Roy op het Veld
Roy op het Veld
16 oktober 2025, 14:00

Ultieme test voor Avantium: groen én winstgevend worden

Avantium ontwikkelde een veelbelovende technologie om plastic te maken van plantaardige grondstoffen in plaats van aardolie. Maar innovatie in de chemie kost veel tijd en geld. Ceo Tom van Aken haalde medio september 85 miljoen euro binnen met de uitgifte van nieuwe aandelen. Met het verse kapitaal kan Avantium begin 2026 de productie van bioplastic opstarten. ‘Je krijgt niet heel veel kansen in je leven om zo’n impact te maken.’

Tom van Aken 'Je kunt bedrijven wel vragen om een fabriek te bouwen, maar als de overheid onvoldoende ondersteuning biedt, dan komt verduurzaming niet van de grond.'

Avantium maakt PEF, een bioplastic dat PET moet vervangen. Waar staat de technologie nu precies?

‘We gebruiken plantaardige suikers als grondstof. Op dit moment werken we met fructosesiroop uit tarwezetmeel. Tarwe wordt vooral geteeld voor de eiwitten, die belangrijk zijn voor voeding. Het zetmeel is een bijproduct – daar krijgen wij de siroop van. In onze fabriek in Delfzijl hebben we een chemisch productieproces ontwikkeld waarbij we van die suiker FDCA maken. Dat is de belangrijkste chemische bouwsteen, het monomeer, waar je PEF van kunt maken.

De andere bouwsteen, bio-MEG, kopen we in. Die wordt momenteel uit suikerriet gemaakt in India. De verwachting is dat er meerdere bio-MEG-spelers op de markt komen, waardoor het op grote schaal beschikbaar komt. Van PEF kun je flessen, verpakkingen en textiel maken. Dat zijn enorme markten.’

Jullie fabriek in Delfzijl gaat 5 kiloton per jaar produceren. Hoe ziet de planning eruit?

‘We zijn nu druk met het opstarten van de fabriek. In het eerste kwartaal van 2026 gaat naar verwachting de productie van FDCA van start. In de loop van 2026 komen er dan flessen, verpakkingen en textiel van ons materiaal op de markt. Maar ons plan is vooral om technologielicenties te gaan verkopen. Je moet eerst laten zien dat de technologie opgeschaald kan worden. Dat doen we in Delfzijl met onze commerciële fabriek. Met een technologielicentie van Avantium kunnen grote chemieconcerns onze technologie in hoog tempo opschalen door nog grotere FDCA-fabrieken te bouwen.’

Waarom die focus op licenties?

‘Dit is een heel kapitaalintensieve business. Een fabriek van 100 kiloton vergt een investering van circa 700 miljoen euro. Via technologielicenties kunnen we veel sneller en efficiënter opschalen. Er is veel commerciële vraag naar PEF. Veel consumentenmerken willen hun footprint reduceren en dat kan met flessen en verpakkingen van PEF. Maar de uitdaging is te zorgen dat de technische en commerciële opschaling synchroon lopen. Daar past een licentiemodel het beste bij.’

Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.

In deze serie verscheen eerder:

PEF moet concurreren met het bekende PET én met gerecycled plastic. Waarom zouden afnemers daarvoor kiezen?

‘Dit is de eerste keer dat er een bioplastic op de markt komt dat beter is dan fossiel plastic. PEF heeft betere barrière-eigenschappen. Plastic verpakkingen moeten vooral zuurstof en CO2 tegenhouden. Ons materiaal is daar tien keer beter in. Daardoor kun je de houdbaarheid verlengen. Hoe dat zit? Nou, vruchtensappen zijn gevoelig voor zuurstof, waardoor vitamines afbreken en de smaak achteruit gaat. Daarom zijn goede barrière-eigenschappen erg belangrijk. Daarom is vruchtensap in een PEF-fles veel langer houdbaar dan in een PET-fles. Bovendien kun je van PEF dunnere flessen maken door de betere mechanische eigenschappen in vergelijking met PET.

De combinatie van duurzaamheid en betere prestaties is cruciaal. Als een groen product identiek is aan een grijs product, dan is het de vraag wat iemand extra wil betalen omdat het duurzaam is? Bij PEF is het anders, omdat het echt betere functionaliteit levert. De CO2-footprint van PEF is bovendien 73 procent lager dan PET.

Waar die overige 30 procent CO2-uitstoot vandaan komt? Het tarwe moet van het land gehaald worden, daar zijn tractoren voor nodig. Het proces om van zetmeel siroop te maken, kost nu eenmaal energie: de landbouwgrond moet geïrrigeerd worden, de fructose gaat met vrachtwagens naar de fabriek. Het is niet reëel dat we nieuwe materialen in één klap meteen CO2-neutraal kunnen maken.’

PEF is volgens Avantium goed te recyclen, hoe zit dat?

‘PEF is inderdaad goed gepositioneerd om gerecycled te worden. In het begin dachten we dat biologische afbreekbaarheid belangrijk was, maar de markt vraagt er niet om. Je wilt natuurlijk niet dat een verpakking begint af te breken tijdens het gebruik of dat het in je drankje terecht komt. Het is duurzamer om het product binnen de kringloop te houden en opnieuw te recyclen, want een gebruikte fles vormt een uitstekende grondstof voor een nieuwe. Bij het huidige PET worden vaak stofjes aan het materiaal toegevoegd – nylon bijvoorbeeld – bijvoorbeeld om betere barrière-eigenschappen te krijgen. Bij PEF is dat niet nodig. Omdat het materiaal zuiverder is, is het makkelijker te recyclen.

De recycling van PEF lijkt sterk op PET-recycling en uit testen is gebleken dat er geen nieuwe recyclingsystemen hoeven te worden ontwikkeld. PEF kan samen met PET gerecycled worden. Maar als PEF verder wordt opgeschaald, willen we liever een aparte recyclingstroom voor PEF, vanwege de superieure eigenschappen van het materiaal.’

De markt voor PET is enorm: 70 tot 80 miljoen ton per jaar. Wat is jullie ambitie?

‘Die markt groeit hard. PET is een van de grootste polymeren in de chemie. Maar wij kijken breder. PEF kan niet alleen een alternatief zijn voor PET, maar ook voor glas, waar nu ook veel flessen van gemaakt worden. Als je breder kijkt, is de marktomvang echt gigantisch.

De markt neemt overigens zelf initiatieven om nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Zo is er bijvoorbeeld een bedrijf dat FDCA wil gebruiken als isolatiemateriaal in de bouw. Dat blijkt heel interessant. Het Duitse chemiebedrijf Henkel is bezig om lijm te maken op basis van FDCA. Dat is allemaal geweldig, maar het verhoogt wel de druk op ons. We willen graag leveren, maar daarvoor moet ons productieproces opgeschaald worden om aan de vraag te voldoen.’

Jullie hebben onlangs 85 miljoen euro aan vers kapitaal opgehaald. De Staat heeft 15 miljoen bijgedragen. Hoe belangrijk is overheidsparticipatie?

‘Innovatie in de cleantech gaat over de lange termijn. Het is kapitaalintensief en het risico is hoog. Financiering is daarom vaak lastig. We zijn blij dat we aandeelhouders en banken op één lijn hebben gekregen. Het kapitaal dat we nu hebben opgehaald is voldoende om een operationeel  winstgevend bedrijf te worden. Dat zal naar verwachting in 2027 zijn.

