Jeroen de Boer
20 januari 2026, 11:00

Boudewijn Siemons (Havenbedrijf Rotterdam): 'Geopolitiek en economisch hebben we wel wat huiswerk te doen'

Het industriële cluster in de Rotterdamse haven heeft een dubbele opdracht: oude industrie geschikt maken voor duurzame, circulaire productieprocessen en daarmee ook zorgen voor strategische weerbaarheid. ‘Je wilt een zekere autonomie behouden door in Europa onze eigen basisgrondstoffen te blijven produceren’, zegt ceo Boudewijn Siemons van Havenbedrijf Rotterdam.

Horizon-Boudewijn Siemons-1600 x 900px Ceo Boudewijn Siemons van het Havenbedrijf Rotterdam. | Credits: Havenbedrijf Rotterdam / Marc Nolte / Bewerking Change Inc.

‘Ik kan echt iedereen aanraden om de Tweede Maasvlakte een keer te bezoeken. Dan krijg je meer gevoel voor de omvang van wat er in de haven gebeurt. Alles is daar groot.’ Ceo Boudewijn Siemons is zichtbaar trots als hij op het hoofdkantoor van Havenbedrijf Rotterdam vertelt over de ontwikkelingen in de grootste haven van Europa. Uiteraard met een magnifiek uitzicht op de haven en stad vanaf de Wilhelminakade.

Toch zijn de uitdagingen niet gering: de energietransitie en de noodzaak tot verduurzaming van het industriële cluster vragen om een ongekende transformatie van de economie in de Rotterdamse haven. Helemaal nu geopolitieke ontwikkelingen ervoor zorgen dat grondstoffen en industriële toeleveringsketens onverbloemd als machtsmiddel worden ingezet door grootmachten als China en de Verenigde Staten.

We spraken met Siemons over de rol van verduurzaming in de Rotterdamse haven en hoe die nauw samenhangt met een weerbare economie.

De Rotterdamse industrie heeft een behoorlijk roerig jaar achter de rug. Hoe kijk je terug op 2025?

‘Er waren een aantal serieuze, soms donkere wolken, maar het is niet alleen maar negatief. Er zijn ook opstekers, zoals de plannen van Blue Circle Olefins voor een nieuwe circulaire fabriek en het besluit van Air Liquide om een grote elektrolyser voor groene waterstof te bouwen. Daarnaast heeft het Porthos-project voor CO2-opslag onder de Noordzee serieuze vorderingen gemaakt en zijn er definitieve beslissingen genomen voor de aanleg van walstroomfaciliteiten bij de grote containerterminals.

Tegelijk zie je dat een aantal fabrieken de hekken sluit. Dat een bedrijf als LyondellBasell stopt met de fabriek voor propyleenoxiden en styreenmonomeren is ernstig, want het gaat om één van de modernste fabrieken ter wereld voor basischemie. Toch kan het bedrijf de businesscase niet rondkrijgen. Dat ligt deels aan de hoge energieprijzen, maar ook aan goedkope alternatieven uit China en andere landen in Oost-Azië. We hebben in geopolitieke en economische zin wel wat huiswerk te doen in dit deel van de wereld om te zorgen dat bepaalde industrie hier blijft.’

Waarom is dat zo belangrijk?

‘Je wilt een zekere strategische autonomie behouden door in Europa onze eigen basisgrondstoffen te blijven produceren. Anders komt de rest van wat er hier aan industriële productie plaatsvindt ook onder druk te staan.

Vanuit het oogpunt van verduurzaming is eveneens het belangrijk dat Europa een eigen basisindustrie heeft. Het ETS-systeem (Emissions Trading System, red.) voor CO2-heffingen van de EU geeft sterke prikkels om te verduurzamen. Als fabrieken verdwijnen naar andere plekken op de wereld, heb je veel minder grip op de emissievoetafdruk van de industrie.

Soms leeft het idee dat oude industrie moet verdwijnen en dat er iets nieuws voor in de plaats moet komen, maar dat is geen circulaire gedachte. Je wilt zoveel mogelijk van wat er is ombouwen naar duurzame productieketens. En dat moet hier gebeuren.’

Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.

Vind je het belangrijk om dat, als gezicht van de Rotterdamse haven, persoonlijk uit te dragen?

‘Zeker, want verduurzaming maakt voor mij ook deel uit van de noodzaak om weerbaarder te worden in bredere zin. Dan kom je automatisch uit bij het belang van energie. Als we daarmee doorgaan op de oude voet, maken we een slechtere plek van de wereld. Het energiesysteem moet dus veranderen. Dat kan ook als we ons in Nederland richten op onder meer de ontwikkeling van windenergie op zee, waterstof en circulaire grondstofketens voor de industrie.’

Voor windenergie ontwikkelt het Havenbedrijf een nieuwe terminal van 45 hectare op de Maasvlakte voor de offshore-industrie. Hoe staat met de interesse daarvoor? Er zijn recent behoorlijk wat strubbelingen bij de aanbesteding van nieuwe windparken.

‘We merken dat er genoeg belangstelling is. De trend is dat wind op zee verder ontwikkeld gaat worden, dus je moet verder kijken dan de dagkoersen van het moment.

Daarnaast speelt mee dat we in een fase komen waarbij bestaande windparken het einde van hun economische levensduur naderen en ontmanteld moeten worden. Op die plekken kunnen er vervolgens nieuwe windparken komen, met windturbines die inmiddels een stuk groter zijn dan twintig jaar geleden. Ik heb er daarom alle vertrouwen in dat er voldoende bedrijvigheid komt voor de offshore windindustrie.’

Voor de basisindustrie in Rotterdam zijn er intussen de nodige uitdagingen, waaronder relatief hoge energieprijzen.

‘Dat is een containerbegrip. In de praktijk heb je het over prijzen van elektriciteit en aardgas, maar ook de netwerktarieven.

De verzwaring van het elektriciteitsnet wordt in Nederland wat betreft de lasten voor gebruikers op een andere manier bekostigd dan in de omringende landen. Het gevolg is dat bedrijven in Nederland te maken hebben met hoge netwerktarieven en dus voor elektriciteit fors meer betalen dan in Duitsland, ongeacht de prijs van de elektriciteit zelf. Dat is een rem op de energietransitie en moet absoluut anders.’

Hoe wil de Rotterdamse haven zich in dit verband positioneren binnen het zogenoemde ARRRA-cluster van Antwerpen, Rotterdam en het Rijn-Roergebied?

‘Binnen Europa moet er een gelijk speelveld zijn, daarna mogen klanten zelf beslissen. Als Rotterdam de logische optie is voor bedrijven kunnen ze daarvoor kiezen. Maar als Antwerpen meer voor de hand ligt, is dat ook goed.

Het doel van de Rotterdamse haven is niet meer om de grootste te zijn, wel om de beste en meest duurzame voorzieningen te bieden. We concurreren met andere havens waar het moet en werken samen waar het kan.’

Is er overleg met havens in België en Duitsland over een gezamenlijke visie op verduurzaming van industriële clusters in Noordwest-Europa?

‘Ja, daar zijn we actief over in gesprek met collega’s in bijvoorbeeld Antwerpen en Duisburg. Dat laatste is de grootste binnenhaven van Europa en een belangrijke achterlandhaven voor Rotterdam. We gaan ook gezamenlijk met de havenbedrijven van Rotterdam en Antwerpen naar Berlijn om daar met de regering en politieke partijen te praten.

In de driehoek Rotterdam-Antwerpen-Ruhrgebied zit 40 procent van de Europese petrochemie. Dat moet allemaal verduurzamen en weerbaarder worden. Die 40 procent is heel sterk met elkaar verknoopt. Je kunt niet als afzonderlijke landen een strategie ontwikkelen voor verduurzaming. Dat moeten we samen doen om Noordwest-Europa concurrerend te houden.

Er worden op dit gebied al stappen gezet, onder meer met de Delta Rhine Corridor die waterstof via pijpleidingen naar het Ruhrgebied moet brengen. Omgekeerd kan er dan vanuit Duitsland CO2 naar Rotterdam worden vervoerd voor opslag onder de Noordzee.’

De CO2-uitstoot van het industriële cluster in Rotterdam bedraagt ongeveer 20 miljoen ton op jaarbasis. In 2030 moet dat gehalveerd zijn tot iets minder dan 10 miljoen ton. Wat is daarvoor nodig?

‘Er zijn grofweg drie dingen die daarvoor de komende vijf jaar moeten gebeuren. Om te beginnen is het belangrijk is dat de resterende kolencentrales in de Rotterdamse regio worden gesloten. Daarmee kun je ruim de helft van de benodigde uitstootdaling realiseren.

Verder moet het grote CO2-opslagproject Aramis gaat draaien op minimaal hetzelfde volume aan CO2-opslag als het Porthos-project, dat naar verwachting dit jaar operationeel wordt. En tot slot is er een bepaalde hoeveelheid waterstof nodig, die als CO2-arm alternatief in de haven gebruikt kan gaan worden om de lokale emissies te reduceren. Andere ontwikkelingen zijn relatief klein of hebben pas na 2030 impact.

In principe kan dit allemaal gerealiseerd worden als er een paar grote investeringsbeslissingen vallen, maar dat moet wel meezitten. Daarvoor wordt 2026 een heel bepalend jaar.’

    Eerdere interviews uit de Horizon-serie: