Netcongestie is niet alleen een Nederlands probleem, maar raakt steeds meer Europese landen als het aanbod van hernieuwbare energie uit zon en wind verder toeneemt. Daarmee wordt het ook belangrijker om de stroomnetten van EU-landen beter te verbinden met zogenoemde interconnectoren.
Uit een nieuw rapport van energiedenktank Ember blijkt dat er nog een tandje bij moet qua investeringen om Europese doelen voor 2030 te halen.
Waarom is een Europees stroomnet belangrijk?
- Met de groei van het variabele aanbod van stroom uit zon en wind kunnen interconnectoren helpen om stroom uit hernieuwbare energie beter te verdelen over verschillende landen in Europa;
- Interconnectoren zijn een middel om de kans op blackouts in EU-landen te verkleinen, als er bij een plotselinge onbalans op het stroomnet voldoende uitwisseling is met de stroomnetten van andere landen;
- Veiligheid: een breed vertakt Europees stroomnetwerk is minder kwetsbaar voor bijvoorbeeld sabotage-acties op bepaalde punten van het netwerk.
Hoe staat het ervoor met de uitbreiding van interconnectoren in de EU?
De Europese Unie heeft doelen opgesteld voor de uitbreiding van grensoverschrijdende verbindingen tussen de stroomnetten van landen. Daarvoor wordt als maatstaf gekeken naar zogenoemde EU electricity interconnection targets. Hierbij wordt de interconnectiecapaciteit van een land (de hoeveelheid elektriciteit die je per uur met andere landen kunt uitwisselen) afgezet tegen de binnenlandse opwekcapaciteit van stroom.
Voor het jaar 2030 geldt als doel om minimaal 15 procent aan interconnectiecapaciteit te hebben per EU-land. Dit percentage wordt beïnvloed door aan de ene kant de uitbreiding van grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen en anderzijds de groei van de binnenlandse opwekcapaciteit van stroom. Alleen als er méér interconnectiecapaciteit wordt bijgeplaatst dan de binnenlandse opwekcapaciteit toeneemt, neemt het interconnectiepercentage toe.
Volgens het rapport van Ember liggen zestien EU-landen op koers om de doelstelling van minimaal 15 procent interconnectiecapaciteit te halen in 2030. 11 landen lopen achter, waaronder grote Europese landen als Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Polen én Nederland.
De onderstaande grafiek toont per land het interconnectiepercentage in 2025 (beige balken) en de prognose voor 2030 (donkergroene balken).
Wat moet er gebeuren om Europese doelen voor sterker geïntegreerd stroomnet te halen?
De interconnectiecapaciteit van de EU komt in 2030 volgens de analisten van Ember uit op 167 gigawatt: een toename van 51 gigawatt vergeleken met 2024. Voor een optimale grensoverschrijdende capaciteit is een verdere uitbreiding nodig naar 318 gigawatt in 2040, ofwel een toename van 151 gigawatt tussen 2030 en 2040.
Er moet nog voor 55 gigawatt aan nieuwe capaciteit worden voorgesteld om het doel van 2040 te halen. Projecten voor nieuwe grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen hebben vaak een doorlooptijd van tien jaar.
In totaal is voor de periode tussen 2030 en 2040 volgens de analisten van Ember nog 150 miljard euro aan financiering nodig om tot de gewenste expansie van de stroomverbindingen tussen EU-landen te komen. Naar verwachting kan maximaal een derde daarvan aangetrokken worden via het Europese financieringsinstrument Connecting Europe For Energy.
Lees ook:
- Dankzij stroom van de buren is in Europa drie keer een blackout voorkomen: hoe zit dat?
- Netcongestie aanpakken: 11.000 voetbalvelden aan extra ruimte nodig voor landelijk stroomnet
- Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties




