Tijdens het webinar ‘Energie in transitie’ sprak host John van Schagen met drie energie-experts over de huidige staat van de Nederlandse energiemarkt. Hans Grünfeld (directeur VEMW), Marc Londo (inhoudelijk directeur NVDE) en Frank Meens (head commercial operations bij Vattenfall) schetsen een markt in beweging. Met uitdagingen, maar ook met mogelijkheden voor wie de juiste stappen zet. Hoe zet je die? Hoe zorg je dat jouw onderneming niet achterblijft?
De energiemarkt: volatiel maar liquide
‘Ik zie een markt die op zich liquide is, die goed functioneert. Met name de Nederlandse energiemarkt is robuust genoeg om zware tijden te kunnen weerstaan,’ zegt Grünfeld. ‘Denk aan de Oekraïne-crisis en diverse elektriciteitscrises. Het grote probleem is alleen dat we zien dat die marktontwikkelingen ernstig worden belemmerd doordat de infrastructuur eigenlijk die verandering, die ontwikkelingen tegenhoudt en belemmert.’
Die infrastructuur waar hij op doelt? Netcongestie. De olifant die al lang niet meer in de kamer staat, maar inmiddels midden in iedere vergaderzaal staat. En die voor veel bedrijven een belemmering vormt bij het verduurzamen van de bedrijfsvoering.
Londo: ‘Meer dan de helft van onze elektriciteit wordt inmiddels met wind, zon en andere hernieuwbare bronnen opgewekt. Dat doet nogal wat. Prijzen gaan nu veel harder omhoog en omlaag omdat wind en zon af en toe wel produceren en af en toe niet.’ En dat zijn slechts enkele voorbeelden van ontwikkelingen die een belangrijke rol spelen op de energiemarkt.
Een andere ontwikkeling die we zien is dat daar waar de focus de afgelopen jaren vol op verduurzaming en klimaatbeleid was, dat dit mede als gevolg van de geopolitieke spanningen minder is geworden. Ook dat speelt volgens Meens van Vattenfall een belangrijke rol in de energietransitie en belemmert het tempo ervan. ‘In Europa zie je een sterk veranderend energiebeleid, terwijl de doelstellingen overeind blijven,’ zegt hij.
Voor de webinardeelnemers, zo blijkt uit een poll, is onvoorspelbaar beleid de grootste uitdaging (bijna de helft van de stemmen). Gevolgd door netcongestie (een derde van de stemmen).
De rol van beleid
De afbouw van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE++-subsidie) blijft een punt van zorg. Londo: ‘In het vorige coalitieakkoord is afgesproken dat er minder ruimte was voor nieuwe projecten onder de SDE++. In 2027 is er eigenlijk geen geld meer voor een nieuwe ronde. Dat werpt nu al zijn schaduw: de voorbereidingen voor nieuwe projecten worden uitgesteld omdat dit soort dingen lange leadtimes hebben.’ Er is meer onzekerheid over de terugverdientijd van duurzame investeringen.
Meens ziet ook positieve ontwikkelingen. ‘De nieuwe energiewet, die per 1 januari wordt geïmplementeerd, speelt veel meer in op de huidige ontwikkelingen op de energiemarkt, bijvoorbeeld als het gaat om energie delen en meerdere leveranciers op één aansluiting. Dat gaat de energietransitie niet per se aanjagen, maar wel beter faciliteren.’
Twee snelheden in het bedrijfsleven
Meens onderscheidt twee groepen binnen het bedrijfsleven. ‘Je hebt koplopers die in hun businessmodel ruimte zien om positieve business cases te genereren voor elektrificatie. Maar er is ook een grote groep die ervoor kiest compliant te zijn aan de huidige wet- en regelgeving en verder afwacht.’
Londo herkent dat beeld. ‘Sommige directeuren kijken pas echt naar hun eigen processen als hun uitbreidingsplannen vastlopen, bijvoorbeeld doordat ze vanwege netcongestie geen zwaardere elektriciteitsaansluiting krijgen. Dan blijkt er vaak nog van alles te winnen binnen de bestaande capaciteit, én voor verbeteringen in de productie.’ Hij noemt het voorbeeld van een brouwerij in Zuid-Nederland die een nieuw brouwhuis bouwde, volledig elektrisch. ‘Vroeger kon het brouwhuis alleen aan of uit. Nu kunnen ze veel meer inspelen op de energiemarkt, maar ook meer variëren in het productieproces, wat hen in staat stelt andere soorten bier te maken. Dan voeg je waarde toe.’
