John van Schagen
01 mei 2025, 11:00

Circulaire zonnepanelen uit Nederland: gaat Solarge het overleven?

Made in China. Het staat op zo ongeveer elk zonnepaneel dat je op een Nederlands dak ziet blinken. Solarge uit Weert probeert nu twee jaar een stukje van die markt in handen te krijgen. Makkelijk is dat niet. Hun zonnepanelen zijn weliswaar lichtgewicht en circulair, maar op dit moment ook nog een stuk duurder dan de Chinese bulk. “Zonder stevige regelgeving vanuit Brussel wordt het heel lastig om uiteindelijk te overleven.”

Solarge | Credits: Solarge

De fabriek van Solarge in Weert opende in mei 2023 haar deuren. En in een wereld die overspoeld wordt door standaardpanelen, biedt het bedrijf van oprichters Jan Vesseur, Huib van den Heuvel en Gerard de Leede iets bijzonders. De panelen die hier van de lopende band rollen zijn om te beginnen superlicht en dat maakt ze ideaal voor daken die gewone zonnepanelen niet aankunnen. Daarnaast mag er ook een circulair etiket op geplakt worden. “Bij de productie van onze zonnepanelen komt 75 procent minder CO2 vrij. Bovendien gebruiken we geen PFAS of andere giftige stoffen”, zegt directeur Jan Vesseur. De Solarge-panelen zijn aan het eind van hun levensduur eenvoudig en volledig te recyclen, zonder downgrading van de materialen. Dit is in tegenstelling tot veel traditionele panelen die zo bijdragen aan een groeiende afvalberg.

Meer produceren

Lichtgewicht, duurzaam én van Nederlandse makelij. Dat klinkt als een gouden formule. Toch is overleven in deze markt geen uitgemaakte zaak voor Solarge. Op technologisch niveau speelt het bedrijf in de voorhoede mee. Maar wat in deze fase van opschaling van de productie nog mist, is het hoge volume dat nodig is om ook op prijsniveau concurrerend te zijn. De afgelopen jaren zijn veel Europese pv-producenten op dit aspect kopje-onder gegaan. Dat risico is er ook voor Solarge. Want hoewel er dit jaar in Weert veel meer zonnepanelen worden geproduceerd dan in 2024, staan er onderaan de streep nog steeds rode cijfers. Dat verschil wordt momenteel door de aandeelhouders bijgelapt.

De fabriek draait nu nog één shift per dag, van ongeveer acht uur. En dat vijf keer in de week. Dit leidt tot de productie van ongeveer 3.000 tot 4.000 panelen per maand. “Pas als we in een tweede shift kunnen gaan produceren – dus twee ploegen per dag – lukt het ons om echt geld te verdienen”, legt Vesseur uit. Om die groei te realiseren, mikt Solarge op zowel middelgrote projecten van 500 tot 1.000 panelen als enkele grote projecten van meer dan 10.000 panelen. “Dan moet je vooral denken aan bedrijfsdaken en grote parkeeroverkappingen. Er lopen nu een paar serieuze gesprekken. Als het kwartje een paar keer de goede kant op valt, dan kunnen we dit jaar al verder opschalen.”

Klem tussen goedkoop en duurzaam

Waar Solarge op inzet – lichtgewicht, circulair, lokaal geproduceerd – is precies waar de wereld heen moet. De realiteit is dat de markt nu vooral nog kijkt naar de prijs. En die ligt bij Chinese panelen een stuk lager. “Wat veel mensen echter vergeten, is dat ze daarmee ook bijdragen aan toekomstige afvalproblemen én onze afhankelijkheid van China versterken,” zegt Vesseur. Het speelveld waarin het bedrijf nu opereert, kun je onmogelijk als eerlijk bestempelen. De Chinese overheid pompte de afgelopen twintig jaar onvoorstelbare hoeveelheden kapitaal in de productie van zonnepanelen. Het land produceert momenteel meer dan het dubbele van de mondiale vraag, waardoor de prijzen een duikvlucht hebben genomen.

De Chinese dominantie

Productie:
China is verantwoordelijk voor meer dan 80 procent van de wereldwijde productie van zonnepanelen en hun onderdelen.
Overheidssteun:
De Chinese overheid pompt al jaren miljarden in de sector via subsidies en goedkope energie.
Schaalvoordelen:
Door massaproductie kunnen Chinese bedrijven zonnepanelen leveren tegen bodemprijzen waar Europese spelers moeilijk tegenop kunnen.
Ketenbeheersing:
Van grondstofwinning tot assemblage, China beheerst vrijwel de hele toeleveringsketen.
Gevolg: een keiharde prijzenslag waarin het voor spelers als Solarge moeilijk is om de businesscase rond te rekenen.
Toekomst: In China zijn de afgelopen maanden al pv-bedrijven over de kop gegaan en de verwachting is dat die trend voorlopig aanhoudt.

Inflation Reduction Act

“Waar Europese bedrijven twee jaar geleden nog konden concurreren met prijzen rond de 25 cent per wattpiek, zijn Chinese panelen nu gezakt naar 10 tot 12 cent”, vertelt Vesseur. “Dat is niets anders dan dumping en maakt het voor ons vrijwel onmogelijk om een goede businesscase neer te zetten. Ook al bieden wij een onderscheidend product. Zonder stevige regelgeving vanuit Brussel wordt het voor Europese bedrijven als Solarge dan ook heel lastig om uiteindelijk in deze regio te overleven.” Wat Vesseur betreft geldt de aanpak van de Verenigde Staten hierbij als voorbeeld. “Biden presenteerde daar enkele jaren geleden de Inflation Reduction Act. Daarmee bieden ze forse subsidies voor lokale productie, van maar liefst 7 cent per wattpiek. Ook gelden er voor pv-panelen al langere tijd importheffingen. Hier in Europa laten we zo ongeveer alles binnenstromen, ook als het door Oeigoerse dwangarbeiders is gemaakt.”

Volgens hem is het daarom essentieel dat Europa serieus inzet op het beschermen van haar eigen industrie. “De Net Zero Industry Act biedt een goed vertrekpunt. Daarin staat onder meer dat 40 procent van de pv-productie lokaal moet zijn. Maar landen als Nederland moeten die regels wel gaan toepassen.” Dit gaat bijvoorbeeld over eisen voor circulariteit of het verbod op giftige stoffen. Pas als duurzaamheid echt een vereiste wordt, dan krijgt Solarge een betere uitgangspositie dan de Chinese concurrenten. Tot die tijd leunen ze in Weert op investeerders die het geduld en de visie hebben om het bedrijf door deze moeilijke fase heen te trekken.

Twee zonnepanelen per minuut

De droom van Solarge? Zo snel mogelijk twee zonnepanelen per minuut produceren. En dat 24 uur per dag, zeven dagen in de week. “Maar dan moet de markt wel ruimte maken voor duurzame innovaties en dus niet alleen kiezen voor de goedkoopste oplossing”, aldus Vesseur. Langzaamaan ziet hij het die kant op bewegen. “Twee jaar geleden kozen klanten vooral voor het lichte gewicht. Nu zien we dat meer dan de helft bewust kiest vanwege de duurzaamheid en het feit dat onze panelen Europees geproduceerd zijn. Het zou enorm helpen als de overheid hierin een rol pakt, door circulariteit als voorwaarde te stellen bij publieke aanbestedingen. Dit zorgt voor een groeiend productievolume waardoor de kosten dalen. Daar profiteert uiteindelijk iedereen van.”

