Nederland wil van de Noordzee de nieuwe energiecentrale van Noordwest-Europa maken, maar de uitbouw van nieuwe windparken op zee verloopt moeizaam. Het demissionaire kabinet-Schoof wil in 2026 voor één gigawatt aan nieuwe capaciteit veilen, mét subsidie. Dat is de helft van de oorspronkelijk beoogde twee gigawatt aan nieuwe capaciteit voor dit jaar.
Waarom trapt het kabinet op de rem? En wat zijn de bredere gevolgen voor de uitbouw van windparken op zee en de rol van windenergie in de energietransitie? Vijf vragen.
1. Waarom wil minister Hermans maar 1 windpark erbij in 2026?
Afgelopen september besloot minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei om weer overheidssteun beschikbaar te stellen bij nieuwe aanbestedingen. Doel was toen om in 2026 voor twee gigawatt aan nieuwe capaciteit te veilen voor offshore windparken met ongeveer 1 miljard euro uit het Klimaatfonds. Vrijdag werd bekend dat het demissionaire kabinet die ambitie terugschroeft door in eerste instantie één gigawatt aan nieuwe capaciteit in de markt te zetten met de veiling van de kavel IJmuiden Ver Gamma-A.
Door verslechterende marktomstandigheden zijn exploitanten van windparken huiverig geworden om te investeren in nieuwe capaciteit: bouwkosten zijn hoger, de rente voor leningen is gestegen en er is onzekerheid over de afname van grote hoeveelheden windenergie door de Nederlandse industrie. Subsidies vanuit de overheid kunnen windparkexploitanten over de streep trekken, maar de vraag daarbij is hoeveel subsidie je beschikbaar moet stellen om een bepaalde nieuwe capaciteit met succes te veilen.
Hermans heeft besloten hierbij nieuwe berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving te volgen. Daarbij is gekozen voor een relatief hoog maximaal subsidiebedrag en een terugschaling van de aangeboden nieuwe capaciteit van twee naar één gigawatt. Dit om er zeker van te zijn dat windparkbouwers intekenen op de aanbesteding.
De subsidie komt in de vorm van een exploitatievergoeding van maximaal 104 euro per megawattuur, als onderdeel van de zogenoemde SDE++-regeling. Naast de bijna 1 miljard euro uit het Klimaatfonds heeft Hermans 1,6 miljard euro vrijgespeeld uit de pot voor SDE++-subsidies, die oorspronkelijk was gereserveerd voor de jaren 2043 en 2044. In totaal ontstaat hierdoor ongeveer 2,5 miljard euro aan financiële ruimte. Dit is het maximum dat het demissionaire kabinet binnen de huidige begrotingskaders beschikbaar heeft.
Een onzekerheid hierbij is dat er aanvullend nog ongeveer 1,5 miljard euro nodig kan zijn, als de overheid inderdaad het maximumsubsidiebedrag moet uitkeren. In de praktijk verwacht Hermans dat de kosten voor de overheid 2,4 miljard euro zullen bedragen, zo schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer.
2. Wat zijn de gevolgen voor de uitbouw van windparken op zee?
Voor de uitbouw van windenergie op zee bestaat een zogenoemde Routekaart die voorziet in ruim 21 gigawatt aan capaciteit in 2032. Daarvan staat er al 4,7 gigawatt en is 5,5 gigawatt vergund. De komende zes jaar zou er dan nog 11,5 gigawatt aan capaciteit moeten worden geveild én opgeleverd.

Bron: Windopzee.nl
Nog te veilen en bouwen windcapaciteit op zee tot 2032
- IJmuiden Ver Gamma (A en B): 2 gigawatt
- Nederwiek (1A, 1B , II en III): 6 gigawatt
- Doordewind (1): 2 gigawatt
- Ten Noorden van de Waddeneilanden: 700 megawatt
- Hollandse Kust West: 580 megawatt
Afgelopen jaar heeft het kabinet geprobeerd om een deel van het beoogde windpark Nederwiek (Kavel 1-A, één gigawatt) te veilen zonder subsidie, maar dat mislukte. Met de teruggeschroefde ambitie voor 2026 loopt de planning daarmee in totaal twee gigawatt achter op de beoogde ongeveer 11,5 gigawatt aan extra capaciteit tegen 2032.
Minister Hermans schrijft in de brief aan de Tweede Kamer dat de planning van de Routekaart hiermee in het geding is gekomen. Wat haar betreft is het aan een volgende kabinet om te bepalen hoe die wordt aangepast.
Hiermee is overigens niet helemaal uitgesloten dat een nieuw kabinet extra middelen uittrekt om de vaart erin te houden met de uitbreiding van nieuwe windparken op zee: ‘Het uitroltempo van de windparken uit de Routekaart hangt af van de keuzes die een nieuw kabinet maakt, met name het beschikbare budget voor de uitrol van windenergie op zee’, aldus Hermans.
De ambitie voor uitbreiding van de totale capaciteit van windparken op zee naar minimaal 30 gigawatt in 2040 staat vooralsnog overeind. Mogelijk moet er dus een inhaalslag komen na 2032 als het tussendoel niet wordt gehaald.
3. Zijn er financiële consequenties?
Het signaal dat minister Hermans afgeeft met het besluit van afgelopen vrijdag, is dat de marktomstandigheden op korte termijn zo uitdagend zijn, dat de overheid meer subsidie beschikbaar moet stellen dan eerder gedacht om nieuwe windparken op zee met succes te kunnen aanbesteden.
