Jeroen de Boer
21 november 2025, 11:49

Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: 'De herverkiezing van Trump is toch een soort psychologisch kantelpunt geweest'

De verwachte gevolgen van de temperatuurstijging op aarde deze eeuw zijn groot. Maar die boodschap lijkt politiek juist minder gewicht te krijgen. Volgens klimaatwetenschapper Heleen de Coninck kunnen we nog steeds grote stappen zetten. ‘Ik denk dat de wetenschap mogelijk te passief is geweest.’

Klimaatverandering energietransitie COP Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck. | Credits: Heleen de Coninick.

De klimaatconferentie COP30 in Brazilië loopt op zijn eind, met een gemengd beeld over de inspanningen om met klimaatbeleid de opwarming van de aarde te beperken. De huidige prognoses voor temperatuurstijging zijn minder extreem dan de scenario’s van tien jaar geleden, maar de verwachte gevolgen lijken juist tegen te vallen. De verwachting is bovendien nog steeds dat de gemiddelde temperatuur op aarde deze eeuw fors boven de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs komt te liggen. ‘We gaan hoger uitkomen dan 1,5 graad opwarming ’, zegt ook klimaatwetenschapper Heleen de Coninck.

In internationaal verband schreef De Coninck mee aan rapporten van het VN-klimaatpanel IPCC, terwijl ze in Nederland als plaatsvervangend voorzitter van de Wetenschappelijke Klimaatraad betrokken is bij de advisering over nationaal klimaatbeleid.

Zeven jaar geleden was De Coninck medeauteur van een IPCC-rapport over het belang van het doel om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad Celsius te houden. ‘Het probleem is dat landen de afgelopen jaren wel ambities hebben uitgesproken om emissies van broeikasgassen terug te dringen, maar dat ze die ambities onvoldoende hebben omgezet in beleid’, zegt de hoogleraar aan de TU Eindhoven en de Radboud Universiteit Nijmegen.

Tijdens de coronacrisis was er volgens De Coninck een unieke mogelijkheid om de enorme steunpakketten van overheden de vorm te geven van een groene investeringsimpuls. ‘In sommige landen zoals Zuid-Korea is dat gebeurd, maar de meeste landen zijn toen tekortgeschoten. Daar hebben we echt de kans gemist om onder de 1,5 graden te blijven.’

Volgens nieuwe prognoses van onder meer de VN koerst de wereld met het huidige beleid af op een opwarming van 2,5 tot 2,8 graden Celsius deze eeuw. Toch lijken zorgen over de consequenties daarvan in politiek opzicht minder gewicht te hebben dan enkele jaren geleden.

‘De wetenschap geeft daar geen enkele aanleiding toe. Het is nog steeds zo dat de opwarming leidt tot zeer schadelijke en onomkeerbare veranderingen. In dat rapport uit 2018 schreven we al met grote stelligheid over het uitsterven van de koraalriffen en over de risico’s van het smelten van het landijs bij de polen. Sindsdien is er nog veel meer onderzoek gedaan naar de risico’s van klimaatkantelpunten, maar de boodschap vanuit de wetenschap is al jaren hetzelfde: ieder beetje extra opwarming vergroot disproportioneel de gevolgen. Je kunt nu niet meer zeggen dat je het niet wist.’

Tegelijk blijkt het nog altijd lastig om die wetenschappelijke boodschap te vertalen naar maatschappelijke actie.

‘Dat is inderdaad ingewikkeld. Wij zijn geen politici, maar ik denk wel dat de wetenschap mogelijk te passief is geweest. Er is veel vanaf de zijlijn geroepen, terwijl we ons misschien meer hadden kunnen inzetten voor degenen die daadwerkelijk proberen om duurzame verandering door te voeren. Niet dat elke wetenschapper zich met klimaat moet bezighouden, maar er kan wel wat meer gekeken worden naar hoe klimaatwetenschap echt impact kan hebben.

Los daarvan denk ik dat de herverkiezing van Donald Trump toch een soort psychologisch kantelpunt is geweest. Op dat moment werd voor iedereen duidelijk dat er in de VS vanuit de overheid vier jaar lang niets gaat gebeuren op klimaatgebied. Dat is in landen die al moeite hadden met klimaatbeleid, aangegrepen om hun doelen af te zwakken. En fossiele bedrijven en financiële instellingen zien hun kans schoon om duurzaamheidsdoelen terug te draaien en de tegenlobby op te schroeven.

