Roy op het Veld
Roy op het Veld
07 april 2025, 08:00

Dyonne Rietveld (Uniper Benelux): ‘Je ziet nu langzaam de acceptatie indalen dat we de klimaatdoelen niet gaan halen’

Uniper is met een kolencentrale en diverse gascentrales een belangrijke elektriciteitsproducent in Nederland. Het energiebedrijf wil graag een waterstoffabriek bouwen, maar door de hoge elektriciteitsprijs en netcongestie blijft het plan op de plank liggen. “De tijd van de klassieke lobby is voorbij. De politiek staat daar niet voor open. Daarom vind ik dat ik vocaal moet zijn, om de discussie los te trekken”, zegt Dyonne Rietveld, country chair van Uniper Benelux.

Change Inc Horizon Template Dyonne Rietveld, country chair van Uniper Benelux: "De beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie is niet vanzelfsprekend."

Dyonne Rietveld van Uniper Nederland ziet overal kansen. Zo staat de 36-jarige country chair van het energiebedrijf te trappelen om een waterstoffabriek van 500 megawatt te bouwen op de Maasvlakte in Rotterdam, pal naast de kolencentrale van Uniper. Die kolencentrale moet volgens het huidige kabinetsbeleid in 2030 sluiten. Dus Rietveld bouwt graag aan iets nieuws, zodat ze met Uniper een rol kan blijven spelen in de energievoorziening.

Oude energie eruit, nieuwe energie erin. Klinkt simpel, maar dat is het niet. “We zijn hoopvol in afwachting van een besluit over de subsidie voor het project”, vertelt Rietveld. Maar die hoop hangt aan een dun draadje, want de uitdagingen zijn aanzienlijk: “De contracten voor de levering van windstroom om de waterstoffabriek te voeden zijn duur. Daarnaast hebben we te maken met hele hoge tarieven voor een aansluiting op het stroomnet, als je vanwege netcongestie al een aansluiting krijgt. Tot slot is het moeilijk om klanten te vinden die de groene waterstof voor een bepaalde prijs willen afnemen”, somt de directeur op.

“We hebben al miljoenen in het project gepompt. Het doel was om de fabriek in 2030 in bedrijf te nemen. Dat zouden we intern kunnen managen, maar als we de fabriek neerzetten en we hebben geen klanten, dan is het weggegooid geld.” Dus blijft Rietveld noodgedwongen op haar handen zitten. “Inmiddels is 2030 wishful thinking. De randvoorwaarden zijn niet goed, en die kunnen we niet beïnvloeden.”

Of die waterstoffabriek er komt is dus onzeker. Wat zijn de huidige activiteiten van Uniper in Nederland?

“In Leiden, Den Haag en Rotterdam hebben we gasgestookte stadscentrales. Op de Maasvlakte staat een grote kolencentrale, die draait op een combinatie van steenkool en biomassa.

Uniper heeft in Nederland ongeveer 300 medewerkers. Naast het opwekken van elektriciteit, voeren we ook duurzaamheidsprojecten uit. We helpen industriële bedrijven en chemische clusters om hun gasgedreven productieprocessen te verduurzamen. Op Chemelot werken we bijvoorbeeld aan het creëren van een koolstofstroom op basis van biogrondstoffen in plaats van fossiele grondstoffen. Dat kan de CO2-voetafdruk daar behoorlijk reduceren.”

Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie, en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. CEO’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.

In deze serie verscheen eerder: ACM-topman Martijn Snoep: ‘We staan echt niet met een knuppel te wachten tot iemand de klimaatregels overtreedt’

Coalitiepartijen PVV en BBB hebben niet veel op met klimaatbeleid. Hoe wilt u de transitie van Uniper dan toch voor elkaar krijgen?

“De politiek heeft keuzes gemaakt in wat we niet meer willen in Nederland. Geen steenkool, geen aardgas, en liever ook geen biomassa. Daar zijn ook tijdlijnen aan verbonden. Maar wat de politiek wél wil is niet duidelijk, en ook niet hóé dat dan gerealiseerd moet worden. We rijden met z’n allen op een muur af.

