Teun Schröder
25 november 2025, 06:00

100 ceo’s roepen politiek op tot structurele, duurzame actie

Op initiatief van Future Up, het voormalige MVO Nederland, roepen de ceo’s van honderd bedrijven, waaronder Crisp, KPN en Bol de formerende partijen op te kiezen voor stabiel economisch beleid gericht op een duurzame toekomst. ‘Vaak lijkt het alsof het bedrijfsleven niet wil verduurzamen. Maar een substantieel aantal bedrijven wil dat wel degelijk.’

GettyImages-912015644 (1) Het bedrijfsleven snakt naar helder en stabiel beleid met oog voor een duurzame economie. | Credits: Getty Images

In totaal honderd bedrijven pleiten voor structurele investeringen in een economie die concurrerend, duurzaam en sociaal is. ‘Het geluid van bedrijven die willen verduurzamen hoor je minder vaak. Maar het is er wel degelijk’, zegt Ankie van Wersch, ceo van Future Up. ‘Deze ondernemers kiezen bewust voor de toekomst en willen dat Den Haag dat ook doet.’

Volgens Van Wersch wil het collectief van bedrijven investeren in duurzame groei, banen en innovatie, maar heeft het nog te veel last van regels in het voordeel van bedrijven die de oude economie vertegenwoordigen.

Van Wersch: ‘Zo gaan er nog steeds subsidies naar fossiele bedrijven, terwijl innovatieve, duurzame startups moeilijk kapitaal kunnen krijgen voor opschaling. Alleen als de overheid meebouwt aan een economie waarin duurzaam ondernemen de norm is, kan het Nederlandse bedrijfsleven internationaal blijven concurreren.’

Future Up, dat tot voor kort door het leven ging als MVO Nederland, is een platform voor duurzaam ondernemen in Nederland en de aanjager van de politieke oproep.

De brief werd getekend door bedrijven uit uiteenlopende sectoren, zoals de chemie, textiel en dienstverlening. Op de lijst staan bekende namen, zoals KPN, Bol, Zeeman, ASN Bank en Strukton, maar ook kleinere bedrijven zoals Seepje en The Good Roll.

Grondstoffen, investeringen en gelijk speelveld

In de oproep herhalen de bedrijven de waarschuwing van het Internationaal Monetair Fonds dat het huidige economische beleid in Nederland te veel is gericht op consumptieve maatregelen voor de korte termijn. Structurele investeringen in duurzame energie, een schone maakindustrie en toekomstig verdienvermogen blijven daarbij achter.

Om de economie concurrerend te houden pleiten de bedrijven voor adequaat beleid rond drie hoofdthema’s. Zo moeten de bezuinigingen op de circulaire economie teruggedraaid worden. Beleid gericht op grondstoffenbehoud, zoals hergebruik, reparatie, bio-based en recycling is noodzakelijk om onze strategische onafhankelijkheid te vergroten.

In de tweede plaats roepen de bedrijven de politiek op om fossiele subsidies om te zetten in duurzame investeringen in natuurlijke landbouw en ruimte op het stroomnet.

Tot slot vraagt het de groep van ondernemingen om een gelijk speelveld, zodat het kan concurreren met sectoren die nu bijdragen aan milieuvervuiling. Zo zou de politiek de stroom van fast fashion en gesubsidieerd fossiel plastic aan banden moeten leggen.

Stimuleer nieuwe technologieën

Een van de ondertekenaars is UBQ Materials een bedrijf dat van organisch en niet-recyclebaar huishoudelijk afval een biobased vervanger voor plastics maakt. ‘In de duurzaamheidswereld zien we dat de druk om te veranderen aan het afnemen is, bijvoorbeeld door het afzwakken of uitstellen van de CSRD en CBAM (CO2-grensheffing, red.)’, zegt Steffan Brouwer, verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering in Nederland.

Volgens Brouwer is het ingewikkeld dat veel subsidies gericht zijn op bestaande industrieën. Nieuwe technologieën als die van UBQ vallen buiten de boot, terwijl die juist een bijdrage kunnen leveren aan de circulaire economie. Het zou helpen als het gebruik van recyclaat gestimuleerd wordt, bijvoorbeeld door een verplichting ervan in nieuwe producten.