Vier adviezen die je morgen al kunt toepassen:
Wat kunnen bedrijven nu doen? De sprekers komen met vier concrete aanknopingspunten:
1. Begin bij je eigen processen
Meens: ‘Bedrijven die hun energiestrategie integreren in hun bedrijfsstrategie, komen tot een plan. Dan zie je dat er ruimte ontstaat om verder te komen als organisatie.’ Londo vult aan: ‘Soms kun je je bedrijfsprocessen aanpassen zodat je piek minder groot is of minder samenvalt met de piek op het net. Of je zet er een duurzame oplossing naast: warmteopslag of elektriciteitsopslag.’
2. Investeer in lokale opwek en opslag
‘We zien veel bedrijven kijken naar zonnepanelen, batterijen en warmte-koude-opslag,’ aldus Meens. ‘Dat zijn oplossingen achter de meter waar je zelf invloed op hebt.’ Recent werd in de buurt van Tiel het eerste netneutrale bedrijventerrein opgeleverd. Londo: ‘Er kan dus genoeg achter het hek van het terrein, zonder dat het tot extra netbelasting leidt.’
3. Zoek samenwerking op in je omgeving
Grünfeld benadrukt de inspiratie door voorbeelden en het belang van samenwerken. ‘Bijna iedereen zit met dezelfde vragen. Sommigen hebben inmiddels ervaring en de bereidheid om die te delen is groot.’ Meens raadt aan om bij parkmanagementverenigingen, lokale overheden, adviespartijen of brancheverenigingen aan te kloppen. ‘Ga het gesprek aan met mensen om je heen.’
4. Maak kennis en expertise een prioriteit
‘Een heel concreet advies,’ zegt Londo. ‘Die ene medewerker die nu één dag per week met energie-inkoop bezig is? Speel die maar vrij voor voltijds en laat hem zich goed ontwikkelen. En zet die persoon gewoon één keer per maand bij de directievergadering. Zo belangrijk is het wel.’
Achmea: van plan naar Paris Proof
Een concreet voorbeeld van een integrale aanpak voor de energietransitie is verzekeraar Achmea. Meens noemt het bedrijf het ‘schoolvoorbeeld van hoe je met je panden om kunt gaan in de energietransitie.’
Achmea stelde zich ten doel om in 2030 Paris Proof te zijn: maximaal 70 kWh/m2 energie per jaar verbruiken. ‘Ze hebben alle stakeholders in en om de organisatie bij elkaar gebracht en zijn kennis gaan vergaren over subsidies en mogelijkheden,’ vertelt Meens. ‘Vervolgens hebben ze één pand gepakt als referentie: het pand in Apeldoorn.’
Dat pand werd vergaand geïsoleerd en van het gas afgekoppeld. Er kwam een warmte-koude-opslag, veel zonnepanelen en een batterij die slim schakelt met een Energie Management Systeem (EMS). Het resultaat: volgend jaar zitten zij al op het Paris Proof-niveau. ‘Dat wordt nu de benchmark voor de rest van hun panden. Het laat zien dat als je kunt komen tot een plan en daar al je stakeholders in meeneemt, je echt een stap kunt maken.’
Hybride elektrificatie als tussenoplossing
Grünfeld wijst op een interessante tussenstap: hybride elektrificatie. ‘Veel bedrijven kunnen nog niet volledig van gas naar elektriciteit over vanwege de kosten. Wat ze doen is een deel van hun gasgestookte warmtevoorziening vervangen door elektriciteit. Daarmee krijgen ze automatisch meer flexibiliteit om in te spelen op marktprijzen en kunnen ze congestiediensten verlenen aan de netbeheerder.’
Die aanpak ziet hij vooral in de voedingsmiddelenindustrie en papierindustrie. ‘Sommige bedrijven proberen zelfs gebruik te maken van ultradiepe geothermie. Als dat lukt, maak je echt de stap naar volledig CO2-neutraal produceren.’
Niet wachten op perfecte omstandigheden
De energie-experts aan tafel zijn het over één ding eens: wachten is geen optie. Meens: ‘Vraag jezelf af: wat kun jij wel doen? Ga die verkenning eens doen. Trek een paar mensen aan tafel en kijk naar de mogelijkheden van je proces of gebouw.’
Londo sluit af met een nuchtere observatie: ‘Iedereen is inmiddels door de eerste fase van rouwverwerking dat netcapaciteit niet meer ongelimiteerd beschikbaar is. Maar dat wil niet zeggen dat je niet meer kunt ondernemen. Je gaat anders ondernemen. Een slimme ondernemer die anticipeert op bedreigingen en kansen grijpt, kan nog steeds hele mooie dingen doen.’
Grünfeld vat het samen: ‘We hebben alle inventiviteit van ondernemers hard nodig om gezamenlijk verder te komen. En vergeet niet: je bent niet de enige die voor een uitdaging staat. Deel vragen, deel kennis, en vooral: deel inspiratie.’



