Teun Schröder
08 mei 2025, 11:30

Michael Jongeneel (bestuursvoorzitter FMO): 'Als je klimaatrisico’s gaat ontkennen, schiet je jezelf financieel in de voet'

Ondanks alle geopolitieke onrust, afbrokkelende steun voor ontwikkelingshulp en een energietransitie die soms lijkt te stagneren, boekte de Haagse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) afgelopen jaar een recordresultaat. Voor bestuursvoorzitter Michael Jongeneel is het opnieuw de bevestiging dat duurzame investeringen niet ten koste hoeven te gaan van financieel resultaat: “Door alle onzekerheid komt er vermoedelijk meer vraag naar de diensten die wij leveren.”

Michael Jongeneel FMO Michael Jongeneel (FMO): "Een hardcore bankier zal zeggen, ‘jullie maken te weinig winst’. Maar dat is niet het volledige plaatje."

FMO boekte met 297 miljoen winst (65 miljoen in 2023), en een portfoliowaarde aan projecten van 15,5 miljard (13,2 miljard in 2023) mooie resultaten in 2024. Wat zeggen deze cijfers volgens jou?

“Het zijn goede resultaten. Maar ik zeg er wel altijd gelijk bij: ruim 100 miljoen van onze winst komt door de koersstijging van de dollar. Omdat wij veel in dollars investeren en in euro’s rapporteren levert dat winst op. Je ziet nu dat de dollar aan het dalen is. Dus dat deel van de winst kan ook zomaar verdampen.

Dan hebben we nog wat we reguliere winsten noemen: winst uit rente op leningen, dividenduitkeringen en fees, minus de operationele kosten. Dat is een solide 100 miljoen. De cijfers laten in ieder geval zien dat er behoefte is aan de diensten die we leveren. En dat je daarmee dus een degelijke winst kunt maken. Het zijn geen double digits wat betreft return on equity, maar dat hoeft niet. We zijn een zelfstandige organisatie die niet leunt op jaarlijkse donaties van de overheid. En we kunnen groeien op de winst die we maken. Daarbij nemen we meer risico dan anderen, dat hoort bij ons mandaat. Dat is niet altijd makkelijk, en soms raak je daarbij geld kwijt, zoals in bijvoorbeeld Oekraïne en Myanmar is gebeurd. Hoewel we steeds beter worden in het inschatten van risico’s, staat dat niet garant voor 100 procent succes. De kans dat we de financiële resultaten van 2024 dit jaar gaan evenaren is klein – en dat is oké.”

Jullie hebben meer focus aangebracht in de projecten waarin jullie investeren. Zo kiezen jullie nu gericht op de agrarische sector, de financiële sector en hernieuwbare energie. Hoe kies je binnen deze domeinen waar je je geld in stopt?

“Veel projecten komen binnen via ons netwerk. We zijn al meer dan 50 jaar actief en de grootste bilaterale Europese ontwikkelingsbank. Mensen weten ons te vinden omdat we een sterk merk hebben opgebouwd. Omdat we ons op een paar sectoren richten – en bewust andere sectoren, zoals gezondheidszorg, vermijden – weten mensen ook beter waarvoor ze bij ons moeten zijn. Tijdens de strategiebepaling na COVID wilden veel partijen dat we de gezondheidszorg in zouden gaan, maar wij zeiden: laat anderen dat doen. Andersom krijgen wij bijvoorbeeld agrarische projecten aangereikt door Europese collega’s die dat weer spannend vinden.”

FMO is een ontwikkelingsbank die in 1970 is opgericht door de Nederlandse overheid. De staat heeft een aandeel van 51 procent in de bank, maar staat wel op afstand. FMO richt zich op het stimuleren van economische groei in ontwikkelingslanden door het financieren van lokale ondernemers. De overheid biedt een staatsgarantie, waardoor FMO tegen relatief lagere kosten geld kan aantrekken op de kapitaalmarkt.

Welke projecten van de afgelopen jaren spreken in jouw ogen tot de verbeelding?

“In Senegal hebben we bijvoorbeeld een grote batterijopslag gefinancierd, de eerste van die omvang in West-Afrika. En in de agrarische sector hebben we een gezamenlijke investering opgezet voor ETG, een grote agri-speler. Daarbij hebben we een duidelijke link met duurzaamheid gelegd. Als ETG 1 miljoen boeren bereikt met hun business wordt de rente op de lening lager. En in 2023 zijn we voor het eerste de Ethiopische markt opgegaan. Dat land heeft zijn bankensector recent opengesteld voor buitenlandse investeerders. Samen met de Engelsen zijn we de eersten die instappen. Dat past heel erg bij ons beleid: markten openbreken en verder ontwikkelingen met klanten die zich inzetten op ESG-gebied.”

Hoe meten jullie of de projecten waarin jullie investeren ook daadwerkelijk een positieve impact maken op zaken als armoedebestrijding, gelijkheid en klimaat?

“Via due diligence op zowel financiële als ESG-aspecten. Samen met de klant maken we bijvoorbeeld een environmental & social action plan en een corporate governance action plan. Daarin staat concreet wat wanneer bereikt moet worden en dat meten we via een x-aantal indicatoren. Op die manier volgen wij de voortgang. Soms leidt dat ertoe dat we afscheid moeten nemen van klanten die onvoldoende voortgang boeken.”

Is dat wel eens gebeurd?

“Niet zo vaak, maar het gebeurt wel. Het zijn niet tientallen klanten per jaar, want dat zou betekenen dat wij onze beïnvloeding niet op orde hebben. In principe lukt het om partijen mee te nemen in onze voorwaarden. Maar dat is niet eenvoudig. Onze klanten hebben vaak concurrerende offertes op tafel liggen, bijvoorbeeld uit het Midden-Oosten of Azië. Die kunnen goedkopere leningen bieden en stellen bovendien geen of weinig aanvullende eisen. Dan helpt het dat klanten zien dat wij hen echt verder helpen. We zijn niet puur transactioneel.”

Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie, en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. CEO’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.

Eerder verschenen:

In NRC stelde je onlangs dat investeren in ontwikkelingslanden zakelijk gezien nu ook de juiste investeringen zijn. Waarom vind je het belangrijk om dit te benadrukken?

“Mensen redeneren vaak vanuit het principe: what’s in it for me? Er heerst nog steeds het beeld dat we met donaties aaibare projecten financieren. Maar er is gewoon een businesscase. Het heeft zakelijk gezien zin wat we doen. Neem het project waarbij we investeren in klimaatbestendige koffieplantages. De prijzen voor koffie liggen hoog, en dat merkt de consument. Wij investeren in deze projecten omdat we ervoor willen zorgen dat koffie in de toekomst beschikbaar en betaalbaar blijft, ook al is deze investering niet superwinstgevend.

Een hardcore bankier zal zeggen, ‘jullie maken te weinig winst’. Maar dat is niet het volledige plaatje. We kijken naar total return, inclusief impact. Dat is een trade-off die iedereen voor zichzelf moet maken.”

Kom je dan ook wel eens in de knel tussen financiële winst en duurzaamheid? Hoeveel mag het financieel gewin lijden onder de beoogde duurzame resultaten?

“Die afweging gaat vaker over risico’s. En die risico’s kunnen zich natuurlijk vertalen naar financiële zaken. Dus als je ons vraagt: ga je nu financieren in Sudan? Dan bloedt mijn hart met het antwoord “nee”. De kans dat het ter plekke misgaat, is gewoon te groot en ik kan de veiligheid van onze mensen daar niet garanderen. Als je daar in een duurzaam bedrijf investeert en het gaat failliet, dan maak je bovendien geen impact. Ergens is het tragisch dat we het dan niet eens proberen, maar uiteindelijk moeten wij ook een gezond bedrijf runnen.”

In een land als Sudan lijken de risico’s overduidelijk. Maar hoe ga je om met de grijze gebieden van landen waar ‘wel eens’ corruptie en mensenrechtenschendingen voor komen?

“Dat zijn natuurlijk waar de langste debatten over gaan. We praten met ambassades, lokale partners en bestaande klanten. Toen de LGBTQ+ wetgeving in Oeganda werd aangescherpt, hebben we gesprekken gevoerd met de community. Je kunt daar geen standaardbeleid op loslaten. Het is maatwerk. We moeten goed proberen te snappen wat de lokale omstandigheden zijn. En ja, soms is het heel lastig. Maar dat is ons werk.”

Zijn er dan wel eens investeringen geweest waar FMO spijt van heeft gehad?

“Natuurlijk. Met de kennis van nu zouden we sommige investeringen niet hebben gedaan. Onze investering in C-Quest Capital bijvoorbeeld, de eigenaar nu wordt verdacht van grootschalige fraude met carbon credits door de FBI. Hij heeft heel veel mensen en investeerders om de tuin geleid, om het zacht uit te drukken. Tegelijkertijd kent onze invloed grenzen. Zouden we met de kennis van nu dat windpark in Oekraïne financieren? Waarschijnlijk niet. Maar je kunt je afvragen of we dat hadden kunnen weten. En ook als we gevallen van fraude tegenkomen, krabben we onszelf achter het oor of we dat hadden kunnen weten. We hebben een onafhankelijk panel van experts dat naar locaties kan gaan als we geluiden van mensenrechtenschendingen horen. Soms kom je dan dingen tegen die je in eerste instantie over het hoofd hebt gezien. Daar leer je van. En soms zijn die lessen pijnlijk.”

Momenteel lijkt het alsof welvarende landen hun handen aftrekken van ontwikkelingshulp en in de VS is er zelfs sprake van een anti-ESG-movement. Hoe kijk jij naar deze ontwikkeling?

“Of je nou wel of niet gelooft dat klimaatverandering door mensen wordt veroorzaakt; dat het klimaat verandert is een feit. Vraag het vooral onze klanten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Die merken het gewoon. Als je dan de risico’s hiervan gaat ontkennen, schiet je jezelf uiteindelijk financieel in de voet. Neem weer de koffieteelt: als koffieboeren hun planten niet tijdig weerbaar maken – en dat geldt ook voor cacao, thee en eigenlijk de hele agrisector – dan ben je als boer op een gegeven moment out of business. En dat raakt de hele keten: leveranciers, banken, iedereen. Het beperken van klimaatrisico’s heeft misschien wel de duidelijkste businesscase. Uiteindelijk denk ik dat dat ook gaat gebeuren met biodiversiteit. Over een aantal jaar gaan we de businesscase van biodiversiteit veel scherper zien dan nu.”

Tegelijkertijd wordt in Europa de verplichte duurzaamheidsrapportages als CSRD en CSSSD uitgesteld. In hoeverre raakt dit jullie bedrijfsvoering?

“Dit heeft beperkt direct invloed op ons. Wel proberen we continu onder de aandacht te brengen dat duurzaamheidsregels anders werken in verschillende markten. Wat hier mogelijk is, werkt in Myanmar niet. Duurzaamheidswetgeving is goed, maar dan moet het wel aansluiten op de volwassenheid van de markt. Landen die uiteindelijk afhaken op onze regelgeving, wijken uit naar niet-Europese financiers die geen vragen stellen. Dan ben je verder van huis.”

Eerder deze maand kreeg de FMO zelf ook kritiek via een ingezonden stuk in het FD van een mensenrechtenorganisatie Both ENDS. FMO zou te veel op economische groei focussen en daarbij lokale gemeenschappen over het hoofd zien. Hoe kijken jullie hiernaar?

“We verwelkomen kritische blikken op wat we doen. Het houdt ons scherp. In het opiniestuk worden zaken naar voren gehaald die niet nieuw voor ons zijn en wat eenzijdig belicht – we zijn ermee bezig. Die dialoog wordt gevoerd.”

Both ENDS riep ook op tot meer transparantie in jullie investeringen in financiële instellingen. De claim is dat jullie niet kunnen uitsluiten dat jullie via deze weg alsnog fossiele projecten financieren.

“Twee dingen daarover: ten eerste kun je op onze website al onze financieringen vinden. Daar zijn we transparant over.

Maar als wij bijvoorbeeld een bank in Zambia financieren, is het om meerdere redenen niet mogelijk om van die bank te vragen om al haar financieringen openbaar te maken. Soms is dat vanwege lokale wetgeving, soms vanwege commerciële overwegingen. Het is net zo goed onmogelijk om van een bank als Rabobank te vragen of ze al hun Nederlandse klanten online willen openbaren.”

Tegelijkertijd worden ook steeds meer grote banken ter verantwoording geroepen als het gaat om hun fossiele investeringen.

