel onderdeel: de zon. “Als het bewolkt is, dan warmt de thermische opslag natuurlijk niet op”, zegt Arntz. Maar dat betekent niet dat het systeem niet werkt. Er zijn namelijk verschillende radartjes waar je aan kunt draaien. “Van een klant willen we weten wat zijn dagelijkse energieverbruik is en op welke momenten van de dag of week zijn piekbelasting ligt. Vervolgens kunnen we berekenen hoeveel SunArcs en opslagcapaciteit zo’n partij nodig heeft.” De opslagsystemen koelen ongeveer een graad per dag af. Dus eenmaal opgewarmd door de zon, kun je er lang warmte uit putten. “Uiteindelijk is de configuratie van systemen voor iedere klant anders. Daarbij zien we onze oplossing als een aanvulling op het huidige energiesysteem, niet als vervanging.” Land beschikbaar Volgens Arntz kan met het huidige temperatuurbereik van beide systemen al een heel groot deel van de industrie worden afgevangen. “We zien veel potentie is de voedingsindustrie en de papierproductie. Maar bijvoorbeeld ook in de landbouw. Dat zijn allemaal grootverbruikers van warmte. Het grote voordeel van boerenbedrijven is daarbij dat ze land beschikbaar hebben voor onze installatie. CSP in Brabant Op dit moment rondt Suncom de installatie af van een volwaardig Sunfleet H100-systeem bij zijn eerste klant in Nederland. Vijftig zonnebogen, een buffertank in combinatie met een warmtepomp zullen een pelletketel vervangen op een boerenbedrijf in Brabant. Suncom verwacht met het systeem jaarlijks ongeveer 460.000 kilowattuur aan warmte te generen. “Daarnaast zijn we bezig met een project in Spanje bij een levensmiddelenproducent”, zegt Arntz. “We zien veel potentie in landen waar veel zon, ruimte en industrie is. Als onze installatie is aangesloten op de fabriek in Spanje kunnen we pakweg in driekwart van de warmtevraag voorzien. Dan pakken we echt forse happen uit de warmtevraag die normaal gesproken met fossiele energie wordt opgewekt.” Lees ook: Thuisbatterij: speeltje voor de rijken of belangrijke spil in energietransitie? Monsterklus lonkt: van kampioen zon-op-dak naar kampioen zonnepaneelrecycling Professor Wim Sinke: 'Tien keer zoveel zonne-energie is mogelijk'