Elektrificatie lijkt dé manier om te verduurzamen. Elektrische auto’s, elektrische warmtepompen en elektrische bouwmachines; steeds meer dingen draaien niet meer op fossiele brandstoffen, maar op elektriciteit. Dat heeft veel voordelen: geen CO2-uitstoot, geen fijnstof en een hogere energie-efficiëntie, want bij de verbranding van olie en gas lekt veel energie weg via restwarmte.
Maar. Er is een grote maar. En die komt in een interview met Willemien Terpstra, CEO van Gasunie, snel naar voren. ‘Alles wat je met elektriciteit kunt doen, moet je met elektriciteit doen’, vindt Terpstra. ‘Maar het grote plaatje telt ook. Mensen vergeten vaak dat elektriciteit op dit moment maar 20 procent van ons totale energieverbruik uitmaakt.
De overige 80 procent is olie, gas en biobrandstoffen, cruciaal voor industrie, lucht- en scheepvaart. Terpstra: ‘Die 80 procent gaat steeds verder naar beneden, misschien naar 60 procent of nog lager. De werkelijkheid is dat we naast elektronen altijd moleculen nodig zullen blijven hebben. Niemand weet wat de percentages precies worden, maar ik weet wel dat we een geïntegreerd energiesysteem nodig hebben waarin verschillende bronnen elkaar aanvullen.’
Wat kunnen moleculen wat elektronen niet kunnen?
‘Moleculen kun je veel makkelijker transporteren en opslaan. Je kunt elektriciteit ook opslaan in batterijen, dat klopt, maar voor een beperkte tijd. Als je seizoenen wil overbruggen, dan red je het niet met batterijen alleen. Dan heb je moleculen nodig. Nu hebben we nog aardgas in de opslag als strategische reserve. In de toekomst doen we dat met waterstof.’
Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.
Hoe lang blijft aardgas nog deel uitmaken van ons energiesysteem?
‘Ik denk toch langer dan veel mensen denken. De vraag naar aardgas daalt gestaag, maar minder snel dan eerder voorspeld. Duitsland gaat nieuwe gascentrales bouwen, als achtervang voor windparken en zonnepanelen. Want als het niet waait en de zon niet schijnt, dan is er flexibel vermogen nodig om elektriciteit op te wekken. En in Nederland is Tata Steel bezig om van steenkool naar aardgas te switchen om met CO2-afvang hun uitstoot te verminderen. Aardgas vervult de rol van transitiebrandstof die we minstens tot 2040 nodig zullen hebben, en mogelijk nog langer.
Dat is natuurlijk niet wat mensen graag willen horen, maar het is wel het eerlijke verhaal. Bedenk dat aardgas duurzame groei mogelijk maakt. Want nu het grillige aanbod van duurzame stroom enorm stijgt, zorgt gas dat het aanbod stabiel blijft. Waar elektriciteit uit wind en zon het laten afweten, springt gas bij. Zo wordt voorkomen dat windmolens stil hoeven te staan en gebruikers verzekerd blijven van een stabiel aanbod van energie.’
Het idee was om van aardgas naar groene waterstof over te schakelen. Maar het enthousiasme over waterstof is een stuk minder geworden…
‘Vijf jaar geleden dacht iedereen dat groene waterstof de silver bullet van de energietransitie was. Het was himmelhoch waterstof. Dat blijkt allemaal veel te optimistisch. Nu zeggen mensen dat het helemaal niks meer wordt met waterstof. Dat slaat ook door. Waterstof zal zeker een rol spelen in onze energietoekomst, daar zijn deskundigen van overtuigd. We moeten het verhaal rond waterstof herijken.’
Voor welke toepassingen is waterstof geschikt in een duurzame energievoorziening?
‘Waterstof is nodig voor raffinage, chemie en de basisindustrie. In de mobiliteit zal de rol van waterstof niet groot zijn, maar in de lucht- en scheepvaart zie ik een grote rol voor brandstoffen gebaseerd op waterstof. En zoals gezegd voorzie ik een grote rol voor waterstof als opslagmedium. Dat is essentieel als het gaat om energiezekerheid.’
Waarom komt groene waterstof dan zo moeizaam van de grond?
‘Oorspronkelijk dachten experts dat alles geënt zou worden op groene waterstof. Door overtollige wind- en zonne-energie via elektrolyse om te zetten in waterstof, zouden we productiepieken van steeds grotere windparken kunnen omzetten in moleculen voor de industrie en voor de opwekking van elektriciteit als het windstil zou zijn.
Groene waterstof blijft de stip op de horizon, maar het kost nog tijd om het op grote schaal betaalbaar te maken. Om nu toch al stappen te zetten, speelt blauwe waterstof een sleutelrol. Dat is waterstof uit aardgas, waarbij de CO2 die daarbij vrijkomt, wordt afgevangen en opgeslagen. Blauwe waterstof maakt het mogelijk om emissies fors te verlagen en tegelijkertijd onze industrie en economie draaiende te houden. Zo bouwen we stap voor stap aan een infrastructuur die straks kan overschakelen naar volledig groene waterstof.’