“Daarom staan ook al onze directe financieringen op de website. Dan zie je dat we geïnvesteerd hebben in de grootste bank van Zambia. De dialoog over waar zij vervolgens in investeren gaan we met hen aan. Net als onze andere investeringen wordt de bank beoordeeld en gemonitord op onze ESG-voorwaarden.”

Tot slot, het is duidelijk dat we in een onstuimige wereld zitten met veel politieke en economische onrust. Hoe zie jij de rol van FMO in deze wereld en in de toekomst?

“Het duale aan de huidige situatie in de wereld is dat het de roep om wat de FMO doet versterkt. Er zijn minder financiële middelen beschikbaar, dus biedt dat meer ruimte voor een bank zoals wij. Begrijp me niet verkeerd: als de economie instort, gaat iedereen dat voelen. Maar als je puur naar ons klantenportfolio kijkt – dat we natuurlijk hebben doorgelicht naar aanleiding van de tariefverhogingen van Amerika – dan zie je dat wij daar beperkt last van hebben. Als je bijvoorbeeld kijkt naar hernieuwbare energieprojecten in Afrika, wat gaat om lokale energieonafhankelijkheid, dan blijft dat relevant. Net als veel van onze agri-projecten die vooral lokaal impact maken. Door alle onzekerheid denk ik dat er alleen maar meer vraag komt naar de diensten die wij leveren. En die handschoen pakken we met verve op.”

Lees ook:

Equans-CEO Wieger Droogh: 'Zonder duurzame strategie verliest je bedrijf z'n waarde'