Lees ook:

Changemaker Sander van Lopik (Roffa Reefs): ‘We weten serieus meer over de maan dan over koraalrif’

Waarom is het zo belangrijk om koraalrif te herstellen? “Ik vind koraalrif het mooiste ecosysteem dat we hebben op aarde. Maar het is ook het meest ondergeschoven kindje van alle ecosystemen. Koraalrif voelt heel ver weg. We weten serieus meer over de maan dan over koraalrif. Daardoor snappen veel mensen denk ik ook niet dat het verdwijnen van riffen veel nadelige gevolgen heeft. Koraalrif slaat CO2 op, 25 procent van het zeeleven plant zich er voort, en riffen dienen als kustbescherming tegen vernietigende golven. Je kunt je dus voorstellen wat er gebeurt als dat allemaal verdwijnt.” Roffa Reefs wil dat voorkomen. Hoe doe je dat? “Door kweeksystemen te bouwen voor tropische vissen. Die zijn namelijk heel belangrijk voor de overlevingskans van riffen. Als je koraalrif ziet als de huizen, dan zijn vissen de bewoners, of eigenlijk de klussers. Ze onderhouden het ecosysteem. Vanuit Diergaarde Blijdorp doen we onderzoek naar het kweken van vissen, die we dan met speciale opstellingen bij kwetsbaar koraalrif kunnen plaatsen. In de buurt van Bonaire testen we onze opstellingen in het wild. Daar werken we ook nauw samen met lokale vissers, die, net als wij, willen dat de hoeveelheid vissen intact blijft. In de naam Roffa Reefs komt alles samen. Roffa is straattaal voor Rotterdam, wat veel invloeden uit het Papiaments bevat, de taal die op Bonaire wordt gesproken. Daarnaast is Rotterdam gebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog, en moest de hele stad opnieuw opgebouwd worden. Dat hopen wij ook onder water te kunnen doen.” De natuur heeft geen portemonnee, maar voor het redden van natuur is wel geld nodig. Hoe kom jij aan financiering? “We hebben twee bedrijven die onze projecten financieren: het WNF en Diergaarde Blijdorp. Daar ben ik heel erg blij mee, want ik kwam er al snel achter dat ik helemaal niet goed ben in het ophalen van geld. Roffa Reefs is voor mij namelijk veel meer dan een ‘product’. Producten hebben een houdbaarheidsdatum, natuurbehoud niet. WNF en Diergaarde Blijdorp zien dat gelukkig in en geven ons geld, maar ook de volledige vrijheid om hun faciliteiten te gebruiken. Daarnaast krijgen we op Bonaire veel hulp van lokale organisaties. Dat is echt fantastisch.” Geld ophalen is dus niet jouw ding. De rest van je rol als leider van Roffa Reefs wel? “Ik probeer van Roffa Reefs een maatschappelijke beweging te maken. In een tijd van tegenstellingen tussen mensen vind ik dat een heel mooi idee. Uit een interview als dit blijkt dat misschien niet meteen, maar ik ben vanuit mijn rol het grootste deel van de tijd bezig met zorgen dat andere mensen verder kunnen. Een voorbeeld is de samenwerking met de lokale vissers op Bonaire. Enerzijds probeer ik te kijken hoe wij hen met onze technologie kunnen helpen. Maar ik ben er ook achter gekomen dat zij óns kunnen helpen. Vanuit hun ervaring weten zij veel van het ecosysteem, kennis waar het team van Roffa Reefs veel aan heeft. Zo komt die beweging, de samenwerking met de maatschappij, langzaam op gang. Daar ben ik heel trots op.” Bij het opzetten van een beweging ben je extra kwetsbaar voor externe invloeden die je koers belemmeren. Dat moet soms frustrerend zijn. “Ik ben 90 procent van de tijd optimistisch. Wat mij betreft is dat dus geen probleem. De keerzijde van extreem optimisme is wel dat niemand je kan helpen tijdens die paar momenten dat je het even niet meer ziet zitten.” Veel mensen zullen jaloers zijn op je vermogen om 90 procent van de