De groei van duurzame energie vertraagt. Voor nieuwe zonneweides is nauwelijks plaats op het overvolle stroomnet, en nieuwe windparken zijn door kostenstijgingen niet meer rendabel te bouwen. Onlangs schreven 21 partijen uit de windsector een brief naar minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei, waarin ze haar oproepen om investeringen in (met name) wind op zee weer aantrekkelijker te maken.
Manon van Beek, sinds 2018 ceo van de landelijke netbeheerder TenneT, steunt die oproep. ‘Absoluut. De urgentie is groot. Bedrijven hebben investeringszekerheid nodig’, zegt ze. Het gaat daarbij volgens Van Beek om méér dan geld alleen. ‘Het gaat over lange termijnvisie, over stabiel beleid, over heldere kaders.’
Visie, beleid en kaders. Kunt u dat toelichten?
‘Jazeker. We hebben een gigantische uitdaging, want de transitie is een enorme onderneming. Daar kun je moedeloos van worden, maar je kunt de gigantische kans die we hebben ook als visie en richtsnoer nemen. We kunnen van de Noordzee namelijk de nieuwe energiecentrale van Europa maken. Op de Noordzee is veel wind, wat in combinatie met de ondiepe bodem ideaal is voor offshore windparken. Er is plaats voor wel 300 gigawatt aan windenergie.’
‘We staan op een kruispunt. De vraag naar elektriciteit groeit snel, bijvoorbeeld door de verduurzaming van de mobiliteit en door de opkomst van kunstmatige intelligentie. Tegelijkertijd is strategische autonomie een must voor Europa, want de levering van energie wordt ingezet als geopolitiek drukmiddel. Met het oog op de energiezekerheid en de onafhankelijkheid van instabiele regio’s, is het daarom absoluut noodzakelijk dat de investeringen in wind op zee doorgaan.’
Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.
In deze serie verscheen eerder:
- Michael Jongeneel (bestuursvoorzitter FMO): ‘Als je klimaatrisico’s gaat ontkennen, schiet je jezelf financieel in de voet’
- Dyonne Rietveld (Uniper Benelux): ‘Je ziet nu langzaam de acceptatie indalen dat we de klimaatdoelen niet gaan halen’
- Marije Hulshof (CEO Royal HaskoningDHV): ‘We willen en kunnen meer doen, dus waarom niet?’
- ACM-topman Martijn Snoep: ‘We staan echt niet met een knuppel te wachten tot iemand de klimaatregels overtreedt’
Hoe ziet het energiesysteem van de toekomst eruit?
‘Het is een én/én-systeem. Elektronen én moleculen, groene stroom én groene waterstof. Er ontstaat een verweven netwerk, met hubs op de Noordzee en zogenoemde HVDC-kabels [hoog voltage kabels voor gelijkstroom, red.]. Denk aan LionLink tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Door verschillende tijdzones en energiemixen van landen kunnen we de pieken en dalen in elkaars energieproductie opvangen. Dat maakt het systeem robuuster én betaalbaarder. Op land zie ik ook meer gelijkstroomverbindingen komen. Systeemintegratie is de sleutel.’
‘Tennet heeft bewezen dat het met investeringen in offshore infrastructuur de grootschalige uitrol van wind op zee kan faciliteren. Die visie van de Noordzee als energiepowerhouse is technisch gewoon hartstikke haalbaar. De eerste fase hebben we nu afgerond. Daarbij hebben we netaansluitingen gerealiseerd van 700 megawatt, de zogenoemde ‘stopcontacten op zee’. Dat hebben we op tijd en binnen budget uitgevoerd. Komende jaren gaan we aan de slag met het 2 gigawatt-programma, de nieuwe standaard voor wind op zee. In 2032 wil Nederland 21 gigawatt aan offshore windparken hebben, dus die schaalvergroting is nodig.’
Maar dan moeten de bouwers ook aan de slag…
‘Klopt, en dat is een probleem, want we zien dat de transitie onder druk staat. Er is een teruglopende bereidheid om te investeren, er is vertraging in de besluitvorming en er is onzekerheid over de toekomstige vraag, met name vanuit de industrie. Het is belangrijk dat voor de bouwers van windparken de financiële risico’s te dragen zijn. De overheid kan die risico’s beperken, door prijsgaranties te bieden voor de stroom, en door weer subsidies te verstrekken, net zoals in het verleden.’
‘Het belangrijkste is nog steeds dat er als de sodemieter maatwerkafspraken met de industrie worden gemaakt over verduurzaming van productieprocessen. De industrie is goed voor de helft van het energieverbruik. Het is wat mij betreft wel wat subsidie waard om de industrie van fossiel naar groene stroom of groene waterstof over te laten stappen.’
U ziet de Noordzee als energiecentrale voor heel Europa. Landen aan de Noordzee, zoals Nederland en Denemarken, moeten nog flink investeren in wind op zee. Hoe gaat dat financieel werken?
‘We zullen afspraken moeten maken over het verdelen van de kosten en de baten. Samen met de andere netbeheerders hebben we een visie op papier gezet voor een geïntegreerd Europees energienetwerk op de Noordzee. Dat zogenoemde position paper wordt besproken tijdens de top van Europese regeringsleiders in december.’
Maar de energietransitie is daarmee niet meteen vlotgetrokken. Wat zijn de grootste knelpunten?
‘Naast financiële steun voor de bouwers van windparken is het goed om naar de hele keten te kijken. Er zijn platforms nodig, schepen om turbines te plaatsen, en natuurlijk de kabels om de stroom aan land te krijgen. Er moeten innovatiehubs komen om de bouw van steeds grotere windparken uit te voeren. We moeten silicon valleys voor offshore energie creëren. Dat kan in Europa 300.000 banen opleveren. Een knelpunt daarbij is dat we het vertrouwen van de windsector niet mogen verliezen. Je ziet de investeringsbereidheid afnemen en dat vreet ook aan het vertrouwen. Hoe we dat terugkrijgen? Door een heel robuust en zeker investeringskader te creëren.’
‘Dan zijn er nog de bekende knelpunten die vaak naar voren worden gebracht, zoals de tijdrovende procedures om een vergunning te krijgen. We zijn een land met een sterke democratische traditie, waarin inspraak een grote rol speelt. Daar ben ik trots op. Maar het feit dat een project bestaat uit tien jaar praten en twee jaar bouwen, dat is een probleem.’
Een weerbarstig probleem. Is er een oplossing?
‘Ja. Soms moet je tijdelijk zoiets als een Crisis- en Herstelwet kunnen gebruiken. Dat is ook gebeurd in 2022 toen Nederland vanwege de gascrisis – na het begin van de Oekraïne-oorlog – in no time een drijvende LNG-terminal heeft aangelegd in de Eemshaven. Dat was in het landsbelang. Het oplossen van netcongestie is ook een nationaal belang, want het blokkeert de economie en de samenleving. De kaart van Nederland kleurt rood, dat zien we allemaal.’
‘In opdracht van de minister hebben we projecten geïnventariseerd die direct bijdragen aan het verlichten van netcongestie. Dat zijn 105 projecten. Van die projecten zijn we de topprioriteiten aan het bepalen. Het gaat dan om grote tracés in het netwerk. Daarvoor zouden we de Crisis- en Herstelwet eventueel willen inzetten. Niet overal, maar wel als het echt nodig is.’
‘Er zijn echter ook andere oplossingen. Het stroomnet is maar 15 procent van de tijd écht vol. Als bedrijven flexibeler kunnen zijn – denk aan koelhuizen en bedrijven met e-boilers die op piekmomenten even afschakelen – dan kunnen we veel meer ruimte maken. Daarvoor zijn wel goede afspraken nodig. Want het bieden van flexibiliteit moet lonen.’
Veel mensen vragen zich af: hoe heeft de energiesector zich zó laten verrassen door netcongestie?
‘Dat begrijp ik. Maar kijk naar 2022 en 2023. Door de oorlog in Oekraïne hadden we te maken met torenhoge gasprijzen. Daardoor kwam de overstap naar elektriciteit in een stroomversnelling. We zijn overvallen door de snelheid. Als je een transformator bestelt, heb je die over drie jaar. We zijn samen met onze partners aan het opschalen in personeel, kabels, platforms en schepen. We nemen als Tennet een forse hap uit de beschikbare resources in Europa. Maar je kunt niet overnight een kabelinfrastructuur van 5.000 kilometer bouwen.’
Die uitdaging levert vast dilemma’s op. Hoe gaat u daarmee om?
‘Dilemma’s? Tegenwoordig worden zaken veel te snel een dilemma genoemd. In de meeste gevallen gaat het om valse dilemma’s. Want het is geen kwestie van óf dit óf dat. We hebben én marktwerking nodig én subsidies. We hebben én wind, én zon, én waterstof, én kernenergie nodig. We moeten gewoon ons werk doen. Dat zijn geen dilemma’s. We moeten simpelweg alles uit de kast halen om de klimaatdoelen te halen én energieonafhankelijkheid te realiseren.’
‘Met de kennis van nu kun je wel zeggen dat we misschien te laat begonnen zijn. Maar wat heb je aan die constatering? We moeten nu vooral dóór. We moeten koers houden richting 2050. Wind op zee is daarin de ruggengraat. Niet alleen vanwege de CO2-reductie, maar ook vanwege geopolitieke onafhankelijkheid. De levering van energie is een geopolitiek drukmiddel geworden. Strategische autonomie is een must.’
Maar wat heb je aan strategische autonomie als fabrieken hun deuren in Nederland sluiten vanwege de hoge energieprijzen?
‘Goed punt. We moeten zorgen voor een gelijk speelveld in Europa, zodat bedrijven niet vertrekken omdat de energiekosten hier hoger zijn. En we moeten zorgen voor een transitie die een betaalbare energievoorziening oplevert. Daar is leiderschap voor nodig.’
