Jeroen de Boer
12 juni 2025, 13:49

Deze slimme financiële constructie kan voor een win-win zorgen voor windparken op zee én de Nederlandse industrie

Het opschalen van windenergie op zee dreigt in het gedrang te komen door stijgende kosten en onzekerheid over de vraag naar windstroom vanuit onder mee de Nederlandse industrie. Bedrijfscontracten voor de lange termijn, met zekerheidsgaranties voor exploitanten van windparken, kunnen uitkomst bieden, volgens Invest-NL.

Noordzee windpark contracten hoofd Als bedrijven langetermijncontracten afsluiten voor de inkoop van windstroom, komt er meer zekerheid over de vraag. | Credits: Getty Images

Een gevaarlijke luwte dreigt voor windenergie op zee. Toegenomen kosten van materialen, gestegen rentes en onzekerheid over de grootschalige afname van windenergie tegen acceptabele prijzen maken energiebedrijven huiverig om mee te doen aan de bouw van nieuwe windparken op zee. Langetermijncontracten met een garantiefonds kunnen mogelijk helpen om investeringen aan te jagen.

De publieke financiering- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL, die zich richt op onder meer het versnellen van de energietransitie, ziet wel degelijk mogelijkheden om vaart te maken met windenergie. ‘Er kan nu al worden gekeken naar structurele oplossingen die de markt versterken’, zegt energie-expert Marinus Boogert.

Eind vorig jaar was er 4,7 gigawatt aan vermogen geïnstalleerd op zee, terwijl er nog eens 5,5 gigawatt aan toegekende bouwprojecten in de pijplijn zitten voor de komende jaren.

Bron: Dashboard Klimaatbeleid

 

Echter, voor 2032 mikt de overheid op 21 gigawatt aan windcapaciteit op zee. Dat wordt krap want hiervoor moet de komende zeven jaar dus voor zo’n 11,5 gigawatt aan nieuwe windenergie worden aanbesteed én gebouwd.

Uitbreiding windparken op zee in het gedrang

Momenteel zijn energiebedrijven huiverig om mee te doen aan nieuwe aanbestedingen: hogere materiaalkosten en de gestegen rente maken bouwprojecten duurder. Daarnaast is er onzekerheid over toekomstige prijzen van windenergie én voldoende vraag vanuit met name de Nederlandse industrie.

Bij de vraag naar windenergie gaat het namelijk niet alleen om bijvoorbeeld meer stroom voor elektrische auto’s en huishoudens met warmtepompen, maar vooral ook om keuzes die de Nederlandse industrie moet maken bij verdere elektrificatie. Als industriële bedrijven kunnen omschakelen naar gebruik van duurzame waterstof die met behulp van windstroom via elektrolyse wordt gemaakt, kan dat potentieel een stabiele vraag voor de lange termijn opleveren. Het is alleen onzeker welke keuzes de industrie hierin gaat maken.

Dit jaar en in 2026 moet de aanbesteding van het windpark Nederwiek plaatsvinden, voor in totaal 6 gigawatt. Daarbij staat de eerste kavel van 1 gigawatt op de rol voor het vierde kwartaal van dit jaar.

Vanuit de hoek van energiebedrijven die de nieuwe windparken op zee zouden moeten aanleggen, wordt geëist dat de overheid meer garanties biedt in de vorm van risicodeling, bijvoorbeeld via zogenoemde contracts-for-difference, Daarbij biedt de overheid compensatie als stroomprijzen onder een vooraf bepaald minimumniveau zakken. Aan de andere kant mag de overheid overwinsten afromen, als de prijzen boven een bepaald maximum stijgen.

Een terugvaloptie kan volgens energiebedrijven zijn dat de overheid in 2026 de aanleg van windparken weer mede subsidieert via de SDE++ regeling, zolang contracts-for-difference niet beschikbaar zijn. Een overheidssubsidie via de SDE-regeling dekt doorgaans de “onrendabele top” af. Dat wil zeggen: als de kostprijs van windenergie voor producenten hoger is dan de marktprijs van fossiele energie, wordt het verschil door de overheid vergoed.

Wind op zee: meerjarige energiecontracten voor bedrijven

Maar volgens energie-expert Boogert van Invest-NL moet serieus gekeken worden naar een derde optie, mede omdat contracts-for-difference en de SDE-subsidie het kip-en-ei probleem niet oplossen. ‘Er blijft met deze instrumenten onzekerheid of de onderliggende vraag voldoende is om de bouw van nieuwe windparken te stimuleren. Dit raakt uiteindelijk ook de verdere elektrificatie en verduurzaming van de industrie, die van groot belang is voor de Nederlandse klimaatdoelstellingen.

Boogert wijst erop dat zogenoemde corporate Power Purchase Agreements (cPPA’s) een aanvullend instrument kunnen zijn om meer zekerheid te bieden over de vraag naar windenergie.

Het gaat hierbij om langetermijncontracten tussen ontwikkelaars van windparken en in dit geval bedrijven die stroom afnemen, waarbij meerjarige afspraken gemaakt worden over vaste prijzen en af te nemen volumes van windenergie.

Garantiefonds om risico voor producenten windenergie af te dekken

Een complicatie bij dergelijke langetermijncontracten is dat de exploitanten van windparken een risico lopen, als een bedrijf failliet gaat en niet meer kan voldoen aan de betalingsverplichtingen van het energiecontract. Dit kan worden opgevangen door de inrichting van een zogenoemd garantiefonds.

Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Bron: Invest-NL

 

Een bedrijf dat de energie inkoopt sluit een energiecontract voor de langere termijn af met de producent van windenergie (cPPA). De onderneming die stroom inkoopt, verstrekt kredietinformatie aan het garantiefonds. Het garantiefonds verzekert vervolgens voor de producent van windenergie het risico op wanbetaling bij de afnemer. Aangezien dit maatwerk is, kan er verschil zijn in hoever die dekking precies gaat.

De ontwikkelaar van het windpark betaalt een verzekeringspremie aan het garantiefonds in ruil voor de dekking. De verzekering van het afnamerisico (dus het wegvallen van de vraag bij wanbetaling) geeft banken die het windproject financieren meer zekerheid, zodat bijvoorbeeld de risicopremie op de rente die de ontwikkelaar betaalt voor zijn leningen, lager kan zijn.

Volgens energie-expert Boogert van Invest-NL kan een dergelijke financieringsopzet ervoor zorgen dat een grotere groep bedrijven langetermijncontracten kan afsluiten voor windenergie. ‘Voor veel bedrijven die stroom inkopen, is met name de tijdsduur problematisch, omdat ze niet kredietwaardig genoeg zijn in de ogen van de ontwikkelaars van windparken om lange contracten mee af te sluiten. Door dit instrument kan er een groter verkoopvolume aan stroom voor langere tijd worden vastgelegd. Dan zorg je dus voor meer zekerheid over de vraag.’

Invest-NL is momenteel bezig met het opzetten van een blauwdruk voor een cPPA-contract, inclusief het verzekeren van het afnamerisico.

Kosten voor de overheid kunnen lager zijn

Volgens Invest-NL kunnen publieke partijen in een garantiefonds investeren. ‘Dat zou wel samen met private partijen moeten gebeuren, zoals pensioenfondsen en andere beleggers. De premiebetaling aan het garantiefonds moet in principe ook gewoon kostendekkend zijn, dus uiteindelijk zou de markt het zelf moeten kunnen financieren.’

Boogert benadrukt verder dat het succes van zakelijke langetermijncontracten voor windenergie, in combinatie met een garantieregeling, mede afhangt van de politieke keuzes rond andere instrumenten, zoals de SDE-regeling en de eventuele invoering van contracts-for-difference. ‘Een voordeel van langetermijncontracten met een garantieregeling kan wel zijn dat het de overheid in eerste instantie geen geld hoeft te kosten, aangezien je wilt werken met een kostendekkende garantiepremie. Daar zit natuurlijk wel een wanbetalingsrisico achter, maar bij een SDE-subsidie ben je als overheid meteen geld kwijt aan subsidiebedragen.’

Dit is ook direct van belang voor de demissionaire minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans en de Tweede Kamer. Nu het spannend wordt of er bij de aanbesteding van nieuwe windprojecten op zee dit najaar en in 2026 voldoende interesse is van private partijen, duikt ook de vraag op hoeveel geld de overheid eventueel wil vrijmaken om te zorgen dat de beoogde uitbreiding van windparken op zee niet vastloopt. Een garantie-instrument voor langlopende energiecontracten kan de directe subsidiekosten dan mogelijk beperken.

Lees ook:

In dit circulaire mini-dorp gaat de Nederlandse bedrijfstop de nieuwe economie uitvinden

Het nieuwe complex bestaat uit een restaurant, vergaderzalen, flexwerkplekken, kantoren en een hotel, waarvan de dertig kamers de komende maanden door dertig verschillende kunstenaars worden vormgegeven. Kort na de zomervakantie verhuist De Groene Afslag van zijn huidige vestiging in een voormalige kazerne en AZC, waar het ruim zes jaar antikraak zat, naar een voormalige militaire school. Die ligt 400 meter verderop en dat complex is 2,5 keer zo groot. Het aantal medewerkers groeit van 65 richting 100. ‘Het bijzondere van dit gebouw is dat het vroeger een school was waar soldaten leerden om bommen te maken. Wij gaan er straks munitie maken voor een nieuwe economie’, zegt Mol. Topondernemers geven startkapitaal Hij kreeg zes jaar geleden Stichting DOEN en bijna honderd topondernemers en belangrijke beslissers uit het bedrijfsleven zover om samen 750.000 euro startkapitaal te steken in de eerste versie van de Groene Afslag. Sindsdien komen zij en vele andere bedrijven er met hun managementteams, raden van bestuur en hun commissarissen of stichtingsbestuur vergaderen in de circulair ingerichte zalen, plantaardig eten in het restaurant en lezingen en seminars volgen bij De Veranderschool. Van ABP tot Ziggo Sport, van ABN Amro tot de Triodos Bank, van KLM en Rijkswaterstaat tot InvestNL en alle waterschappen. Monster van COP Ness Zij maken er kennis met de ‘donut economie’ van Oxford-professor Kate Raworth, de ‘betekeniseconomie’ van Kees Klomp of de ‘welzijnseconomie’ van Katherine Trebeck. In het huidige complex zitten ook diverse groene en circulaire bedrijven, zoals Mud Jeans, ‘s werelds eerste circulaire denimmerk. In de hal bij de ingang staat het vijf lange en drie meter hoge beeld van het Monster van Loch Ness, dat Mud Jeans samen met WaterBear en kunstenaar Billie Achilleos maakte voor de klimaattop in Glasgow in 2021. Het uit achthonderd oude spijkerbroeken gemaakte beeld heet ‘Messy’. Hij was bedoeld als protest tegen de milieuvervuiling van de fast fashion sector en vormde tegelijkertijd een oproep tot een circulaire economie. Bij de Groene Afslag zien ze hem als huisdier en hun eigen monstertje van Loch Ness. Verder werkte auteur Roxanne van Iperen er onlangs als artist in residence aan haar nieuwe boek ‘Eigen planeet eerst’. Nieuwe economie uitvinden Een groep geldschieters, van wie een deel uit de eerste ‘Raad van 100’ komt, heeft recent 6 miljoen euro als eigen vermogen ingelegd voor het nieuwe complex. De resterende 7,5 miljoen komt van de Triodos Bank. ‘Wij proberen met horten en stoten de nieuwe economie handen en voeten te geven', zegt Mol. 'Hier in ’t Gooi woont bijna 50 procent van de beslissers uit de BV Nederland. Door ze mee te nemen in die reis, door wat ze hier zien, meemaken, eten en alle verhalen die ze horen proberen we iedereen in de veranderstand te krijgen. We horen vaak dat er bij ons andere beslissingen worden genomen. Alleen al het afgelopen jaar haalden we met de trainingen en cursussen van onze Veranderschool ruim 1250 mensen door onze groene wasstraat. Zo kunnen we onze impact echt vergroten’, legt Mol uit. ‘Dat doen we door in de entourage echte kunst, mooi design, nieuwe economie, ouwe zooi én lol door elkaar te roeren. En last but not least, door nooit een opgeheven vingertje te hebben.’Om dat in het nieuwe complex nog beter te faciliteren wordt de hele eerste verdieping omgebouwd tot werkplaats van de nieuwe economie. Daar werken bedrijven, startups en andere partijen straks in vergaderzalen, kantoren en flexplekken samen met De Veranderschool aan concrete transities, onder meer in de bouw, energie, zorg, onderwijs en financiën.[caption id="attachment_159436" align="alignnone" width="1024"] COP Ness-monster Messy staat als circulair huisdier in de hal – Foto: De Groene Afslag[/caption] Plafond van 180 miljoen Het voormalige militaire opleidingsgebouw is door de architecten Thomas Rau en Sanne Oomen getransformeerd tot een groen, circulair, open gebouw met veel licht en glas. Begin dit jaar wonnen ze hiermee de German Design Award 2025 in de categorie Excellent Architecture.Zowel binnen als buiten worden zoveel mogelijk hergebruikte materialen gebruikt. Zo maakt het Amsterdamse Studio Wild een kunstwerk dat de etages allemaal buitenlangs verbindt. De ‘trap’ is gemaakt van authentieke Bailey-brugdelen, die de geallieerden tijdens de oorlog in Normandië gebruikten om havens en bruggen te bouwen. De vensterbanken en klapdeuren komen uit een oud ziekenhuis.De plafonds in het hotel worden door het bedrijf Acosorb akoestisch bewerkt met plastic dat The Ocean Cleanup uit zee heeft gevist. In de horeca wordt dat gedaan met 2 kubieke meter oude bankbiljetten die de Duitse Bundesbank uit de roulatie heeft gehaald. ‘We zetten heel veel oud geld’ opnieuw aan het werk. Er zit straks zo’n 180 miljoen aan bankbiljetten in. We krijgen dus in ons café het duurste plafond ter wereld’, zegt Mol gekscherend. Groene woonwijk De Groene Afslag is sinds vorig jaar zomer een B-corp en volledig steward owned. Het eigendom en het daarbij behorende stemrecht, winstrecht en vetorecht zijn sindsdien in handen van drie onafhankelijke stichtingen. Mol zit daar niet in.Het nieuwe complex komt midden in de nieuwe Gooise wijk Buurtschap Crailo te staan. Een klein stukje van het pand is verkocht aan woningbouwvereniging De Alliantie, die er 41 houten, modulaire, sociale- en midden-huurwoningen gaat realiseren. Naast het complex staat het eerste blok energiepositieve woningen van de wijk. Daar gaat Mol samen met zijn gezin zelf wonen. Lees ook:Kees Klomp: 'We leven niet in de markt, we leven op aarde' Hoe Bever en Hotel Jakarta miljoenen inlegzolen en slippers van kurk eindeloos laten recyclen Friese aanpak voor circulaire economie trekt wereldwijde aandacht Nederlandse bedrijfsleven verduurzaamt steeds langzamer: dit moet er veranderen