Wachtrijen voor aansluiting op het stroomnet, problemen met de bouw van windparken op zee en obstakels voor de uitbreiding van warmtenetten. De energietransitie dreigt duidelijk vaart te verliezen in Nederland. Opvallend genoeg stellen marktpartijen dat het gebrek aan centrale regie vanuit de overheid één van de grootste problemen is. Hierdoor zijn investeringsperspectieven onduidelijk, terwijl grote kapitaalinvesteringen juist om zekerheid voor de lange termijn vragen.
‘Publieke regie is hard nodig. Daar waren we in Nederland tot pakweg de jaren negentig van de vorige eeuw ontzettend goed in, maar we lijken dat te zijn kwijtgeraakt’, stelt Hans-Peter Oskam, algemeen directeur van koepelorganisatie Netbeheer Nederland, dinsdag tijdens een paneldiscussie over het vlottrekken van de energietransitie. Aanleiding is de publicatie van een nieuw rapport door ingenieurs- en adviesbureau DNV, getiteld ‘Nederland op schone energie’, waarin vier kansen worden benoemd om de energietransitie te versnellen.
‘Het gaat hard, maar niet hard genoeg’, licht directeur Maurice Adriaensen van DNV Nederland toe. In 2030 zou Nederland 55 procent minder broeikasgassen moeten uitstoten dan in 1990, maar het Planbureau voor de Leefomgeving becijferde afgelopen jaar dat we momenteel niet op koers liggen om dat doel te halen.
Kansen om de energietransitie te versnellen
DNV noemt in zijn rapport een viertal zaken die de energietransitie kunnen versnellen. Cruciaal is dat de overheid nadrukkelijker een centrale regierol op zich neemt en daarbij naar de interactie van het hele energiesysteem kijkt.
Daarnaast moet er per deelterrein een scherpe strategie worden geformuleerd die marktpartijen en andere belanghebbenden houvast biedt, bijvoorbeeld als het gaat om de uitbouw van infrastructuur voor energie. Adriaensen: ‘Er is dringend behoefte aan duidelijkheid voor het bedrijfsleven en andere stakeholders over het wat, waar en wanneer van de energietransitie. Daar moet de overheid kleur bekennen.’
Gerelateerd hieraan is het derde punt: Nederland moet vol inzetten op het uitbouwen van flexibele capaciteit voor de stroomvoorziening, nu de rol van variabele energiebronnen zoals wind en zon gestaag toeneemt. Daarvoor is het noodzakelijk dat vergunningstrajecten voor infrastructuur worden versneld, zodat de bureaucratische obstakels tot een minimum worden beperkt: de vierde en laatste versneller.
Elektrificatie vraagt om ander energiesysteem
De verduurzaming in Nederland gaat gepaard met enerzijds een lichte daling van de totale energievraag door hogere efficiëntie, en anderzijds een hoger verbruik van elektriciteit. Denk aan warmtepompen in de gebouwde omgeving, elektrisch vervoer en meer stroomgebruik door de industrie. Dat betekent een zeer sterke verschuiving binnen de mix van energiedragers.
In een scenarioanalyse schetste Netbeheer Nederland eerder dit jaar dat de totale energievraag tot 2050 met 10 tot 30 procent kan dalen, maar dat de stroomvraag met een factor 2,5 tot 3,5 kan stijgen in de periode tot 2050, afhankelijk van het pad dat Nederland kiest.
Tegenover de indrukwekkende stijging van de vraag naar stroom door elektrificatie staat een fors hoger aanbod van duurzame energie uit met name wind en zon. Om schommelingen in het aanbod van duurzame energie goed te reguleren moet de opslagcapaciteit voor stroom fors omhoog, bijvoorbeeld door grootschalige batterijopslag.
Ook is cruciaal dat er veel meer interactie komt tussen het stroomnetwerk en andere energiedragers, zoals waterstof en warmte. Dan kan bijvoorbeeld een overaanbod van windstroom tijdelijk worden omgezet in waterstof, terwijl omgekeerd waterstof ook kan worden omgezet in elektriciteit.
Dit alles vraagt om een sterke toename van de zogenoemde ‘flexibele elektriciteitscapaciteit’, zoals te zien is in de grafiek hieronder.

Bron: DNV
Overheid moet regierol pakken: durven politici keuzes te maken?
De energietransitie vergt zeer hoge kapitaalinvesteringen in nieuwe netwerken voor stroom, warmte en waterstof, waarbij onder meer schaarse ruimte een belangrijke rol speelt. Dat is één van de redenen waarom een nadrukkelijke regierol van de overheid onmisbaar is. ‘Het ministerie van Klimaat en Groene Groei zou dat op zich kunnen nemen’, zegt Adriaensen van DNV. ‘Uiteindelijk is dat niet alleen van belang voor de klimaatdoelen, maar ook voor de innovatieve en economische kracht van Nederland. Bovendien zorgt het voor energieonafhankelijkheid.’

Bron: DNV
Nederland onderscheidt zich volgens Adriaensen internationaal al met innovaties op het gebied van de interactie tussen verschillende energiedragers, zoals wind op zee, drijvende zonnepanelen en groene waterstof. ‘Daar ligt een fantastisch potentieel.’
Met nieuwe verkiezingen op de agenda is de grote vraag of een nieuw kabinet de roep om duidelijke keuzes voor de energietransitie gaat oppakken. ‘De politieke verschillen over de reductiedoelen van broeikasgasssen richting 2050 zijn eigenlijk niet zo heel erg groot’, stelt Oskam van Netbeheer Nederland. ‘Het gaat vooral om knelpunten op de korte termijn, waarbij schaarste aan ruimte en middelen een rol speelt. Denk aan de toewijzing van locaties voor nieuwe energie-infrastructuur, keuzes bij de uitbouw van offshore windparken en krapte op de arbeidsmarkt bij het aanbod van geschoold technisch personeel. Het oppakken van een regierol betekent dat de politiek daar heldere keuzes moet maken.’
Lees ook:
- Gigantisch AI-datacenter op terrein van Tata Steel schept ook zekerheid voor windparken op zee
- Is het een probleem als Nederlandse groene waterstof naar het buitenland verdwijnt? ‘Het gaat juist om Europese samenwerking’
- Gaat deze nieuwe flowbatterij zonder membraan zorgen voor een betaalbare energietransitie?