Aan de andere kant is er ook een tegenbeweging die erop wijst dat er geen enkele reden is om achterover te leunen, nu allerlei ongewenste effecten van klimaatverandering escaleren. En gelukkig spelen, zeker in landen als Nederland, veel media een positieve rol door over klimaatverandering te blijven berichten en zo het thema op de agenda te houden.

Verder zie je dat het ook werkt om klimaatvragen meer te verbinden met andere thema’s, zoals veiligheid, woningbouw en economische toekomstbestendigheid. Dat laatste is bijvoorbeeld direct gerelateerd aan verduurzaming van de industrie en strategische autonomie.’

Hoe kijk je in dit verband aan tegen kansen om economieën af te helpen van fossiele brandstoffen via verregaande elektrificatie met hernieuwbare energie?

‘Dat hangt een beetje af van de economische structuur van landen, maar ik denk wel dat je in veel gevallen zo’n 70 procent van de eindvraag naar energie kunt elektrificeren met duurzame energie, ook in Nederland. Voor het overige heb je dan nog groene waterstof of andere duurzaam geproduceerde moleculen nodig.

We hebben voor Nederland twee jaar geleden met een expertgroep gekeken hoe je dat in 2050 kunt bereiken. Dan zie je dat de zware industrie de ‘wild card’ is waar veel vanaf hangt. Er moeten echt keuzes worden gemaakt over het soort bedrijvigheid dat je wilt hebben.’

Waar liggen op dit vlak de grootste uitdagingen?

‘Nederland telt een aantal industriële sectoren die veel broeikasgassen uitstoten, zoals staal, chemie en kunstmest. Je moet je daarbij afvragen waar we echt onderscheidend in zijn en hoe je dat duurzaam wilt inrichten. Dat gaat verder dan het vergroenen van de huidige industrie, het vraagt om een transformatie naar iets nieuws.

Bij Tata Steel is nu 2 miljard euro overheidssubsidie in het vooruitzicht gesteld voor wat toch vooral een ‘fuel switch’ lijkt te zijn van kolen naar aardgas. Een andere route is dat je geen nieuw ijzererts meer gebruikt voor de staalproductie en kiest voor het importeren van halffabrikaten en het recyclen van schroot om staal te maken, met als gevolg een emissievoetafdruk die sneller richting nul kan. De consequentie is dan wel dat die energie-intensieve stap van ijzererts verwerken elders – in Europa of daarbuiten – moet gebeuren.’

Tata Steel

De Nederlandse overheid wil tot 2 miljard euro bijdragen aan het verduurzamen van Tata Steel Nederland. Foto: Getty Images.

‘Voor de kunstmestproductie geldt iets vergelijkbaars. Daar is ammoniak voor nodig en de vraag is of je ammoniak op basis van groene waterstof in Nederland moet gaan maken, gegeven het relatief beperkte potentieel voor hernieuwbare energie.

Je kunt er ook voor kiezen om groene ammoniak te importeren, omdat de productie elders goedkoper kan. Dat soort keuzes maakt uiteindelijk veel uit voor de binnenlandse vraag naar groene stroom.’

En de chemie?

Daarvan kun je zeggen dat dit voor Nederland echt een strategische sector is. Met de elektrificatie van het transport en andere beperkingen op het gebruik van fossiele brandstoffen komt er onvermijdelijk een krimp van de olieraffinage, dus dan moet de chemie haar grondstoffen via andere routes verkrijgen.

Wat ik in deze context bemoedigend vind, is dat er hiervoor initiatieven opduiken in de chemie, zoals recent het plan voor de fabriek van Blue Circle Olefins. Daarmee kun je de plasticketen echt op schaal verduurzamen. In dit verband kun je overigens vraagtekens zetten bij de maatwerkafspraken van de overheid: die zijn alleen gericht op bestaande spelers, terwijl je juist ook nieuwe partijen wilt ondersteunen.’

In de politieke discussie is het vaak makkelijker om te praten over technologische keuzes dan over sociaal gedrag. Is die focus op technologie afdoende, of moet je voor het terugdringen van emissies ook serieus kijken naar consumptie met een hoge klimaatvoetafdruk?

‘Ik ben een innovatiewetenschapper en dat gaat over technologie, maar je moet absoluut ook naar de impact van consumptieve keuzes kijken. Daarbij zie je dat nieuwe technologie eigenlijk altijd een klimaatimpact heeft. We gebruiken bijvoorbeeld ledlampen, omdat dat je daarmee energie bespaart. Vervolgens zie je hele tuinen volhangen met ledlampjes in plastic snoeren, waarbij extra plastic dus voor nieuwe uitstoot zorgt.

De auto is ook een goed voorbeeld. We vervangen benzine-auto’s voor grotere elektrische auto’s die meer staal bevatten, terwijl de accu’s grondstoffen vereisen die veelal een negatieve sociale en ecologische impact hebben.

Daarmee zeg ik niet dat niemand meer een auto mag hebben. De vraag is wel of er in Nederland echt tien miljoen auto’s nodig zijn. Het is ook zinnig om te kijken naar oplossingen voor mobiliteit waarbij we het aantal auto’s kunnen verminderen, zonder dat mensen hun auto missen.’

Toch ontstaat er al snel maatschappelijke weerstand als de overheid voorschrijft wat mensen wel en niet mogen consumeren. Zie je mogelijkheden om op dat vlak grotere stappen te zetten?

‘Vanuit de wetenschap begrijpen we steeds beter hoe normverandering zich voltrekt. Positief is dat er bijvoorbeeld op het gebied van eten al een grote verschuiving heeft plaatsgevonden. Twintig jaar geleden werd het nog lastig gevonden als iemand vegetarisch was, terwijl dat tegenwoordig eigenlijk helemaal geaccepteerd is. Niemand in een restaurant kijkt er nog van op en meestal staan vegetarische opties gewoon op de kaart.

Als overheid kun je dergelijke processen negeren, of ze juist versnellen. Momenteel is er eigenlijk geen overheidsbeleid bij het stimuleren van plantaardige dieetopties in ons deel van Europa. In de Wetenschappelijke Klimaatraad zijn we bezig met het voorbereiden van een advies voor de Nederlandse regering, waarin de boodschap wordt om dit wel op te pakken.

We geven die boodschap ook, omdat onderzoek keer op keer aantoont dat de meeste mensen graag duurzamer willen leven, mits ze daarbij geholpen te worden. Het lukt vaak niet, omdat er te weinig of geen geschikt aanbod is. Of het is te duur en te ingewikkeld.

Op het moment dat de overheid een bepaalde vorm van gedrag voorleeft door er beleid op te voeren, ontstaat sneller het gevoel dat dergelijk gedrag de sociale norm is. De milieuwinst die je boekt met aanpassing van gedrag is uiteindelijk ook goedkoper voor de samenleving. Het gaat er dus om dat je duurzame keuzes makkelijker maakt en ik ben wel hoopvol dat je daar beweging in kunt krijgen.’

Lees ook:

Waarom stilzitten geen optie is: zo anticipeer jij op de veranderende energiemarkt

Tijdens het webinar 'Energie in transitie' sprak host John van Schagen met drie energie-experts over de huidige staat van de Nederlandse energiemarkt. Hans Grünfeld (directeur VEMW), Marc Londo (inhoudelijk directeur NVDE) en Frank Meens (head commercial operations bij Vattenfall) schetsen een markt in beweging. Met uitdagingen, maar ook met mogelijkheden voor wie de juiste stappen zet. Hoe zet je die? Hoe zorg je dat jouw onderneming niet achterblijft? De energiemarkt: volatiel maar liquide ‘Ik zie een markt die op zich liquide is, die goed functioneert. Met name de Nederlandse energiemarkt is robuust genoeg om zware tijden te kunnen weerstaan,’ zegt Grünfeld. ‘Denk aan de Oekraïne-crisis en diverse elektriciteitscrises. Het grote probleem is alleen dat we zien dat die marktontwikkelingen ernstig worden belemmerd doordat de infrastructuur eigenlijk die verandering, die ontwikkelingen tegenhoudt en belemmert.’Die infrastructuur waar hij op doelt? Netcongestie. De olifant die al lang niet meer in de kamer staat, maar inmiddels midden in iedere vergaderzaal staat. En die voor veel bedrijven een belemmering vormt bij het verduurzamen van de bedrijfsvoering.Londo: ‘Meer dan de helft van onze elektriciteit wordt inmiddels met wind, zon en andere hernieuwbare bronnen opgewekt. Dat doet nogal wat. Prijzen gaan nu veel harder omhoog en omlaag omdat wind en zon af en toe wel produceren en af en toe niet.’ En dat zijn slechts enkele voorbeelden van ontwikkelingen die een belangrijke rol spelen op de energiemarkt.Een andere ontwikkeling die we zien is dat daar waar de focus de afgelopen jaren vol op verduurzaming en klimaatbeleid was, dat dit mede als gevolg van de geopolitieke spanningen minder is geworden. Ook dat speelt volgens Meens van Vattenfall een belangrijke rol in de energietransitie en belemmert het tempo ervan. ‘In Europa zie je een sterk veranderend energiebeleid, terwijl de doelstellingen overeind blijven,’ zegt hij.Voor de webinardeelnemers, zo blijkt uit een poll, is onvoorspelbaar beleid de grootste uitdaging (bijna de helft van de stemmen). Gevolgd door netcongestie (een derde van de stemmen). De rol van beleid De afbouw van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE++-subsidie) blijft een punt van zorg. Londo: ‘In het vorige coalitieakkoord is afgesproken dat er minder ruimte was voor nieuwe projecten onder de SDE++. In 2027 is er eigenlijk geen geld meer voor een nieuwe ronde. Dat werpt nu al zijn schaduw: de voorbereidingen voor nieuwe projecten worden uitgesteld omdat dit soort dingen lange leadtimes hebben.’ Er is meer onzekerheid over de terugverdientijd van duurzame investeringen. Meens ziet ook positieve ontwikkelingen. ‘De nieuwe energiewet, die per 1 januari wordt geïmplementeerd, speelt veel meer in op de huidige ontwikkelingen op de energiemarkt, bijvoorbeeld als het gaat om energie delen en meerdere leveranciers op één aansluiting. Dat gaat de energietransitie niet per se aanjagen, maar wel beter faciliteren.’ Twee snelheden in het bedrijfsleven Meens onderscheidt twee groepen binnen het bedrijfsleven. ‘Je hebt koplopers die in hun businessmodel ruimte zien om positieve business cases te genereren voor elektrificatie. Maar er is ook een grote groep die ervoor kiest compliant te zijn aan de huidige wet- en regelgeving en verder afwacht.’Londo herkent dat beeld. ‘Sommige directeuren kijken pas echt naar hun eigen processen als hun uitbreidingsplannen vastlopen, bijvoorbeeld doordat ze vanwege netcongestie geen zwaardere elektriciteitsaansluiting krijgen. Dan blijkt er vaak nog van alles te winnen binnen de bestaande capaciteit, én voor verbeteringen in de productie.’ Hij noemt het voorbeeld van een brouwerij in Zuid-Nederland die een nieuw brouwhuis bouwde, volledig elektrisch. ‘Vroeger kon het brouwhuis alleen aan of uit. Nu kunnen ze veel meer inspelen op de energiemarkt, maar ook meer variëren in het productieproces, wat hen in staat stelt andere soorten bier te maken. Dan voeg je waarde toe.’ Vier adviezen die je morgen al kunt toepassen: Wat kunnen bedrijven nu doen? De sprekers komen met vier concrete aanknopingspunten:1. Begin bij je eigen processenMeens: ‘Bedrijven die hun energiestrategie integreren in hun bedrijfsstrategie, komen tot een plan. Dan zie je dat er ruimte ontstaat om verder te komen als organisatie.’ Londo vult aan: ‘Soms kun je je bedrijfsprocessen aanpassen zodat je piek minder groot is of minder samenvalt met de piek op het net. Of je zet er een duurzame oplossing naast: warmteopslag of elektriciteitsopslag.’2. Investeer in lokale opwek en opslag‘We zien veel bedrijven kijken naar zonnepanelen, batterijen en warmte-koude-opslag,’ aldus Meens. ‘Dat zijn oplossingen achter de meter waar je zelf invloed op hebt.’ Recent werd in de buurt van Tiel het eerste netneutrale bedrijventerrein opgeleverd. Londo: ‘Er kan dus genoeg achter het hek van het terrein, zonder dat het tot extra netbelasting leidt.’3. Zoek samenwerking op in je omgevingGrünfeld benadrukt de inspiratie door voorbeelden en het belang van samenwerken. ‘Bijna iedereen zit met dezelfde vragen. Sommigen hebben inmiddels ervaring en de bereidheid om die te delen is groot.’ Meens raadt aan om bij parkmanagementverenigingen, lokale overheden, adviespartijen of brancheverenigingen aan te kloppen. ‘Ga het gesprek aan met mensen om je heen.’4. Maak kennis en expertise een prioriteit‘Een heel concreet advies,’ zegt Londo. ‘Die ene medewerker die nu één dag per week met energie-inkoop bezig is? Speel die maar vrij voor voltijds en laat hem zich goed ontwikkelen. En zet die persoon gewoon één keer per maand bij de directievergadering. Zo belangrijk is het wel.’ Achmea: van plan naar Paris Proof Een concreet voorbeeld van een integrale aanpak voor de energietransitie is verzekeraar Achmea. Meens noemt het bedrijf het ‘schoolvoorbeeld van hoe je met je panden om kunt gaan in de energietransitie.’Achmea stelde zich ten doel om in 2030 Paris Proof te zijn: maximaal 70 kWh/m2 energie per jaar verbruiken. ‘Ze hebben alle stakeholders in en om de organisatie bij elkaar gebracht en zijn kennis gaan vergaren over subsidies en mogelijkheden,’ vertelt Meens. ‘Vervolgens hebben ze één pand gepakt als referentie: het pand in Apeldoorn.’Dat pand werd vergaand geïsoleerd en van het gas afgekoppeld. Er kwam een warmte-koude-opslag, veel zonnepanelen en een batterij die slim schakelt met een Energie Management Systeem (EMS). Het resultaat: volgend jaar zitten zij al op het Paris Proof-niveau. ‘Dat wordt nu de benchmark voor de rest van hun panden. Het laat zien dat als je kunt komen tot een plan en daar al je stakeholders in meeneemt, je echt een stap kunt maken.’ Hybride elektrificatie als tussenoplossing Grünfeld wijst op een interessante tussenstap: hybride elektrificatie. ‘Veel bedrijven kunnen nog niet volledig van gas naar elektriciteit over vanwege de kosten. Wat ze doen is een deel van hun gasgestookte warmtevoorziening vervangen door elektriciteit. Daarmee krijgen ze automatisch meer flexibiliteit om in te spelen op marktprijzen en kunnen ze congestiediensten verlenen aan de netbeheerder.’Die aanpak ziet hij vooral in de voedingsmiddelenindustrie en papierindustrie. ‘Sommige bedrijven proberen zelfs gebruik te maken van ultradiepe geothermie. Als dat lukt, maak je echt de stap naar volledig CO2-neutraal produceren.’ Niet wachten op perfecte omstandigheden De energie-experts aan tafel zijn het over één ding eens: wachten is geen optie. Meens: ‘Vraag jezelf af: wat kun jij wel doen? Ga die verkenning eens doen. Trek een paar mensen aan tafel en kijk naar de mogelijkheden van je proces of gebouw.’Londo sluit af met een nuchtere observatie: ‘Iedereen is inmiddels door de eerste fase van rouwverwerking dat netcapaciteit niet meer ongelimiteerd beschikbaar is. Maar dat wil niet zeggen dat je niet meer kunt ondernemen. Je gaat anders ondernemen. Een slimme ondernemer die anticipeert op bedreigingen en kansen grijpt, kan nog steeds hele mooie dingen doen.’Grünfeld vat het samen: ‘We hebben alle inventiviteit van ondernemers hard nodig om gezamenlijk verder te komen. En vergeet niet: je bent niet de enige die voor een uitdaging staat. Deel vragen, deel kennis, en vooral: deel inspiratie.’ Kijk het webinar terug: [embed]https://youtu.be/p2qG1-h2bSI?si=c96kqvK-4w7KmGOO[/embed]Luister het webinar terug. Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Vattenfall. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.