De rol van de overheid is belangrijk, omdat ze ook naar de maatschappelijke impact kijken. De overheid wil dat onze technologie succesvol wordt. Dat is belangrijk voor klimaat en milieu, maar voor het ontwikkelen van een nieuwe groene industrie moet je in Nederland investeren in de nieuwe economische activiteiten. De deelname van het Rijk heeft druk gezet op het proces met banken en aandeelhouders. Als de overheid meedoet, kunnen zij niet achterblijven. Dat is positief. De staat doet dit niet zo heel vaak. Je merkt het ook op de aandelenmarkt – het wekt vertrouwen bij aandeelhouders dat Avantium een publiek belang dient en belangrijk wordt gevonden.’

Heeft de overheid voorwaarden gesteld aan de investering?

‘Ja. Een van de voorwaarden is dat in het geval het bedrijf het onverhoopt niet redt, dat de technologie dan niet zomaar door een buitenlands bedrijf gekocht kan worden. Dan heeft de overheid een optie om het over te nemen. Dat laat zien hoe strategisch belangrijk ze dit vinden.’

De industrie heeft het moeilijk in Nederland, inclusief de plastic recycling-sector. Veel fabrieken zijn gesloten. Hoe ervaar jij het ondernemersklimaat?

‘Avantium heeft net kapitaal opgehaald, dus ik mag niet klagen. Maar de problemen in de recycling spelen al jaren. De recyclingsector concurreert met goedkoop fossiel plastic uit Azië. Die businesscase rond krijgen is moeilijk. De regelgeving helpt niet mee. In Brussel wordt gewerkt aan Plastic Packaging Waste Regulation. Daar komt dan bijvoorbeeld een regel in over een minimum percentage gerecycled plastic. Maar als fossiel plastic goedkoper blijft dan gerecycled materiaal, dan lukt het niet. Hetzelfde zie je bij biobrandstoffenfabrieken, daar gaat de regelgeving ook niet snel genoeg. Je kunt bedrijven wel vragen om een fabriek te bouwen, maar als de overheid onvoldoende ondersteuning biedt met bijvoorbeeld regelgeving, dan komt verduurzaming niet van de grond.

Avantium is minder kwetsbaar. Omdat PEF niet alleen duurzamer maar ook beter is, zijn we niet afhankelijk van regelgeving. Afnemers willen ons materiaal omdat de eigenschappen beter zijn en omdat ze er nieuwe toepassingen mee kunnen realiseren. Maar toch pleit ik er graag voor dat de overheid meer doet om de recyclingpercentages te verhogen. Waarom? Omdat we een tegenwicht moeten bieden aan het fossiele plastic waarmee we overspoeld worden. Dat levert een gigantisch milieuprobleem op.’

Wat is de grootste bottleneck voor innovaties in de chemie in Nederland?

‘Vergunningen krijgen duurt in ons land te lang. En financiering rond krijgen is ook lastig. Als je meer innovatie wil, dan is er meer risicokapitaal nodig. Daar zou harder aan gewerkt moeten worden. Anders worden dit soort nieuwe materialen in andere landen ontwikkeld. In de VS lukt het ook niet zo goed, maar in Azië is er veel interesse. Daar zeggen ze: kom je volgende fabriek maar hier bouwen. Het gaat om kapitaal, vergunningen en marktvraag.’

Avantium moet in 2027 break-even draaien. Wat moet daarvoor gebeuren?

‘Onze fabriek in Delfzijl wordt operationeel in het eerste kwartaal van 2026. Dan gaan we de productie langzaam maar zeker opvoeren naar 100 procent capaciteit. Dat is een ingewikkeld proces en kost waarschijnlijk 24 maanden. Dus eind 2027 draaien we op vol vermogen. We hebben al twintig afnamecontracten getekend. De volumes die Avantium verwacht te produceren tijdens de 24 maanden durende opschalingsfase van de FDCA-fabriek in Delfzijl zijn al volledig verkocht.

Behalve eigen productie, moeten we ook licenties verkopen om winstgevend te worden. Dat is financieel zelfs belangrijker. We verwachten voor eind 2027 ongeveer vier licenties te kunnen verkopen. Maar licenties kun je pas verkopen als je eigen fabriek operationeel is. Dan kun je bewijzen dat het werkt.’

Veel ligt in eigen hand. Zijn er externe ontwikkelingen waarvan je afhankelijk bent?

‘Er zijn dingen waar we minder invloed op hebben: gaan bedrijven daadwerkelijk licenties kopen? Hoe gaat het met de economie? Hoe ontwikkelt de vraag naar duurzame producten zich? Dat zijn onzekerheden, maar ik heb er vertrouwen in, omdat ik weet dat de belangstelling voor PEF groot is. Onze focus ligt nu vooral bij het opstarten van de fabriek.’

Je bent nu twintig jaar CEO van Avantium. Wat is je drijfveer?

‘Ik vind dit een prachtige innovatie. Je krijgt niet heel veel kansen in het leven om zo’n impact te maken. Met zo’n mooi product kun je de beste mensen aannemen. We hebben een team van slimme, getalenteerde en gedreven mensen. Dat is wat nodig is om dit soort bedrijven succesvol te maken.

In de chemische industrie bestaan geen snelle successen. Je bent technologie aan het ontwikkelen, financiering aan het regelen en een team aan het bouwen. Als je denkt dat je het verhaal aan iedereen verteld hebt, kun je opnieuw beginnen, omdat je bedrijf in een nieuwe fase komt waarin je met andere bedrijven en mensen in aanraking komt. Je moet het leuk vinden om mensen te overtuigen. Ik heb dat in me zitten, om daar met veel plezier, energie en enthousiasme mee verder te gaan. Ik heb genoeg deuren in mijn gezicht gekregen om me door niets tegen te laten houden.’

Maar Avantium moest onlangs veertig mensen ontslaan. Hoe hou je dan je team gemotiveerd?

‘Veertig mensen laten gaan binnen een bedrijf van driehonderd mensen – dat hakt er hard in. Ik denk dat iedereen rationeel wel begrijpt waarom die ingreep nodig is. We transformeren van een R&D-bedrijf naar een commercieel bedrijf. We schrappen in R&D en overhead. Mensen begrijpen dat, maar het maakt het niet minder pijnlijk.

We proberen het op een zuivere, respectvolle en integere manier te doen. Ik kijk achteraf altijd waar mensen terecht zijn gekomen. Eigenlijk landen ze altijd weer op een goede plek. Ik heb vertrouwen dat die mensen een goede nieuwe stap kunnen maken. Dat ze ergens anders net zo waardevol zullen zijn als ze bij ons waren. Ik kan er mooie woorden voor proberen te vinden, maar het is gewoon echt een moeilijk en pijnlijk proces. Verdriet en rouw horen erbij. Rationeel is het logisch, maar emotioneel buitengewoon lastig.’

Heb je weleens twijfel, waar lig je wakker van?

‘Ik heb de afgelopen zes maanden behoorlijk vaak slecht geslapen vanwege de financiële situatie. Ik ben blij dat de financiering rond is en dat we fatsoenlijk salarissen en facturen kunnen betalen. Door de grote financieringsronde hebben we nu een langere periode rust. Dat geeft de ruimte om er de komende twee jaar een succes van te maken. We staan met Avantium nu voor de ultieme test: het is mooi als het groen is, maar er moet ook winst mee gemaakt kunnen worden.’

Lees ook:

Van 3 naar 2 graden: de race die we nog kunnen winnen

De bekende Nederlandse klimaatwetenschapper ging in 2023 met emiraat. Bij zijn afscheid van de TU Delft betoogde Kornelis Blok dat landen snel drie keer zoveel wind- en zonne-energie moeten gaan opwekken en hun uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 40 procent moeten terugdringen, anders zal de aarde tot 3 graden Celsius opwarmen. Dus het dubbele van wat landen tijdens de klimaattop in Parijs in 2015 hebben afgesproken. Ook de VN waarschuwde vorig jaar voor dat rampscenario.Hoewel die doelen niet worden gehaald is Blok minder pessimistisch dan twee jaar geleden. ‘We zeiden toen: als we onze ambities niet aanpassen komen we op 3 graden opwarming. Met een steil reductiepad zouden we op 1,5 graden komen. Dat pad begint nu buiten bereik te raken, maar ik heb goede hoop dat we de opwarming tot 2 graden kunnen beperken. Daarvoor hebben we meer tijd. Voor 1,5 graden moeten we rond 2050 op nul emissies zitten. Voor 2 graden is dat in 2075. Dat is zeker nog haalbaar.’ Politieke wind zit tegen bij klimaatbeleid Toch is het politieke klimaat om maatregelen te nemen de laatste jaren alleen maar slechter geworden. Diverse regeringsleiders, waaronder de Amerikaanse president Trump, hoge politici in Oost-Europa of Geert Wilders in Nederland, bagatelliseren de urgentie van klimaatverandering en draaien maatregelen terug.‘Het zit niet mee. Dat is helder. Dat geldt op alle fronten’, zegt Blok. ‘Het vorige IPCC-rapport stelden dat we de uitstoot van broeikasgassen stabiel houden, maar dat we wereldwijd een reductie van 30 of 40 procent moeten halen in 2030. Je moet nu concluderen dat die 30 of 40 procent reductie er niet gaat komen. Of er moeten de komende vijf jaar kleine wonderen gebeuren.’ Klimaatverandering lager op agenda Dat komt volgens Blok omdat klimaatverandering, ondanks de toenemende rampen en stijgende kosten, minder hoog op de agenda staat. ‘Iedereen is met andere dingen bezig. Met oorlog, defensie of economie. Klimaat wordt in sommige landen letterlijk weggedrukt van de agenda. Toch rijdt de trein door. Het bestaande klimaatbeleid wordt niet verminderd. Bij de EU wordt vooralsnog alles wat Timmermans en zijn collega’s rond 2020 in gang hebben gezet geïmplementeerd en dat gaat door,’ zegt Blok. ‘Alleen de versnelling, waarvan ik had gehoopt dat we die zouden inzetten, is nog niet ingezet. Wereldwijd speelt hetzelfde. Landen zijn heel erg terughoudend.’ Doelen klimaattop teleurstellend Blok is voor de vierde keer geselecteerd als hoofdauteur voor een van de nieuwe IPCC-rapporten. De vraag die hij met honderden collega-wetenschappers de komende drie jaar moet beantwoorden is dezelfde waar Blok zich bijna zijn hele leven mee bezighoudt: hoe kunnen we klimaatverandering zo beperkt mogelijk houden? En dus de opwarming zo laag mogelijk.Die vraag speelt ook op de komende klimaattop (COP30) die van 10 tot 21 november plaatsvindt in de Braziliaanse Amazone-stad Belém. Daar moeten alle deelnemende landen aangeven hoeveel uitstoot ze tot 2035 gaan besparen.De deadline om die doelen in te dienen was eigenlijk al in februari dit jaar, maar dat lukte bijna niemand. Ook de Europese Unie niet. Die is zwaar verdeeld en kwam vorige maand niet verder dan een bandbreedte voor de reductie van broeikasgassen tussen de 66,25 en 72,5 procent ten opzichte van 1990.Het doel van China is volgens Blok nog teleurstellender: 7 tot 10 procent ten opzichte van het maximum in de komende tien jaar. ‘Dat had veel ambitieuzer kunnen zijn. Door de bank genomen is het teleurstellend wat landen hebben ingediend’, stelt hij.Positieve uitschieter is het Verenigd Koninkrijk. Dat wil minimaal 81 procent minder uitstoot in 2035. ‘Dat is de enige uitzondering die hard doorgaat’, aldus Blok.[caption id="attachment_166918" align="alignnone" width="900"] Klimaatverandering leidt tot steeds meer rampen en schade. | Credits: Getty Images[/caption] Geen herhaling van China Belangrijk is ook wat landen als India en Indonesië gaan doen. Blok werkte het afgelopen jaar mee aan diverse wetenschappelijke onderzoeken over Indonesië, waar een transitie van kolen naar hernieuwbare energie nodig is. Want als de industrialisatie daar net zo gaat als de afgelopen decennia in het westen of in China, dan zal het land fors meer CO2 gaan uitstoten.‘Indonesië is een belangrijk land. Na China en India is het potentieel de grootste economie buiten het westen. De energietransitie komt daar echt op gang. Zo begint de verkoop van elektrische auto’s heel erg aan te trekken en beginnen er op allerlei fronten dingen te veranderen. Zoals China het gedaan heeft, dat moeten we niet nog een keer in India of Indonesië hebben’, stelt hij. Em. Prof. Dr. Kornelis Blok (1956) studeerde natuurkunde aan de Universiteit Utrecht (UU) en werd daar hoogleraar duurzame energie. In 2015 stapte hij over naar de TU Delft, waar hij hoogleraar energiesysteemanalyse en voorzitter van het Delft Energy Initiative werd. Na zijn pensionering in 2023 blijft hij nog vijf jaar verbonden aan de faculteit. Blok werkte als hoofdauteur mee aan drie rapporten van het wetenschappelijke klimaatpanel van de VN, het IPCC. Onder meer aan het meest recente, dat in 2023 uitkwam. Daarnaast is hij lid van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) en is hij voorzitter van de technische raad van het Science Based Targets Initiatief (SBTi). Dat loodst bedrijven naar een duurzame economie, zonder CO2-uitstoot, op basis van wetenschappelijke, meetbare doelen en innovaties.Lichtpuntjes bij bedrijven Landen en regeringen mogen de laatste jaren terughoudend zijn; bij bedrijven worden klimaatdoelen steeds belangijker, signaleert het Science Based Targets Initiatief in zijn recente trendrapport. Het aantal bedrijven dat het afgelopen anderhalf jaar wetenschappelijk onderbouwde doelen stelde om zijn emissies op korte termijn te verminderen verdubbelde wereldwijd.Het aantal bedrijven dat daarnaast ook doelen stelde om op nul emissie uit te komen verdriedubbelde. Vier op de tien bedrijven hebben inmiddels zulke doelen, samen goed voor een kwart van de wereldwijde omzet. Dat soort lichtpuntjes stemt Blok positief. ‘In de VS wordt alles wat met klimaatverandering te maken heeft tegengewerkt, maar in Azië zie je dat de interesse hiervoor enorm toeneemt’, zegt hij.[caption id="attachment_166919" align="alignnone" width="900"] Het aantal bedrijven met gevalideerde klimaatdoelen groeide in tien jaar tijd van 116 maar bijna 11.000. | credits: SBTi[/caption] Europees klimaatbeleid belangrijker dan Nederlandse Blok hoopt dat landen de komende jaren ook die omslag maken. Voor een goed klimaatbeleid is de verkiezingsuitslag in grote landen in Europa belangrijker dan de uitslag van de komende verkiezingen in Nederland, stelt hij. Al is wat meer ambitie geen overbodige luxe. Waarom? ‘Klimaatbeleid wordt gemeenschappelijk in Europa gemaakt. Goed Europees beleid is het belangrijkste, maar dat wil niet zeggen dat je tussendoor als land geen stappen kunt maken. Je kunt er achteraan hobbelen of er in voorop lopen’, zegt hij. Voor veel landen is het rapport van het IPCC een belangrijke basis om maatregelen te nemen. Hoe komt een IPCC rapport tot stand? Het Intergovernmental Panel on Climate Change is het orgaan van de VN dat klimaatverandering op wetenschappelijke basis onderzoekt. Blok was al drie keer eerder hoofdauteur van IPCC-rapporten. Bij het derde, vierde en zesde.Het zevende rapport komt uit in 2028, maar het werk begon dit jaar al. Hoe gaat zoiets in zijn werk? En waarom duurt het zo lang? ‘Eerst komt een kleine groep wetenschappers bij elkaar om een voorstel te maken over de inhoudsopgave van het hele rapport. Wat moet er allemaal in komen? Welke punten moeten meer of minder aandacht krijgen? Dat voorstel is goedgekeurd door alle overheden, die het bestuur van het IPCC vormen’, legt hij uit.In juli werden de auteurs geselecteerd, onder wie dus Blok. Dat zijn 664 experts uit 111 landen. De helft komt uit ontwikkelde landen en de helft uit ontwikkelingslanden, bijna de helft is vrouw. ‘Je wilt een goede balans hebben qua landen, gender en expertise. Dat is een hele kunst’, zegt Blok.De auteurs worden onderverdeeld in drie werkgroepen. De eerste houdt zich bezig met klimaatverandering zelf, de tweede met adaptatie en aanpassing aan de gevolgen ervan en de derde met het verminderen van uitstoot. Blok zit in de derde werkgroep. ‘Onze vraag is: hoe kun je klimaatverandering zo klein mogelijk houden?’[caption id="attachment_166920" align="alignnone" width="900"] Het klimaatpanel van de VN stelde eerder dit jaar in China de inhoudsopgave van het nieuwe rapport vast. | credits: IPCC[/caption] Duizenden wetenschappers en politici kijken mee Per rapport werken er ongeveer 200 hoofdauteurs aan mee. Daarnaast worden honderden externe deskundigen met een bepaalde expertise gevraagd om kleine onderdelen te schrijven. Als het rapport klaar is, wordt het in verschillende rondes rondgestuurd, waarna er duizenden mensen commentaar op mogen leveren. Naar de eerste conceptversie kijkt alleen een beperkte groep wetenschappers. De eerste officiële versie wordt de hele wereld rond gestuurd voor review. Daar mogen wetenschappers commentaar op geven.De tweede officiële versie gaat nog een keer naar die wetenschappers en ook naar overheden. Na al die commentaren wordt een finale versie gemaakt. Die wordt in zijn geheel goedgekeurd door de vergadering van alle landen. ‘Die sessie duurt een week. Dan wordt de samenvatting voor beleidsmakers zin voor zin besproken’, zegt Blok.Worden conclusies daar nog afgezwakt? ‘Dat heb ik nog niet meegemaakt. Als er politiek getinte commentaren komen, zoals ontkenning van klimaatverandering, dan zeggen we: de literatuur denkt er anders over.’ Einde eeuw terug op pad naar 1,5 graad In 2028 komt het nieuwe IPCC-rapport uit. Wat voorspelt Blok dat er uit komt? ‘De kans is groot dat we dan gaan zeggen: 1,5 graad opwarming is niet meer mogelijk. We kunnen misschien wel terug naar 1,5 graad opwarming aan het einde van de eeuw, maar dan moeten we enorme hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen. Dat kan wel, maar dan moet die technologie enorm opgeschaald worden’, zegt Blok. ‘De vraag moet dus zijn: als 1,5 graad niet meer haalbaar is, wat dan wel? En wat is daar voor nodig? Dan gaan we naar een pad van 2 graden opwarming of misschien richting 1,8 of 1,9 graden. Van de 3 graden zijn we echt wel weg.’ Lees ook:IPCC-auteur professor Blok: snel drie keer zoveel wind en zonne-energie nodig om Parijs te halen Professor en IPCC-auteur Blok: via ratelmechanisme op weg naar 2 graden opwarming Opwarming tot 1,5 graad beperken: “We kunnen het nog, maar dan moet het wel snel” Klimaatkantelpunten kosten duizenden miljarden euro's: 'Nu investeren in groene opties is veel goedkoper'