Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
02 december 2025, 14:00

Kweekvlees-pioneer Mark Post gaat de markt op met kweekleer: 'We maken vlees zonder koe, dus moet ook het leer anders'

In 2013 presenteerde Mark Post de allereerste kweekvleesburger aan de wereld. Maar naast zijn werk bij Mosa Meat heeft hij ook nog een functie bij het minder bekende Qorium. De ontwikkelaar van ‘kweekleer’ haalde vorige maand 22 miljoen euro aan financiering op.

GettyImages-1521685227 Mark Post: 'De leerindustrie houdt de vleesindustrie in stand.' | Credits: Getty Images

Leer kun je maken van kunststof, paddenstoelen en zelfs ananasbladeren. Toch heeft kunstleer de dierlijke variant nooit van de troon gestoten. ‘De alternatieven zijn simpelweg niet leerachtig genoeg’, aldus Mark Post, chief scientific officer van Qorium. ‘Dat heeft met allerlei aspecten te maken. Hoelang het meegaat, hoe het ademt, hoe goed het tegen vocht kan, et cetera.’

Daarom maakt biotechstartup Qorium écht leer. Dat is gemaakt van dierlijke cellen, maar zonder dat er een dier voor moet worden geslacht. Het idee komt uit de hoed van medeoprichter Rutger Ploem, die uit een familie van leerlooiers komt en wist dat het duurzamer moest. Toen hij over Posts kweekvlees hoorde, wist hij dat er ook voor leer kansen lagen.

Die kansen ziet Post inmiddels ook. Voor hem is het simpel: ‘We maken vlees zonder koe, dus moeten we ook het leer anders verkrijgen.’ Toch is dat niet het hele verhaal, zegt hij. Leer is weliswaar een bijproduct van vlees, maar maakt ook een significant deel van de waarde van een koe uit. Ofwel: doordat we ook de koeienhuid gebruiken, kan vlees betaalbaar(der) zijn. De leerindustrie houdt daarmee de vleesindustrie in stand.

Het leer van Qorium zorgt er bovendien voor dat het meest vervuilende gedeelte van het looiproces kan worden overgeslagen. De haren verwijderen en huiden geschikt maken voor leerproductie kost normaal gezien een heleboel water én de inzet van chemische middelen. Bovendien wordt een groot gedeelte van de dierenhuiden weggegooid. ‘Een koe heeft nu eenmaal niet de vorm van een schoen.’

Het team van Qorium

Het team van Qorium bestaat nu uit 18 mensen. Mark Post is de tweede van links op de middelste rij. | Credits: Qorium

Leer maken zonder dier

Het kweekleer van Qorium is wél direct te gebruiken voor producenten van lederwaren. Het bevat geen onregelmatigheden en komt in grote, rechte lappen. Schoenen of autostoelen maakt het bedrijf zelf niet; Qorium gaat een tussenfabrikaat leveren aan looierijen, die het leer verwerken voor specifieke merken en producten. Post: ‘Ons product is een alternatief voor geconserveerde huiden. Vanaf die stap divergeert de markt enorm.’

De eerste fase van Qoriums proces, de celproductie, is grotendeels hetzelfde als bij kweekvlees. Bij een donorkoe wordt een biopt afgenomen die het dier niet schaadt. In het lab gaan de cellen zich vermenigvuldigen en produceren ze collageen, het eiwit dat de basis van leer vormt.

Dat proces is heel geschikt voor leer. ‘Fibroblasten, de cellen in de huid die collageen produceren, groeien het makkelijkst van allemaal’, legt Post uit. Daardoor is leer kweken zelfs iets makkelijker dan vlees kweken. Het helpt dat de wetenschap al veel kennis heeft over collageenrijke weefsels, onder meer voor hoornvliesoperaties. De grootste uitdaging is nog het vinden van een dragermateriaal waar de cellen op en in kunnen groeien.