De techniek en slimme technologie van Equans blijven vaak een beetje achter de schermen. En de merknaam bestaat nog maar een paar jaar. Om die reden zal de naam Equans niet bij elke Nederlander een belletje doen rinkelen. Toch geldt het bedrijf als één van 's werelds grootste partijen voor duurzame totaaloplossingen waarbij techniek en slimme technologie de hoofdrol spelen. Dit gaat onder meer over duurzame energie, energiereductie, groene infrastructuur, netcongestie oplossingen, CO2-reductie en slimme energiemanagement-systemen. Maar noem Equans geen technisch dienstverlener meer, benadrukt de man die hier in Nederland sinds twee jaar de scepter zwaait. Onder leiding van Wieger Droogh is het bedrijf namelijk in transitie: van klassieke installateur naar strategisch partner die organisaties begeleidt bij hun duurzaamheids- en digitaliseringsvraagstukken. "We staan nu veel meer naast de klant. Niet alleen met techniek, maar met visie en advies." Bestaansrecht van de onderneming Die klant worstelt momenteel met tal van uitdagingen. Hoge gasprijzen, files op het stroomnet en een wetgever die hoge klimaateisen stelt, om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Voor bedrijven is de duurzaamheidsopgave dan ook urgenter dan ooit. Toch ziet Droogh dat het thema in veel organisaties nog altijd wordt bezien vanuit het doel om kosten te besparen en dus in de schoenen wordt geschoven van de operationele afdeling. "Dat is niet meer van deze tijd. Duurzaamheid is geen op zichzelf staand project. Het raakt allerlei facetten in je bedrijfsproces. Het gaat uiteindelijk zelfs over bestaansrecht. Als je vandaag niet goed nadenkt over verduurzamen, dan loop je morgen geheid tegen grenzen aan. Denk aan strengere wetgeving, hogere CO₂-heffingen of het simpelweg niet krijgen van een aansluiting op het stroomnet. Je moet nu acteren, zodat je straks nog een license to operate hebt." Schaken op meerdere borden Zijn oproep? Zie het verduurzamen van je bedrijfsvoering als strategisch vraagstuk voor in de boardroom. Nu wordt deze uitdaging vaak nog overschaduwd door andere thema’s. "Zeker in deze tijd van economische onzekerheid en geopolitieke instabiliteit schuiven bedrijven het onderwerp weer naar de achtergrond. Kostenreductie en risicobeheersing krijgen dan prioriteit. Dat is enerzijds ook wel begrijpelijk, maar toch blijft het kortzichtig. Juist duurzaamheid kan op lange termijn helpen om kosten te beheersen en risico’s te beperken." Volgens Droogh moeten bedrijven leren om 'te schaken op meerdere borden tegelijk'. Dus niet óf kosten óf duurzaamheid. Het is een kwestie van én-én.Het denken over duurzaamheid noemt hij vaak nog te eenzijdig. "Duurzaamheid gaat niet alleen over energie, het gaat ook over technologie en de vraag of je in staat bent om in de toekomst nog enthousiaste medewerkers te binden aan je organisatie", aldus Droogh. "We zien nu al dat veel jonge mensen het liefst voor organisaties met een groene missie werken." Equans transformeert zelf ook Practice what you preach. Zijn oproep voor meer strategisch denken wordt pas geloofwaardig als je het zelf ook doet. En dat gebeurt dan ook, benadrukt Droogh. Equans is volgens hem volop bezig met een strategische heroriëntatie. Of beter gezegd nog: een transformatie. "We waren een bedrijf dat van binnenuit dacht, vooral technisch en een tikkeltje conservatief. Maar dat past niet meer bij de wereld van nu", vertelt hij. Die verandering is inmiddels goed zichtbaar in de organisatie. "We hebben mensen aangenomen met andere profielen, die met klanten het gesprek aangaan op strategisch niveau." Het beste voorbeeld daarvan is ons onderdeel Carbon Shift. De specialisten in dat team helpen klanten van Equans met het in kaart krijgen van hun volledige energiehuishouding en toekomstige invulling daarvan. Volgens Droogh zijn zij expert in het duiden van de vraag achter de vraag. "Kunnen jullie deze installatie efficiënter maken?”, luidt dan in eerste instantie de opdracht. Maar als je gaat doorvragen, dan blijkt er een grotere uitdaging achter te zitten. Die gaat over energiezekerheid, CO₂-reductie, wetgeving en strategische keuzes die veel invloed hebben op de toekomst van het bedrijf. Klanten daarmee helpen, dát is nu vooral onze toegevoegde waarde." Grootste supermarktketen van Nederland Equans wil dan ook niet langer alleen als technische uitvoerder worden gezien. Het bedrijf profileert zich inmiddels als strategisch partner. "Bij de grootste supermarktketen van Nederland lukt dat al heel goed. We helpen hen met het verduurzamen van hun distributiecentra. We gaan hierbij zelfs zo ver, dat we op één van hun locaties de restwarmte van een bakkerij afvangen en die warmte hergebruiken. Dat is lokaal, slim en circulair”, aldus Droogh. "Zij zien ons echt als partij die meedenkt over hun toekomst. Als partner die hen door de complexe transitie heen helpt."Een kant-en-klare routekaart voor de reis bestaat volgens Droogh overigens niet. Elk bedrijf moet hierin dan ook zijn eigen pad vinden. "Maar wij kunnen gidsen, keuzes inzichtelijk maken, technische oplossingen aandragen én helpen bij de uitvoering. Die combinatie maakt ons bijzonder." Een ziekenhuis op duurzame energie Dit is overigens niet de enige showcase. Met de hulp van Equans draait het Isala ziekenhuis in Meppel nu bijvoorbeeld volledig op elektriciteit. Dit vereist niet alleen bijzondere techniek, maar ook geavanceerde software. In een ziekenhuis is immers geen ruimte voor onderbrekingen. Een ander voorbeeld is het nieuwe hoofdkantoor van DSM in Maastricht, waar oude en nieuwe bouw samensmelten tot één pand met de hoogste duurzaamheidsstandaarden. Netcongestie is daarbij wel een groeiend probleem, merkt ook Droogh op. Maar volgens hem is dit vooral een extra reden om duurzaamheid en digitalisering te combineren. "Zo hebben we in Flevoland een smart grid gerealiseerd waarin we de opwek van zon en wind koppelen aan een grote batterij. Zo kunnen we energie tijdelijk opslaan en op het juiste moment leveren. Op deze manier gaan we veel slimmer om met de bestaande netcapaciteit."De boodschap van Droogh is duidelijk: bedrijven die duurzaamheid niet serieus nemen, zadelen zichzelf op met een flink risico. Niet alleen voor het klimaat, maar voor de eigen toekomst. "Overheden worden strenger, energie wordt schaarser, klanten worden kritischer en jong talent kiest steeds vaker voor bedrijven die ergens voor staan. Als je daar geen antwoord op hebt, verlies je je relevantie." Lees ook:Industrie kan energiekosten flink drukken dankzij thermische warmteopslagJe huis als batterij gebruiken: geen dure thuisbatterij meer nodig Circulaire zonnepanelen uit Nederland: gaat Solarge het overleven?Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.