‘We hebben stabiele, heldere regels nodig en moeten kijken naar subsidies die nieuwe technologieën, ideeën en grondstoffen stimuleren. Onze technologie is uiteindelijk ook nodig om bestaande industrieën te vergroenen.’

Circulaire zonnepanelen

Solarge, een Nederlandse producent van circulaire zonnepanelen, sloot zich ook aan bij het bedrijvencollectief. Het bedrijf pleit al veel langer voor helder beleid en vreest voor de eigen toekomst.

‘Traditionele zonnepanelen zijn nooit ontworpen met aandacht voor hergebruik’, zegt Gerard de Leede, cto en medeoprichter bij Solarge. Sterker nog, ze bevatten giftige stoffen zoals pfas en antimoon.’ Volgens De Leede wacht ons een gigantisch probleem als alle panelen die nu op Nederlandse daken liggen aan vervanging toe zijn.

Solarge produceert een zonnepaneel dat je volledig kunt recyclen, vrij van giftige stoffen. Maar circulariteit komt met een prijskaartje, weet De Leede. ‘Zolang zonnepanelen uit China tegen de helft van de kostprijs hier worden gedumpt, is het verdomd lastig om een business op te bouwen.’

Daarom pleit De Leede voor circulariteitseisen, bijvoorbeeld voor overheidsaanbestedingen. Leveranciers met circulaire producten krijgen zo voorrang op producten die je niet kunt recyclen. Ook wil Solarge een verbod op pfas en antimoon. De Leede: ‘In de EU gaat het nu over bonuspunten voor gifvrije panelen. In mijn ogen gerommel in de marge. Het gaat hier gewoon over zwaar gif. Daar moeten we helemaal van af.’

‘Zolang vervuiler niet wordt belast’

Online supermarkt van vers en duurzaam geproduceerde producten Crisp tekende de brief ook. Het bedrijf werkt nauw samen met kleinschalige boeren en telers en wil regeneratieve landbouw schaalbaar en rendabel maken.

‘Zolang de vervuiler niet zwaarder wordt belast voor de ongedekte maatschappelijke kosten en de pionier niet wordt beloond voor de meerwaarde voor ons allemaal, blijft het voor vooruitstrevende boeren oneerlijk concurreren’, zegt Michiel Roodenburg, medeoprichter van Crisp. ‘Daarom pleiten wij voor een sectorbreed beleid dat toekomstbestendige landbouw toegankelijk maakt.

Volgens Roodenburg kan Nederland kartrekker worden in de voedseltransitie. De overheid kan een cruciale rol spelen in op tal van facetten in die keten: ‘Van biodiversiteit tot circulariteit en van eiwittransitie tot verpakkingsbeleid. We zijn geholpen met een koers die van duurzaam ondernemen de norm maakt, missie-gedreven innovatie versnelt en de toekomstbestendige boer beloont.’

Lees ook:

4 dingen die zijn beslist tijdens COP30 (en de 3 hete hangijzers die overblijven)

Tien jaar na het afsluiten van de Klimaatakkoorden van Parijs is de oogst van de klimaattop COP30 in Brazilië vrij mager. Het doel om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden Celsius is uit zicht, terwijl de Verenigde Staten zich onder president Donald Trump vrijwel helemaal hebben teruggetrokken uit de internationale klimaatdiplomatie.Toch zijn er op een aantal vlakken wel stapjes vooruit gezet, al is de kloof tussen ambities en concrete invulling van beleid nog altijd groot. Change Inc. benoemt vier belangrijke thema's waarover beslissingen zijn genomen tijdens en rond COP30. Plus: drie cruciale onderwerpen waarbij internationale verdeeldheid vooruitgang afremt. Wat wel werd besloten tijdens COP30 #1 Financiering van klimaatadaptatie in arme landenTijdens de klimaatconferentie van 2021 in Glasgow zijn landen overeengekomen dat rijke landen financiering moeten regelen voor arme landen om beter om te kunnen gaan met de gevolgen van de temperatuurstijging op aarde. In 2025 zou het jaarlijkse bedrag voor klimaatadaptatie op 40 miljard dollar moeten liggen.Uit een eerder dit jaar verschenen VN-rapport bleek dat er in 2023 nog maar 26 miljard dollar was opgebracht door rijkere landen, terwijl er inmiddels een noodzaak zou zijn om de financiering voor klimaatadaptatie op te schroeven naar 310 miljard dollar in 2035.Tijdens COP30 hebben opkomende economieën een stevige lobby gevoerd om de ambitie voor de financiering van klimaatadaptatie door rijke landen op te schroeven. In de uiteindelijke slottekst van COP30 heeft dat geleid tot een voorzichtig compromis.Afgesproken is dat er wordt ingezet op een verdrievoudiging van de financiering voor klimaatadaptatie in 2035, vergeleken met het basisjaar 2025. Het beoogde financieringsniveau van het basisjaar (oorspronkelijk 40 miljard dollar) is echter niet benoemd. In theorie komt de nieuwe ambitie uit op 120 miljard dollar aan financiering in 2035, maar er lijkt dus speelruimte om een beetje te schuiven met het startpunt van de verdriedubbeling.Een andere subtiliteit betreft de herkomst van de financiering. Eerder is gesuggereerd dat geld voor klimaatadaptatie uit de overheidsbudgetten van rijke landen moet komen. In de eindtekst van COP30 is ook dat niet expliciet bevestigd. Landen kunnen dus ook naar private investeringen kijken voor het halen van de beoogde bedragen.#2 Brede financiering van klimaatmaatregelen in landen met opkomende economieënTijdens de klimaattop van 2024 in Baku is voor bredere financiering van klimaatmaatregelen een bedrag van 1.300 miljard dollar genoemd als streefcijfer voor 2035. Dat zou een mix van publieke en private financiering moeten zijn.Concreet is in 2024 afgesproken om tot 2035 naar ten minste 300 miljard dollar te komen voor klimaatactie in arme landen. Daarvoor mag gekeken worden naar nationale budgetten voor klimaatfinanciering van rijke landen, multilaterale leningen van ontwikkelingsbanken en andere, deels private financieringsbronnen. Naar schatting kan hiermee vrij eenvoudig zo'n 200 miljard dollar worden afgedekt, waarmee de additionele financieringsopgave nog maar zo'n 100 miljard dollar omvat.Het doel van 300 miljard dollar aan financiering voor klimaatactie in landen met opkomende economieën is tijdens COP30 niet aangepast. Over de meer uitdagende ambitie van 1.300 miljard dollar financiering is de slottekst van COP30 nogal vrijblijvend. Er wordt een oproep gedaan aan rijke landen om hun inspanningen op te voeren, zonder verdere concrete invulling.#3 Internationaal fonds tegen ontbossingVoorafgaand aan COP30 had Brazilië al een succesje geboekt met de aankondiging van een internationaal fonds tegen ontbossing, de Tropical Forest Forever Facility (TFFF). Dit fonds heeft een beoogd budget van 125 miljard dollar voor bosbehoud. Dat geld moet uit een combinatie van publieke en private middelen bestaan.Het doel is 25 miljard dollar op te halen bij landen en filantropische instellingen en 100 miljard aan te trekken via obligatieleningen van beleggers. Sinds de aankondiging van het bossenfonds begin november zegden Noorwegen, Brazilië, Portugal, Frankrijk, Nederland en Duitsland bij elkaar 6,6 miljard dollar toe.#4 Klimaatbeleid en handelsbarrières: één keer per jaar overlegTijdens de klimaatconferentie in Brazilië kreeg de EU het zwaar te verduren over de invoering van een grensbelasting voor producten met een veel hogere CO2-voetafdruk dan duurzamere varianten die binnen de EU worden geproduceerd. De Europese Unie wil hiermee Europese industriële producenten beschermen tegen dumping van goedkope CO2-intensieve import.Onder druk van landen als India en China is tijdens COP30 afgesproken dat er een jaarlijkse dialoog komt, waarbij onder meer wordt gesproken over klimaatbeleid dat zorgt voor beperking van de internationale handel.[caption id="attachment_169166" align="aligncenter" width="900"] Protest bij COP30 in Belém tegen oliewinning. | Credits: Getty Images[/caption] 3 hete hangijzers die niet zijn aangepakt #1 Opwarming van de aarde beperken tot maximaal 1,5 °CRond COP30 verschenen diverse rapporten over de laatste stand van zaken rondom de mondiale uitstoot van broeikasgassen en de implicaties daarvan voor de opwarming van de aarde. In Parijs werd afgesproken de temperatuurstijging op aarde te beperken tot 1,5 of 2 graden Celsius.De onderstaande grafiek laat de recente ontwikkeling van de mondiale uitstoot van het belangrijkste broeikasgas CO2 zien, plus schattingen voor het budget om binnen 1,5 graad en 2 graden opwarming te blijven.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});Je ziet dat de jaarlijkse uitstoot van CO2 recent vrij stabiel is gebleven, op iets meer dan 40 miljard ton. Voor de prognoses van restantbudgetten is van belang dat die zijn verbonden aan kansberekeningen. Een hoger restantbudget gaat gepaard met een lagere kans dat de beoogde beperking van de temperatuurstijging op aarde wordt gehaald, en omgekeerd.In de grafiek wordt gerekend met budgetten die gekoppeld zijn aan een kans van 67 procent voor het halen van het bijbehorende opwarmingscenario. Om binnen de 1,5 graad opwarming te blijven resteert er dan vanaf 2025 nog 80 miljard ton CO2-uitstoot. Met het huidige jaarlijkse uitstootniveau ben je daar in 2027 doorheen. Zet je de slagingskans op 50 procent, dan wordt het restantbudget voor het 1,5 graad-scenario iets ruimer: 130 miljard ton CO2. Dat is met de huidige jaarlijkse uitstoot alsnog in iets meer dan drie jaar verbruikt.In de slottekst van COP30 staat niet dat het scenario van maximaal 1,5 graad opwarming zeer onrealistisch is geworden. Wel is voor het eerst een passage opgenomen die erkent dat er een risico is dat de gemiddelde temperatuur op aarde voor langere tijd boven de 1,5 graad Celsius kan uitkomen.De slotverklaring doet een oproep om een eventuele 'overshoot' zo beperkt mogelijk te houden. In het verlengde daarvan volgt de aansporing dat landen hun nationale bijdragen (nationally determined contributions of NDC's) zo moeten opstellen of aanpassen dat het doel van maximaal 1,5 graad opwarming binnen bereik blijft.#2 Nationale bijdragen voor behalen klimaatdoelen van ParijsLanden die zich hebben gecommitteerd aan de Klimaatakkoorden van Parijs, is dit jaar gevraagd om hun nationale klimaatdoelen te actualiseren. 113 landen deden dat ook. Uit een VN-rapport van 10 november blijkt dat de totale mondiale emissies van broeikasgassen tot 2035 kunnen dalen met 12 procent als landen aangekondigd beleid ook uitvoeren.Die daling blijft ver achter bij de benodigde vermindering om binnen de 1,5 graad opwarming te blijven. Dan moet de uitstoot van broeikasgassen met 60 procent omlaag ten opzichte van het jaar 2019.#3 Fossiele brandstoffen: de olifant in de kamerDoorslaggevend voor elke poging om de uitstoot van broeikasgassen omlaag te brengen is een sterke vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. Het verbranden van kolen, gas en olie is goed voor een CO2-uitstoot van zo'n 38 miljard ton per jaar. Dat is veruit het grootste deel van de totale uitstoot van broeikasgassen.Tijdens COP30 hebben flink wat landen een poging gedaan om een routekaart voor de afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen op de agenda te krijgen. Dat is onder druk van de fossiele lobby (denk aan landen als oliegrootmacht Saudi-Arabië) buiten de officiële slotverklaring gehouden.De troostprijs is hier dat Colombia en Nederland bij de afsluiting van COP30 het voortouw hebben genomen voor het organiseren van een aparte conferentie. Daar wil een groep welwillende landen toch serieus werk maken van het begin van het einde van het fossiele tijdperk. Lees ook:Brazilië wil $ 125 miljard voor bossenfonds – wat gaat daarmee gebeuren? Dit zijn 7 lichtpuntjes bij het 10-jarig bestaan van de Klimaatakkoorden van Parijs - met een kanttekening Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: 'De herverkiezing van Trump is toch een soort psychologisch kantelpunt geweest'