Jeroen de Boer
19 augustus 2025, 15:43

Met deze 4 versnellers kan Nederland de energietransitie alsnog laten slagen (ook goed voor de economie)

De energietransitie in Nederland gaat niet hard genoeg en daardoor raken nationale CO2-reductiedoelen voor 2030 uit zicht. Toch is er perspectief. Er liggen genoeg kansen om de overgang naar een duurzaam energiesysteem te versnellen. Eén ding is duidelijk: het bedrijfsleven wil wel, maar de politiek moet keuzes durven maken.

drijvende zonnepanelen energietransitie Nederland wordt gezien als innovatief in het combineren van verschillende soorten energie, zoals zonnestroom en warmte. | Credits: Getty Images

Wachtrijen voor aansluiting op het stroomnet, problemen met de bouw van windparken op zee en obstakels voor de uitbreiding van warmtenetten. De energietransitie dreigt duidelijk vaart te verliezen in Nederland. Opvallend genoeg stellen marktpartijen dat het gebrek aan centrale regie vanuit de overheid één van de grootste problemen is. Hierdoor zijn investeringsperspectieven onduidelijk, terwijl grote kapitaalinvesteringen juist om zekerheid voor de lange termijn vragen.

‘Publieke regie is hard nodig. Daar waren we in Nederland tot pakweg de jaren negentig van de vorige eeuw ontzettend goed in, maar we lijken dat te zijn kwijtgeraakt’, stelt Hans-Peter Oskam, algemeen directeur van koepelorganisatie Netbeheer Nederland, dinsdag tijdens een paneldiscussie over het vlottrekken van de energietransitie. Aanleiding is de publicatie van een nieuw rapport door ingenieurs- en adviesbureau DNV, getiteld ‘Nederland op schone energie’, waarin vier kansen worden benoemd om de energietransitie te versnellen.

‘Het gaat hard, maar niet hard genoeg’, licht directeur Maurice Adriaensen van DNV Nederland toe. In 2030 zou Nederland 55 procent minder broeikasgassen moeten uitstoten dan in 1990, maar het Planbureau voor de Leefomgeving becijferde afgelopen jaar dat we momenteel niet op koers liggen om dat doel te halen.

Kansen om de energietransitie te versnellen

DNV noemt in zijn rapport een viertal zaken die de energietransitie kunnen versnellen. Cruciaal is dat de overheid nadrukkelijker een centrale regierol op zich neemt en daarbij naar de interactie van het hele energiesysteem kijkt.

Daarnaast moet er per deelterrein een scherpe strategie worden geformuleerd die marktpartijen en andere belanghebbenden houvast biedt, bijvoorbeeld als het gaat om de uitbouw van infrastructuur voor energie. Adriaensen: ‘Er is dringend behoefte aan duidelijkheid voor het bedrijfsleven en andere stakeholders over het wat, waar en wanneer van de energietransitie. Daar moet de overheid kleur bekennen.’

Gerelateerd hieraan is het derde punt: Nederland moet vol inzetten op het uitbouwen van flexibele capaciteit voor de stroomvoorziening, nu de rol van variabele energiebronnen zoals wind en zon gestaag toeneemt. Daarvoor is het noodzakelijk dat vergunningstrajecten voor infrastructuur worden versneld, zodat de bureaucratische obstakels tot een minimum worden beperkt: de vierde en laatste versneller.

Elektrificatie vraagt om ander energiesysteem

De verduurzaming in Nederland gaat gepaard met enerzijds een lichte daling van de totale energievraag door hogere efficiëntie, en anderzijds een hoger verbruik van elektriciteit. Denk aan warmtepompen in de gebouwde omgeving, elektrisch vervoer en meer stroomgebruik door de industrie. Dat betekent een zeer sterke verschuiving binnen de mix van energiedragers.

In een scenarioanalyse schetste Netbeheer Nederland eerder dit jaar dat de totale energievraag tot 2050 met 10 tot 30 procent kan dalen, maar dat de stroomvraag met een factor 2,5 tot 3,5 kan stijgen in de periode tot 2050, afhankelijk van het pad dat Nederland kiest.

Tegenover de indrukwekkende stijging van de vraag naar stroom door elektrificatie staat een fors hoger aanbod van duurzame energie uit met name wind en zon. Om schommelingen in het aanbod van duurzame energie goed te reguleren moet de opslagcapaciteit voor stroom fors omhoog, bijvoorbeeld door grootschalige batterijopslag.

Ook is cruciaal dat er veel meer interactie komt tussen het stroomnetwerk en andere energiedragers, zoals waterstof en warmte. Dan kan bijvoorbeeld een overaanbod van windstroom tijdelijk worden omgezet in waterstof, terwijl omgekeerd waterstof ook kan worden omgezet in elektriciteit.

Dit alles vraagt om een sterke toename van de zogenoemde ‘flexibele elektriciteitscapaciteit’, zoals te zien is in de grafiek hieronder.

Bron: DNV

Overheid moet regierol pakken: durven politici keuzes te maken?

De energietransitie vergt zeer hoge kapitaalinvesteringen in nieuwe netwerken voor stroom, warmte en waterstof, waarbij onder meer schaarse ruimte een belangrijke rol speelt. Dat is één van de redenen waarom een nadrukkelijke regierol van de overheid onmisbaar is. ‘Het ministerie van Klimaat en Groene Groei zou dat op zich kunnen nemen’, zegt Adriaensen van DNV. ‘Uiteindelijk is dat niet alleen van belang voor de klimaatdoelen, maar ook voor de innovatieve en economische kracht van Nederland. Bovendien zorgt het voor energieonafhankelijkheid.’

Bron: DNV

Nederland onderscheidt zich volgens Adriaensen internationaal al met innovaties op het gebied van de interactie tussen verschillende energiedragers, zoals wind op zee, drijvende zonnepanelen en groene waterstof. ‘Daar ligt een fantastisch potentieel.’

Met nieuwe verkiezingen op de agenda is de grote vraag of een nieuw kabinet de roep om duidelijke keuzes voor de energietransitie gaat oppakken. ‘De politieke verschillen over de reductiedoelen van broeikasgasssen richting 2050 zijn eigenlijk niet zo heel erg groot’, stelt Oskam van Netbeheer Nederland. ‘Het gaat vooral om knelpunten op de korte termijn, waarbij schaarste aan ruimte en middelen een rol speelt. Denk aan de toewijzing van locaties voor nieuwe energie-infrastructuur, keuzes bij de uitbouw van offshore windparken en krapte op de arbeidsmarkt bij het aanbod van geschoold technisch personeel. Het oppakken van een regierol betekent dat de politiek daar heldere keuzes moet maken.’

Lees ook:

Gigantisch AI-datacenter op terrein van Tata Steel schept ook zekerheid voor windparken op zee

Demissionair minister Sopbie Hermans van Klimaat en Groene Groei trapte begin deze zomer op de rem met een voorstel om te mikken op maximaal 30 gigawatt aan capaciteit voor windparken op zee, in plaats van 50 gigawatt. Onzekerheid over de industriële vraag naar groene stroom speelt hierbij mee, maar dat kan drastisch veranderen als Nederland een groot datacenter voor AI neerzet op het terrein van Tata Steel.‘IJmuiden heeft alles wat je nodig hebt voor AI-infrastructuur: de groene stroom van wind op zee waar Tata voor zijn toekomst deels op inzet, de beste dataverbindingen van Europa, en het ligt slechts 25 kilometer van Amsterdam en Schiphol.', stelt internetondernemer Han de Groot tegenover MT/Sprout.De ondernemer trekt een historische parallel: ‘Eind jaren negentig hebben we in Amsterdam de internetinfrastructuur als eerste in Europa gebouwd, een lijntje naar CERN in Zwitserland. Niemand realiseerde zich toen wat voor een krachtig digitaal ecosysteem dat zou opleveren. Nu zijn we 25 jaar later de digitale poort van Europa, dat voordeel moeten we benutten.’Het meest ambitieuze project van De Groot is AI Gigafactory.NL, een datacenter dat Nederland de AI-infrastructuur moet geven waarmee het een belangrijke rol kan blijven spelen in de digitale industrie Gigafabriek voor AI in Rotterdam...of IJmuiden Rotterdam geldt daarvoor als meest haalbare optie, ook omdat daar de stroom van wind op zee aan wal komt. Maar het Tata-terrein ligt naast Amsterdam, Europa’s grootste internetknooppunt na Frankfurt.De Groot gaat uit van een investering van ongeveer 10 miljard euro voor het gebouw van de gigantische AI-fabriek met een capaciteit van 1 Gigawatt aan rekenkracht. Die vullen met de peperdure AI-chips zal nog eens 20 miljard vergen.Afhankelijk van het businessmodel genereert zo’n faciliteit een omzet van 4 tot 19 miljard euro per jaar met de AI-diensten. Daar wordt winst op gemaakt, waarover vennootschapsbelasting en btw wordt afgedragen. Over de enorme stroomrekening wordt dan ook nog een energieheffing afgedragen. AI-fabriek heeft minder ruimte nodig dan Tata Steel Een belangrijk voordeel van De Groots AI- en clouddatacenter ten opzichte van het staalcomplex is het relatief beperkte ruimtebeslag. ‘Het AI- en clouddatacenter heeft slechts enkele tientallen, laten we zeggen maximaal 100 hectare nodig. Inclusief een flinke campus eromheen zal het uitkomen op 2 à 300 hectare. Een fractie van de 700 hectare die Tata Steel in beslag neemt.’Dit opent mogelijkheden voor een combinatie van functies. ‘Het ligt voor de hand dat een vergroend Tata ook minder ruimtebeslag zal vergen. Ruimtelijk zou het kunnen, al is de vraag of het uitkomt qua stroomverbruik – beide opties verbruiken fors stroom.’Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout. MT/Sprout is onderdeel van MT MediaGroep, net als Change Inc. Lees ook:Is het een probleem als Nederlandse groene waterstof naar het buitenland verdwijnt? 'Het gaat juist om Europese samenwerking Vloeibare waterstofbatterij maakt H2-transport makkelijker en schepen, treinen en trucks CO2-vrij Zigzagbeleid met wind op zee: wat een nieuw kabinet beter kan doen