Het is maart 2000. Een nieuwe lente met kansen voor schone energie lonkt als Greenpeace-activist Diederik Samsom op de aandeelhoudersvergadering van Shell een gedurfd voorstel neerlegt bij topbestuurder Jeroen van der Veer: wordt het niet eens tijd dat de olie- en gasreus vol in zonne-energie stapt? In concreto met de bouw van de grootste fabriek voor zonnepanelen ter wereld.
Een fabriek met een jaarlijkse productiecapaciteit van 500 megawatt? Totaal onrealistisch, legt Van der Veer omstandig uit. Zo’n fabriek zal er ook nooit komen.
Anno 2025 staat de grootste fabriek van zonnepanelen in China, met een productiecapaciteit van 50 gigawatt per jaar. Dat is liefst 100 keer zo veel als wat Samsom met Greenpeace destijds voorstelde, aldus een smakelijke anekdote uit zijn nieuwe boek Groene Supermacht – hoe Europa de wereld kan verduurzamen, uitgegeven door De Correspondent.
Hoewel Shell en andere fossiele reuzen bedankten voor de kans om mee te liften met de snelst groeiende energietechnologie van deze eeuw, terwijl China het voortouw nam, zijn de mogelijkheden voor Europa nog niet verkeken. Integendeel. In Groene Supermacht toont Samsom zich aanstekelijk optimistisch over het oude continent.

Credits: De Correspondent
De man die zich de afgelopen dertig jaar in verschillende rollen – van milieuactivist en politiek leider van de PvdA tot Europees topambtenaar – inspande voor positieve oplossingen in de strijd tegen riskante klimaatverandering, gelooft dat Europa de beste kaarten heeft om de wereld op sleeptouw te nemen. Dit keer niet als kolonisator, maar als inspirerend voorbeeld voor wat er in een democratische omgeving mogelijk is met hernieuwbare energie, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, verduurzaming van de economie en het bewaken van biodiversiteit.
Ook nu er van verschillende kanten wordt gemorreld aan zijn magnum opus, de Europese Green Deal, toont Samsom zich vastberaden. ‘We hebben een kasteel gebouwd voor het klimaat- en energiebeleid. Er wordt op de muren geschoten, maar er zit geen gat in. Buiten die muren liggen er wel bloemetjes en bijtjes die weerloos vertrapt dreigen te worden’, zegt hij.
Banale aanval van Duitse autolobby op Green Deal
Zolang de Europese klimaatdoelstelling zelf niet fundamenteel wordt aangetast, ziet Samsom aanvallen op onderdelen van de Green Deal vooral als schermutselingen aan de flanken. Als voorbeeld noemt hij de auto-industrie. Vooral vanuit de Duitse politiek wordt er flink gelobbyd voor uitstel van het beoogde verbod op de productie van auto’s met verbrandingsmotoren vanaf 2035.
Een dergelijke versoepeling zou binnen de Europese regelgeving meteen gevolgen hebben op andere vlakken, legt Samsom uit. ‘Als de auto-industrie langer doorgaat met de verbrandingsmotor, moet de transportsector zijn CO2-emissies op een andere manier reduceren. Je kunt dan bijvoorbeeld biofuels versneld bijmengen, maar dan worden brandstoffen gewoon veel duurder.’
Samsom denkt dat er vanuit de autolobby simpelweg sprake is van een tactische manoeuvre. ‘Kijk, uiteindelijk wordt die datum denk ik niet verschoven, maar zal de Europese auto-industrie meer geld krijgen om zich de Chinese concurrentie van het lijf te houden. Je zou kunnen zeggen: dat is wel een heel banaal gevecht. Maar ja, de samenleving zit vol met dat soort banale gevechten.’
Niet geld, maar de mens is vertragende factor
Een onderdeel van de Europese groene agenda waar Samsom tussen 2019 en 2024 als kabinetschef van toenmalig Eurocommissaris Frans Timmermans zwaar voor gevochten heeft, is een aanvulling op het Europese handelssysteem voor emissierechten: ETS 2. Het gaat hier om het beprijzen van de CO2-uitstoot van motorbrandstoffen zoals benzine en diesel, en van fossiele brandstoffen voor de gebouwde omgeving, zoals aardgas en stookolie.
Bijzonder aan ETS 2 is dat er een expliciete koppeling is tussen de inkomsten die EU-landen krijgen bij het veilen van emissierechten en de beoogde uitgaven. Die zijn deels geoormerkt voor sociale fondsen tegen energiearmoede. Daarnaast is er financiële ruimte voor subsidies en andere maatregelen ter stimulering van CO2-arme alternatieven, zoals warmtepompen en elektrische auto’s.
Onderzoeksbureau BloombergNEF schatte eerder dit jaar dat – afhankelijk van de ontwikkeling van de CO2-prijs in het ETS 2-systeem – de totale publieke opbrengsten bij het veilen van emissierechten over een periode van negen jaar op 644 miljard euro kunnen uitkomen. Dat is een gigantisch investeringspotentieel voor de energietransitie in Europa.
Onder druk van landen als Polen, waar nog flink wat huishoudens op kolen stoken, werd deze maand besloten om de invoering ETS 2-systeem met een jaar uit te stellen tot 2028, en extra buffers in te bouwen om aanvullende emissierechten op de markt te gooien als de CO2-prijs te hard dreigt te stijgen.
‘ETS-2 wordt nu met een jaar vertraagd. Tot uw dienst. Maar dan krijg je ook die inkomsten een jaar later. Dat lijkt mij buitengewoon onverstandig’, reageert Samsom. Hij wijst op het belang van de energietransitie in het transport en de gebouwde omgeving. ‘ETS 2 gaat over mensen, over onze auto’s en onze huizen. Dat komt heel dichtbij. De vertragende factor is dan niet het systeem of het geld. De vertragende factor zijn wij, mensen. En onze aversie tegen verandering.’
Als voorbeeld noemt Samsom de moeite die het kost om huizen te verduurzamen met onder meer betere isolatie. ‘Je leest in de krant over klimaatverandering en zegt: we gaan verbouwen, we gaan renoveren, isoleren. Je belt de aannemer, die stuurt een offerte. Dat ding valt altijd tegen. En vervolgens denk je: zaagsel over de vloer, bouwvakkers in huis, mijn zoon moet nog eindexamen doen, ik wil geen gedoe. Hoe hoog is die energierekening nou helemaal? Laat maar zitten.’
Wil je iets doen aan die vertragende menselijke factor, dan ben je er niet met een zak geld. Daarvoor zijn een cultuurverandering in de samenleving nodig, en organisaties die dat ondersteunen, benadrukt Samsom. ‘Daar kun je niet snel genoeg mee beginnen, want dat duurt allemaal lang. Dus dat uitstel van ETS 2 maakt me wel buitengewoon chagrijnig.’
Optimistisch over Europa, minder over Nederland
In zijn boek is Samsom positief over de bredere impact die het Europese systeem voor de handel in emissierechten (ETS 1) tot nog toe heeft gehad. Bijna de helft van de Europese CO2-emissies valt hieronder. Die zijn sinds 2005 in totaal met bijna 50 procent gedaald, hoofdzakelijk omdat de beschikbaarheid van emissierechten voor de industrie systematisch wordt verlaagd.
Toch zijn er ook zorgen. De daling van de CO2-uitstoot van de EU is niet alleen het gevolg van de verduurzaming van industriële productie, maar gaat deels gepaard met het verdwijnen ervan. Ofwel: er is een risico van de-industrialisatie, waarbij Europa z’n handen schoon wast door vervuilende productie uit te besteden aan andere regio’s.