tijd optimistisch te zijn. Waar komt dat vandaan? “Ik probeer altijd te kijken naar wat realistisch gezien mogelijk is. In vergaderingen ben ik vaak degene met een gek idee of plan. Niet iedereen vindt dat altijd even fijn, maar het zorgt wel voor mijn optimisme. Klimaatverandering is zó groot, dat je het niet in je eentje kunt oplossen. Dat moet je naast je neerleggen en kijken naar wat je wel zelf kunt doen. Vaak is dat meer dan je denkt. Ik vergelijk het altijd met hardlopen of fietsen. Je spreekt dan met jezelf af: ik ga tot aan die lantaarnpaal en dan draai ik om. Maar vaak ben je zo lekker bezig dat je een lantaarnpaal verder gaat, en nog één, en nog één. Zo gaat dat bij mijn werk ook. Ik ontdek gaandeweg nieuwe paden om in te slaan. Maar ik word ook wel volwassener, hoor. Vroeger was iedereen altijd bezig om Sander af te remmen, nu ben ik ook wel eens degene die zegt: ho, daar zijn we nog niet klaar voor.” Tegen welke uitdaging loop je het vaakst aan? “De vooroordelen over een dierentuin. Veel mensen vinden dat een achterhaald concept, zielig voor de dieren. Maar ik zit hier in Blijdorp in het beste levende lab van Nederland om testen te kunnen uitvoeren voor natuurbehoud onder water. Veel rifhersteloperaties kunnen we doen omdat we dat hier een paar generaties geleden hebben geleerd. Dat betekent natuurlijk niet dat je als dierentuin nooit hoeft te veranderen, maar het is wel belangrijk om zaken in een breder perspectief te zien. Het klinkt misschien gek voor iemand die in een dierentuin werkt, maar we moeten af van hokjesdenken en meer vanuit gehele ecosystemen gaan redeneren.” Wat is daar volgens jou voor nodig? “Verder kijken dan je neus lang is. Een goed voorbeeld is het voer voor huisdieren. In honden- en kattenvoer zit bijvoorbeeld vismeel, een product van gemalen vissen. Er gaan jaarlijks echt miljoenen kilo’s aan vissen in dat vismeel, maar vaak weten de producenten van het huisdierenvoer helemaal niet wat er precies in zit. Zelfs in de dierentuin kunnen we daarom lastig een bewuste keuze maken van ons voer. Het enige dat je daartegen kunt doen, wederom, is kijken wat je zelf kunt doen. In mijn geval is dat ons eigen voer produceren. Ja, dat kost meer moeite, je moet om half vijf ‘s middags nog even drie espresso’s wegtikken en aan de bak, maar het kán wel. Dat is een voorbeeld van zo’n volgende lantaarnpaal.” Met wie zou je graag nog eens samenwerken? “Met partijen die gevoelsmatig wat verder van ons af staan. Ik vind het moeilijk om er namen op te plakken, maar in ieder geval meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven of de Nederlandse overheid. De overheid luistert al wel naar ons verhaal, maar wil er nog te vaak een politieke draai aan geven. Terwijl: het maakt niet uit of je op GroenLinks of de PVV hebt gestemd, als je van dieren houdt, vind je het een gek verhaal dat er koraalrif verdwijnt. De gekste organisaties zouden zich dus bij ons kunnen aansluiten. Uiteindelijk gaat het erom dat je een gemene deler vindt. Een visserman wil genoeg vissen in de zee zodat hij verzekerd is van vangst. Ik wil weer vanuit hele andere redenen genoeg vissen, maar ons doel is hetzelfde. Dat is wat ik wil bereiken met iedereen waarmee we samenwerken.” Lees ook:Changemaker Marlot Kiveron verduurzaamde Ace & Tate: ‘Zie weerstand niet als iets negatiefs maar als een kans’Changemaker Aaike van Vugt (VSParticle): ‘Waarom duurt het vijftien jaar om een nieuwe batterij op de markt te brengen?’ Changemaker Jan Bot (Zepp.solutions) ontwikkelt waterstof-brandstofcelsystemen: ‘Er komt een enorme markt op ons af’