Er zijn wel ideeën, maar er is geen besluitvorming. Steeds meer onderwerpen worden bespreekbaar, meer dan in het tijdperk toen Rob Jetten energieminister was. Opvolgster Sophie Hermans doet een paar goede dingen, maar echte keuzes blijven uit. Het gaat veel te langzaam.”

Kunt u concreet aangeven welke besluiten nodig zijn?

“We hebben een besluit nodig over een capaciteitssysteem. Laat me dat even toelichten. Als we energie uit zon en wind verder willen laten groeien, dan zijn er back-upcentrales nodig, om stroom te leveren als wind- en zonneparken het laten afweten. Met wind en zon alleen gaan we het niet redden. Die back-upcentrales zullen niet veel uren draaien, waardoor ze verliesgevend zullen zijn. Energiebedrijven gaan die centrales dan sluiten, omdat het bedrijfseconomisch niet te verantwoorden is. Straks hebben we dus te weinig back-up, waardoor het risico op tekorten en stroomuitval toeneemt. Back-upcentrales zijn essentieel voor een ongehinderde energievoorziening. In een capaciteitssysteem krijgen energiebedrijven een vergoeding voor het beschikbaar houden van een centrale. Op het ministerie krijg ik te horen dat het bespreekbaar is, maar besluitvorming blijft uit.

Ander voorbeeld: de maatwerkafspraken. Waarom praat het ministerie alleen met de vervuilers aan de vraagkant? Waarom niet ook met de producenten? Ik zou ook graag een totaalpakket aan afspraken maken over de bijdrage van Uniper aan de transitie.”

Critici zeggen dat Uniper een capaciteitssysteem wil om zijn eigen kolencentrale in de lucht te houden.

“Ik weet dat mensen zeggen dat ik een lock-in voor onze centrales probeer te krijgen. Maar dat is niet zo. Het punt dat ik probeer te maken is dat de onzekerheden nu zó groot zijn, dat er niet geïnvesteerd wordt. Een capaciteitssysteem is een vangnet waarmee ik andere investeringen ook los krijg. Als ik de garantie heb dat ik de komende jaren geld kan verdienen, heb ik de ruimte om plannen voor na 2030 te maken. Als ik de kolencentrale sluit, gaat ie nooit meer open.”

Hoeveel tijd is er voor besluitvorming over een capaciteitssysteem?

“Dat is iets wat moeilijk is om in Den Haag duidelijk voor het voetlicht te brengen. Als onze kolencentrale in 2030 wordt afgeschakeld, wat nu het beleid is, dan moet je tijdig beginnen met de bouw van alternatief flexibel vermogen. Dat kunnen centrales zijn die je langzaam maar zeker van aardgas op waterstof overschakelt. Dat zijn lange trajecten en grote investeringen. Er is eigenlijk geen tijd meer. Het is te laat om dat voor 2030 geregeld te krijgen.”

En na een politiek besluit zijn er vergunningen nodig…

“Ja klopt. En ook dat zijn langdurige processen. Als je iedereen recht wil doen, dan duurt het jaren. Misschien moeten we af en toe afstappen van de enorme mate van rechtsbescherming. We dienen met de energietransitie immers een groter doel: het beteugelen van klimaatverandering.

Als jurist ben ik niet voor het afschaffen van rechtsbescherming. Maar het gaat wel om de balans. We hebben een afspraak over het klimaat gemaakt. We hebben een klimaatwet, die moet uitgevoerd worden. Dat betekent dat we als land keuzes moeten maken. Het gaat niet vanzelf. Om vaart te maken moeten we vergunningprocedures versnellen.

Nemen we burgers rechten af? Daar wil de politiek z’n vingers niet aan branden. Maar hoe zit het met de burgerrechten als het om klimaatverandering gaat? Daar zouden we als collectief van burgers en bedrijven toch een afspraak over moeten kunnen maken? Maar voorlopig gebeurt het niet. Dan moet je in mijn ogen ook accepteren dat we de klimaatdoelen niet gaan halen. Je ziet nu langzaam maar zeker de acceptatie indalen dat we de doelen niet gaan halen.”

Zijn er nog zaken die jullie als bedrijf zelf zouden kunnen doen? Zaken waarvoor je de overheid niet nodig hebt?

“Dat is moeilijk. Wij lopen tegen de grenzen van de mogelijkheden aan. We zijn wel op alle scenario’s voorbereid. Er is geen vet meer op de botten en onze spankracht is beperkt. Daar zouden we als sector misschien nog wel wat duidelijker over kunnen zijn. We hebben de politiek echt nodig.”

Maar er lijkt weinig draagvlak in de politiek om de industrie te hulp te schieten.

“Ja ik ken dat verhaal: Uniper is een kolenbak en mag daarom niet meepraten. Daar ben ik klaar mee. Ik zeg graag waar het op staat. Misschien gebruik ik af en toe een scherpe woordkeuze, maar dat doe ik omdat er klare wijn moet worden geschonken over wat er op het spel staat. De tijd van de klassieke lobby is voorbij. De politiek staat daar niet voor open. Daarom vind ik dat ik vocaal moet zijn, om de discussie los te trekken.

Vanuit ambtenaren krijgen we de feedback dat de energievoorziening geen urgent probleem is, en dat burgers het geen interessant onderwerp vinden. De politiek drijft op populisme op dit moment. Ik wil geen angst zaaien, maar wel aan de hand van de feiten de urgentie verhogen, want anders komt de politiek niet in beweging.

We kunnen niet op dezelfde manier doorgaan. Altijd energie hebben, die ook nog eens betaalbaar is, dat gaat met het huidige beleid niet lukken. Ik wil mensen duidelijk maken dat het energiebeleid gevolgen heeft voor huishoudens. Als we betrouwbare en betaalbare energie willen houden, zullen we back-upcentrales nodig hebben, er zullen transformatorhuisjes gebouwd moeten worden, en er zullen straten opgebroken moeten worden om nieuwe kabels te trekken. Dat pleidooi staat los van de kolencentrale van Uniper. Die gaat sowieso dicht. Het gaat erom dat we met z’n allen iets organiseren om een betrouwbare energievoorziening te houden.”

Wat als de kolencentrale van Uniper sluit zonder dat er iets voor in de plaats komt. Wat dan?

“Als de randvoorwaarden er niet zijn om te investeren in duurzame energie, dan stopt mijn business hier. We hebben alle plannen op de plank liggen: voor waterstofproductie, voor CO2-opslag, biovergassing, noem maar op. Maar dat komt niet van de grond.

Als het zover komt, dan ga ik wel vertellen waar we de boot gemist hebben, en wat er op ons afkomt. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie is niet vanzelfsprekend. We liggen fundamenteel achter op landen om ons heen. Duitsland stimuleert de bouw van gasgestookte centrales. Ze hebben gekozen voor grootschalige investeringen in technologie en infrastructuur. Voor de nettarieven, die in Nederland onbetaalbaar worden, is in Duitsland een plafond afgesproken. Dat maakt een business case niet meteen positief, maar het maakt ‘m wel voorspelbaar. Die voorspelbaarheid ontbreekt hier volledig. Duitsland voert een veel grondiger en consistenter beleid. Kijk ook naar het Verenigd Koninkrijk, waar het subsidieregime vele malen gunstiger is.

Internationale aandeelhouders kunnen hun euro maar één keer uitgeven, en dat gaat niet in Nederland zijn. Dat is een frustratie. Ik heb de projecten op de plank liggen, en ik krijg ze niet hoger op de prioriteitenlijst van het Uniper-hoofdkantoor in Düsseldorf.”

U bent dus bezig met een existentiële missie?

“Jazeker. Ik leef eigenlijk in een schizofrene situatie. Aan de ene kant ben ik druk met de energietransitie en probeer ik Uniper mee de toekomst in te trekken. Aan de andere kant moet ik nadenken over een sociaal plan en omscholing van mijn medewerkers. Want wat als het niet lukt? In het worst case scenario gaat hier alles dicht. Dat is helaas niet ondenkbaar.

De sluiting van de fabriek van LyondellBasell op de Maasvlakte in Rotterdam veroorzaakt nu al interne onrust. Dat is een van onze grootste klanten. Medewerkers vragen zich af wat de impact daarvan is voor ons bedrijf. De industrie op de Maasvlakte is een gesloten systeem. De output van de een is de input voor de ander. Die onderlinge verbondenheid is efficiënt en ook mooi. Maar het is ook kwetsbaar, want hoeveel kaarten kun je wegtrekken voor het kaartenhuis in elkaar stort?”

Leiderschap

Hoe geef je leiding aan een bedrijf dat enerzijds een stevige CO2-voetafdruk en anderzijds hoge duurzame ambities heeft? “Toen ik in 2021 werd benoemd als country chair en naar de interne organisatie keek, zag ik dat corona een grote impact had. De medewerkers in de centrales werkten gewoon door, terwijl kantoorpersoneel massaal ging thuiswerken”, vertelt Rietveld. “Uniper heeft een aansturingsmodel waarbij veel mensen een manager in het buitenland hebben. Door dat alles was de organisatie los zand geworden. Het familiegevoel was er niet meer, terwijl dat onwijs belangrijk is. Vervolgens kwam de gascrisis er nog eens overheen.”

De energiesector is conservatief, aldus Rietveld. “Uniper is een hardcore productiebedrijf met veel technische mensen. Veranderingen kunnen schuren. Dat zijn geen processen die snel gaan. Maar ik waardeer kleine stappen.”

Rietveld heeft naar eigen zeggen ‘hard gewerkt’ aan de interne positionering. “We zijn heel erg op identiteit gaan sturen. Wij mogen trots zijn op onze kennis en expertise. Ik heb de interne cultuur proberen een boost te geven. Door veel te communiceren, met video’s en podcasts. We hebben het groepsgevoel verstevigd. Dat is belangrijk, want we krijgen best veel kritiek van de buitenwereld”, aldus de Uniper-directeur. “We doen veel goed werk. Onze medewerkers dragen bij aan de energievoorziening van vandaag, en hebben de ambitie om een rol te spelen in de transitie. Daar verdienen ze respect voor.”

Peter Bakker (WBCSD): ‘People, planet, profit? Dat model is al tien jaar failliet’

"Hadden jullie deze serie niet beter ‘duurzaamheidsdoeners’ kunnen noemen?" Peter Bakker, president en CEO van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) vraagt het luchtig, maar hij meent het wel degelijk serieus. Over duurzaamheid is zo onderhand wel genoeg nagedacht, vindt hij. "We weten precies wat ons te doen staat. Er liggen talloze onderzoeken, rapporten en roadmaps. Waar het nu om gaat: hoe zet je die plannen om in concrete en schaalbare actie?"Duurzaamheidsdenkers De wereld maakt een ruk naar rechts. In Amerika woedt een cultuuroorlog rondom ESG en in Europa wordt klimaatbeleid versoepeld om concurrerend te blijven. MT/Sprout, het platform waar dit interview eerder verscheen, vraagt leiders en denkers naar hun visie op de stand van zaken: gaan we (nog wel) de goede kant op? En wat is nodig om de duurzame transitie verder vorm te geven?Ziet hij zichzelf meer als een denker of doener? "Ha. Ik ben niet intellectueel genoeg om een denker te zijn, ben ik bang. Ik ben meer van de actiegerichte benadering." Drie duurzame musketiers Dat blijkt wel uit zijn enorme staat van dienst. Voor zijn overstap naar het WBCSD, een wereldwijd actieve bedrijvenclub die de duurzame transitie wil versnellen, was Bakker CEO van TNT (inmiddels opgesplitst in PostNL en TNT, red.). Hij gaf tien jaar lang leiding aan het postbedrijf, van 2001 tot 2011. In die periode zette hij een samenwerking met het World Food Program op en lanceerde hij klimaatprogramma Planet Me, waarmee hij van TNT het eerste emissievrije transportbedrijf ter wereld wilde maken.Bedrijven waren destijds nog niet echt bezig met hun rol in de wereld, blikt de topman terug. Bakker behoorde tot het handjevol bestuurders dat vastberaden was de wereld te laten zien dat geld verdienen en het goede doen prima samen konden gaan. En ook samen moesten gaan, in het belang van mens en planeet. Hij wordt vaak in één adem genoemd met Paul Polman en Feike Sijbesma, twee geestverwanten, die bij Unilever en DSM dezelfde boodschap verkondigden. Op het World Economic Forum in Davos staat het trio bekend als de ‘drie musketiers van de duurzaamheid’.Tijdperk-Polman nadert einde Nu staat Bakker alweer twaalf jaar aan het hoofd van WBCSD, een samenwerkingsverband van 250 multinationals, die samen goed zijn voor 20 procent van de mondiale CO2-uitstoot. Unilever en DSM-Firmenich zijn aangesloten, techgiganten als Amazon en Google, maar ook olie- en gasreuzen als BP en Shell. De veroorzakers van veel van wat er mis is in de wereld, zou je kunnen zeggen, maar voor Bakker vertegenwoordigt de ledenlijst juist een enorme veranderkracht. "Omdat bedrijven als een van de weinige organisatiestructuren de financiële middelen, het innovatieve vermogen en de wendbaarheid hebben om grote transformaties door te voeren", zegt hij. "Neem de omslag die de auto-industrie nu maakt in de overgang van fossiel naar elektrisch rijden. Voor bedrijven als BMW en Mercedes was dat een paar jaar geleden een aardverschuiving; die hadden duizenden ingenieurs in dienst die de hele dag met niets anders bezig waren dan verbrandingsmotoren optimaliseren. En kijk waar ze nu staan: over vijf jaar is minstens de helft van al hun verkochte auto’s elektrisch."De tijd dat verandering werd aangejaagd door individuele bestuurders – klimaatpausen, zo je wilt – is volgens Bakker voorbij. Het tijdperk-Polman nadert zijn einde, zei hij onlangs tegen het FD. En ja, benadrukt hij, dat is een goede zaak. "We hebben niet nog meer leiders op zeepkisten nodig die ons vergezichten voor 2050 voorschotelen. Daarmee redden we het niet. We zijn nu op het punt dat duurzaamheid in de primaire business moet worden geïntegreerd." Comeback van gedachtengoed Friedman Maar gebeurt dat ook? In het bedrijfsleven lijken de prioriteiten momenteel elders te liggen. We spreken Bakker kort nadat bekend is geworden dat Unilever CEO Hein Schumacher heeft gewipt. De Nederlander moet plaatsmaken voor de financiële topman van het bedrijf, Fernando Fernandez. Niet omdat het bestuur ontevreden is over de ingezette strategie, maar omdat beleggers sneller resultaat willen zien. De zaak-Unilever staat niet op zichzelf. Het gedachtegoed van Milton Friedman – the only business of business is business – voert sinds een paar jaar weer nadrukkelijk de boventoon in de boardrooms. Winstmaximalisatie voor de aandeelhouders staat (weer) voorop, een verschuiving die vaak hand in hand gaat met het afzwakken van duurzame doelstellingen. Die kosten immers geld en leveren niet direct financieel rendement op – iets waar bedrijven opvallend open over zijn. Sinds de terugkeer van president Donald Trump in het Witte Huis lijkt de gêne helemaal overboord. Illustratief is de recente koerswijziging van oliemaatschappij BP. Het bedrijf gaat weer meer investeren in olie en gas, en minder in hernieuwbare energie. Bestuursvoorzitter Murray Auchincloss omschrijft de ommezwaai als een herstart met een ‘onwrikbare focus’ op het laten groeien van de aandeelhouderswaarde op de lange termijn. Planeet praat terug Bakker herkent de ontwikkeling. "Dit speelde al ver voor de herverkiezing van Trump", zegt hij. "Bij Unilever zag je deze beweging al toen Paul Polman werd opgevolgd door Alan Jope, bij Shell toen Ben van Beurden plaatsmaakte voor Wael Sawan. Dat heeft niet zoveel te maken met de nieuwe regering in Amerika, maar met een kapitaalmarkt die nog steeds op kortetermijnresultaten stuurt.’ Tegelijkertijd hebben bestuurders volgens de WBCSD-voorman heel goed door dat het zo niet verder kan. Want de planeet begint terug te praten, tegengas te geven, en dat raakt bedrijven direct in de portemonnee. Zo kampten koffieproducenten afgelopen jaar met tegenvallende oogsten door klimaatverandering en boomziektes, waardoor de prijs van koffiebonen in een jaar tijd met meer dan 80 procent steeg. Het bedrijfsleven kan de gevolgen van de klimaatcrisis volgens Bakker niet langer ontkennen. En precies daar ligt volgens hem de sleutel tot verandering.Hij ziet een kans om verduurzaming om te buigen van een ‘morele’ naar een ‘keiharde economische kwestie’. Ofwel: de taal die beleggers spreken. "‘Als bestuurders de risico’s van de klimaatcrisis en de kansen van verduurzaming financieel kunnen maken, gaat de kapitaalmarkt vanzelf meedenken", zegt hij. "Die data hebben we nog nauwelijks in kaart. Vergelijk het met een hypotheekverstrekker die veel klanten heeft in gebieden met een verhoogde kans op bosbranden of overstromingen. Ik hoef vast niet uit te leggen dat die huizen richting de toekomst een stuk minder waard gaan worden. Banken moeten die risico’s gaan meewegen, het bedrijfsleven ook."People, planet, profit Toch even terug naar het idealisme van het tijdperk-Polman. In zijn tijd bij Unilever was de CEO posterchild van de Triple Bottom Line-aanpak, het idee dat bedrijven people, planet & profit op harmonieuze wijze moeten combineren. Zouden ze een van die drie elementen verwaarlozen, dan zouden de andere pijlers daaronder lijden, en daarmee het hele bedrijf. De Britse milieukundige John Elkington muntte de term in 1994 en legde daarmee de basis voor het hedendaagse duurzame ontwikkelingsdenken. Wat is er dertig jaar later over van zijn ideeën? "John is een goede vriend van me", zegt Bakker. "Maar zijn model is al een jaar of tien failliet. Er zit een cruciale denkfout in, namelijk dat de drie P’s elkaar in balans kúnnen houden. Als het magnetische velden zouden zijn, zou de P van profit altijd sterker zijn dan die van planet of people. En dus gaat daar alle aandacht naar uit." Als alternatief bepleit Bakker ‘geïntegreerd kapitalisme’, waarbij de P’s in één formule worden samengevoegd. Puma en Kering doen dat volgens de WBCSD-voorman goed: zij hebben de planeet op hun winst- en verliesrekening gezet. Puma was in 2011 het eerste bedrijf dat de economische waarde van de schade die zijn producten toebrachten aan het milieu, liet doorrekenen met een zogeheten environmental profit & loss-account (EP&L). De resultaten waren vrij schokkend: het sportbedrijf ontdekte de natuur 145 miljoen euro schuldig te zijn. Rekening oppakken Het bedrijfsleven moet die rekening oppakken, vindt Bakker. Hij is dan ook groot voorstander van een CO2-taks. "Dat we niet de volle prijs betalen voor onze producten is de wezenlijke fout van het kapitalisme. Bedrijven kunnen veel zelf regelen, maar op dit punt hebben we de overheid nodig. Die moet de juiste randvoorwaarden scheppen met maatregelen als een CO2-heffing." Zitten bedrijven wel op zo’n koolstoftaks te wachten? Recent werd het bestaande pakket aan Europese duurzaamheidsregels juist versoepeld. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen wil de administratieve lasten voor ondernemingen verminderen en hun concurrentievermogen versterken. CEO’s als Peter Berdowski van Boskalis laten hun ongenoegen over de regeldruk luidkeels horen; volgens de topman is het Europese duurzaamheidsbeleid ‘volstrekt gespeend van elke realiteitszin’. "Dat willen ze best", reageert Bakker. "Mits zo’n maatregel mondiaal wordt ingevoerd, wat ik met het huidige politieke speelveld helaas niet zie gebeuren. Maar het mooie aan een CO2-heffing, weten ook bedrijven, is dat ze daarmee een economische prikkel krijgen om zo snel mogelijk te decarboniseren. Stel dat ik een betere oplossing heb dan mijn concurrent om de emissies zo snel mogelijk terug te brengen, dan levert dat mij financieel voordeel op." Pragmatisme boven idealisme WBCSD werkt daarom ook aan een universeel meet- en beloningsysteem voor zogeheten avoided emissions, een tegemoetkoming voor niet-uitgestoten CO2. Dat kan een instrument zijn om producten met een lagere koolstofvoetafdruk goedkoper te maken, denkt Bakker. "Een andere optie is de belasting op arbeid verlagen en die op grondstoffen te verhogen. Als je dat goed inricht, wordt de consument gestimuleerd om voor schonere producten te kiezen – terwijl de belastinginkomsten onder aan de streep hetzelfde blijven." Met zo’n ingreep zou volgens Bakker ook een einde komen aan de eeuwige discussies in de boardroom. "Overal waar ik kom, hoor ik hetzelfde. 'Als wij onze producten duurzamer maken, worden ze duurder – en we denken niet dat de markt daarvoor wil betalen'." Dat is heel andere taal dan het geluid dat de idealist Polman in zijn tijd bij Unilever liet horen; hij liet zich er graag op voorstaan de ‘grootste NGO ter wereld’ te leiden. Tien jaar later zijn bestuurders pragmatischer geworden, ziet Bakker. "Het tijdperk van de mooie beloften is voorbij." Is dat ergens niet ook morele armoede? "De morele verantwoordelijkheid wordt echt nog wel gevoeld", werpt hij tegen. "Alleen leggen bestuurders daar in het huidige politieke landschap wat minder nadruk op."In stilte verduurzamen Hij vindt het triest dat het klimaat zo’n polariserend onderwerp is geworden en met name in Amerika steeds verder in de ‘woke’ hoek wordt gedrukt. "Klimaatverandering ís niet politiek", zegt hij. "Het is een feit waarop we ons moeten voorbereiden. Het anti-ESG-sentiment in de Verenigde Staten leidt behoorlijk af van datgene waarmee we eigenlijk bezig zouden moeten zijn. Ik merk het ook als ik in Amerika ben. Ik moet me daar soms bijna verantwoorden voor het feit dat ik nog voor WBCSD werk. Dus ja, ik verwacht dat ondernemingen hun duurzaamheidsagenda meer in stilte zullen uitrollen. Maar de bedrijven waarmee wij werken, gaan in elk geval onverstoorbaar door."Unilever ook? Ja, zegt Bakker, Unilever ook. Oud-CEO Hein Schumacher kreeg vorig jaar veel kritiek bij de presentatie van de nieuwe duurzaamheidsdoelstellingen. Het tempo is behoorlijk afgezwakt: zo wordt de belofte om het gebruik van nieuw plastic in 2025 te halveren teruggeschroefd naar een vermindering van 30 procent in 2026 en wordt de ambitie om alle verpakkingen herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar te maken, vooruitgeschoven. Die kritiek was niet terecht, vindt de WBCSD-voorman. "In de media is Unilever afgeslacht; het verhaal was dat het bedrijf duurzaamheid niet meer serieus zou nemen. Ik zag precies het tegenovergestelde: dat ze nu júíst serieus werden. Door niet alleen met mooie beloften te strooien, maar ook uit te leggen hoe ze het gaan doen." Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij MT/Sprout.Lees ook:ACM-topman Martijn Snoep: 'We staan echt niet met een knuppel te wachten tot iemand de klimaatregels overtreedt' De Ommezwaai: Boermarke werd groot met zuivel en is nu compleet plantaardig Met zijn nieuwste klimaatboek zoekt Harm Edens naar hoop bij jonge generatie