De Europese Commissie wil een nieuwe aanpak voor de planning en ontwikkeling van energie-infrastructuur om uitdagingen op gebied van veiligheid en leveringszekerheid, concurrentievermogen, klimaatverandering en de betaalbaarheid van energie aan te pakken. Daarvoor is woensdag het European Grids Package gepresenteerd, een ambitieus plan dat een totale financieringsbehoefte van liefst 1.200 miljard euro omvat.
Wat wil Brussel met dit plan bereiken en wat zijn de gevolgen van Nederland? Change Inc. behandelt de hoofdpunten van het nieuwe Europese plan voor elektriciteitsnetten, aardgas en waterstof.
1. Waarom komt de EU met een plan voor investeringen in energienetten?
Door de import van fossiele energiebronnen als olie en gas is de Europese Unie zeer kwetsbaar voor prijsschommelingen en geopolitieke risico’s. Verouderde infrastructuur en beperkte grensoverschrijdende interconnectiecapaciteit vertragen momenteel de duurzame energietransitie, stelt de Europese Commissie.
Om die problemen structureel aan te pakken heeft Brussel een actieplan opgesteld om de kloof tussen geplande en daadwerkelijk benodigde projecten te dichten. Projecten voor de uitbreiding en verzwarming van energienetten voor elektriciteit, waterstof en gas worden sneller ontwikkeld door onder meer vereenvoudigde vergunningsprocedures en betere financieringstoegang. Dat is de kern van het nieuwe European Grids Package.
Het pakket vereenvoudigt de selectie van zogenoemde ‘projecten van gemeenschappelijk belang’. Daar komen ook nieuwe categorieën zals slimme infrastructuur en veiligheidsupgrades onder te vallen, zodat deze in aanmerking komen voor EU-financiering.
Verhoogde interconnectiviteit tussen landen moet de Europese energie-infrastructuur beter bestand maken tegen schokken, zorgen voor stabielere energieprijzen en de voorzieningszekerheid garanderen. Ook wordt de fysieke en cyberveiligheid van grensoverschrijdende infrastructuur verbeterd door vroegtijdige veiligheidsintegratie en transparantie over eigendom. Brussel wil hiermee afhankelijkheid van ‘onbetrouwbare buitenlandse actoren’ vermijden.
2. Wat kost het EU-pakket en hoe wordt het gefinancierd?
De Europese Commissie schat dat er tot 2040 in totaal 1.200 miljard euro nodig is voor Europese energienetten, waarvan 730 miljard euro voor elektriciteitsnetten en 240 miljard euro voor waterstofnetwerken.
Momenteel wordt netinfrastructuur hoofdzakelijk via nettarieven voor gebruikers gefinancierd, wat betekent dat consumenten een deel van de kosten moeten ophoesten. De Europese Commissie wil daarom de financiële steun voor energie-infrastructuur inpassen in de volgende Europese langetermijnbegroting. Het gaat dan om het Meerjarig Financieel Kader, met een aanzienlijk versterking van het financieringsfonds Connecting Europe Facility (CEF).
De huidige EU-begroting (2021-2027) ondersteunt energienetten met 5,8 miljard euro via het CEF-fonds voor grensoverschrijdende projecten. Voor de Europese begroting die loopt van 2028 tot en met 2034 stelt de Commissie een vervijfvoudiging van het CEF-Energie budget voor, naar afgerond 30 miljard euro.
Nationale projecten voor netuitbreiding komen in aanmerking voor financiering via nationale en regionale partnerschapsplannen en het Europees Concurrentiefonds (ECF). De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een garantiestelling van 1,5 miljard euro geïntroduceerd voor de productie van componenten voor de energieinfrastructuur.
Private investeringen zijn eveneens essentieel. De nieuwe Clean Energy Investment Strategy for Europe, die de Commissie volgend jaar presenteert, zal concrete manieren schetsen om barrières weg te nemen voor privaat kapitaal om strategische investeringen in energienetten te versnellen.
3. Wat zijn de grootste projecten die onder het Europese netplan voor elektriciteit, gas en waterstof valllen?
Een onderdeel van het Europese netplan is de voltooiing van een aantal strategische verbindingen om kritieke knelpunten in het Europese energiesysteem aan te pakken. Dit zijn de zogenoemde energiesnelwegen.
Deze projecten werden eerder dit jaar aangewezen als belangrijke grensoverschrijdende energie-infrastructuur. Met extra EU-steun kunnen deze projecten de energiezekerheid verbeteren, de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen verminderen en helpen meer schone energie te integreren, waardoor energieprijzen worden verlaagd.
De Commissie versnelt de uitrol van de energiesnelwegen met gerichte ondersteuning voor de betrokken lidstaten en projectpromotors, inclusief het mobiliseren van financiering en maatregelen om vergunningsprocedures verder te stroomlijnen en versnellen om projecten succesvol af te ronden.
De acht energiesnelwegen zijn:
- Pyrenean Crossing: stroomnetverbindingen over de Pyreneeën om het Iberisch Schiereiland beter te integreren (Pyrenese oversteek 1 en Pyrenese oversteek 2).
- Great Sea Interconnector: een einde maken aan elektriciteitsisolatie door Cyprus en continentaal Europa met elkaar te verbinden.
- Harmony Link: versterking van de elektriciteitsverbinding van de Baltische staten, ter bevordering van energiezekerheid en energie-onafhankelijkheid van Rusland.
- TransBalkan Pipeline (TBP): gasleidingenetwerk om de veerkracht van energievoorzieningen in de Balkanregio en het oostelijk nabuurschap te vergroten.
- Bornholm Energy Island: de Oostzee transformeren tot een offshore interconnector-hub voor elektriciteit.
- South-East Europe: verbetering van prijsstabiliteit en energiezekerheid in Zuidoost-Europa, onder meer door opslag.
- SoutH2 Corridor: de zuidelijke waterstofcorridor voor verbindingen tussen Tunesië, Italië, Oostenrijk en Duitsland.
- Southwestern Hydrogen Corridor: waterstofnetwerk dat van Portugal naar Duitsland loopt.

Kaart van beoogde energiesnelwegen in Europa. Credits: Europese Commissie
Naast deze hoofdcorridors zijn er nog meer dan tweehonderd andere, deels lokale projecten die Europese Commissie met het energienetplan wil aanjagen. Zij krijgen speciale aandacht van de EU en komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een Europese subsidiepot.
4. Heeft het EU-plan gevolgen voor vergunningverlening voor infrastructuurprojecten?
Het European Grids Package beoogt ook een versnelling en vereenvoudiging van vergunningsprocedures voor alle netinfrastructuur, hernieuwbare energieprojecten, opslagprojecten en laadstations. Dit wordt afgestemd met het EU-regelgevingskader voor milieubescherming.
Zo worden er tijdslimieten voor vergunningsprocedures voorgesteld voor alle infrastructuurprojecten, opslag en laadstations, met verdere vereenvoudiging voor kleinschalige projecten. Ook komt er een stroomlijning van milieubeoordelingen en stilzwijgende goedkeuring als vergunningsautoriteiten niet binnen deadlines reageren.
Het pakket moet een evenwicht bieden tussen bescherming van biodiversiteit, natuur en landschappen enerzijds, en de noodzakelijke snelle transitie naar een koolstofvrij energiesysteem aan de andere kant.
5. Wat betekent dit voor Nederland?
Vijf van de plannen die speciale aandacht krijgen van de EU moeten in Nederland verrijzen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een connectie tussen offshore windparken van Duitsland en Nederland in de Noordzee, en een waterstofnetwerk dat Nederlandse industriegebieden aan elkaar verbindt.
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) zegt de Europese plannen toe te juichen. De NVDE is met name enthousiast over het versnellen van vergunningsverlening. Hierdoor kunnen honderden energieprojecten weer door, aldus de vereniging. Voorzitter Olof van der Gaag: ‘Het is zó zonde dat de aanleg van broodnodige duurzame energieprojecten nu stilstaat omdat er tijdens de bouw een klein beetje stikstof wordt uitgestoten. Over de gehele levensduur worden er juist bakken met stikstof en CO2 voorkomen.’
De NVDE stelt dat de plannen belangrijk zijn voor het behalen van energie- en klimaatdoelen. ‘Om vol vooruit te gaan met de energietransitie is het van belang dat de energie-infrastructuur er is en dat we daar zo goed en efficiënt mogelijk gebruik van maken. Zeker voor Nederland als Europees energie-knooppunt is het slim inspelen op aanbod en vraag essentieel voor een snelle en succesvolle energietransitie’, schrijft de organisatie in haar reactie.
Ook koepelorganisatie Netbeheer Nederland is enthousiast. ‘Energie-infrastructuur is eigenlijk een stikstofverzachter. De tijdelijke uitstoot tijdens de aanleg weegt ruimschoots op tegen de structurele uitstootvermindering die de infrastructuur daarna mogelijk maakt’, stelt Jinny Moe Soe Let, directeur beleid en communicatie. ‘Deze voorstellen versnellen niet alleen de energietransitie, maar helpen ook bij het oplossen van netcongestie.’ Ze roept de formerende partijen op om de voorstellen zo mogelijk om te zetten naar Nederlandse regelgeving.




