Steeds meer industriële spelers luidden de afgelopen maanden de noodklok over de verslechterende vestigingsvoorwaarden in Nederland. Zwalkend overheidsbeleid, hoge energierekeningen en oneerlijke concurrentie uit het buitenland zouden Nederland minder aantrekkelijk maken voor de zware industrie die hier eens floreerde.
De vooralsnog gestage voortgang van Porthos is hierin mogelijk een zeldzaam lichtpunt. De CO2-afvang- en opslagpotentie die het project biedt kunnen van grote strategische waarde zijn voor het behoud van industriële partners in het Rotterdamse havengebied.
Geen verstoringen in bouwproces
Begin mei, de dag voor een geplande bijeenkomst voor journalisten, legde hoofdaannemer Allseas de werkzaamheden aan Porthos ineens stil. Er was een storing aan boord van het schip waarop werd gewerkt. Inmiddels wordt de oorzaak onderzocht en verkent het bedrijf wanneer het weer kan opstarten. Ongelukkig qua timing. “Maar het brengt geen wezenlijke verstoring in de planning van het bouwproces”, zegt projectleider Hans Meeuwsen.
Alle andere deelprojecten van Porthos lopen gewoon door. Zo is de aanleg van de onshore pijpleidingen al voor ruim 80 procent klaar. Daarbij zijn een aantal cruciale boringen uitgevoerd onder belangrijke waterwegen zoals de Oude Maas, het Calandkanaal, het Beerkanaal en de zeewering. “Dat waren de meer risicovolle werkzaamheden in het onshore traject”, zegt Meeuwsen. “Maar dit zijn inmiddels succesvol afgerond.”
Bijna lege gasvelden klaar om CO2 op te slaan
Aan de offshore-kant moeten uiteindelijk zeven grote putwerkzaamheden uitgevoerd worden. Het gaat om putten die eerder voor gaswinning zijn gebruikt. Een deel wordt definitief afgesloten en een ander deel wordt omgebouwd tot injectieputten waar straks CO2 doorheen vloeit. “We liggen voor op schema”, aldus Meeuwsen. “Dus we kunnen eventuele tegenvallers opvangen in de tijd.”
Meeuwsen is optimistisch dat de beoogde startdatum in 2026 gehaald kan worden. Al kan hij nog niet zeggen in welke maand Porthos officieel werkt. “Er kunnen zich altijd onvoorziene situaties voordoen. Het blijft een project dat first of its kind is. Ook zijn we deels afhankelijk van onze klanten die hun eigen CO2-afvanginstallaties moeten bouwen. De een is hier iets verder mee dan de ander. Maar we verwachten dat in 2026 genoeg invoerpunten klaar zijn om op te starten. We beginnen überhaupt niet vanaf dag 1 op volle capaciteit, maar bouwen het langzaam op.”
Porthos: wat gaat er gebeuren?
In december 2021 tekenden Shell, Air Liquide, Air Products en ExxonMobil de definitieve contracten met Porthos voor het transport en de opslag van CO2. De bedrijven, allemaal gevestigd in het havengebied, gaan vanaf 2026 samen jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 van hun installaties in Rotterdam afvangen en aanleveren aan de Porthos-infrastructuur. Daarmee wordt de CO2-uitstoot van het Rotterdamse havengebied 10 tot 14 procent gereduceerd.
Verschil tussen kosten CO2-opslag en handelsprijs EU overbruggen
Met behulp van subsidie overbruggen de partijen de kosten tussen de CO2-prijs binnen het emissiehandelssysteem ETS en de totale kosten voor afvang, transport en opslag; een zogeheten contract for difference. Stijgt de CO2-prijs, dan neemt het subsidiedeel af.
In totaal is voor deze regeling een bedrag 2 miljard euro gereserveerd voor de komende 15 jaar. “Er wordt wel eens gezegd dat onze klanten 2 miljard subsidie krijgen, maar zo werkt het dus niet”, zegt Hans Meeuwsen. “Er gaan zelfs geluiden op dat bedrijven straks extra belasting moeten betalen als opslag van CO2 goedkoper wordt dan de CO2-prijs.” Zo’n tweezijdig contract for difference geldt bijvoorbeeld al elders in Europa.
Porthos kan industrie steun bieden
De voortgang van Porthos en het optimisme van Meeuwsen zijn een fris geluid in tijden van een industrie die de laatste maanden geregeld aan de bel trekt. Al ziet Meeuwsen niet direct signalen die de business case van Porthos kunnen raken. “Al zou het wel zonde zijn als Porthos straks niet voor de volle 100 procent gebruikt kan worden door het gebrek aan industriële klanten. Maar daar is tot nu toe nog geen sprake van. Sterker nog, het feit dat infrastructuur voor de opslag van CO2 aanwezig is in de haven kan een reden zijn voor bedrijven om hier te blijven of zich hier te vestigen.”
De Porthos-leiding wordt op hoogte gebracht om het boorgat onder het Beerkanaal binnen te gaan. | Credit: PorthosCO2Blauwe waterstof CO2-neutraal maken
Porthos zal straks met name gebruikt worden voor de CO2 die vrijkomt bij de productie van blauwe waterstof. Het gaat hier om waterstof die geproduceerd met aardgas, waarvan de CO2 wordt opgeslagen en dus niet in de atmosfeer terechtkomt. Critici zien blauwe waterstof als een uitsteltechnologie. Er worden namelijk nog steeds fossiele brandstoffen voor gebruikt, waardoor de vraag naar deze brandstoffen blijft bestaan.
Meeuwsen is het daar niet mee eens. Voor hem is blauwe waterstof een overgangstechnologie. “Voor groene waterstof is heel veel hernieuwbare elektriciteit nodig en dat maakt dat het veel duurder is. En voor witte waterstof, opgeslagen in bodem, zijn nog geen commerciële exploitanten. Daarbij is Porthos in de huidige vorm per definitie tijdelijk. Na 15 jaar zitten de opslagvelden simpelweg vol. In die tijd is het belangrijk dat we de overgang naar volledig CO2-vrije waterstof realiseren.”
CCS: leren van fouten uit het verleden
Hoewel CCS door het klimaatpanel IPCC van de VN wordt gezien als essentieel middel om de CO2-emissies de komende decennia drastisch te verlagen, is de techniek in het verleden gestuit op de nodige obstakels en tegenslagen. Project Gorgon in West-Australië van Chevron, Petra Nova in Texas en het Kemper Project in Mississippi maakten geen van alle de grote CCS-ambities waar, ondanks dat er miljarden in de projecten werden gepompt. Te hoge kosten en technische mankementen gooiden roet in het eten, waarbij sommige projecten onder de streep zelfs meer CO2 uitstootten dan uiteindelijk werd afvangen.
Volgens Meeuwsen zijn deze afgeschreven projecten lessen voor Porthos. Bovendien zijn mensen die eerst aan het Gorgon-project werkten inmiddels ook aan de slag bij Porthos. “Zo leren we wat we nu niet moeten doen.” Daarbij kijkt Meeuwsen ook naar buitenlandse projecten waar CCS al wel werkt, zoals in Noorwegen waar al sinds 1996 CO2 wordt opgeslagen in een waterhoudende zandsteenlaag.
Meeuwsen: “En we zien elders technieken toegepast worden – niet zozeer voor CCS – die relevant zijn voor Porthos. Zo wordt er al jaren CO2 in olieputten geïnjecteerd om de olieopbrengsten te verhogen. We proberen wereldwijd kennis op te halen die voor ons nuttig kan zijn.”
Project Aramis: tien keer groter
Uiteindelijk hoopt Meeuwsen dat het succes van Porthos kan leiden tot een grootschalige doorbraak van CCS, in binnen- en buitenland. Zo is Aramis een ander Nederlands-Duits-Belgisch CCS-project in de Noordzee dat in de steigers staat. En waar Porthos jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 wil opslaan, mikt Aramis op jaarlijks 22 miljoen ton. “CCS blijft een tijdelijke oplossing, we kunnen er niet tot het jaar 2100 mee doorgaan. Maar ik denk dat het in de komende 15, 20 jaar een techniek is die kan opschalen en bovendien een business case voor Nederland oplevert.”
Typisch Nederlandse samenwerking
Meeuwsen denkt dat Nederland niet alleen wat betreft techniek, maar ook op het gebied van publiek-private samenwerkingen een gidsland kan zijn. “Het is best indrukkend dat een aantal grote bedrijven, die in essentie op winst koersen, zich voor een periode van 15 jaar gecommitteerd heeft aan de enorme investeringen die nodig zijn om Porthos van de grond te krijgen. Andere landen kijken niet alleen met een schuin oog naar de technische ontwikkelingen, maar hebben ook interesse in hoe we er in Nederland in geslaagd zijn om deze samenwerking op te zetten. Deze lessen proberen we natuurlijk zoveel mogelijk te delen. Het is best een indrukwekkende, misschien wel typisch Nederlandse, prestatie.”