Wat is uw visie op leiderschap?
‘Ik heb daar veel over nagedacht. Onlangs heb ik het opgeschreven als de ‘Tien Geboden van de Energietransitie’ [zie kader onderaan, red.]. Die geboden gebruik ik als richtingwijzer. Het is niet in steen gebeiteld. De essentie van mijn visie op leiderschap is dat je je als leider comfortabel voelt in het discomfort. Dat je niet terugdeinst voor moeilijke keuzes. Dat je niet moppert over regels, maar ze helpt te veranderen. De energietransitie is een weg met veel weerstand. Dat betekent dat je enerzijds zelfvertrouwen moet hebben over de rol die je speelt, dat je geloof uitstraalt dat verandering iets positiefs oplevert. Anderzijds moet je je ook kwetsbaar durven opstellen, want eerlijk duurt het langst.’
‘Leiderschap is ook koers houden. Duidelijke keuzes maken, helder communiceren en er niet telkens afwijken. Het energiesysteem vraagt om stabiliteit, om vertrouwen. Onze investeringen hebben een levensduur van dertig tot vijftig jaar. Dan moet je weten waar je naartoe werkt. Zigzaggen is funest.’
Wat is uw persoonlijke drijfveer om aan de transitie te werken?
‘Toen ik zeven jaar geleden begon bij TenneT, voelde ik: duty is calling. Ik wist niet hoe groot die duty zou zijn. Maar ik geloof in de energie van mensen. In de noodzaak om nu te handelen voor 2050. Ik steek mijn nek uit – niet voor TenneT, niet voor mijn eigen ego, maar omdat het ergens over gaat. En er gaat al veel goed. Wind op zee is hard gegroeid, daar moeten we nu wat hobbels nemen. Dat komt. Maar kijk breder. Nederland is wereldkampioen zonne-energie. Meer dan de helft van onze stroom is al duurzaam. Ik ben hoopvol.”
De 10 geboden van Manon van Beek voor leiderschap in de energietransitie
1. Visie. We hebben mensen met langetermijnvisie nodig, kathedralenbouwers. Wat voeg je zelf toe, en wat geef je door? De Noordzee is onze troef voor energie-onafhankelijkheid. Nederland kan de groene energiehub van Europa worden.
2. Concreet plan. De uitvoering moet centraal staan. Aan visie zonder uitvoering heb je niets. Obstakels als stikstof moet je identificeren en er dan dwars doorheen gaan. Bedenk wat er wél kan. Als het ene project niet kan, lukt het dan wel met een ander? Kun je met elektrisch materieel werken? Als wij niet kunnen bouwen aan infrastructuur voor duurzame energie, dan kunnen problemen als stikstof überhaupt niet opgelost worden.
3. Samenwerking. Het gaat om het gehele systeem. Niemand kan de transitie alleen uitvoeren. TenneT werkt samen met Gasunie, met ngo’s, met overheden en met tal van andere bedrijven en instellingen.
4. Bouwen, bouwen, bouwen. Er is geen transitie zonder infrastructuur. De uitbouw van de energienetwerken moet gelijke tred houden met de groei van duurzame energieopwek.
5. Ruimte, ruimte, ruimte. Zonder fysieke ruimte kunnen we niet bouwen. We moeten energie letterlijk een plek geven in het land. Iedereen wil duurzame en goedkope energie, maar niemand wil windmolens en hoogspanningsmasten in de achtertuin. We moeten duidelijk zijn over de ruimte die voor de energietransitie nodig is.
6. Delen, delen, delen. Door te delen komen we makkelijker door de huidige hobbelige fase heen. Door capaciteit te delen, winnen we aan efficiency en creëren we solidariteit.
7. Vertrouwen. Je hebt als leider vertrouwen nodig in jezelf, dat je het kan. Je hebt vertrouwen nodig in je samenwerkingspartners. Vertrouwen moet je eerst geven voordat je het krijgt. Dat vertrouwen hebben we ook nodig in de samenleving. We moeten burgers beter betrekken en een stem geven. We moeten geloven in het collectief.
8. Flexibiliteit. Als leider moet je koers houden, maar om effectief te zijn moet je wel kunnen bijsturen. Dat is moeilijk, maar noodzakelijk. Er is een dunne lijn tussen flexibel zijn en alle kanten op schieten.
9. Inclusiviteit. Het is een beladen term geworden, maar nog steeds essentieel. De samenleving is divers en we hebben iedereen nodig. Het gaat erom dat we elkaars meningsverschillen kunnen verdragen en die weten te overbruggen. Leiders hebben een rol in het depolariseren van het maatschappelijk debat.
10. Kwetsbaarheid: Durf als leider af en toe te zeggen dat je het niet weet. Durf je ongemak te omarmen. Ik wens Nederland de kracht van kwetsbare leiders toe, die vol vertrouwen zijn over wat ze weten, maar eerlijk zijn over de onzekerheden.




