Hannah van der Korput
17 april 2025, 13:00

Marije Hulshof (CEO Royal HaskoningDHV): ‘We willen en kunnen meer doen, dus waarom niet?’

Ingenieursbureau Royal HaskoningDHV tuigt een klimaatfonds op waar jaarlijks 12,5 procent van de nettowinst naartoe gaat. In de interviewserie Horizon vertelt CEO Marije Hulshof over het nieuwe fonds. Die hoeft niet te leiden tot commerciële deals, zegt ze. “Wat mij betreft mag het allemaal best wat fundamenteler.”

Thumbnail Change Inc Horizon Marije Hulshof CEO Marije Hulshof: “We willen als bedrijf een positief verschil maken, maar kunnen het nauwelijks bijbenen”

Royal HaskoningDHV wordt binnenkort omgedoopt naar Haskoning. De naamsverandering is maar een voorbeeld van alle ontwikkelingen die het bedrijf in het 144-jarig bestaan doormaakt. Het Nederlandse ingenieursbureau is uitgegroeid tot een wereldspeler met projecten in meer dan honderd landen. Nu de gevolgen van een opwarmende aarde steeds duidelijker worden, vormt klimaatbestendigheid een steeds groter deel van het portfolio.

Met welk idee is dit nieuwe fonds in het leven geroepen?

“Inmiddels heeft het fonds een naam: Haskoning Innovation & Education Fund. Waarom we het doen? Omdat we het kunnen. We zijn een steward-owned bedrijf. De aandelen zijn in handen van een stichting en van onze eigen medewerkers. Dat maakt ons onafhankelijk. We kunnen onze eigen koers bepalen.

Daarnaast willen we een bedrijf zijn met maatschappelijke impact op een positieve manier. We zitten nu in een situatie waarin het bedrijf er financieel goed voor staat. We hebben goede jaren achter de rug. Dat bracht bij ons de discussie op gang. We willen en kunnen meer doen, dus waarom niet?”

“Er gaan nu twee dingen veranderen”, vervolgt Hulshof. “De winstdeling voor onze medewerkers gaat omhoog. Ons bureau draait echt op mensen. We hebben geen machines of materieel, enkel slimme mensen die hard werken. Die willen we belonen en daarom gaat de winstdeling van het resultaat van 33 naar 40 procent. En dan is er dus die 12,5 procent van de nettowinst die we in het fonds gaan storten.”

Dat zijn forse percentages. Op basis van de nettowinst over vorig jaar (41 miljoen euro) zou er vijf miljoen euro in het fonds terechtkomen.

“Klopt, maar we kunnen het goed verantwoorden. Bovendien is het bedrag afhankelijk van de bedrijfsresultaten en de winst. Dat is een bewuste keuze. Gaat het een jaar wat minder, gaat er ook minder geld naar het fonds. Maar natuurlijk hopen we jaarlijks op een substantieel bedrag voor onderzoek, innovatie en educatie.”

Het fonds heeft een specifieke focus: klimaatbestendigheid en watertechnologie. Waarom staan juist deze thema’s centraal?

“Voor ons zijn dat heel belangrijke gebieden. Het zijn markten waarin we leidend, innovatief en vooruitstrevend zijn. Afgelopen jaar wonnen we De Vernufteling, een jaarlijkse prijs onder ingenieurs, met Aurea. Dat is onze technologie om medicijnresten uit water te verwijderen.

Daarnaast ontwikkelen we innovatieve waterzuiveringssystemen die wereldwijd worden gebruikt. Op het thema water zijn we beroemd en befaamd. Hetzelfde geldt voor klimaatverandering. We houden ons bezig met de ontwikkeling van natuurvriendelijke zonneparken, de toekomst van de luchtvaart en het verminderen van hittestress in steden. Met het fonds willen we onderzoek en innovatie op die twee thema’s, dus watertechnologie en klimaatbestendigheid, stimuleren.”

Royal HaskoningDHV heeft ook een interne afdeling voor onderzoek en ontwikkeling. Het fonds staat daar los van. Waarom?

“Omdat het niet meteen hoeft te leiden tot commerciële deals. Wat mij betreft, mag het allemaal best wat fundamenteler. Dat neemt niet weg dat we grote voordelen zien. Als eerste is het belangrijk dat zulke onderzoeken plaatsvinden. We vinden het belangrijk om op dat onderzoeksdomein een bijdrage te leveren, zeker nu universiteiten behoorlijk onder druk staan door de aankomende bezuinigingen. Als bedrijf willen we wetenschappelijk talent aantrekken. Dan helpt het om aan ambitieuze, toekomstige ingenieurs te laten zien dat we meedenken en acteren. En uiteraard is het fijn dat als er interessante innovaties worden ontwikkeld, we vooraan staan.”

Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie, en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. CEO’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.

Klimaatadaptatie beslaat een steeds groter deel van jullie portfolio. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

“Dat kan over alles gaan wat te maken heeft met te veel en te weinig water. Denk aan het ontwerpen van dijken, dammen, kusten en andere infrastructuur. We houden ons ook bezig met datagerichte systemen om bijvoorbeeld extreme buien vroeg te voorspellen. Ons portfolio is breed: we helpen Heineken met het terugdringen van de CO2-uitstoot in bierbrouwerijen, we beperken overstromingsgevaar in Singapore en op de A44 in Nederland bouwen we een brug en viaducten met gebruikt materiaal.

We werken in diverse domeinen zoals energie, industrie, infrastructuur en gebouwen. Ik zie dat verduurzaming en klimaatverandering dominant zijn geworden in ons werk. Dat is niet van de een op andere dag gegaan, maar inmiddels speelt het een rol in elk groot project. Dat is zowel een kans als een uitdaging. In Nederland is meer dan genoeg te doen, maar we worstelen met hoge energieprijzen, netcongestie, stikstof en de natuur die achteruitgaat. We willen als bedrijf een positief verschil maken, maar kunnen het nauwelijks bijbenen. We hebben een tekort aan mensen en wereldwijd 650 vacatures uitstaan. Ik denk dat dat een grote bedreiging is voor veel transities. Hebben we de mensen en de kennis om het te doen?”

Hoe trek je die goede mensen dan toch aan?

“Als je getalenteerd bent en je hebt hart voor duurzaamheid, dan zit je bij ons goed. Dat is wat we willen uitstralen en waar we naar handelen. Het fonds is daar een voorbeeld van. Binnenkort openen we een nieuw kantoor in Delft, in een prachtig voormalig gebouw van de Mijnbouwfaculteit dat volledig is gerenoveerd tot een Paris-proof kantoor. We laten zien dat we het belangrijk vinden om een rijksmonument een tweede leven te geven als inspirerende, duurzame werkomgeving. De locatie op de TU Delft Campus is ook gekozen vanwege het ecosysteem en de potentiële werknemers.”

Wat gebeurt er intern om de emissies te verminderen?

“We willen onze eigen operaties verduurzamen. Daar hebben we ambitieuze doelen voor gesteld, zoals het CO2-vrij maken van onze kantoren en het elektrificeren van onze leasevloot. Maar de echte impact zit bij onze klanten. We werken voor de zware industrie, de chemie, Rijkswaterstaat en internationaal voor grote partijen en bedrijven. Onze echte bijdrage zit in het verduurzamen van hun operaties. Om die bijdrage te vergroten, hebben we vijf terreinen gedefinieerd waar we positieve impact kunnen maken. Dat zijn klimaatverandering, biodiversiteit, circulariteit, maatschappelijke waarde en veiligheid. Op die vijf vlakken plotten we alle projecten. Dat gebeurt in een purpose matrix die we zelf hebben ontworpen.

Vanuit die score starten we het gesprek, intern en met klanten. Kunnen we meer doen? En zo ja, wat dan? Bij een slechte score is het de vraag of we een opdracht überhaupt aannemen. Ik ben erg blij mee met die matrix. Voor onze 6.500 medewerkers is het een tastbaar model dat duidelijkheid en richting geeft.”

Het komt dus voor dat jullie opdrachten afslaan?

“Dat kan zo zijn. Soms concluderen we dat een opdracht niet past bij de duurzaamheidsambities die we nastreven. Natuurlijk proberen we in de projecten die we doen partijen mee te krijgen. Als een industrieel bedrijf een fabriek wil bouwen, is de businesscase belangrijk. Door slim te ontwerpen en goed over een gebouw na te denken, gaat zo’n gebouw bijvoorbeeld minder en hernieuwbare energie gebruiken. Met innovaties zijn klanten blij, want het is vaak duurzamer.

Bij ieder project is het belangrijk om de context mee te nemen. Een kolencentrale in Nederland zou je niet meer doen. Maar in Zuid-Afrika, waar mensen zonder betrouwbare stroomvoorziening zitten en voor hun levensbehoefte afhankelijk zijn van elektriciteit, weeg je dat anders. De vraag is steeds: willen we in een specifiek geval voor een bepaalde klant, een bepaald project op een bepaalde plek uitvoeren? In sommige gevallen is het antwoord nee.”

Accelereer jouw duurzame transitie

Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.

Claim je ticket

Meer Horizon-interviews:

Kabinet doof voor noodkreten en alarmbellen: leningen gaan plastic recyclingbedrijven niet redden

Na het faillissement van Umincorp januari vorig jaar, gingen nog eens tien plastic recyclingbedrijven failliet en zitten er drie in zwaar weer. De oorzaak: goedkoop nieuw plastic uit China en de VS maakt recyclaat te duur, waardoor die bedrijven de concurrentie niet aankunnen. Wat ook meespeelt zijn de hogere energieprijzen in Nederland. Volgens de Vereniging Afvalbedrijven heeft Nederland al een derde van zijn recyclingcapaciteit verloren en dreigen nog meer faillissementen. Uit een rapport van Rebel blijkt dat de verwerkingscapaciteit in de chemische recycling van plastic – de andere methode naast mechanische – in 2024 is gedaald van 11,7 naar 0,6 kiloton per jaar. Motie Koekoek Eind december leek redding nabij toen de Tweede Kamer een motie aannam van Volt-kamerlid Marieke Koekkoek. Daarin wordt het kabinet verzocht een overbruggingsfinanciering in te stellen om noodlijdende plastic recyclingbedrijven te ondersteunen tot in 2027 de bijmengverplichting ingaat. Die heet officieel de Nationale Circulaire Plastics Norm. Producenten zijn dan verplicht een bepaald percentage recyclaat en biobased plastic (gemaakt uit plantaardige grondstoffen) in hun plastic te verwerken. Daarin loopt Nederland al vooruit op de invoering van die verplichting in de hele EU in 2030. Volgens berekeningen van de Vereniging Afvalbedrijven zou de sector tot 2027 met 100 miljoen euro gered kunnen worden. Kamerbrief Onlangs antwoordden staatssecretaris Chris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu) en minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) in een brief aan de kamer op die motie. Daarin stellen de bewindslieden dat Nederland qua recycling koploper is in Europa en dat deze sector belangrijk is voor de beoogde circulaire economie en het behalen van de klimaatdoelen in 2050. “Het is daarom belangrijk dat er meer gebruik gemaakt gaat worden van circulair plastic en daarvoor is de plasticrecyclingsector essentieel”, schrijven de twee. Geen snelle oplossingen Ze stellen vast dat grote merken en bedrijven hier liever goedkoop nieuw plastic uit China en de VS inkopen voor hun verpakkingen en producten dan het duurdere recyclaat uit de EU. Na gesprekken met plasticrecyclers, collega’s uit andere EU-lidstaten en de Europese Commissie concluderen ze dat de situatie zorgelijk is, dat de marktomstandigheden op de korte termijn niet verbeteren en dat er meer bedrijven failliet zullen gaan. Voor de middellange termijn zetten Nederland en de EU in op structurele maatregelen zoals de bijmengverplichting of bescherming tegen oneerlijke concurrentie uit andere landen. “Er bestaan echter helaas geen snelle oplossingen”, schrijven Hermans en Jansen. Na Umincorp zijn het afgelopen jaar nog elf plastic recyclingbedrijven failliet gegaanLening Volgens hen is het subsidiëren van noodlijdende bedrijven niet toegestaan, want dat is staatssteun. Dat is dan ook niet aan de orde. Jansen herhaalde dat woensdag nog eens tijdens een Kamerdebat. “Bovendien zou het subsidiëren van een noodlijdende sector honderden miljoenen kunnen kosten”, antwoordde hij op vragen tijdens het debat. Naar aanleiding van de motie Koekkoek kijkt het ministerie van Klimaat en Groene Groei samen met de RVO wel naar een lening voor noodlijdende bedrijven. Alleen levensvatbare bedrijven komen hiervoor in aanmerking. Het kabinet schat dat de komende jaren hierdoor vijf tot tien bedrijven geholpen kunnen worden. Geen oplossing Dat is precies de oplossing waar CEO Marcel Alberts van plastic recyclingbedrijf Healix uit Maastricht begin dit jaar voor waarschuwde. “Veel bedrijven zijn al tot hun nek volgehangen met schulden. Als er een krediet wordt verleend die bedrijven met rente moeten terugbetalen, wordt die molensteen steeds zwaarder. De enige mogelijke steunmaatregel is daarom een subsidie die ze niet terug hoeven te betalen”, stelde hij toen. “Toen ik die kamerbrief las dacht ik: dat meen je niet. Dit is geen oplossing. Het is alsof je een brand wilt blussen met een glas water”, reageert hij nu. Hij legt dat uit in een open brief aan minister en staatssecretaris. “Als er nu niets gebeurt, verdwijnt de kopgroep van de circulaire economie. Dan gaan niet alleen bedrijven failliet, maar ook de geloofwaardigheid van het Nederlandse circulaire beleid. Dit is geen marktschommeling, dit is marktfalen. Daarom een dringend advies: geef deze sector ademruimte. Niet over een jaar. Nu”, schrijf hij.Accelereer jouw duurzame transitie Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.Bekijk programmaCEO Marcel Alberts van Healix: lening is geen reddingsboei, maar een molensteenHopen op een wonder Alberts pleit voor een overbruggingsfonds, een importheffing op niet-EU recyclaat, een eerlijke CO2-prijs voor nieuw plastic en geen uitstel voor de bijmengverplichting. Healix legde in december noodgedwongen zijn productie stil en hoopte dit kwartaal weer genoeg orders te krijgen om op te starten. Dat is niet gelukt. “We gaan tussen mei en augustus wel opstarten om orders van klanten te verwerken, maar daarna gaan we weer dicht en is het de vraag of we in september weer door kunnen. We kopen nu tijd en hopen op een wonder”, zegt hij. Problemen groter Ook de Vereniging Afvalbedrijven ziet de lening niet als een oplossing. “We zijn blij met elke hulp om de problemen op te lossen, maar hierdoor krijgen bedrijven alleen maar meer schulden”, zegt woordvoerder Jeroen Stein. De bedrijven die nu failliet gaan zijn volgens hem innovatieve, vernieuwende start-ups die flink gefinancierd zijn. Niet de grote recyclingbedrijven zoals Renewi, PreZero of Attero. “Die lijden ook verlies, maar die hebben ook andere activiteiten, dus redden ze het wel”, zegt hij. Net als Alberts ziet hij de problemen alleen maar groter worden als China door de importheffingen van de VS nog meer goedkoop plastic en recyclaat op de Europese markt gaat dumpen. Noodkreten De branchevereniging waarschuwde bij de publicatie van haar jaarbericht al dat de circulaire economie onder druk staat en de recyclingsector in zwaar weer verkeert. “Overheidsingrijpen is noodzakelijk om de plasticketen in Nederland te garanderen”, zegt voorzitter Bart van de Leemput van de Vereniging Afvalbedrijven. Eind maart sloegen ook tien grote bedrijven samen met MVO Nederland alarm over de impasse waarin de circulaire economie verkeert.Voorzitter Bart van de Leemput van de Vereniging Afvalbedrijven sloeg begin april alarmNieuwe motie Indiener Marieke Koekkoek van de motie ziet leningen niet als een oplossing voor noodlijdende recyclingbedrijven. “Het is de simpele route, maar je moet je afvragen of je hier de industrie mee behoudt. Ik denk eerder aan een stimuleringsregeling, dus toch een subsidie”, zegt ze. Voor de kwalificatie staatssteun is ze niet bang. “Dat wordt te makkelijk geroepen in debatten. Als je in Brussel voor stikstof een uitzondering vraagt, moet dat hier ook voor kunnen. Als het nodig is, dien ik hier een nieuwe motie over in. Dat voelt wel eens als vechten tegen de bierkaai, maar het blijft nodig om er druk op te zetten.” Biobased ook in gevaar Behalve de plastic recyclingbedrijven slaan nu ook de bedrijven die biobased plastic produceren alarm. Start-ups die plastic maken uit plantaardige grondstoffen in plaats van olie, zoals Avantium of Paques Biomaterials - zogeheten gamechangers - kampen met hetzelfde probleem en kunnen niet concurreren met goedkoop nieuw plastic uit China en de VS. Het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) en acht Nederlandse provincies boden de Tweede Kamer hierover begin april een petitie aan met de oproep zo snel mogelijk een bijmengverplichting in te voeren. “Gamechangers uit de recycling- en bio-grondstoffenbranche ervaren dat financiers op een cruciaal moment uitstappen of wegblijven, omdat er geen consistent en betrouwbaar overheidsbeleid is gericht op de marktvraag naar duurzame producten”, zegt directeur Arnold Stokking van GCNE. “Vlot doorgaan met een goede, nationale, circulaire plastics norm is cruciaal voor het stimuleren van voldoende afzetmarkt voor bedrijven”. Directeur Joost Paques van Paques Biomaterials: “Als je nu niet begint met een goede, nationale, circulaire plastics norm, dan zijn wij circulaire plasticbedrijven bij invoering van de Europese norm in 2030 al lang weg.”Kom 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hier Claim je ticketLees ook: Nederland dreigt plastic recyclers te verliezen, maar motie Koekkoek biedt hoopKabinet wil noodlijdende plastic recyclingbedrijven helpen, maar gaat het ook subsidie geven?Groene chemie bloeit op, maar hoe redt Nederland zijn recyclingbedrijven?Deze alles etende fabriek gaat 4.000 ton plastic afval per jaar recyclen en verwerken, zonder concurrentie uit China