Daarbij is er ook een concreet financieel risico voor Tennet, de publieke beheerder van het landelijke stroomnet. Tennet heeft de opdracht gekregen voor de uitbouw van de infrastructuur voor wind op zee (kabels en ‘stopcontacten op zee’ voor windparken). Als die infrastuctuur er straks ligt, maar er zijn door uitstel minder of geen nieuwe windparken die er gebruik van maken, mist Tennet inkomsten. Windparkexploitanten betalen via nettarieven immers voor het gebruik van de infrastructuur van Tennet.
Voor de rol van windenergie op zee wordt de komende maanden cruciaal wat het formatietrio van D66, CDA en VVD voorstelt in het regeerakkoord dat in februari wordt verwacht. Vooral D66 heeft zwaar ingezet om stevig investeren in de klimaatagenda van Nederland in zijn verkiezingsprogramma. Tegelijk moet het nieuwe kabinet scherpe keuzes maken, onder meer omdat er miljarden extra naar defensie moeten in verband met de nieuwe NAVO-norm.
Een mogelijke uitweg waar D66-leider Rob Jetten en CDA-voorman Henri Bontenbal op hebben gehint, ligt bij een andere boekhoudkundige omgang met bepaalde langetermijninvesteringen. Dat kan mogelijk extra financiële ruimte scheppen binnen de Europese begrotingsregels.
4. Raakt de vertraging bij windenergie de klimaatdoelen van Nederland?
De uitbouw van windparken op zee is onderdeel van de klimaatdoelen van Nederland, waarbij het streven is om in 2030 in totaal 39 procent van het eindverbruik van energie uit hernieuwbare bronnen te laten komen.
Als er door de gaten die zijn ontstaan in de Routekaart voor windenergie op zee inderdaad fors minder capaciteit bijkomt, geeft dat extra druk op het halen van de klimaatdoelen. Dat erkent minister Hermans ook in haar brief aan de Tweede Kamer.
Dit kan een financieel staartje krijgen, blijkt uit een afgelopen week verschenen rapport van onderzoeksbureau Ecorys in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie. Als Nederland de verplichtingen voor het aandeel van hernieuwbare energie in 2030 niet haalt, treedt er mogelijk een Europese boeteregeling in werking. Op het moment dat andere Europese landen de klimaatdoelen overtreffen, zou Nederland ter compensatie voor het achterblijven geld moeten overmaken naar die landen. Dit kan naar schatting over een periode van vijf jaar tot 2,6 miljard euro kosten.
5. Welke oplossingen zijn er voor de groei van offshore windenergie?
De uitbouw van windenergie op zee stuit grofweg op drie problemen: hogere bouwkosten, onzekerheid over de ontwikkeling van elektriciteitsprijzen en onzekerheid over de vraag naar groene stroom vanuit de Nederlandse industrie. Een nieuw kabinet kan naar verschillende instrumenten grijpen om daar iets aan te doen.
Wat betreft de elektriciteitsprijzen liggen er al plannen om in 2027 te gaan werken met zogenoemde contracts-for-difference. Dit is een vorm van overheidssteun waarbij windparkbouwers garanties krijgen als elektriciteitsprijzen buiten een van tevoren afgesproken bandbreedte vallen.
Zakken marktprijzen onder een bepaald bodemniveau, dan biedt de overheid compensatie, stijgen ze boven een bepaald plafondniveau dan mag de overheid overwinsten afromen. Voor windparkexploitanten geeft dit in ieder geval zekerheid over een bepaalde bandbreedte voor de elektriciteitsprijzen.
Aan de vraagkant kan gekeken worden naar zogenoemde Power Purchase Agreements (ppa’s). Hierbij sluiten afnemers van windenergie voor de lange termijn contracten met windparkexploitanten voor de afname van een bepaald volume aan elektriciteit. Windleveranciers willen hierbij graag garanties over wat er gebeurt als een afnemer failliet gaat, gelet op de bijbehorende risico’s voor de afgesproken leveringen. Daar moeten verzekeringsconstructies voor worden bedacht via bijvoorbeeld publieke garantiefondsen.
Wat betreft het stimuleren van de afname van groene stroom door de industrie ligt er een aparte opgave voor de overheid. Die is direct gekoppeld aan de verduurzaming van de industrie, waarbij het gebruik van aardgas moet worden vervangen voor groene stroom, of waterstof die met groene stroom wordt geproduceerd. In hun tussenverslag van afgelopen december gaven formatiepartijen D66 en CDA aan onder meer te willen kijken naar een nationale strategie voor de energie-intensieve haven- en industrieclusters in Nederland.
Voor Nederland staat er veel op het spel. De ambitie om van de Noordzee een groene energiecentrale te maken is niet alleen van belang voor de energietransitie, maar ook voor leveringszekerheid van energie.
Nederland is extreem afhankelijk van geïmporteerde, grotendeels fossiele energie. Uit een afgelopen week gepubliceerde analyse van Energie Beheer Nederland blijkt dat die is gestegen tot liefst 78 procent in de afgelopen jaren.
In de onderstaande grafiek van EBN is weergeven hoe in een optimistisch scenario de groei van onder meer windenergie (lichtblauwe vlak) flink kan bijdragen aan het verkleinen van de importafhankelijkheid.

Bron: EBN Infographic 2026.
Kortom, verduurzaming van de economie en strategische keuzes rond energiezekerheid gaan bij de uitbreiding van windparken op zee hand in hand.
Lees ook:
- Deze slimme financiële constructie kan voor een win-win zorgen voor windparken op zee én de Nederlandse industrie
- Met deze 4 versnellers kan Nederland de energietransitie alsnog laten slagen (ook goed voor de economie)
- Hoogleraar energie en duurzaamheid Gert Jan Kramer: ‘Nederland moet knoppen zo zetten dat concurrentienadeel verdwijnt’




