Leer kun je maken van kunststof, paddenstoelen en zelfs ananasbladeren. Toch heeft kunstleer de dierlijke variant nooit van de troon gestoten. ‘De alternatieven zijn simpelweg niet leerachtig genoeg’, aldus Mark Post, chief scientific officer van Qorium. ‘Dat heeft met allerlei aspecten te maken. Hoelang het meegaat, hoe het ademt, hoe goed het tegen vocht kan, et cetera.’
Daarom maakt biotechstartup Qorium écht leer. Dat is gemaakt van dierlijke cellen, maar zonder dat er een dier voor moet worden geslacht. Het idee komt uit de hoed van medeoprichter Rutger Ploem, die uit een familie van leerlooiers komt en wist dat het duurzamer moest. Toen hij over Posts kweekvlees hoorde, wist hij dat er ook voor leer kansen lagen.
Die kansen ziet Post inmiddels ook. Voor hem is het simpel: ‘We maken vlees zonder koe, dus moeten we ook het leer anders verkrijgen.’ Toch is dat niet het hele verhaal, zegt hij. Leer is weliswaar een bijproduct van vlees, maar maakt ook een significant deel van de waarde van een koe uit. Ofwel: doordat we ook de koeienhuid gebruiken, kan vlees betaalbaar(der) zijn. De leerindustrie houdt daarmee de vleesindustrie in stand.
Het leer van Qorium zorgt er bovendien voor dat het meest vervuilende gedeelte van het looiproces kan worden overgeslagen. De haren verwijderen en huiden geschikt maken voor leerproductie kost normaal gezien een heleboel water én de inzet van chemische middelen. Bovendien wordt een groot gedeelte van de dierenhuiden weggegooid. ‘Een koe heeft nu eenmaal niet de vorm van een schoen.’

Het team van Qorium bestaat nu uit 18 mensen. Mark Post is de tweede van links op de middelste rij. | Credits: Qorium
Leer maken zonder dier
Het kweekleer van Qorium is wél direct te gebruiken voor producenten van lederwaren. Het bevat geen onregelmatigheden en komt in grote, rechte lappen. Schoenen of autostoelen maakt het bedrijf zelf niet; Qorium gaat een tussenfabrikaat leveren aan looierijen, die het leer verwerken voor specifieke merken en producten. Post: ‘Ons product is een alternatief voor geconserveerde huiden. Vanaf die stap divergeert de markt enorm.’
De eerste fase van Qoriums proces, de celproductie, is grotendeels hetzelfde als bij kweekvlees. Bij een donorkoe wordt een biopt afgenomen die het dier niet schaadt. In het lab gaan de cellen zich vermenigvuldigen en produceren ze collageen, het eiwit dat de basis van leer vormt.
Dat proces is heel geschikt voor leer. ‘Fibroblasten, de cellen in de huid die collageen produceren, groeien het makkelijkst van allemaal’, legt Post uit. Daardoor is leer kweken zelfs iets makkelijker dan vlees kweken. Het helpt dat de wetenschap al veel kennis heeft over collageenrijke weefsels, onder meer voor hoornvliesoperaties. De grootste uitdaging is nog het vinden van een dragermateriaal waar de cellen op en in kunnen groeien.
De tweede en laatste fase is de weefselproductie. Daarin zitten wel grote verschillen tussen kweekvlees en kweekleer. Waar het bij vlees gaat om kleine stukjes, wil Qorium grote lappen ‘huid’ maken. De eerste lappen van 35 bij 35 centimeter zijn al succesvol geproduceerd; nu wil het team opschalen naar lappen van 1 bij 2 meter. Daar heb je een relatief grote bioreactor voor nodig.
22 miljoen euro funding
De kosten van ‘s werelds eerste kweekvleesburger waren 250.000 euro. Hoe zit dat met kweekleer? Post lacht. ‘Dat is gelukkig minder duur.’ Toch is het materiaal per vierkante meter nog ‘vrij duur’, geeft hij toe. Qoriums productprijs moet de komende jaren dan ook zodanig dalen dat die kan concurreren met echt leer. ‘We geloven niet dat mensen bereid zijn om voor ons product méér te betalen dan voor de dierlijke variant.’ Desondanks zal het bedrijf in het begin focussen op klanten met een relatief hoog budget.
Die prijs moet vooral dalen door op grote schaal te produceren. Hoewel de kostprijs van leer per kilo een stuk hoger mag zijn dan die van vlees, is kosteneffectief produceren cruciaal, stelt Post. Daarvoor wordt de recent opgehaalde 22 miljoen euro gebruikt, afkomstig van Invest-NL, LIOF, Brightlands Venture Partners en Sofinnova Partners. Dat geld maakt de bouw van een grote bioreactor mogelijk. Ook rekent Post op een verdere daling van de kosten van voedingsstoffen voor de cellen.
Zowel cel- als weefselproductie moet uiteindelijk onderdeel worden van één productie-eenheid die je zodanig kunt vermenigvuldigen dat je er een fabriek mee kunt vullen.

Qorium richt zich op het zo goed mogelijk namaken van dierlijk leer. | Credits: Qorium
Kweekleer makkelijker te verkopen dan kweekvlees
Waar de kranten een tijdje bol stonden van kweekvlees, is kweekleer nog een stuk minder bekend. Qorium heeft dan ook nog weinig concurrentie, vertelt Post. ‘Er zijn wel 150 bedrijven die zich met kweekvlees bezig houden, maar in de leersector hebben we hooguit drie concurrenten. Ik zou niet weten waarom. Waarschijnlijk toch door een gebrek aan media-aandacht.’
Dat terwijl de leermarkt een stuk makkelijker te betreden is. Waar Posts kweekvleesbedrijf Mosa Meat allerlei procedures moet doorlopen om zijn product überhaupt te mogen verkopen, geldt dat voor kweekleer niet. In die markt is vrijwel geen regulering.
Naast de gemakkelijkere toegang is er ook nog vraag naar het kweekvlees, aldus Post. ‘Veel merken willen van dierlijk leer af omdat ze het verhaal niet meer vinden kloppen.’
Om die merken te bedienen richt Qorium zich voorlopig op het zo goed mogelijk namaken van dierlijk leer. Maar kijk je verder, dan biedt kweekleer ook andere kansen. Post: ‘Omdat je het materiaal vanaf het begin produceert, is er uiteindelijk ook de mogelijkheid om cellen genetisch te modificeren of het materiaal aan te passen. We kunnen het leer bijvoorbeeld sterker gaan maken, of dikker.’
Kennis uitwisselen met Mosa Meat
Afgezien van Mark Post als overlappende factor zijn kweekvleesbedrijf Mosa Meat en kweekleerbedrijf Qorium echt twee aparte bedrijven. Maar samenwerking is er natuurlijk wel, zegt Post.
‘Mosa Meat heeft bijvoorbeeld lang gewerkt aan een medium voor rundercellen waarvoor geen bloed van foetussen nodig is. Het heeft nu een variant die goedkoop is en goed werkt. Daarvan worden ook samples gegeven aan Qorium om mee te testen. En we wisselen ervaringen met kweekmethoden uit. Tja, waarom zou ik een collega met een vraag naar de andere kant van de wereld sturen als-ie net zo goed een paar minuten kan fietsen?’