Voor welke toepassingen ziet u mogelijkheden voor blauwe waterstof?
‘Dan denk ik aan plekken waar 24/7 energie nodig is, zoals in de industrie of bij datacenters. Afgelopen zomer is er een scenariostudie gedaan. De vraag naar elektriciteit van datacenters gaat de komende jaren met 70 tot 90 procent groeien. Kunstmatige intelligentie, AI, waar we inmiddels allemaal gebruik van maken, vraagt steeds meer rekenkracht. En rekenkracht heeft energie nodig. Die groeiende energiebehoefte kan het stroomnet nu niet leveren. Dan moet je dus kijken naar hybride systemen. Zolang netcongestie ons parten speelt, kunnen we met brandstofcellen op basis van waterstof de benodigde elektriciteit leveren voor onder meer datacenters.
Het grote voordeel is dat we met waterstof voortbouwen op kennis en infrastructuur die we al hebben. Net als aardgas is waterstof een gas. Gasunie heeft in Nederland en Duitsland 17.000 kilometer aan pijpleidingen liggen, die we deels kunnen hergebruiken. Als we de industrie willen behouden en we de kansen voor Nederland als energiehub ook in de toekomst willen verzilveren, dan is het verder bouwen aan een geïntegreerd en hybride energiesysteem noodzakelijk.’
De politiek heeft in de transitie geen moeite met vaststellen waar we vanaf moeten: steenkool, aardgas, biomassa. Maar wat ervoor in de plaats moet komen, dat is ingewikkelder. Herkenbaar?
‘Daar hebben we in de praktijk inderdaad wel mee te maken. In de Europese Renewable Energy Directive worden wel heel erg veel eisen gesteld aan de productie van waterstof voordat je het groen mag noemen. Laten we voorkomen dat we hierdoor kansen laten liggen. Laat me een voorbeeld noemen. Als een windmolen niet draait omdat er geen elektriciteitsvraag is, of omdat er netcongestie is, dan mag je de elektriciteit van die molen niet gebruiken om groene waterstof van te maken.
Brussel probeert de markt – voordat die überhaupt tot stand is gekomen – tot in de perfectie te regelen. Terwijl we daar veel pragmatischer in zouden moeten zijn. Laten we nu eerst de markt tot ontwikkeling komen, en dan verder reguleren. De huidige overregulering weerhoudt de markt van investeringen in groene waterstofprojecten. De regelgeving moet hoognodig versimpeld worden. Europa maakt het zichzelf veel te moeilijk.
Ook voor Nederland zijn de consequenties groot. Want met de Noordzee hebben we kans om met wind op zee de powerhouse van Nederland te ontwikkelen. De ambities waren hoog. Inmiddels mislukken aanbestedingen voor nieuwe windparken op zee. Ambities worden teruggeschroefd. Door netcongestie kan de stroom niet worden afgevoerd en er is te weinig directe elektriciteitsvraag vanuit de industrie. Als je naast wind op zee waterstofproductie neerzet, dan creëer je nieuwe mogelijkheden. Dan produceer je moleculen voor de chemie en de industrie. En de windmolens maken meer rendabele draaiuren. Als we zo’n tweede snelweg ontwikkelen, dan benutten we het potentieel van de Noordzee optimaal.’
De kabinetsformatie is begonnen. Wat staat er op uw wensenlijstje, zodat uw visie van de grond komt?
‘Om te beginnen moeten de randvoorwaarden op orde worden gebracht. Dat is het bekende rijtje. De stikstofproblematiek moet worden opgelost, net als netcongestie. Vergunningsprocedures moeten simpeler en sneller. Er wordt te veel in silo’s gedacht, terwijl we juist naar een geïntegreerd energiesysteem toe gaan.
In zijn rapport over concurrentiekracht schrijft Mario Draghi terecht dat we energie te lang hebben gezien als een sector, terwijl het een enabler is voor de hele economie en de samenleving. Dat begint met infrastructuur, voor zowel elektriciteit, waterstof als CO2. Zonder energievoorziening komt alles tot stilstand. De verduurzaming daarvan is essentieel, ook voor de economische weerbaarheid en de geopolitieke onafhankelijkheid.
Gelukkig zitten er mensen aan de formatietafel die het systeem kennen en de problematiek begrijpen. De urgentie is hoog. Er is echt wat aan de hand in Nederland. Fabrieken sluiten hun deuren omdat ze verlies draaien en geen perspectief zien. Ze haken af vanwege het ontbreken van een goed vestigingsklimaat en het ontbreken van energie-infrastructuur. Ik hoop echt dat het belang van de industrie onderkend wordt. Er is moed nodig om het tij te keren. De politiek kan het niet iedereen naar de zin maken. Er is stevig, maar vooral ook consistent beleid nodig.’
Wat als de (basis)industrie niet meekomt in de transitie? Diverse multinationals hebben fabriekssluitingen aangekondigd in de Rotterdamse haven en op Chemelot. In hoeverre staat daarmee de toekomstige vraag naar groene waterstof op het spel?
‘Als de industrie vertrekt, dan is dat vooral heel slecht nieuws voor Nederland. Het is slecht voor onze concurrentiepositie, voor onze werkgelegenheid en voor onze weerbaarheid. De producten die de industrie maakt, hebben we ook in de toekomst nodig, dus die zullen we dan moeten importeren. Dat maakt ons afhankelijk van andere landen.
Er wordt te makkelijk gezegd dat we wel zonder basisindustrie kunnen, en dat het niet erg is als er fabrieken sluiten. De bestaande industrie is ook een springplank voor vernieuwing. Het is heel moeilijk om vanuit het niets iets innovatiefs op te bouwen.
Ik ben bezorgder over de toekomst van de industrie in Nederland dan over de toekomst van waterstof of de toekomst van Gasunie. De scenario’s laten zien dat waterstof een noodzakelijke bouwsteen is voor een duurzame toekomst. Daarom gaan wij ook voortvarend door met de aanleg van de infrastructuur voor waterstof.
Waterstof is niet de enige pijler onder de activiteiten van Gasunie. Nederland en Duitsland blijven voorlopig nog aardgas gebruiken. Daarnaast bouwen we infrastructuur om CO2 naar gasvelden op de Noordzee te brengen. En we leggen een leiding aan om restwarmte van de industrie in de Rotterdamse haven naar huizen in Zuid-Holland te transporteren.’
U heeft het vaak over de integratie van elektronen en moleculen. Waarom fuseert Gasunie niet met stroomtransportbedrijf Tennet?
‘Die vraag krijg ik vaker. Maar elektriciteit en moleculen zijn echt verschillend. Bovendien moeten we allebei versnellen in de uitvoering. Als je gaat fuseren, dan is iedereen intern druk met de organisatorische integratie, terwijl er juist focus nodig is op de uitvoering van projecten.
Dat neemt niet weg dat Tennet en Gasunie veel moeten samenwerken. Ik wil graag samen kijken welke oplossingen voor welke regio het beste zijn. In de ene regio is elektrificeren handiger om te verduurzamen, in een andere regio is de inzet van duurzame gassen juist slim. Waar zetten we elektrolysers slim neer om netcongestie te vermijden?’
U geeft leiding aan een groot bedrijf in transitie. Hoe brengt u leiderschap in de praktijk?
‘Ik vergelijk leiderschap met zeilen: je hebt een helder doel nodig, maar onderweg naar dat doel moet je een paar keer overstag gaan. Koersvast zijn betekent niet dat je je aanpak niet kunt veranderen. Dat geldt voor Gasunie ook. Het doel – naast energiezekerheid – is het versnellen van de verduurzaming, door oplossingen aan te bieden voor de industrie en voor huishoudens. Op dit moment gaat de ontwikkeling van waterstof minder hard dan gedacht, maar zien we echt tractie bij transport en opslag van CO2.
Gasunie gaat ook intern door een grote verandering. Ons bedrijf was altijd een monopolist in aardgas, wat een gereguleerde markt is. De energietransitie is een grote shift. Daar bereiden wij ons als organisatie op voor. Spannend, maar ook uitdagend. Het is natuurlijk een moeilijke overgang, een cultuurverandering, maar ik voel ook heel veel positieve energie. Medewerkers van Gasunie willen bijdragen aan het energiesysteem van de toekomst. Het motiveert om te werken aan iets wat maatschappelijk van belang is.’
De energietransitie gaat vaak over de hobbels en de pijnpunten. Wat is de positieve kant? Welk perspectief biedt de energietransitie voor Nederland?
‘De energietransitie kan ons heel veel opleveren: innovatie, werkgelegenheid, een weerbare economie en strategische autonomie. Nederland heeft nog steeds een strategische positie in Noordwest-Europa. We hebben alle kaarten in handen voor een duurzame toekomst: de infrastructuur, de havens, het achterland. De energietransitie is geen kostenpost, het is een kans voor economische vernieuwing.’
In Horizon-interviewserie verscheen eerder:
- Michael Jongeneel (bestuursvoorzitter FMO): ‘Als je klimaatrisico’s gaat ontkennen, schiet je jezelf financieel in de voet’
- Dyonne Rietveld (Uniper Benelux): ‘Je ziet nu langzaam de acceptatie indalen dat we de klimaatdoelen niet gaan halen’
- Marije Hulshof (CEO Royal HaskoningDHV): ‘We willen en kunnen meer doen, dus waarom niet?’
- ACM-topman Martijn Snoep: ‘We staan echt niet met een knuppel te wachten tot iemand de klimaatregels overtreedt’
- Manon van Beek (TenneT): ‘De Noordzee kan de nieuwe energiecentrale van Europa worden’
- Ultieme test voor Avantium: groen én winstgevend worden