De tweede en laatste fase is de weefselproductie. Daarin zitten wel grote verschillen tussen kweekvlees en kweekleer. Waar het bij vlees gaat om kleine stukjes, wil Qorium grote lappen ‘huid’ maken. De eerste lappen van 35 bij 35 centimeter zijn al succesvol geproduceerd; nu wil het team opschalen naar lappen van 1 bij 2 meter. Daar heb je een relatief grote bioreactor voor nodig.

22 miljoen euro funding

De kosten van ‘s werelds eerste kweekvleesburger waren 250.000 euro. Hoe zit dat met kweekleer? Post lacht. ‘Dat is gelukkig minder duur.’ Toch is het materiaal per vierkante meter nog ‘vrij duur’, geeft hij toe. Qoriums productprijs moet de komende jaren dan ook zodanig dalen dat die kan concurreren met echt leer. ‘We geloven niet dat mensen bereid zijn om voor ons product méér te betalen dan voor de dierlijke variant.’ Desondanks zal het bedrijf in het begin focussen op klanten met een relatief hoog budget.

Die prijs moet vooral dalen door op grote schaal te produceren. Hoewel de kostprijs van leer per kilo een stuk hoger mag zijn dan die van vlees, is kosteneffectief produceren cruciaal, stelt Post. Daarvoor wordt de recent opgehaalde 22 miljoen euro gebruikt, afkomstig van Invest-NL, LIOF, Brightlands Venture Partners en Sofinnova Partners. Dat geld maakt de bouw van een grote bioreactor mogelijk. Ook rekent Post op een verdere daling van de kosten van voedingsstoffen voor de cellen.

Zowel cel- als weefselproductie moet uiteindelijk onderdeel worden van één productie-eenheid die je zodanig kunt vermenigvuldigen dat je er een fabriek mee kunt vullen.

Een sample van Qoriums kweekleer

Qorium richt zich op het zo goed mogelijk namaken van dierlijk leer. | Credits: Qorium

Kweekleer makkelijker te verkopen dan kweekvlees

Waar de kranten een tijdje bol stonden van kweekvlees, is kweekleer nog een stuk minder bekend. Qorium heeft dan ook nog weinig concurrentie, vertelt Post. ‘Er zijn wel 150 bedrijven die zich met kweekvlees bezig houden, maar in de leersector hebben we hooguit drie concurrenten. Ik zou niet weten waarom. Waarschijnlijk toch door een gebrek aan media-aandacht.’

Dat terwijl de leermarkt een stuk makkelijker te betreden is. Waar Posts kweekvleesbedrijf Mosa Meat allerlei procedures moet doorlopen om zijn product überhaupt te mogen verkopen, geldt dat voor kweekleer niet. In die markt is vrijwel geen regulering.

Naast de gemakkelijkere toegang is er ook nog vraag naar het kweekvlees, aldus Post. ‘Veel merken willen van dierlijk leer af omdat ze het verhaal niet meer vinden kloppen.’

Om die merken te bedienen richt Qorium zich voorlopig op het zo goed mogelijk namaken van dierlijk leer. Maar kijk je verder, dan biedt kweekleer ook andere kansen. Post: ‘Omdat je het materiaal vanaf het begin produceert, is er uiteindelijk ook de mogelijkheid om cellen genetisch te modificeren of het materiaal aan te passen. We kunnen het leer bijvoorbeeld sterker gaan maken, of dikker.’

Kennis uitwisselen met Mosa Meat

Afgezien van Mark Post als overlappende factor zijn kweekvleesbedrijf Mosa Meat en kweekleerbedrijf Qorium echt twee aparte bedrijven. Maar samenwerking is er natuurlijk wel, zegt Post.

‘Mosa Meat heeft bijvoorbeeld lang gewerkt aan een medium voor rundercellen waarvoor geen bloed van foetussen nodig is. Het heeft nu een variant die goedkoop is en goed werkt. Daarvan worden ook samples gegeven aan Qorium om mee te testen. En we wisselen ervaringen met kweekmethoden uit. Tja, waarom zou ik een collega met een vraag naar de andere kant van de wereld sturen als-ie net zo goed een paar minuten kan fietsen?’

Lees ook:

Dit moeten Nederland en 10 andere EU-landen doen voor een sterker Europees stroomnet

Netcongestie is niet alleen een Nederlands probleem, maar raakt steeds meer Europese landen als het aanbod van hernieuwbare energie uit zon en wind verder toeneemt. Daarmee wordt het ook belangrijker om de stroomnetten van EU-landen beter te verbinden met zogenoemde interconnectoren.Uit een nieuw rapport van energiedenktank Ember blijkt dat er nog een tandje bij moet qua investeringen om Europese doelen voor 2030 te halen. Waarom is een Europees stroomnet belangrijk?Met de groei van het variabele aanbod van stroom uit zon en wind kunnen interconnectoren helpen om stroom uit hernieuwbare energie beter te verdelen over verschillende landen in Europa; Interconnectoren zijn een middel om de kans op blackouts in EU-landen te verkleinen, als er bij een plotselinge onbalans op het stroomnet voldoende uitwisseling is met de stroomnetten van andere landen; Veiligheid: een breed vertakt Europees stroomnetwerk is minder kwetsbaar voor bijvoorbeeld sabotage-acties op bepaalde punten van het netwerk.Hoe staat het ervoor met de uitbreiding van interconnectoren in de EU? De Europese Unie heeft doelen opgesteld voor de uitbreiding van grensoverschrijdende verbindingen tussen de stroomnetten van landen. Daarvoor wordt als maatstaf gekeken naar zogenoemde EU electricity interconnection targets. Hierbij wordt de interconnectiecapaciteit van een land (de hoeveelheid elektriciteit die je per uur met andere landen kunt uitwisselen) afgezet tegen de binnenlandse opwekcapaciteit van stroom.Voor het jaar 2030 geldt als doel om minimaal 15 procent aan interconnectiecapaciteit te hebben per EU-land. Dit percentage wordt beïnvloed door aan de ene kant de uitbreiding van grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen en anderzijds de groei van de binnenlandse opwekcapaciteit van stroom. Alleen als er méér interconnectiecapaciteit wordt bijgeplaatst dan de binnenlandse opwekcapaciteit toeneemt, neemt het interconnectiepercentage toe.Volgens het rapport van Ember liggen zestien EU-landen op koers om de doelstelling van minimaal 15 procent interconnectiecapaciteit te halen in 2030. 11 landen lopen achter, waaronder grote Europese landen als Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Polen én Nederland.De onderstaande grafiek toont per land het interconnectiepercentage in 2025 (beige balken) en de prognose voor 2030 (donkergroene balken).window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}); Wat moet er gebeuren om Europese doelen voor sterker geïntegreerd stroomnet te halen? De interconnectiecapaciteit van de EU komt in 2030 volgens de analisten van Ember uit op 167 gigawatt: een toename van 51 gigawatt vergeleken met 2024. Voor een optimale grensoverschrijdende capaciteit is een verdere uitbreiding nodig naar 318 gigawatt in 2040, ofwel een toename van 151 gigawatt tussen 2030 en 2040.Er moet nog voor 55 gigawatt aan nieuwe capaciteit worden voorgesteld om het doel van 2040 te halen. Projecten voor nieuwe grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen hebben vaak een doorlooptijd van tien jaar.In totaal is voor de periode tussen 2030 en 2040 volgens de analisten van Ember nog 150 miljard euro aan financiering nodig om tot de gewenste expansie van de stroomverbindingen tussen EU-landen te komen. Naar verwachting kan maximaal een derde daarvan aangetrokken worden via het Europese financieringsinstrument Connecting Europe For Energy. Lees ook:Dankzij stroom van de buren is in Europa drie keer een blackout voorkomen: hoe zit dat? Netcongestie aanpakken: 11.000 voetbalvelden aan extra ruimte nodig voor landelijk stroomnet Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties