Jeroen de Boer
11 december 2025, 12:00

5 vragen over het EU-plan van € 1.200 miljard voor Europese energienetten

De Europese Commissie wil vaart maken met het versterken van de infrastructuur voor energie door een flinke uitbreiding van netwerken voor elektriciteit, gas en waterstof. Een deel van de plannen raakt ook Nederland.

GettyImages-2234320634 Tot 2040 is er zo'n 730 miljard euro nodig voor Europese elektriciteitsnetten, en 240 miljard euro voor waterstofnetwerken. | Credits: Getty Images

De Europese Commissie wil een nieuwe aanpak voor de planning en ontwikkeling van energie-infrastructuur om uitdagingen op gebied van veiligheid en leveringszekerheid, concurrentievermogen, klimaatverandering en de betaalbaarheid van energie aan te pakken. Daarvoor is woensdag het European Grids Package gepresenteerd, een ambitieus plan dat een totale financieringsbehoefte van liefst 1.200 miljard euro omvat.

Wat wil Brussel met dit plan bereiken en wat zijn de gevolgen van Nederland? Change Inc. behandelt de hoofdpunten van het nieuwe Europese plan voor elektriciteitsnetten, aardgas en waterstof.

1. Waarom komt de EU met een plan voor investeringen in energienetten?

Door de import van fossiele energiebronnen als olie en gas is de Europese Unie zeer kwetsbaar voor prijsschommelingen en geopolitieke risico’s. Verouderde infrastructuur en beperkte grensoverschrijdende interconnectiecapaciteit vertragen momenteel de duurzame energietransitie, stelt de Europese Commissie.

Om die problemen structureel aan te pakken heeft Brussel een actieplan opgesteld om de kloof tussen geplande en daadwerkelijk benodigde projecten te dichten. Projecten voor de uitbreiding en verzwarming van energienetten voor elektriciteit, waterstof en gas worden sneller ontwikkeld door onder meer vereenvoudigde vergunningsprocedures en betere financieringstoegang. Dat is de kern van het nieuwe European Grids Package.

Het pakket vereenvoudigt de selectie van zogenoemde ‘projecten van gemeenschappelijk belang’. Daar komen ook nieuwe categorieën zals slimme infrastructuur en veiligheidsupgrades onder te vallen, zodat deze in aanmerking komen voor EU-financiering.

Verhoogde interconnectiviteit tussen landen moet de Europese energie-infrastructuur beter bestand maken tegen schokken, zorgen voor stabielere energieprijzen en de voorzieningszekerheid garanderen. Ook wordt de fysieke en cyberveiligheid van grensoverschrijdende infrastructuur verbeterd door vroegtijdige veiligheidsintegratie en transparantie over eigendom. Brussel wil hiermee afhankelijkheid van ‘onbetrouwbare buitenlandse actoren’ vermijden.

2. Wat kost het EU-pakket en hoe wordt het gefinancierd?

De Europese Commissie schat dat er tot 2040 in totaal 1.200 miljard euro nodig is voor Europese energienetten, waarvan 730 miljard euro voor elektriciteitsnetten en 240 miljard euro voor waterstofnetwerken.

Momenteel wordt netinfrastructuur hoofdzakelijk via nettarieven voor gebruikers gefinancierd, wat betekent dat consumenten een deel van de kosten moeten ophoesten. De Europese Commissie wil daarom de financiële steun voor energie-infrastructuur inpassen in de volgende Europese langetermijnbegroting. Het gaat dan om het Meerjarig Financieel Kader, met een aanzienlijk versterking van het financieringsfonds Connecting Europe Facility (CEF).

De huidige EU-begroting (2021-2027) ondersteunt energienetten met 5,8 miljard euro via het CEF-fonds voor grensoverschrijdende projecten. Voor de Europese begroting die loopt van 2028 tot en met 2034 stelt de Commissie een vervijfvoudiging van het CEF-Energie budget voor, naar afgerond 30 miljard euro.

Nationale projecten voor netuitbreiding komen in aanmerking voor financiering via nationale en regionale partnerschapsplannen en het Europees Concurrentiefonds (ECF). De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een garantiestelling van 1,5 miljard euro geïntroduceerd voor de productie van componenten voor de energieinfrastructuur.

Private investeringen zijn eveneens essentieel. De nieuwe Clean Energy Investment Strategy for Europe, die de Commissie volgend jaar presenteert, zal concrete manieren schetsen om barrières weg te nemen voor privaat kapitaal om strategische investeringen in energienetten te versnellen.

3. Wat zijn de grootste projecten die onder het Europese netplan voor elektriciteit, gas en waterstof valllen?

Een onderdeel van het Europese netplan is de voltooiing van een aantal strategische verbindingen om kritieke knelpunten in het Europese energiesysteem aan te pakken. Dit zijn de zogenoemde energiesnelwegen.

Deze projecten werden eerder dit jaar aangewezen als belangrijke grensoverschrijdende energie-infrastructuur. Met extra EU-steun kunnen deze projecten de energiezekerheid verbeteren, de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen verminderen en helpen meer schone energie te integreren, waardoor energieprijzen worden verlaagd.

De Commissie versnelt de uitrol van de energiesnelwegen met gerichte ondersteuning voor de betrokken lidstaten en projectpromotors, inclusief het mobiliseren van financiering en maatregelen om vergunningsprocedures verder te stroomlijnen en versnellen om projecten succesvol af te ronden.

De acht energiesnelwegen zijn:

  • Pyrenean Crossing: stroomnetverbindingen over de Pyreneeën om het Iberisch Schiereiland beter te integreren (Pyrenese oversteek 1 en Pyrenese oversteek 2).
  • Great Sea Interconnector: een einde maken aan elektriciteitsisolatie door Cyprus en continentaal Europa met elkaar te verbinden.
  • Harmony Link: versterking van de elektriciteitsverbinding van de Baltische staten, ter bevordering van energiezekerheid en energie-onafhankelijkheid van Rusland.
  • TransBalkan Pipeline (TBP): gasleidingenetwerk om de veerkracht van energievoorzieningen in de Balkanregio en het oostelijk nabuurschap te vergroten.
  • Bornholm Energy Island: de Oostzee transformeren tot een offshore interconnector-hub voor elektriciteit.
  • South-East Europe: verbetering van prijsstabiliteit en energiezekerheid in Zuidoost-Europa, onder meer door opslag.
  • SoutH2 Corridor: de zuidelijke waterstofcorridor voor verbindingen tussen Tunesië, Italië, Oostenrijk en Duitsland.
  • Southwestern Hydrogen Corridor: waterstofnetwerk dat van Portugal naar Duitsland loopt.

Kaart van beoogde energiesnelwegen in Europa. Credits: Europese Commissie

Naast deze hoofdcorridors zijn er nog meer dan tweehonderd andere, deels lokale projecten die Europese Commissie met het energienetplan wil aanjagen. Zij krijgen speciale aandacht van de EU en komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een Europese subsidiepot.

4. Heeft het EU-plan gevolgen voor vergunningverlening voor infrastructuurprojecten?

Het European Grids Package beoogt ook een versnelling en vereenvoudiging van vergunningsprocedures voor alle netinfrastructuur, hernieuwbare energieprojecten, opslagprojecten en laadstations. Dit wordt afgestemd met het EU-regelgevingskader voor milieubescherming.

Zo worden er tijdslimieten voor vergunningsprocedures voorgesteld voor alle infrastructuurprojecten, opslag en laadstations, met verdere vereenvoudiging voor kleinschalige projecten. Ook komt er een stroomlijning van milieubeoordelingen en stilzwijgende goedkeuring als vergunningsautoriteiten niet binnen deadlines reageren.

Het pakket moet een evenwicht bieden tussen bescherming van biodiversiteit, natuur en landschappen enerzijds, en de noodzakelijke snelle transitie naar een koolstofvrij energiesysteem aan de andere kant.

5. Wat betekent dit voor Nederland?

Vijf van de plannen die speciale aandacht krijgen van de EU moeten in Nederland verrijzen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een connectie tussen offshore windparken van Duitsland en Nederland in de Noordzee, en een waterstofnetwerk dat Nederlandse industriegebieden aan elkaar verbindt.

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) zegt de Europese plannen toe te juichen. De NVDE is met name enthousiast over het versnellen van vergunningsverlening. Hierdoor kunnen honderden energieprojecten weer door, aldus de vereniging. Voorzitter Olof van der Gaag: ‘Het is zó zonde dat de aanleg van broodnodige duurzame energieprojecten nu stilstaat omdat er tijdens de bouw een klein beetje stikstof wordt uitgestoten. Over de gehele levensduur worden er juist bakken met stikstof en CO2 voorkomen.’

De NVDE stelt dat de plannen belangrijk zijn voor het behalen van energie- en klimaatdoelen. ‘Om vol vooruit te gaan met de energietransitie is het van belang dat de energie-infrastructuur er is en dat we daar zo goed en efficiënt mogelijk gebruik van maken. Zeker voor Nederland als Europees energie-knooppunt is het slim inspelen op aanbod en vraag essentieel voor een snelle en succesvolle energietransitie’, schrijft de organisatie in haar reactie.

Ook koepelorganisatie Netbeheer Nederland is enthousiast. ‘Energie-infrastructuur is eigenlijk een stikstofverzachter. De tijdelijke uitstoot tijdens de aanleg weegt ruimschoots op tegen de structurele uitstootvermindering die de infrastructuur daarna mogelijk maakt’, stelt Jinny Moe Soe Let, directeur beleid en communicatie. ‘Deze voorstellen versnellen niet alleen de energietransitie, maar helpen ook bij het oplossen van netcongestie.’ Ze roept de formerende partijen op om de voorstellen zo mogelijk om te zetten naar Nederlandse regelgeving.

Lees ook:

Hoe Beiersdorf zijn klimaatdoel van 90 procent minder uitstoot wil halen

Duurzaamheid is geen bijzaak meer bij Beiersdorf. Het is een kernonderdeel van de bedrijfsstrategie geworden, met een duidelijke ambitie: leiden in klimaatzorg. Met de aankondiging van een Net Zero-doelstelling voor 2045 zet het bedrijf die woorden nu om in groene doelstellingen. De aanpak achter het doel Beiersdorf wil zijn broeikasgasuitstoot met 90 procent verminderen over de hele waardeketen, met 2045 als streefjaar. Dat is vijf jaar eerder dan het 2050-doel waar veel bedrijven op inzetten.De doelstelling is niet zomaar bedacht. Het traject is de afgelopen jaren samen met het Wereld Natuur Fonds (WWF) Duitsland ontwikkeld en goedgekeurd door de Science Based Targets initiative (SBTi). Dat is een onafhankelijke organisatie die controleert of klimaatdoelen wetenschappelijk onderbouwd zijn en in lijn liggen met het Parijs-klimaatakkoord.Sebastian Öttl van WWF Duitsland benadrukt het belang van die samenwerking: ‘Beiersdorf volgt een strikt wetenschappelijke aanpak, gericht op échte emissiereductie in de hele waardeketen. Dit is best practice als het gaat om betrouwbare samenwerking en ambitieuze klimaatactie.’ Van strategie naar uitvoering Bij Beiersdorf is duurzaamheid verankerd in de bedrijfsstrategie genaamd “Win with Care”. Die naam is veelzeggend: het gaat om zorg voor je huid, voor de omgeving en de planeet (skin, people, planet). ‘We willen het beste huidverzorgingsbedrijf ter wereld zijn, en dat gaat hand in hand met leiderschap in klimaatzorg,’ aldus CEO Vincent Warnery.Die ambitie uit zich in de “CARE BEYOND SKIN Sustainability Agenda”, het raamwerk waarmee het bedrijf de transformatie richting Net Zero stuurt. Het is geen vage missie, maar een concrete koers met tussentijdse doelen: 30 procent emissiereductie voor eind 2025. Een daaropvolgend doel is 50 procent vermindering in 2032, waarover later meer concrete doelstellingen worden gepubliceerd.Tot nu toe loopt het schema. Eind 2023 had Beiersdorf zijn uitstoot al met 19 procent verminderd ten opzichte van het basisjaar 2018. Dat is aanzienlijk, maar het betekent ook dat de komende jaren de moeilijkste uitdagingen wachten. De uitdaging ligt in scope 3 Bij Beiersdorf komt ongeveer 96 procent van de broeikasgassen uit scope 3. Dat maakt de opgave complex, want het vraagt om samenwerking met honderden leveranciers, transporteurs en andere partners die je niet direct in de hand hebt.Voor Beiersdorf betekent dit dat de producten zelf moeten veranderen. Meer dan 90 procent van de totale uitstoot komt namelijk voort uit de producten: van de grondstoffen in een crème tot de plastic tube waar het in zit en de energie die nodig is om het te maken en te vervoeren. 2032 als belangrijke mijlpaal Het jaar 2032 is niet toevallig gekozen. Het is het 150-jarig jubileum van Beiersdorf. Tegen die tijd moet de uitstoot gehalveerd zijn ten opzichte van 2018. Om dat te bereiken heeft het bedrijf specifieke 'product ambities' geformuleerd: doelen voor zowel de formules als de verpakkingen van producten.Die productambities zijn geen zachte beloftes. Ze vertalen zich in concrete aanpassingen aan het assortiment. Denk aan andere grondstoffen, minder plastic, meer gerecyclede materialen en lichtere verpakkingen. Elk product dat op de markt komt, moet bijdragen aan die 50 procent reductie.Dr. Gitta Neufang, verantwoordelijk voor wereldwijde research & development, legt uit hoe dit het werk verandert: ‘Om Net Zero te bereiken, transformeren we de manier waarop we innoveren bij Beiersdorf. Duurzaamheid is een integraal onderdeel van ons R&D-DNA en biedt enorme kansen. Met onze wetenschappelijke expertise en innovatiekracht gaan we samen met leveranciers en partners de huidverzorging transformeren.’ Erkenning als koploper Beiersdorf is niet het enige bedrijf met klimaatambities, maar het wordt wel erkend als koploper. In 2022 en 2023 kreeg het bedrijf de status van 'CDP Triple-A company'. CDP is een non-profitorganisatie die bedrijven beoordeelt op klimaat, bossen en water. Van de duizenden bedrijven wereldwijd die meedoen, halen er maar enkele tientallen die drievoudige A-status.Die erkenning gaat niet alleen over ambitieuze doelen, maar ook over daadwerkelijke voortgang en transparantie. Beiersdorf rapporteert open over wat wel en niet lukt, en dat maakt het verhaal geloofwaardiger. Waarom dit belangrijk is voor retailers en medewerkers Voor retailers die Beiersdorf-producten in de schappen hebben, is deze transitie relevant. Het betekent dat producten veranderen, zowel qua samenstelling als qua uitstraling. De verhalen achter die producten worden anders, en dat zijn verhalen die je als retailer kunt gebruiken richting je eigen klanten.Voor (toekomstige) medewerkers is het ook een signaal. Steeds meer mensen willen werken voor bedrijven die serieus werk maken van duurzaamheid. Niet met vage toezeggingen, maar met concrete doelen en meetbare voortgang. Beiersdorf positioneert zich nadrukkelijk als zo'n werkgever. Realisme blijft nodig Het is goed om ambitieus te zijn, maar ook om realistisch te blijven. Van 19 naar 90 procent emissiereductie is een enorme sprong. De eerste stappen zijn vaak het makkelijkst; de volgende decennia worden uitdagender. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden die niet altijd gemakkelijk zijn, en er zullen obstakels komen die nu nog niet voorzien zijn.Toch is de koers helder. De klimaatcrisis vraagt om actie, en Beiersdorf heeft gekozen voor een wetenschappelijk onderbouwde, meetbare aanpak. De komende twintig jaar zullen laten zien of die aanpak werkt. Lees ook: Hoe gaat beautygigant Beiersdorf zijn klimaatdoelen halen?Dit artikel is gemaakt door onze partner, zonder inhoudelijk inspraak van de redactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.