Samsom erkent het gevaar, maar nuanceert dat tegelijkertijd. ‘Van de uitstootreductie van CO2 komt ongeveer 40 procent door de-industrialisatie en 60 procent door decarbonisatie via vernieuwing en verduurzaming. Maar goed, die 40 procent is natuurlijk meer dan je wilt.’
Als het specifiek over Nederland gaat – waar onder meer het chemiecluster in Rotterdam de laatste jaren te maken heeft met een reeks tegenslagen – slaat hij een scherpere toon aan. ‘Ik ben optimistisch over Europa als geheel, maar over Nederland wat minder. Dat heeft vooral met de afgelopen vier jaar te maken. Vier cruciale jaren waarin Nederland niks heeft gedaan.’
Dat geldt volgens de voormalige PvdA-leider niet alleen voor het kabinet-Schoof, maar eveneens voor diens voorganger Rutte IV. ‘Als we de concurrentieslag verliezen van China, dan kun je schuimbekkend naar Brussel trekken. Maar als bedrijven naar Duitsland verhuizen of naar Frankrijk, ja dan moet Den Haag naar zichzelf kijken.’
Samsom wijst erop dat Duitsland de grondwet heeft gewijzigd om 500 miljard euro te investeren in infrastructuur, waaronder het energienetwerk. Intussen slaagt Nederland er al jaren niet in om nijpende problemen als netcongestie en de stikstofcrisis voortvarend aan te pakken.
Wel plannen om energietransitie vlot te trekken, maar te weinig actie
Die vertraging in Nederland heeft niet te maken met een gebrek aan concrete plannen. Zo kwam denktank Sustainable Industry Lab afgelopen maand nog met een integraal concept voor verduurzaming van industrie, waarbij de overheid een paar grote stappen moet zetten. Bijvoorbeeld door een publiek nutsbedrijf op te richten voor offshore wind en waterstof, en door op te treden als ‘market maker’ om de vraag naar groene basisgrondstoffen aan te jagen.
‘Het ligt niet aan de plannen’, beaamt Samsom. ‘Het ligt aan het feit dat de coalitie de tijd ruziënd doorbrengt en zich laat afleiden door de ene #ophef na de andere, in plaats van dat ze van zo’n plan ook daadwerkelijk werk willen maken. Het gaat dus om de uitvoering.’

Diederik Samsom in zijn Haagse jaren als leider van de PvdA. | Credits: Getty Images
Langetermijnbeleid, waarbij de overheid een duidelijke regierol neemt om de industrie te helpen met verduurzaming en het energiesysteem drastisch te vergroenen, ligt in de lijn van het rapport van voormalig ECB-president Mario Draghi. Hoewel Samsom in zijn boek op bepaalde punten kritisch is over het Draghi-rapport, deelt hij de gedachte dat Europa in een unieke positie verkeert om een voorbeeld te zijn voor de wereld, getuige ook de titel Groene Supermacht.
Uit doorrekeningen van het ambtelijk apparaat in Brussel blijkt wel dat er gigantische investeringen nodig zijn voor het waarmaken van een ambitie die een concurrerende, groene Europese industrie combineert met scherpe klimaatdoelen.
Als Europa bijvoorbeeld inzet op grote hoeveelheden duurzame energie, een pan-Europees elektriciteitsnetwerk, schoner wegvervoer, groen staal, groene chemie, duurzaam cement en vooralsnog prijzige afvangtechnologie voor CO2, zijn investeringsbedragen van zo’n 1.500 miljard euro per jaar nodig in de transitiefase. Grofweg komt dat neer op zo’n 7 procent van de Europese economie.
Die investeringen kunnen een mix van privaat en publiek kapitaal zijn, wat weer stappen vereist voor het inrichten van een Europese kapitaalmarktunie.
Poging om Europeaan duurzamer te laten eten stuit op politieke blokkade
Opvallend genoeg blijkt er vanuit klimaatperspectief tegen relatief lage kosten ook aan een andere knop gedraaid te kunnen worden, ontdekte Samsom als Brusselse topambtenaar. Dat wil zeggen: in theorie. Als het dieet van de Europeaan meer richting plantaardige eiwitten, wit vlees en beperkte hoeveelheden vis gaat, pak je onderliggend de klimaatvoetafdruk van ons voedselsysteem aan.
‘We kunnen op deze planeet met 10 miljard mensen in Europese welvaart verblijven, op één ding na’, legt Samsom uit. ‘Als we allemaal gaan eten als een Europeaan, dan past het niet. Het gaat dus om ons dieet. Dat is geen klein deel van ons leven, al ben ik daar als Nederlander natuurlijk een beetje gemankeerd in, vergeleken met sommige andere Europese culturen. Toch moeten we van dierlijke naar meer plantaardige eiwitconsumptie.’
Zo’n aanpassing van eetgewoonten valt in de categorie gedragsverandering. Ook in Brussel, zo ervoer Samsom, is dat al snel politiek dynamiet. Pogingen om Europeanen aan te sporen tot een beperkte verandering van hun eetpatroon via een Europees LIFE-dieet, belandden al vrij snel in de spreekwoordelijke bureaula. Samsom: ‘Dat voorstel om vanuit Europa een duurzamer dieet te stimuleren was niet helemaal toevallig mijn laatste stunt in de Commissie, want daarna was het ook wel op.’
Tijd om klimaatsysteem te stabiliseren begint te dringen
Heel verbaasd over het floppen van een breder Europees plan voor het stimuleren van een duurzamer dieet is Samsom achteraf bezien niet. ‘Gedragsverandering bewerkstelligen is echt een helse klus. Het wordt ook steeds lastiger in een samenleving die almaar mondiger wordt en verder individualiseert.’
De geschiedenis laat zien dat het vaak jaren duurt voordat normatieve veranderingen, zoals het rookverbod in de openbare ruimte of de verplichting tot het dragen van autogordels, door een meerderheid als sociaal acceptabel worden ervaren. ‘Dat soort vooruitgang gaat heel traag en tijd is nou juist iets dat schaars begint te worden bij het aanpakken van klimaatverandering.’
‘Vandaar mijn pleidooi in Brussel om wat extra politiek gewicht in de strijd te gooien. Met als voordeel dat je kosten bespaart en minder risico neemt’, vervolgt Samsom. ‘We zouden onszelf een grote dienst bewijzen als we niet de duurste technologie nodig hebben om het klimaatsysteem te stabiliseren.’
Hij wil op dit punt dan ook niet naïef zijn. ‘Het risico dat we het niet met technologie halen is evident aanwezig. Ik ben een techno-optimist, maar geen ecomodernist in de letterlijke zin van het woord, dat ik achterover leun en ervan uitga dat de wereld vanzelf vooruit beweegt.’
Om gedrag zodanig te veranderen dat grote groepen vrijwillig afzien van consumptie met een hoge klimaatimpact, is een breed gedragen besef van urgentie nodig. Een belangrijke omslag kan in de ogen van Samsom uiteindelijk weleens van het klimaat zelf komen, als extreem weer in de vorm van hittegolven, bosbranden, orkanen en overstromingen vaker optreedt.
‘Als de urgentie toeneemt, gaan we toch dingen doen. We zijn een opportunistische soort, maar op dit moment niet opportunistisch genoeg.’
Lees ook:
- Klimaatwetenschapper Kornelis Blok over de race van 3 naar 2 graden opwarming die we nog kunnen winnen
- Hoe een nieuwe Europese CO2-prijs de adoptie van warmtepompen en elektrische auto’s vanaf 2027 kan versnellen
- ‘Water is als elektriciteit: we willen er continu over beschikken, maar zo werkt de cyclus niet’, zegt deze mondiale topexpert




